Tagarchief: 100 jaar

HOOR DE MUZIKANTEN


Op 25 mei bracht Co Snel een hommage aan Wessel Dekker in zijn radioprogramma Studio Hilversum via de lokale omroep RTi Hilversum.

Luister terug

De vrij en blije ensembles van Wessel Dekker

Het ensemble Vrij en Blij werd in 1946 opgericht door Wessel Dekker, geboren op 27 mei 1914 in Hilversum.

De basis was al gelegd in 1936, toen Wessel De Speellieden oprichtte. Met dit kamWessel_Dekker_De_Speelliedener mandoline ensemble trad hij op 16 juni 1938 voor het eerst voor de NCRV-radio op. Het was de enige verstrooiende noot bij de christelijke omroep, want lichte muziek was uit den boze. Een wals werd zelfs een karakterstukje genoemd. Bij de NCRV ging het voor de oorlog vooral om koorzang, orgelconcerten en liederen van Johannes de Heer.
Wessel was als knaap van 16 jaar al zeer geïnteresseerd in muziek. Hij kende hele delen van symfonieën uit zijn hoofd. Daarbij legde een grote platenverzameling aan.

Er is een gegeven dat uit De Speellieden in de oorlog De Trekvogels ontstonden. Ze speelden voor de Nederlandse Omroep. Schrijver dezes hoorde VARA-omroeper Jaap Brandt ooit een aankondiging voor deze Trekvogels maken op 15 september 1974 in een hoorspel van Dick Verkijk, dat de radioprogrammering van 8 november 1942 reconstrueerde. Dit hoorspel werd op 8 november 1972, 40 jaar na datum, nog eens uitgezonden.
Hoe dan ook: De naam Trekvogels hanteerde Wessel in ieder geval toen hij in 1970 bij de EO in dienst trad. Daarbij zongen Henk Dorel en ook Dick Doorn.
Een aardig terzijde: In 1957 formeerde bariton Dick Doorn met de hoge tenor Wim Scholte het duo De Trekvogels, wat een hit had met Kleine schooier, een tekst van Stan Haag op het Amerikaanse lied Cinco robles, een succes voor Les Paul & Mary Ford en Russell Arms.

Behoefte aan Nederlands
Na de bevrijding ontstond uit met name De Speellieden het ensemble Mandolinata, bestaande uit mandolines, gitaren, accordeon, celesta en bas. Het ensemble speelde vanaf 1946 voor de NCRV-radio. Al snel werden daar acht damesstemmen aan toegevoegd.

Wessel_Dekker_Vrij_en_Blij_met_Henk_Dorel Zo ontstond Vrij en Blij. Maar Wessel wilde er ook een solozanger bij hebben. Hij had ooit bariton Henk Dorel (voluit Henk Doreleyers,1907-1993) als solist bij de Koninklijke Mannenzangvereniging De Mastreechter Staar gehoord en vond dat de man zo duidelijk Nederlands zong. Henk hapte toe.

Vrij en Blij ontstond ook uit een behoefte aan vrolijke Nederlandse liedjes. Dekker was het zat dat de muziekwereld was vergeven van de songs die de Amerikaanse en Canadese bevrijders meebrachten. De eerste uitzending van Vrij en Blij was op 12 april 1946 en bleek een schot in de roos. Het was koren op de molen van de NCRV achterban. Het ensemble zorgde door optredens voor radio en propaganda-avonden in het land voor een grote ledenaanwas. Behalve Henk Dorel zong ook tenor Bert van ’t Hoff regelmatig bij het gezelschap.

Mandolinata bleef naast Vrij en Blij musiceren in de NCRV programmering. Had er in 1949/1950 een hitparade bestaan dan was het Vrij en Blij-lied Hoor de muzikanten daar zeker in terecht gekomen. Het ensemble had ook succes met Sarie Marijs, Suikerbossie (Ek wel jou he) en Speelt papa met zijn spoortje, een liedje van Henri Theunisse. De liedjes van Theunisse werden graag uitgevoerd door Vrij en Blij. In de loop van de jaren ‘50 verschenen er behoorlijk wat platen van zowel Mandolinata als Vrij en Blij.

Meer ensembles
Van één ensemble kan een musicus niet leven. Er ontstonden afgeleiden van Vrij en Blij. Begin jaren ‘50 hoorden de luisteraars het banjo-orkest Estrellita o.l.v. Wessel Dekker. Hierbij zong Rie Helmig. Zij was opgevallen in het zondagochtendprogramma ’t Triangelklokje klingelt van VARA’s Wim Ibo. Rie had veel succes met het lied Het hutje bij de zee in 1953.
In 1954 ontving Wessel Dekker een W. T. L.–wimpel als erkenning voor het uitdragen van het Nederlandse lied.

Midden jaren ‘50 formeerde Wessel Dekker Cantilene. Zongen bij Vrij en Blij muziek-studenten, in Cantilene hoorde je vocalisten uit de professionele vrije sector. Stemmen die ook bij de KRO te horen waren of waren geweest bij het Orkest Zonder Naam o.l.v. Ger de Roos, de daaruit voortgekomen Zingende en Spelende Troubadours o.l.v. Jo Budie, The Jacksonaires en De Joffers en De Jonkers o.l.v. Jack Bulterman. Bij Cantilene hoorde je duidelijk zangers en zangeressen die solistisch ook hun sporen hadden verdiend of dat zouden gaan doen. Bijvoorbeeld Jenny Roda, Yvonne Oostveen, Marcel Thielemans, Dick Doorn (daar is hij weer) en uiteraard Henk Dorel.
Het ensemble had aardig succes in 1955 met het lied ‘t Schipperskind. Dan was er nog het ensemble Tiroline met inderdaad Tiroolse muziek op het repertoire. Die formatie was net als Estrellita en Cantilene geen lang leven beschoren.

In vrije tijd begeleidde Wessel Dekker amateurmusici in het Tokkelorkest Caecilia, ook wel The Caecilia Mandolin Players genoemd. Door de wat Rooms aandoende naam trad dit ensemble voor de KRO op in het programma Musicerende dilettanten en later in Zin in muziek.

Minder belangstelling
Wessel_Dekker_Vrij_en_BlijIn 1956 vierde Vrij en Blij het 10-jarig bestaan onder meer met een speciale potpourri grammofoonplaat. Pierre Biersma speelde als jong musicus accordeon bij Vrij en Blij.
Het ensemble was exclusief verbonden aan Phonogram. CNR (Telefunken) wilde ook wel zo’n vrolijk geluid op de plaat en verzocht Biersma om een dergelijk ensemble te formeren. Zo ontstonden De Zomersproeten, die als twee druppels water op Vrij en Blij leken. Er kwamen in 1957 twee platen van het gezelschap uit.

Hierbij het lied Trek je wandelschoenen aan van componist/violist Frans Poptie en tekstdichter Jack Bess. Het stond ook op het repertoire van het meisjeskoor Sweet Sixteen o.l.v. Lex Karsemeijer.

Het kwam niet door het Rock & Roll-spook dat er minder belangstelling kwam voor dergelijke muziek, want NCRV-leden moesten niets hebben van Bill Haley of Elvis Presley. De NCRV programmaleiding vond het kennelijk welletjes. Hoe het ook zij, in 1958 verdween Vrij en Blij ineens van het radiotoneel. Hiervoor in de plaats leidde Wessel Dekker drie nieuwe ensembles.

Drie vervangende ensembles
Allereerst de formatie Hollandia, met wat strijkers en blazers. Hier werden nooit platen van geperst. Het ensemble bracht in een half uur voornamelijk instrumentale nummers, maar ook enkele zangnummers door een vocale groep. Het waren niet louter Nederlandse componisten op de speellijst, zoals de naam van het gezelschap suggereert. Op de lessenaars lagen onder meer werken van Wessel zelf, die ook onder schuilnaam componeerde. Als Jim Joice bijvoorbeeld Schotse ruit, Fleur de Mai en The picnick polka [ook De vrolijke vioolspeler, red.] en als Jan Vrolijk Hollandia mars, Dance of the dewdrops en Meikevers wachtparade.

Als tweede het ensemble De Golfbrekers met liedjes van en over de zee op het repertoire. De bezetting doet denken aan het Orkest Zonder Naam van Ger de Roos met accordeon, viool, piano, vibrafoon, hoorn, bas en slagwerk. Ook nu weer met medewerking van onder meer Jenny Roda, Yvonne Oostveen, Dick Doorn en Henk Dorel.

Als derde in 1959 het Sprookjesensemble. De twee meter lange reus (om precies te zijn 1.96 meter) Wessel Dekker noemde zich bij laatstgenoemd ensemble K. Bouter. Het gezelschap bestond uit een ritmegroep, een harpiste, accordeonist/pianist en strijkers en een enkele blazer uit het Metropole Orkest o.l.v. Dolf van der Linden.

Op de speellijst werken van grote en kleine componisten. Bijvoorbeeld: Intermezzo uit 1001 Nacht van Johann Strauss, Vuurvogel (Berceuse) van Igor Strawinsky en de Treurmars van de marionet gecomponeerd door Charles Gounod. Uiteraard muziek uit de sprookjesfilms van Walt Disney geschreven door Frank Churchill, zoals Assepoester, Sneeuwwitje en Bambi.

Onder schuilnaam componeerde Wessel Dekker:
Als Jim Joice: Spiegeltje aan de wand, Alt Wiener Märchen, De Isengrimus, De verlegen prinses, Doorwerste legende en Sprookjes van de fee.

Als Jan Vrolijk: Klein Duimpje op stap, Roodkapje en de wolf, Tafeltje dekje, Repelsteeltje, Kobold idylle, Tijltje, Lichtkevertjesdans en Elfenspel in het sprookjesbos.

Het laatste lied dat het Sprookjesensemble speelde in de slotuitzending op 23 september 1963 was toepasselijk: Het spookje is uit van Jan Vogel.
In de jaren 1959 en 1960 had Wessel Dekker een eigen platenhalfuur, vrijdag eens per 14 dagen om 12.00 uur. Dat heette Ricordare. Met als ondertitel: verpozingsmuziek uit de dertiger jaren.

Kennelijk was er bij de achterban van de NCRV toch weer een dringende behoefte aan Vrij en Blij. Het ensemble keerde in 1961 terug. Conny Vink maakte er toen deel van uit. Conny zou vanaf 1967 succes hebben met o. a. Bossa nova boy, De toeteraar, Maak je niet dik (dun is de mode) en Ik wil jou in een kooitje. Als Vink wil je best een ander vogeltje in je buurt.

Uit de tijd
In 1964 viel het doek van Vrij en Blij voorgoed. Lex Karsemeijer, sinds 1960 chef afdeling lichte muziek kreeg carte blanche van de NCRV-leiding en liet een frisse wind waaien door het lichte muziekaanbod van de omroep. De bakens moesten verzet worden. Karsemeijer was niet alleen verantwoordelijk voor de grammofoonplatenprogramma’s, hij had ook de supervisie over de radio-ensembles en orkesten. Er kwamen jazzy 20 minuten met bijvoorbeeld het Kwartet Ad van den Hoed, Kwintet Frans Poptie, Kwintet Jan Morks en Saxophonia o.l.v. Cees Verschoor. De klanken van Vrij en Blij hoorden daar niet meer bij. Bovendien beschuldigde Karsemeijer Dekker van dilettantisme. Tenminste zo legde Wessel dat ooit uit. Lex vond Dekker geen volleerd dirigent. Zo noemde de bescheiden musicus zich ook niet. Hij was kapelmeester.
Het laatste lied van de slotuitzending op maandag 21 september 1964 was een lied van Wessel’s hand: De wijde wereld in.

Wederom Trekvogels
Wat Wessel Dekker in de daarop volgende jaren deed is niet bekend. Het zal zich bezig hebben gehouden met het Tokkelorkest Caecilia, dat enkele platen maakte.

Toen de EO in 1970 met uitzenden begon, diende Wessel Dekker zich aan. Hij formeerde De Trekvogels. Het ensemble klonk precies hetzelfde als Vrij en Blij, compleet met zanger Henk Dorel en ook, zoals eerder gemeld, Dick Doorn. De bijdrage van de EO op Hilversum 3 was zeer omstreden. De uren hadden niets met de popmuziek te maken. Na het verzoekplatenprogramma De muzikale fruitmand met voornamelijk geestelijk repertoire, verzorgde Wessel een nonstop uur onder de titel Te elfder Ure. Hierin veel mandoline– en banjoklanken, volksliedjes van overal en tango’s van Malando. De hoofdcontrolekamer van de Hilversum 3 studio waarin Wessel de platen aan de technicus aanreikte, stond blauw van Dekker’s sigarenrook.

In 1984 ging Wessel met pensioen. Merkwaardig genoeg keerde hij weer even terug naar zijn vroegere werkgever, de NCRV. Lex Karsemeijer was sinds 1976 geen hoofd van de afdeling lichte muziek meer. De tijd van radio-ensembles was al lang voorbij. Wessel koos weer zijn bekende volksmuziek en aanverwanten uit voor korte platenprogramma’s en hij verzorgde de muziek voor het vragenprogramma Wie weet waar Willem Wever woont.
Daarna vernamen we niets meer van Wessel Dekker. Hij raakte in het vergeetboek. Op 5 februari 2006 overleed hij op 91-jarige leeftijd.

Auteur: Co Snel.
Bron: De Weergever, 35e jg. no. 3 (2013).
foto’s: Co Snel,  Rinus Blijleven, Ben Poelman.


Op 25 mei bracht Co Snel een hommage aan Wessel Dekker in zijn radioprogramma Studio Hilversum via de lokale omroep RTi Hilversum.

Luister terug

Bladmuziek van Wessel Dekker en Jim Joice op deze website.

Onze hartelijke dank gaat uit naar De Weergever, vereniging van verzamelaars van oude geluidsapparatuur en geluidsdragers. Discografische gegevens bij dit artikel zijn bij de vereniging te verkrijgen.

VAN LAGUESTRA TOT LONGSTREET

Op 30 maart plaatste Co Snel Willy Langestraat in het zonnetje in zijn radioprogramma Studio Hilversum via de lokale omroep RTi Hilversum.
Luister terug (excuses voor de povere geluidskwaliteit)

EEN LANGE ST(R)AAT VAN DIENST

Een Cubaans trommeltje behangen met apenhuid en paardenkaak was de basis van de uitgebreide collectie exotische instrumenten die Willy Langestraat verzamelde. De belangstelling voor Zuid Amerikaanse muziek en muziekinstrumenten in het algemeen ontstond eind jaren 40, toen Langestraat deel uitmaakte van het orkest Malando (Arie Maasland) bij de VARA. In de jaren daarvóór had Willy veel muzikale ervaring opgedaan in diverse combinaties.

Willy LangestraatLangestraat, geboren op 29 maart 1914 in Rotterdam, moest technisch tekenaar worden. Tenminste, dat vonden zijn ouders een mooi beroep. Eerst maar eens de school afmaken en in vrije tijd musiceren. Op 13-jarige leeftijd ging Willy trompet studeren. Drie maanden later ging hij over op klarinet. Spoedig werd Langestraat derde klarinettist en solist in een harmonieorkest. Ongeveer tegelijkertijd musiceerde hij in een symfonieorkest met de veelbelovende naam ‘Ludwig von Beethoven’ in Schiedam. Daar bleef hij vijf jaar. Willy verdiende overdag de kost, niet als technisch tekenaar, maar als machinebankwerker. Hij bekwaamde zich op trombone, hoorn, alt- en tenorsax, piano, viool en gitaar. Op 18-jarige leeftijd had hij een eigen orkest dat onder meer musiceerde in het Groot Badhuis Zandvoort. Zijn solo in de Tiger Rag kreeg een eervolle vermelding tijdens een muziekconcours in Schiedam.
Twee jaar later, in 1935, werd Langestraat beroeps. Hij startte die professionele loopbaan in de band van Frans Steffan, waarmee hij op tournee door Zwitserland ging. In de Tweede Wereldoorlog maakte Willy als klarinettist en saxofonist deel uit van de band van de uit Kopenhagen (Denemarken) afkomstige musicus/showman Boyd Bachman. Er werden in 1942 onder meer opnamen gemaakt met Lou Bandy, zoals bijvoorbeeld Lili Marlene en het koor Aethercharme samen met zanger Henk Dorel. Liedjes als Door de nacht klinkt een lied en Als sterren flonkerend aan de hemel staan van Jack Bulterman.

Willy musiceerde voor de bevrijders na 5 mei 1945. Zij noemden hem Bill Longstreet from Holland. Die naam zou hij in de late jaren ’50 nog eens gebruiken. Langestraat musiceerde bij The Grasshoppers en de formaties van Piet Tim, Siegfried Courant, John Kristel, Piet van Dijk en Eddy Christiani. Tijdens de opname van het liedje Iene miene mutte, die het ensemble Eddy Christiani o.l.v. Frans Poptie in 1953 maakte, produceerde Langestraat een zacht klinkende boventoon (flageolet) op een dwarsfluit. Dit geluid is ook te horen in het orkest van Max Woiski Sr. Zoals eerder gemeld, eind jaren 40 kwam de Rotterdamse rasmusicus in het orkest van Malando terecht. Bij Arie Maasland was het een vereiste dat je zowel een strijk- als blaasinstrument kon hanteren. Viool voor de tango’s en een blaasinstrument voor Zuid Amerikaanse ritmen als samba, mambo, rumba, conga en cha cha. Wat dat betreft zat Willy goed met zijn klarinet en anderhalf jaar les op viool.

CZARDAS
Bij Malando werd, zoals gemeld, zijn collectie exotische instrumenten gestart. Bij een verzamelaar in Zwitserland hoorde hij volksmuziek uit andere werelddelen en dit deed hem besluiten ook een discotheek aan te leggen van muziek uit Afrika, het nabije en verre Oosten. Die verzameling zou in de loop der jaren uitgroeien tot een collectie van zo’n 4000 stuks. Uit Spanje bracht hij bongo’s mee. Nadat Wil het internationale ballet van Katharina Dunham had begeleid, werd zijn hobby voor bijzondere ritmen nog meer aangewakkerd. Van één van Dunhams medewerkers kreeg hij een maracas. In de Congowinkel in Brussel kocht Langestraat een Inlandse harp en via een advertentie tikte hij een Lokombe, een spleettrommel op de kop. De balefon kwam erbij, een soort xylofoon met kalebassen eronder gebonden als resonantie buizen. Verder tal van snaarinstrumenten, zoals de sanza, een Abessynse lier en een mvet, waarbij de snaren uit hout gesneden zijn.

In de late jaren ’70 heeft Willy Langestraat uitgebreid verteld over zijn verzameling, uiteraard geïllustreerd met opmerkelijke klanken in het TROS radioprogramma Van heinde en verre. Voor die gelegenheid speelde Laguestra de TROS-tune in zijn eigen Cinesound studio op allerlei instrumenten over elkaar opgenomen tot eenmansorkest.

Toen Langestraat met dit Radio 4-programma moest stoppen, vond hij dat uiteraard niet leuk. Hij uitte lichte rancune toen hij begin jaren ’80 te gast was in NCRV’s Globaal van Kirsten Klijnsma en Gerard van den Berg. Toen liet Laguestra zijn eenmansorkest horen en noemde het nummer Czardas. De programmaleider van de TROS kwam aan de telefoon en vond het heel erg flauw dat de TROS-tune nu ineens Czardas heette.

In dit verhaal wordt de lezer om de oren geslagen met tal van bezettingen. Voor de liefhebber vermoedelijk interessant. Voor dat Langestraat exotische muziek voor Westerse oren toegankelijk zou maken, musiceerde hij vanaf 1952 bij AVRO’s Amusementorkest De Zaaiers o.l.v. Jos Cleber. Het was samensteller/presentator Jan Koopman die Willy vroeg om een combo à la Benny Goodman te formeren. In 1953 ontstond het Sextet Willy Langestraat, met Willy op klarinet; Rob Meyn op vibrafoon (de latere leider van Het Rainbow Quartet bij de KRO); Dick Scherpenhuizen, piano; Wim Kastelein, bas en Martin Beekmans, drums. De zesde man, Brian Pollard, zorgde voor een bijzonder geluid in deze formatie, namelijk de fagot. Zangeres Nelly Wijsbek kwam standards uit The American Songbook bij de mannen zingen. In 1956 had het Sextet Willy Langestraat, met wat je later wist, een droombezetting met Harry de Groot op vibrafoon; Frans Elsen, piano; Wim Overgaauw, gitaar; Dub Dubois, bas en Wessel Ilcken, drums. Deze combinatie is te horen op vier opnamen die op 6 januari 1956 in Amsterdam werden gemaakt: Hierbij Pick yourself up en Just one of those things.

Sommige van de grote namen die ik net memoreerde waren nog in hun begintijd en vlogen uit naar andere formaties. Het Sextet werd een Kwartet met Wil op klarinet, en Charlie Nederpelt aan de piano. Wils vroegere bassist Wim Kastelein was weer van de partij en Joop Korzelius zat achter het drumstel, omdat Wessel Ilcken een eigen combo formeerde. Helaas niet voor lang, want deze eerste echtgenoot van Rita Reys overleed op 13 juli 1957 aan een hersenbloeding. Intussen hoorden de luisteraars Langestraat ook op klarinet bij violist Frans Poptie and his Swing Specials bij de AVRO, sinds eind 1955.

LAGUESTRA
Willy Langestraat veranderde zijn naam in Laguestra als hij exotische klanken speelde. Voor de grammofoonplaat werden in 1957 Laguestra and his Cha cha’s geformeerd. Hierin musiceerden: Wim Kuylenburg, Ado Broodboom en Herre Jager, trompet; Joop Hellemond en Deo Piazza, trombone; Toon van Vliet, tenorsax; Arie Jongman, fluit; Addy Kleyngeld, accordeon; Dick Willebrandts, piano, Eddy de Jong, vibrafoon, Wim Kastelein, bas, Wim van de Beek, bongo en leider Laguestra op klarinet. Die Cha cha’s keerden in 1959 terug met composities van Laguestra als Banana cha cha, Viva el cha cha en Jamila. Het gezelschap maakte zelfs een EP met het kinderkoor De Leidse Sleuteltjes o.l.v. Henk Franke. Laguestra componeerde muziek op teksten van Kees Schoonenberg, programmamaker bij VARA-radio. Dat waren de liedjes Het ezeltje uit Zanzibar, De Katten Sjah, Het pinda restaurant en Het hamstertje, met motiefjes van The peanut vendor.

Maar even terug naar het drukke jaar 1957. Toen ontstonden bij de AVRO een Latin Ballroom en een (Marimba) Tipica-orkest gedirigeerd door Laguestra.  Het Ballroomorkest had titels als Bonita Cataluña en Quizas, quizas, quizas op de lessenaar, het Tipica orkest speelde met veel strijkers strak ritmische tango’s als El internado van Francisco Canaro en Laguestra’s eigen composities La Plata en Fiësta en Hollande.

In 1957 verscheen ook een bijzondere langspeelplaat. In de half uur durende suite Utopia verwerkte Laguestra westerse en exotische instrumenten. Tijdens de opnamen hiervoor op 10 maart 1957 in Amsterdam, bespeelde Langestraat táragot, arghul, m’bira, Ivory horns, afi en lokombe. Herman Koot nam de klarinet voor zijn rekening, Arie Jongman speelde fluit, Guus Houtvast, hobo, Arnold Swillens, fagot, Fred Roozendaal, marimba, Han van Rooyen, altviool, Jean Busch, cello en Reinier Bennink, Gerard van Bezey en Wim Kastelein, drums.

Het kan niet anders dan dat de Algerijnse musicus Taoud Bne Nacef dit Utopia heeft gehoord. Laguestra haalde hem in 1957 naar Nederland. Het publiek van één van de laatste ritten van AVRO’s Bonte Dinsdagavondtrein maakte kennis met Arabische muziek. Op EP verschenen vier exotische composities van Laguestra: Tamboo, Kasbah, Tumba en de Berber song. Laatstgenoemde melodie speelde Langestraat solistisch op de táragot tijdens het Festival in Venetïë in 1957. Nederland won de Gouden Gondel mede dankzij De Zaaiers o.l.v. Jos Cleber, Mieke Telkamp, Willy Alberti en Johnny Jordaan. In 1958 vlamde het Sextet Willy Langestraat nog even in bijvoorbeeld Flying home en Langestraat’s eigen compositie Penguin’s weddingday. Hierbij hanteerde Eddy de Jong de vibrafoon, Dick Schallies zat aan de piano, Piet Baan was gitarist, Wim Kastelein plukte wederom de bas en Joop Korzelius zat achter de drums.

BILLY LONGSTREET
Voor dixielandachtige en licht jazzy muziek hanteerde Willy Langestraat de naam die de bevrijders hem hadden gegeven. Bill(y) Longstreet from Holland. Voor dat het Billy Longstreet Quintet in 1959 ontstond waren daar nog The Longstreet Rhytm Boys met opnamen als De populaire feestmars en Jetzt geht’s los in Dixie (Voorwaarts mars in Dixieland). In deze formatie die alleen voor de grammofoonplaat speelde, zaten Gerard Engelsma en Jaap Leben, trompet, Rudy Bosch, trombone, Wim Sanders, gitaar, Wim Kastelein, bas, Piet Adée, sousafoon, Gerard van Bezey, drums en leider Longstreet op klarinet.

Het Billy Longstreet Quintet in 1959 gaf werk aan Bosch, Sanders, Kastelein en Bezey. Wil weer op klarinet. Ze speelden bijvoorbeeld Lonesome van Sidney Bechet, een succes voor de Engelse klarinettist Monty Sunshine en de eigen compositie Inspiration. Met de komst van Eddy de Jong als pianist werd het in 1960 The Billy Longstreet Sextet met nummers als Summerset van Mr. Acker Bilk, een bewerking van de Zuyderzee blues van Jack Bulterman en ook eigen werk, namelijk Happy Billy. Het gezelschap waagde zich ook aan de Blues march van Benny Golson, een jazz bestseller van Art Blakey and his Jazz Messengers. Langestraat, of liever gezegd zijn platenmaatschappij Artone, liet zich meeslepen door de rage van het moment. Dixieland bewerkingen van klassieke composities. Papa Bue’s Viking Jazzband had veel succes met Schlafe mein Prinzchen, toegeschreven aan Wolfgang Amadeus Mozart. Longstreet speelde het na met zijn Jazzband. Jaap Leben zorgde voor versterking op trompet. Hij stond zijn plaats af aan Ado Broodboom toen de band de Liebestraum van Franz Liszt onder handen nam.

Billy Longstreet volgde bijna het muzikale pad van zijn Engelse collega Mr. Acker Bilk, die enerzijds dixieland speelde met zijn Paramount Jazzband, anderzijds met de Leon Young String Chorale melodieuze successen scoorde. Zo kwam er in 1962 ook een Bily Longstreet_Yakety_SaxLongstreetversie van Bilk’s Stranger on the shore. De Jazzband nu met Marcel Thielemans op trombone en Henk Orthmann, bas (ver)pakten Janus (de meezinger van Paul Dennis) in een dixielandjasje. Longstreet moest in 1963 ook de hit Yakety Sax van Boots Randolph naspelen. Op de B-kant bracht Billy The laughing sax van Rudy Wiedoeft uit de jaren ’20 nog eens in herinnering. Wim Jongbloed speelde mee op piano.

ASJEMENOU
In 1963 kreeg Laguestra weer radiowerk. Dit keer bij de AVRO en KRO. Hij liet de luisteraars kennis maken met de Sardana, volksmuziek uit Catalonië voor indringende blazers, contrabas en tamboerijn. Maar in 1963 verschenen ook drie singles in Laguestra-sfeer. Vier opnamen met Laguestra op marimba. Op de hoezen stond met grote zwarte letters Bossa Nova.

Laguestra_AjoenHet typische luie Braziliaanse ritme is niet terug te horen iLaguestra_Turkish_Coffeen de meer samba-achtige opnamen van Junga, Junga (van Eddy Christiani en Ronny Loco), het Krontjongwijsje Ajoen, ajoen, de Mexican hat dance en Laguestra’s eigen compositie El choo choo Mexicano. Later dat jaar haalde hij blaasinstrumenten uit de koffer voor zijn zelf muzikaal geknoopte Flying carpet op de B-Kant van Turkish Coffee.

Over Krontjong gesproken. Langestraat speelde tussen 1963 en 1965 orgel op enkele platen van Rudy (van Dalm) en The Royal Rhytmics. Vanaf 1964 werd hij ook producer van de Haagse band Willy (Wissink) en The Giants, die vanaf 1962 succes hadden met Ajoen, ajoen en Sarina. Langestraat’s productie begon bij The swinging Music box in 1964. De hit Washington Square van The Village Stompers o.l.v. Joe Sherman kreeg ook diverse coverversies. In Nederland van The New Orleans Syncopators o.l.v. Jan Burgers en dus ook Billy Longstreet. Henk van der Molen speelde hierbij gitaar. De laatste commerciële poging ontstond in 1965 toen Longstreet met strijkorkest La playa van Mr. Acker Bilk naspeelde. Deze compositie van de Belg Jo van Wetter was in 1963 al een succes geweest voor het gitaarduo Los Mayas.

Aan de hand van instrumenten en platen uit zijn omvangrijke collectie gaf Langestraat schoolconcerten. In 1966 heeft Laguestra zijn compositie Utopia uit 1957 nog eens bewerkt voor het Metropole Orkest o.l.v. Dolf van der Linden. Zelf hanteerde hij graag de Indiase sitar bij opnamesessies. In zijn eigen Cinesound ontstond muziek voor films en reclamespots. Zo maakte Willy Langestraat 20 jaar lang de muziekjes van Loekie (asjemenou) de Leeuw als break bij de STER reclames.

Nederlanders zijn niet trots op hun muzikaal erfgoed in tegenstelling tot Engelsen, Duitsers en Fransen. Willy Langestraat (Laguestra, Billy Longstreet) raakte totaal in de vergetelheid. Zo erg dat men niet eens de exacte sterfdatum weet in juli 1995. Laat staan dat zijn overlijdensbericht het landelijk nieuws haalde. 81 jaar werd deze vriendelijke, bescheiden muzikale duizendpoot. Zijn stelling was: Muziek is niet aan een land gebonden.

Auteur: Co Snel
Bron: De Weergever, 36e jg. no. 1 (feb. 2014).
afbeeldingen: collectie Co Snel; Roland Vonk

Bladmuziek van Willy Langestraat en Laguestra op deze website.

Onze hartelijke dank gaat uit naar De Weergever, vereniging van verzamelaars van oude geluidsapparatuur en geluidsdragers. Discografische gegevens bij dit artikel zijn bij de vereniging te verkrijgen.