Categorie archief: 100 jaar

100 JAAR JOS CLEBER

Dit artikel is oorspronkelijk verschenen in kwartaalblad Aether, nummer 120.

Jos Cleber, uit te spreken als Jos Clébèr. Trombonist, componist, arrangeur, orkestleider, producer. Zijn bekendste compositie schreef hij in 1957: De postkoets, oorspronkelijk als herkenningsmelodie voor het radioprogramma Met de postkoets door Nederland Met een tekst van Ferry van Delden – “Ver over berg en dal klonk er het hoorngeschal” – werd het een grote hit in de uitvoering door het zangeressenduo ‘De Selvera’s’. Cleber leidde toen inmiddels vijf jaar (samen met Gerard van Krevelen) het AVRO-orkest De Zaaiers, dat niet minder dan 14 jaar heeft bestaan. Het bestond uit ca. 25 musici en was Iange tijd één van de populairste amusementsorkesten.
50 jaar geleden werd het orkest opgeheven; en 100 jaar geleden (op 2 juni 1916) werd Jozef Cleber geboren.
Jos_Cleber
Als kind kreeg Jos muziekles van zijn vader, die organist en koordirigent was van de Sint-Servaeskerk in Maastricht. Na de middelbare school studeerde hij viool en piano aan het Muzieklyceum in die stad en saxofoon, klarinet en trombone aan het conservatorium van Luik. Na een engagement bij het orkest van Paul Godwin was Cleber van 1936 tot 1939 werkzaam bij het Tonhalle Orchester Zürich. De oorlogsdreiging deed hem in 1939 terugkeren naar Nederland. Hij kwam als trombonist en violist terecht bij het orkest van het Tuschinski-theater, dat onder leiding stond van Max Tak. Via Tak, tevens medewerker van de AVRO, kwam Cleber in mei 1940 als trombonist bij het AVRO-Amusementsorkest onder leiding van Elzard Kuhlman. Dit gezelschap zou een jaar later worden opgeheven en opgaan in het Groot Amusementsorkest van de door de Duitse bezetter gelijkgeschakelde Nederlandsche Omroep.

CONCERTGEBOUWORKEST
Na een periode bij het AVRO-Dansorkest kreeg Cleber in 1942 een aanstelling als trombonist bij het Concertgebouworkest. Daarvoor moest hij zich aanmelden als lid van de Kultuurkamer. Tijdens de bezettingsjaren studeerde hij ook nog directie, harmonie en contrapunt bij de componist Kees van Baaren in Amsterdam. Een ontmoeting met orkestleider Theo Uden Masman leidde ertoe dat Cleber in mei 1945 als trombonist bij diens dansorkest The Ramblers kwam. Echter niet voor lang, want inmiddels had hij van dirigent Dolf van der Linden het verzoek gekregen als trombonist en arrangeur mee te werken aan een nieuw te vormen radio-orkest, het Metropole Orkest. Vanaf de oprichting in november 1945 tot mei 1948 zou Cleber aan dit orkest verbonden blijven. ln diezelfde periode leidde hij ook een eigen twaalfkoppig ensemble, Selecta. Daarnaast speelde hij trombone in enkele door Dolf van der Linden geleide studioformaties, zoals het Decca Swing Combo.
NAAR INDIE
ln juni 1948 vertrok hij naar Nederlands-lndië. Daar stelde hij op verzoek van Radio Batavia een groot amusementsorkest samen, het Cosmopolitain Orkest, bestaande uit veertig musici van verschillende nationaliteiten. Hij zou er tot 1951 blijven. Na de soevereiniteitsoverdracht, eind december 1949, kreeg Cleber van de Nederlandse regering opdracht het lndonesische volkslied ‘lndonesia Raya’ te orkestreren voor symfonieorkest. De orkestratie was een geschenk van Nederland aan de jonge republiek lndonesië.

TERUG BIJ DE AVRO
Toen hij in 1951 terugkeerde uit lndonesië trad Cleber in dienst bij de AVRO, waar hij – samen met Gerard van Krevelen – het AVRO-Theaterorkest dirigeerde. Daarnaast kreeg hij van directeur Willem Vogt de opdracht een nieuw allround amusementsorkest samen te stellen. Eind april 1952 werd het nieuwe orkest, De Zaaiers – genoemd naar het grote wandplastiek boven de ingang van de AVRO-studio – aan de luisteraars voorgesteld. Een jaar later werd ook hier een Cosmopolitain Orkest opgericht, bestaande uit De Zaaiers, aangevuld met extra strijkers. ln de tweede helft van de jaren vijftig en de eerste helft van de jaren zestig was hij ook een van de vaste dirigenten van platenmaatschappij Phonogram. Hij maakte onder meer opnamen met Mieke Telkamp, Corry Brokken, Conny Stuart, Willy Alberti en Jules de Corte. Verder trad hij o.a. op met Yma Sumac, Lys Assia, Vera Lynn, Rosemary Clooney en Judy Garland.

AFRIKAANS UITSTAPJE
ln het voorjaar van 1962 vertrok Cleber naar Zuid-Afrika. Voor de Suid Afrikaanse Uitsaal Korporasie in Johannesburg zou hij een nieuw orkest formeren. Hij kon echter niet vol- doende musici vinden en keerde in 1964 terug naar Nederland. ln februari 1964 was hij weer bij de AVRO in Hilversum. Hij nam er opnieuw de leiding op zich van De Zaaiers en het Cosmopolitain Orkest. Pogingen om deze orkesten aan te passen aan de veranderende muzikale smaak, onder andere door uitbreiding van de ritmesectie, strandden vanwege geldgebrek. ln 1966 besloot de AVRO vanwege de steeds toenemende personeelskosten beide orkesten op te heffen. ln de zomer van dat jaar kreeg Jos Cleber een aanstelling als muziekadviseur bij de AVRO-televisie. ln deze functie was hij onder meer vanaf 1968 tot aan zijn pensionering in 1981 de producer van Jonge mensen op (weg naar) het concertpodium. Voor dit door Joop Stokkermans geregisseerde programma rekruteerde Cleber veelbelovende studenten van Nederlandse en buitenlandse conservatoria, die vervolgens de gelegenheid kregen hun muzikale talenten voor de televisie te presenteren. Hij arrangeerde veel muziek in verschillende genres voor het programma. Ook had Cleber de muzikale leiding bij het jaarlijkse Grand Gala du Disque.

VEELZIJDIG
ln de loop der jaren heeft Cleber veel gecomponeerd, o.a. muziek bij speelfilms, documentaires en radio- en televisiespelen. Hij orkestreerde de musical die Toon Hermans in 1952 schreef en die in 1953 door de AVRO-radio is uitgezonden. Cleber maakte in de loop der jaren ook honderden arrangementen, niet alleen voor zijn eigen orkesten, maar tevens voor het Metropole Orkest en het Promenade Orkest. Een groot deel hiervan bevindt zich in de collectie van de (in 2013 gesloten) Muziekbibliotheek van de Omroep.

ln 1981 ging Cleber met pensioen. Daarmee kwam ook een einde aan zijn muzikale carrière. Hij kreeg nu volop tijd om zich te wijden aan zijn grote hobby, het schilderen, totdat dit begin jaren ’90 door een blijvende motorische storing als gevolg van een licht herseninfarct onmogelijk werd. Na een kort ziekbed kwam op 21 mei 1999 plotseling een einde aan het leven van een man die bijna een halve eeuw lang actief was geweest in de meest uiteenlopende muzikale genres.

Jan Jaap Kassies

 Bron: artikel Rob van Putten

* Jos Cleber in de OmroepmuziekWiki (incl. werkenoverzicht in de omroepmuziekcollectie)

Op 2 juni 2016 zond RTi Hilversum deze Jos Cleber-aflevering van Co Snels radioprogramma Studio Hilversum uit.

OUD EN NIEUW, VAN ALLES WAT: 100 JAAR …TOM ERICH

Zondag 22 mei staat Co Snel in zijn programma ‘Studio Hilversum’ – op RTi Hilversum radio – stil bij de 105e geboortedag van Tom Erich. Dat feit vormt een goede aanleiding om onderstaand artikel van Charlotte Sienema opnieuw te publiceren, dat bij de 100e verjaardag van deze AVRO-coryfee op de MCOMB-website verscheen.

Tom Erich zegt: “De stiptheid van mijn Remova is telkens weer een verrassing voor me. Terwijl u dinsdagsavonds mijn herkenningsmelodie hoort, kijk ik op mijn Remova en zie: ’t is weer zo ver, precies kwart over zes!”. Dan zwelt de melodie en Tom begint zijn vlindervlugge spel. Zijn Remova danst mee op de cadans van de muziek, ‘t is shockproof en verdraagt dus de meest temperamentvolle aanslag. Onze toetsenvirtuoos kan het weten: Remova kan de zwaarste toets doorstaan!

Temperamentvol en vlindervlug. Zo wordt in een reclameadvertentie van horlogemerk Remova in de jaren ’50 de speelstijl van pianist Tom Erich omschreven. Tom Erich was in de jaren ’50 en ’60 een begrip. Iedere dinsdagavond om kwart over zes zond de AVRO-radio zijn programma Oud en nieuw, van alles wat uit. Een kwartiertje pianomuziek, ruim 20 jaar lang.

Tom Erich werd op 26 mei 1911 geboren in een gezin met 10 kinderen in de Amsterdamse Kinkerstraat. Zijn vader was eigenaar van 5 rijwielzaken en één van die zaken was voor Tom bestemd. Op zijn vijftiende verdiende hij echter al de kost in de muziek. Hij begon als pianist in café De Munttoren en kwam vervolgens bij het Apollotheater in Amsterdam terecht, als begeleider van stomme films. Daarnaast speelde hij in bars en restaurants. Zijn talent werd ontdekt door de groten van de Nederlandse kleinkunst en hij werd de begeleider van onder meer Louis Davids en Lou Bandy.

Tom Erich, Johnny Meyer, Wim Kastelein (?) en Lex Vervuurt (leden van AVRO-leans,  rond 1950)

Tom Erich, Johnny Meyer, Wim Kastelein (?) en Lex Vervuurt (leden van ensemble AVRO-leans, rond 1950)


In 1946 trad Erich in dienst van de AVRO. Hij zou hier tot zijn pensioen in 1976 blijven. Hij leidde tal van populaire ensembles als de Avroleans, Harmonetto, De Papavers, Melodie en Ritme en Tom’s Prairie Pioneers. Drie namen ontbraken daarbij nooit: die van zangeres Annie de Reuver, gitarist/zanger Eddy Christiani en accordeonist Johnny Meyer. Met Johnny Meyer, Wim Sanders (gitaar) en Ger Daalhuisen (bas) gaf hij tientallen langspeelplaten uit onder de titel Five o’clock tea. Op de Bonte Dinsdagavonden van de AVRO trad ditzelfde ensemble op als Koffiekamer Kwartet.

In de jaren ’70 waren de hoogtijdagen van de radio-ensembles voorbij. Op de radio werden steeds meer grammofoonplaten gedraaid. Oud en nieuw, van alles wat werd stopgezet. In een interview in het Algemeen Dagblad zei Erich hierover: “Nou, ik vind dat een beetje moeilijk. Kijk, gaandeweg werd er meer gepraat op de radio. Er kwam meer geklets. Voor het nieuws, tijdens het nieuws en achter het nieuws. En heel geleidelijk aan kwam ik er niet meer aan te pas. Ik voelde het aankomen. Ze zeiden wel dat de belangstelling terugliep, maar toen eenmaal de beslissing was gevallen dat ik zou ophouden met mijn programma, toen was de klap wel groot, natuurlijk”.

De jaren tot zijn pensionering was Erich medewerker van de afdeling lichte muziek bij de AVRO. Hij produceerde onder meer Muzikaal onthaal en De Arbeidsvitaminen.

Tom Erich stierf op 23 augustus 1978 na een auto-ongeluk. Hij werd 67 jaar.

Naast pianist/orkestleider is Erich ook bekend geworden als componist/arrangeur. Hij schreef honderden liedjes, veelal op teksten van Stan Haag en Anton Beuving. Heel bekend werd Kijk eens in de poppetjes van mijn ogen (tekst: Nick Holwerda) in de uitvoering van Annie de Reuver en Karel van der Velden met het orkest The Skymasters o.l.v. Bep Rowold. Andere bekende liedjes zijn: Kleine Greetje uit de polder, ‘s Avonds als het kampvuur brandt en Vanavond om kwart over zes ben ik vrij. Dit laatste liedje bereikte in de uitvoering van Willeke Alberti zelfs de hitparade.
Bronnen:
• twee interviews met Tom Erich uit 1976 (waarvan één uit het AD van 2 juli 1976).
Uitgaven van Tom Erichs composities in de omroepmuziekcollectie

Beluister ook Co Snels Erich-hommage t.g.v. diens 105e geboortedag.

100 JAAR WILLY SCHOBBEN

Willy Schobben bij het Hilversumse Raadhuis in 1962

Willy Schobben bij het Hilversumse Raadhuis in 1962

Vandaag (5 september 2015) vieren we de 100e geboortedag van de Limburgse trompettist en orkestleider Willy Schobben (Maastricht, 5 september 1915 – Kerkrade, 25 maart 2009).
Ter gelegenheid van dit feit stelde radiomaker Co Snel een portret samen als aflevering van zijn programma ‘Studio Hilversum’ voor de lokale zender RTi Hilversum. De uitzending is hier terug te luisteren. Lees ook Willy Schobben-biografie in de Muziekencyclopedie.

In deze uitzending van een uur passeren de volgende stukken de revue (van nrs. 5 en 11 is de bladmuziek op deze site te downloaden):
1. Happy José, Norman Malkin/Jesse Gonzales. Orkest Willy Schobben (1962).
2. Carnaval de Venice, Julius Benedict. Idem (1967).
3. Tschiou, tschiou, André Hornez/Nicanor Molinare. Annie de Reuver met AVRO’s Dansorkest The Skymasters o.l.v. Pi Scheffer (inclusief Willy Schobben, trompet) (1946).
4. Trumpet tango, Willy Schobben. Malando en zijn tango-orkest (1961).
5. Do you remember? (Weet je nog? uit de film Jenny), Jos Cleber. Ballroom Orkest Willy Schobben (1969).
6. Willy praat even/Mexico, Boudleaux Bryant. Orkest Willy Schobben (1961).
7. Napoli, Willy Schobben. Orkest Willy Schobben (1961).
8. Mallorca, Willy Schobben. Orkest Willy Schobben (1962).
9. Benfica, Willy Schobben. Orkest Willy Schobben (1962).
10. Ballad of the trumpet, John Pisano. Idem (1962)/stukje origineel: La ballata della tromba door trompettist Nini Rosso.
11. Heisser Sand, (Brandend zand), Werner Scharfenberger. Orkest Willy Schobben (1962).
12. O passo do Kanguru, Haraldo Lobo/Milton de Oliveira. Idem (1963).
13. Eenzame stad, Willy Schobben/Karel van der Velden. Karel van der Velden met orkest Willy Schobben (1968).
14. Lapland, Mats Olsson. Orkest Willy Schobben (1965).
15. Viva la papa col pomodore, Nino Rota. Idem (1965).
16. Olé Cruyff, Willy Schobben. Idem (1975). Gedeeltelijk.
17. Shalom Aleichum, traditional/arrangement Willy Schobben. Idem.

HONDERD JAAR GELEDEN GEBOREN: DOLF VAN DER LINDEN – 35 JAAR VOOR HET METROPOLE ORKEST

Het is een zeldzaamheid: een dirigent die 35 jaar lang chef van éénzelfde orkest is.
Dolf van der Linden richtte het Metropole Orkest in 1945 op, kort na de Tweede Wereldoorlog dus, en bleef tot 1980 op zijn post. In deze periode componeerde en arrangeerde hij vele honderden stukken, in zeer uiteenlopende genres. De sinds twee jaar ontoegankelijke kelder van het MCO-gebouw aan Hilversumse Heuvellaan bevat zo’n 5 kilometer bladmuziek, waarin de collectie van het Metropole Orkest een flink aantal kasten vult. Wanneer men die mappen opent treft men Dolf van der Lindens naam het vaakst aan. Decennialang schreef hij muziek voor zijn orkest (en andere ensembles), uiteenlopend van het hoorspel Metropolichinel (1946) op tekst van de grote (VARA-hoorspelregisseur) S. de Vries jr., via een arrangement van een aria uit Cilea’s opera Adriana Lecouvreur (1980) tot muziek voor de Toon Hermans-film Monsieur Moutarde van Sonansee en uiteraard talloze composities en arrangementen op het terrein van de amusementsmuziek en de jazz voor het Metropole Orkest. Een kleine selectie van zijn muzikale nalatenschap is op onze website te vinden.

Doordat zijn activiteiten zich uitstrekten over een zeer breed terrein kreeg hij zelden ‘gedocumenteerde erkenning’ voor zijn gehele oeuvre. Ook het feit dat veel van zijn werk niet is gepubliceerd maar handschrift is gebleven, heeft het verkrijgen van een overzicht voor ‘niet-ingewijden’ bemoeilijkt. Daar komt nog bij dat hij  veel muziek schreef voor film en tv, genres die zich meestal onttrekken aan de standaard-werkenlijsten. In naslagwerken werden vaak dezelfde ‘feitjes’ herhaald over zijn opleiding, zijn betekenis voor het Eurovisie Songfestival etc.
Daarom is het goed dat Bas Tukker de beschikbare informatie over leven en werk van Dolf van der Linden heeft verzameld en op basis daarvan een biografie heeft geschreven. Tukker was al zeer goed op de hoogte van Van der Lindens activiteiten in Songfestival-verband, door zijn research voor de website ‘And the conductor is…‘,  die veel gegevens bevat over dirigenten die ooit actief waren bij het Eurovisie Songfestival.
Een curieus document uit 1958 dat onlangs opdook biedt een fraai inkijkje in de wereld van het muziekauteursrecht. De aangeschrevene besluit zijn (concept)antwoord als volgt:

‘Ik heb het nu weer opgelost en hoop in de toekomst een beter overzicht te verkrijgen wat er zo met mijn werkjes gebeurt’.

Dolf_van_der_Linden_BUMA_samen Het orkest organiseert vandaag,  op de 100ste geboortedag van zijn oprichter, een bijzonder evenement in het Muziekcentrum van de Omroep in Hilversum. Onderdeel ervan  is de presentatie van het boek ‘Dolf van der Linden: de vader van het Metropole Orkest‘, geschreven door Bas Tukker op initiatief van de Stichting Vrienden van het Metropole Orkest. Daarbij zal het orkest onder leiding van Jan Stulen een selectie van muziek spelen uit het rijke muziekarchief dat onder het 35-jarig bewind van Van der Linden werd opgebouwd.

De naam van de grote omroepmusicus zal ook voortleven in de nieuwe woonwijk die aan de oostzijde van Hilversum verrijst. Naast o.a. (zijn opvolger) Rogier van Otterloo, Pi Scheffer en Jos Cleber wordt daar ook een straat vernoemd naar de vandaag honderd jaar geleden geboren Dolf van der Linden.

Jan Jaap Kassies

LINK:
Werken van Dolf van der Linden in de Omroepmuziekcollectie

Op 12 juli zond Co Snel op RTi Hilversum een Dolf van der Linden-special uit t.g.v. diens 100e geboortedag. Hieronder kunt u die radiouitzending terugluisteren.

EEUWELING MEINDERT BOEKEL

meindert-boekel_1965_GOKIn 1995 begon S.M.W. Bezemer zijn bespreking van de biografie van Caspar Becx over Meindert Boekel als volgt: “Er zijn (of er waren) in ons land mensen die gedurende hun leven grote bekendheid genoten, maar die na hun dood snel vergeten zijn. De oorzaak van hun bekendheid lag niet zo zeer in hetgeen ze nalieten, maar meer in de wijze waarop ze tijdens hun leven hun werk deden. De musicus Meindert Boekel (1914 – 1989) was zo iemand. Jarenlang was hij werkzaam als dirigent bij de NCRV en de Nederlandse Radio Unie, de latere NOS.
Zijn naam kwam regelmatig voor in de programmabladen en in de harmonie- en fanfarewereld was hij min of meer een begrip. Toch was hij na zijn pensionering in 1979 snel vergeten. Kwam dat omdat zijn (uitgebreide) oeuvre zo weinig mensen aansprak? Of was de bescheidenheid van deze wat stille Westfries de oorzaak? In een beknopte biografie probeert Caspar Becx een antwoord op de vraag te geven.”
Wat zes jaar na zijn overlijden gold, geldt na 25 jaar in nog sterkere mate. Reden om aandacht te besteden aan deze musicus, die decennialang een belangrijke rol speelde als koordirigent bij ‘de Nederlandse omroep’.

Lees verder op het MuDaKo-blog

Meindert Boekel in de OmroepmuziekWiki

DE VEELZIJDIGHEID VAN COR DE GROOT (1914-1993)

Halverwege zijn leven bevond Cor de Groot zich op het toppunt van zijn carrière: de Philips-catalogus vermeldde in 1953 talloze opnamen door de pianist van werken van Chopin, Albeniz, De Falla en pianoconcerten van Liszt, Morton Gould en Beethoven, alle drie met dirigent Willem van Otterloo. Otto Ketting omschreef (in het booklet bij de cd-box Willem van Otterloo – the original recordings 1951-1966, waarin de pianoconcerten nr. 1 en 2 van Rachmaninov en Beethovens derde) hun gedeelde muzikale opvatting: ‘verstandelijk maar niet emotieloos, uitgaan van de partituur en analytisch, geen toeters en bellen. Daarnaast was De Groot evenals Van Otterloo componist en zijn zicht op de grote vorm blijft steeds aanwezig’. Ketting noemt De Groot ‘de meest prominente pianist van zijn generatie’ (vermoedelijk dacht hij daar ‘Nederlandse’ bij).
Tussen 1937 en 1959 was hij 71 keer solist bij het Concertgebouworkest, o.a. in 1942, toen hij o.l.v. Paul van Kempen zijn eigen pianoconcert in Fis gr.t. uitvoerde. Hij had het al tien jaar eerder voltooid, en opgedragen aan zijn leermeester aan het Amsterdams Conservatorium, Ulfert Schults. (Een kopie van het handschrift is op deze site te vinden) . Op de laatste pagina’s heeft De Groot genoteerd welke uitvoeringen er van dit werk zijn gevolgd.)

Lees verder op de Mudako-blog