Categorie archief: Omroepmusici

‘MENEER’ COR STEYN: VAN CONCERT- NAAR HAMMOND- EN MAGISCH ORGEL

17 november is het 50 jaar geleden dat de vriendelijke virtuoze musicus Cor Steyn overleed. Hij werd geboren op 22 december 1906 in Leiden. In het bevolkingsregister wordt zijn naam als Steijn genoteerd. Het was de bedoeling dat Cor in de klassieke sector terecht kwam. Vanaf z’n vijfde jaar volgde hij piano- en vioolles bij achtereenvolgens A. Peers, Jaap Stotijn (vooral bekend als hoboïst), Karel August Textor en de heer Gerbrands. In 1918 deed de jonge Steyn vervroegd toelatingsexamen aan Het Koninklijk Conservatorium in Den Haag, waar violist/dirigent André Spoor zijn leermeester werd. Op 14-jarige leeftijd trad Cor op als concertpianist. Een paar jaar later koos hij voor de lichte muziek, mede door geldnood. In 1928 maakte Steyn zijn eerste opnamen met het toenmalige PHOHI-orkest o.l.v. Lou Cohen in het Amsterdamse Muziek Paviljoen. Gespeeld werden titels als Dort, wo die Wälder grün en Zigeunerweisen. Hij musiceerde in cafés, hotels, cabarets en bioscopen.
In 1932 kwam hij in vaste dienst van de VARA, aanvankelijk als accordeonist en ensembleleider; bv. Dubbel X, De Zonnekloppers en Steyn’s Accordeonorkest. Afwisselend met Johan Jong bespeelde hij daarnaast het Concertorgel van die omroep. Vanaf 1935 kwamen er ook uitzendingen vanuit het Amsterdamse City Theater met Steyn aan het cinema-orgel. Hij volgde de legendarische Britse organist Reginald Foort op. Steyn leidde en begeleidde het publiek in de Community Singing op zondagmorgen. Op de andere Hilversumse zender werden er geestelijke liederen bij een orgel gezongen via NCRV en KRO. In 1936 en 1937 werden City Theater-plaatopnamen gemaakt bij Decca van orgelmedleys met titels als After the ball, Vieni, vieni en de KLM-mars van Willy Schootemeyer. Daarnaast zelfstandige melodieën, zoals Monkey tricks (november 1937), Until tomorrow en An old Hawaiian guitar. De AVRO kon natuurlijk niet achterblijven en kocht ook een concertorgel, dat vanaf 1936 werd bespeeld door Pierre Palla. In die jaren mochten AVRO-leden niet naar de VARA luisteren, andersom ook niet. Cor Steyn en Pierre Palla hadden maling aan die scheiding, ze gingen vrolijk samen vissen. Aardige bijkomstigheid is dat het AVRO Concertorgel vanaf 2016 opgesteld zal staan in de oude VARA Studio aan de Heuvellaan in Hilversum. Tegenwoordig huist het Muziekcentrum van de Omroep in dat gebouw.

Als op het Leidscheplein
In 1939 componeerde Steyn in samenwerking met zijn naamgenoot Cor Lemaire de muziek voor de film Boefje van regisseur Detlef Siercx (Douglas Sirk) met de toen 45-jarige Annie van Ees als Boefje.
Op een voorjaarsdag in 1941 liep er een ‘boefje’ het City Theater in, om een grammofoonplaat te maken met Cor Steyn aan het orgel. Het was de toen 14-jarige Careltje Verbrugge, beter bekend als Willy Alberti, die als nog jonger knaapje al op straat had gezongen met zijn neefje Johan van Musscher (vanaf 1954 beroemd als Johnny Jordaan). In 1940 kreeg Willy een rol in de revue-operette Rose Marie in Carré in Amsterdam. Daar waar Annie van Ees een jongetje had gespeeld, vertolkte Careltje het bedelmeisje Mary met haar pop. Alberti en Steyn legden de liedjes Alleen is maar alleen en Mijn sprookjesboek, geschreven door Chris Reumer vast. In de zenuwen had Willy het tweede couplet van het sprookjesboek twee keer gezongen. Men liet het zo. Vanaf 1941 tot 1944 leidde Cor Steyn het orkest van de door René Sleeswijk geproduceerde Snip en Snap-revue met Willy Walden en Piet Muyselaer. Uit de revue Tok, tok, tok alweer een ei in 1943, stamt één van de mooiste Nederlandse liedjes aller tijden: Als op het Leidscheplein de lichtjes weer eens branden gaan. Cor Steyn componeerde de melodie, Bert van Eijck (pseudoniem voor Jacques van Tol) schreef de tekst. Willy Walden zette het met het orkest van Cor Steyn op de plaat.
Intussen had zangeres (crooner) Topy Glerum, die in 1936 opnamen had gemaakt met De Ramblers o.l.v. Theo Uden Masman, in 1942 de song Crying my heart out for you bij het cinema-orgel gezongen. Die opname is bewaard gebleven. In 1944 ging de film Drie weken huisknecht in première. Paul Steenbergen had als jonkheer Alfred de Beaucour de hoofdrol in deze rolprent van Walter Smith. Cor componeerde er de muziek bij.

VARA-ensembles en -orkesten
Cor Steyn koos na de Tweede Wereldoorlog duidelijk voor het orgel, met name het in 1934 ontdekte pijploze hammondorgel. Hij bleef het concertorgel bespelen net als Johan Jong, maar Cor werd ook leider van diverse orkesten en ensembles. Hij kwam in 1949 in vaste dienst van de VARA. Aanvankelijk een jaar medewerker van de propaganda en programmadienst. Steyn vloog uit en speelde orgel bij de radio-omroepen van Canada, Zweden, Denemarken, Duitsland, Zwitserland, België en de BBC in Londen.
Begin jaren ‘50 leidde hij voor de VARA het ensemble Zeven man en een meisje met Cor aan het orgel; Sem Nijveen en Benny Behr, viool; Ger van Leeuwen, piano; Wim Sanders, gitaar; Ger Daalhuisen bas en vermoedelijk Wim van Steenderen, klarinet. Het meisje was in het begin zangeres Sonja Oosterman, opgevolgd door Corry Brokken. Op VARA-radio hoorden de luisteraars ook het Hammond Trio of Kwartet van Cor, dat vanaf 1953 grammofoonplaten maakte. In de ritmesectie wederom Wim Sanders, gitaar en Ger Daalhuisen, bas. Hetzij Cor van de Berg, hetzij Kees Kranenburg nam plaats achter het drumstel. Op het repertoire stonden vooral medleys van bekende melodieën en de hits van dat moment, maar ook eigen composities van Steyn, zoals The Amsterdam polka.
cor_steyn_zeven_man_meisje
‘Meneer’ Cor Steyn
Over het begin van de samenwerking tussen Cor Steyn en zwerver Dorus, een type van Tom Manders bestaan verschillende versies. De eerste tv-uitzending van het cabaret Saint-Germain-de-Prés van Dorus was op 23 april 1955. Tom Manders liet de entourage van het cabaret, dat op 1 mei 1953 was gestart aan het Rembrandtplein in Amsterdam nabouwen in de tv-studio. De ene bron zegt dat Cor Steyn Tom Manders begeleidde als pianist, de andere bron zegt dat De Ramblers o.l.v. Theo Uden Masman er optraden en een keer met vakantie waren. Cor Steyn trad toen als vervanger op aan het hammondorgel. Het is zeer onwaarschijnlijk dat het dansorkest daar optrad. De betreffende journalist zal in de war geweest zijn met het radiodebuut.
Dat maakte Tom Manders op 11 februari 1956 in de 100ste aflevering van VARA’s zaterdagavondprogramma Showboat, geproduceerd door Karel Prior. Dorus werd op de radio aanvankelijk begeleid door Het Metropole-Orkest o.l.v. Dolf van der Linden of De Ramblers. Tijdens een vakantie van Theo Uden Masman’s orkest, koppelde Karel Prior Cor Steyn als begeleider aan Dorus en vroeg hem om naast zijn gebruikelijke conference ook zo nu en dan een liedje te zingen. Manders had daar zo zijn twijfels over. Maar de eerste, eind 1956, was gelijk raak. Twee motten zou Dorus’ grootste succes worden. Een lange rij populair geworden liedjes volgde. Onder meer De nachtwacht, Lompen en metalen, M’n bolhoed op me ene oor (Paris canaille), Ik loop met veters, Me auto (hoestbui op vier wielen) en De crocus en de hyacint. Dorus noemde zijn begeleider ‘meneer’ Cor Steyn. De man achter de drums ‘meneer’ Kees Kranenburg.
Toen Karel Prior wegens onenigheid vertrok bij de VARA en zijn hele stal meenam naar de AVRO, bleef Tom Manders bij de VARA. Hij had zoveel aan deze omroep te danken. Nog even was Dorus te horen in het zaterdagavond radioprogramma Plein 8.13, geproduceerd door Karel Prior. Op 10 mei 1958 nam Dorus afscheid van de radio, maar anderhalf jaar later was hij alweer terug in het programma Week uit, week in, geproduceerd door Joop Koopman. Cor Steyn assisteerde de gemoedelijke zwerver wederom. In 1961 stopte de samenwerking. Op de plaat was dat al in de loop van 1958 gebeurd. Op de single (Zorg dat je erbij komt) Bij de marine met orkest, hoor je Cor nog even bij de zuchtende ‘militairen’.
cor_steyn_met_Dorus

Dutch rag
Terug naar 1956. Sem Nijveen werd in dat jaar vioolsolist bij het Ritmisch Strijkorkest van Cor Steyn voor VARA-radio. Op een eerste LP stonden melodieën als Cheek to cheek, Glutrote Rosen en Georgia on my mind. Kort daarop verscheen in december 1956 weer een langspeler van deze formatie onder de titel Love is in the air met liedjes als Melody of love, Ich werde jede Nacht von Ihnen träumen en Poor butterfly. Kennelijk had Cor in Canada de naar dat land geëmigreerde zangeres Ina Verwoerd ontmoet, want even terug in Nederland maakte ze in 1957 de LP Music, maestro please met het orkest Cor Steyn. Hierop songs als My heart belongs to daddy, If I loved you en I’ll walk alone. Ina was vooral bekend geworden door het liedje Je moet nog even aan me denken van tekstdichter Joop Driessen en het pianoduo André de Raaff en Jacques Schutte, vooral populair in 1949 en 1950. Over dat pianoduo gesproken, het verzorgde radio-uitzendingen voor alle omroepen in NRU (Nederlandse Radio Unie)-verband. In oktober 1956 verscheen van hen op plaat Dutch rag, een compositie van Cor Steyn, waarin diverse vaderlandse liederen uit de bundel Kun je nog zingen, zing dan mee waren verwerkt, zoals De zilvervloot en Merck toch hoe sterck.
Hoewel Corry Brokken vooral werkte met dirigenten als Jos Cleber en later Bert Paige, liet ze zich in 1957 begeleiden door een orkest onder leiding van Cor Steyn. Op de Nationale finale van het Eurovisie Songfestival in 1957 had Corry Iwan, een lied van tekstdichter Alexander Pola en trombonist/oud Skymasters-dirigent Pi Scheffer gezongen. Het werd bekend onder de naam De messenwerper.
Even terzijde: Corry won de Nationale en ook Europese Finale in Frankfurt in 1957 met het andere liedje dat ze zong; Net als toen van Guus Jansen (muziek) en Willy van Hemert (tekst).

Willy, Wilma en Annie
Nederlandse composities vormden het repertoire van De Klompendansers, een totaal vergeten VARA-ensemble van Cor Steyn, dat een paar jaar bestond. Hierbij werd gezongen door Jopie Kanters en Henk Janmaat. In 1961 ontmoette Cor Steyn zanger Willy Alberti weer. Onder de schuilnaam Pietro Cordone maakte Cor met zijn orkest Italiaanse halfuurtjes met Alberti, de Amsterdamse Tenore Napolitano. Liederen als O Marenariello, Cerasella en Romantica. Die uitzendingen waren meestal tweewekelijks op vrijdag van 18.20 uur tot 18.50 uur. De andere week leidde Cor een orkest, waarbij Annie Palmen zong. Annie was vooral KRO-zangeres geweest. Zij kon naast Nederlandse liedjes en Amerikaanse evergreens ook Franse chansons kwijt. Na een zomerstop kwam in oktober de sopraan Wilma Driessen erbij. Cor en zijn orkest hadden Wilma al eerder in de platenstudio ontmoet. De daaruit voortgekomen plaat – waarvan de Parla waltz van Luigi Arditi met enige regelmaat in de lente van 1962 werd geprogrammeerd – lijkt van de aardbodem verdwenen. Rondom de orkestuitzendingen, die in de loop van 1963 stopten, verzorgde Cor Steyn halfuren aan het hammondorgel met gastsolisten als Sonja Oosterman, Conny van den Bos (dat schreef je toen nog los), Jenny Roda, Henk Janmaat, Max van Praag en mondharmonicavirtuoos John Larryson van het trio The Larrysons. De gekste dingen maak en maakte je mee bij de publieke omroep… Eind 1962 mocht het woord hammondorgel niet meer gebruikt worden. Dat was reclame maken voor het instrument. Het werd als elektronisch orgel of elektronenklavier aangekondigd. Vanaf oktober 1963 programmeerde de VARA het Orgelkwartet Cor Steyn in stereo. Hierbij als vanouds Wim Sanders, gitaar en Ger Daalhuisen, bas. Drummer was Martin Beekmans.

Magic organ
Intussen zat Cor op 5 juni 1963 voor het eerst achter het magisch orgel in een radio-uitzending. Het instrument was gebouwd door Jaap Keizerwaard, een slimme technicus uit Berkel. Dans om de rinkelbom, een eigen compositie van Cor uit het repertoire van De Klompendansers was één van de eerste plaatopnamen op het magisch orgel. Er werden weinig radio-uitzendingen met het magic organ gemaakt, des te meer grammofoonplaten. In twee jaar tijd verschenen er zo’n vijf LP’s, enkele EP’s en singles, waarbij een tweede eigen compositie van Cor getiteld Little tune. Drummers als Martin Beekmans en Wim van der Braak begeleidden Cor aan zijn magisch orgel. Aan de Amsterdamse grachten van Pieter Goemans met op de keerzijde Wilde Ganzen, een compositie van Eddy Christiani was de laatste 45 toerenplaat, opgenomen in 1965.
cor_steyn_op_orgel

Opmerkelijk genoeg keerde vanaf oktober 1964 het Ritmisch strijkorkest, dat in 1956 op de radio debuteerde, terug voor onregelmatige uitzendingen, nu in stereo. Cor Steyn had ook eigen tv-programma’s. Na Rondom Cor Steyn kwam in 1964/’65 de show Tussen Bach en Beatles, een co-productie met de Bayrischen Rundfunk. Hierin traden onder meer op Shirley Zwerus, trompettist Gerard Engelsma en het duo Les Shalom, dat zich in navolging van The Barry Sisters had gespecialiseerd in Jiddische liedjes. Een viertal werd in 1965 op plaat gezet met het orkest Cor Steyn. Titels als Shoimele, malkele en Vjoch, tjoch, tjoch.
Op 25 oktober 1965 introduceerde Cor Steyn het Radio Concertorgel, dat de NRU had gekocht van de BBC. Er werden enkele opnamen gemaakt die later op het VARAgram-label verschenen.; onder meer Moonglow en een selectie uit de musical Annie get your gun. De laatste aankondiging van het Orgelkwartet Cor Steyn was op woensdag 24 november en de laatste van het Ritmisch Strijkorkest op vrijdag 26 november 1965. Die programma’s kwamen te vervallen, zoals een omroeper van dienst zei. Cor Steyn was namelijk op 17 november 1965 – nog geen 59 jaar oud – in Hilversum overleden aan een hartaanval. Na zijn dood verschenen er talloze heruitgaven en compilaties van de platen die hij tussen 1953 en 1959 bij Philips (Phonogram) opnam en de zwarte schijven die tussen 1959 en 1966 bij Imperial (Bovema) verschenen.

Cor Steyn trouwde in 1931 met Hielechien Neuwitter. Uit dat huwelijk werden twee zoons geboren. In 1945 trouwde Cor met Rita Helen Wengler. Uit dit huwelijk werden twee zoons en een dochter geboren.

Tekst: Co Snel.

Bronnen: Diverse wikipedia-artikelen, radio-gidsen, platenhoezen, OmroepmuziekWiki en eigen geheugen.

Lees ook: Van Hammond-orgel tot Honegger: Cor Steyn 50 jaar geleden overleden

Op 15 november zond RTi Hilversum deze Cor Steyn-aflevering van Co Snels radioprogramma Studio Hilversum uit.

LINKS
bladmuziek van composities van Cor Steyn op deze website
overzicht van Cor Steyn-repertoire in de MCOMB-catalogus
overzicht van composities van Tom Manders in de MCOMB-catalogus
Cor Steyn in de OmroepmuziekWiki
Cor Steyn in de VARA-biografie
Cor Steyn in de Muziekencyclopedie

Zie ook:

Beluister ook Co Snels radioprogramma over VARA-ensembles

100 JAAR WILLY SCHOBBEN

Willy Schobben bij het Hilversumse Raadhuis in 1962

Willy Schobben bij het Hilversumse Raadhuis in 1962

Vandaag (5 september 2015) vieren we de 100e geboortedag van de Limburgse trompettist en orkestleider Willy Schobben (Maastricht, 5 september 1915 – Kerkrade, 25 maart 2009).
Ter gelegenheid van dit feit stelde radiomaker Co Snel een portret samen als aflevering van zijn programma ‘Studio Hilversum’ voor de lokale zender RTi Hilversum. De uitzending is hier terug te luisteren. Lees ook Willy Schobben-biografie in de Muziekencyclopedie.

In deze uitzending van een uur passeren de volgende stukken de revue (van nrs. 5 en 11 is de bladmuziek op deze site te downloaden):
1. Happy José, Norman Malkin/Jesse Gonzales. Orkest Willy Schobben (1962).
2. Carnaval de Venice, Julius Benedict. Idem (1967).
3. Tschiou, tschiou, André Hornez/Nicanor Molinare. Annie de Reuver met AVRO’s Dansorkest The Skymasters o.l.v. Pi Scheffer (inclusief Willy Schobben, trompet) (1946).
4. Trumpet tango, Willy Schobben. Malando en zijn tango-orkest (1961).
5. Do you remember? (Weet je nog? uit de film Jenny), Jos Cleber. Ballroom Orkest Willy Schobben (1969).
6. Willy praat even/Mexico, Boudleaux Bryant. Orkest Willy Schobben (1961).
7. Napoli, Willy Schobben. Orkest Willy Schobben (1961).
8. Mallorca, Willy Schobben. Orkest Willy Schobben (1962).
9. Benfica, Willy Schobben. Orkest Willy Schobben (1962).
10. Ballad of the trumpet, John Pisano. Idem (1962)/stukje origineel: La ballata della tromba door trompettist Nini Rosso.
11. Heisser Sand, (Brandend zand), Werner Scharfenberger. Orkest Willy Schobben (1962).
12. O passo do Kanguru, Haraldo Lobo/Milton de Oliveira. Idem (1963).
13. Eenzame stad, Willy Schobben/Karel van der Velden. Karel van der Velden met orkest Willy Schobben (1968).
14. Lapland, Mats Olsson. Orkest Willy Schobben (1965).
15. Viva la papa col pomodore, Nino Rota. Idem (1965).
16. Olé Cruyff, Willy Schobben. Idem (1975). Gedeeltelijk.
17. Shalom Aleichum, traditional/arrangement Willy Schobben. Idem.

HONDERD JAAR GELEDEN GEBOREN: DOLF VAN DER LINDEN – 35 JAAR VOOR HET METROPOLE ORKEST

Het is een zeldzaamheid: een dirigent die 35 jaar lang chef van éénzelfde orkest is.
Dolf van der Linden richtte het Metropole Orkest in 1945 op, kort na de Tweede Wereldoorlog dus, en bleef tot 1980 op zijn post. In deze periode componeerde en arrangeerde hij vele honderden stukken, in zeer uiteenlopende genres. De sinds twee jaar ontoegankelijke kelder van het MCO-gebouw aan Hilversumse Heuvellaan bevat zo’n 5 kilometer bladmuziek, waarin de collectie van het Metropole Orkest een flink aantal kasten vult. Wanneer men die mappen opent treft men Dolf van der Lindens naam het vaakst aan. Decennialang schreef hij muziek voor zijn orkest (en andere ensembles), uiteenlopend van het hoorspel Metropolichinel (1946) op tekst van de grote (VARA-hoorspelregisseur) S. de Vries jr., via een arrangement van een aria uit Cilea’s opera Adriana Lecouvreur (1980) tot muziek voor de Toon Hermans-film Monsieur Moutarde van Sonansee en uiteraard talloze composities en arrangementen op het terrein van de amusementsmuziek en de jazz voor het Metropole Orkest. Een kleine selectie van zijn muzikale nalatenschap is op onze website te vinden.

Doordat zijn activiteiten zich uitstrekten over een zeer breed terrein kreeg hij zelden ‘gedocumenteerde erkenning’ voor zijn gehele oeuvre. Ook het feit dat veel van zijn werk niet is gepubliceerd maar handschrift is gebleven, heeft het verkrijgen van een overzicht voor ‘niet-ingewijden’ bemoeilijkt. Daar komt nog bij dat hij  veel muziek schreef voor film en tv, genres die zich meestal onttrekken aan de standaard-werkenlijsten. In naslagwerken werden vaak dezelfde ‘feitjes’ herhaald over zijn opleiding, zijn betekenis voor het Eurovisie Songfestival etc.
Daarom is het goed dat Bas Tukker de beschikbare informatie over leven en werk van Dolf van der Linden heeft verzameld en op basis daarvan een biografie heeft geschreven. Tukker was al zeer goed op de hoogte van Van der Lindens activiteiten in Songfestival-verband, door zijn research voor de website ‘And the conductor is…‘,  die veel gegevens bevat over dirigenten die ooit actief waren bij het Eurovisie Songfestival.
Een curieus document uit 1958 dat onlangs opdook biedt een fraai inkijkje in de wereld van het muziekauteursrecht. De aangeschrevene besluit zijn (concept)antwoord als volgt:

‘Ik heb het nu weer opgelost en hoop in de toekomst een beter overzicht te verkrijgen wat er zo met mijn werkjes gebeurt’.

Dolf_van_der_Linden_BUMA_samen Het orkest organiseert vandaag,  op de 100ste geboortedag van zijn oprichter, een bijzonder evenement in het Muziekcentrum van de Omroep in Hilversum. Onderdeel ervan  is de presentatie van het boek ‘Dolf van der Linden: de vader van het Metropole Orkest‘, geschreven door Bas Tukker op initiatief van de Stichting Vrienden van het Metropole Orkest. Daarbij zal het orkest onder leiding van Jan Stulen een selectie van muziek spelen uit het rijke muziekarchief dat onder het 35-jarig bewind van Van der Linden werd opgebouwd.

De naam van de grote omroepmusicus zal ook voortleven in de nieuwe woonwijk die aan de oostzijde van Hilversum verrijst. Naast o.a. (zijn opvolger) Rogier van Otterloo, Pi Scheffer en Jos Cleber wordt daar ook een straat vernoemd naar de vandaag honderd jaar geleden geboren Dolf van der Linden.

Jan Jaap Kassies

LINK:
Werken van Dolf van der Linden in de Omroepmuziekcollectie

Op 12 juli zond Co Snel op RTi Hilversum een Dolf van der Linden-special uit t.g.v. diens 100e geboortedag. Hieronder kunt u die radiouitzending terugluisteren.

MISHA MENGELBERG – VROEG WERK VOOR ‘HILVERSUM’

De vandaag 80 jaar geworden Misha Mengelberg heeft aan het begin van zijn lange loopbaan enkele verrassende muzikale uitstapjes gemaakt, die men niet direct associeert met de (mede-)oprichter van het ICP Orkest.

Zo schreef hij in 1960 Een roodgeblokte krijgsvogel in opdracht van de AVRO voor het Marimba Tipica Orkest o.l.v. Laguestra (alias Willy Langestraat). De bezetting van het orkest:  piccolo, fluit, hobo, klarinet, fagot, tenorsaxofoon, baritonsaxofoon, 3 trompetten, 3 trombones, marimba, claves, maracas, bongo’s, tomba’s (conga’s), drums en bas. De bladmuziek is bewaard in de (op 1 augustus 2013 gesloten) Muziekbibliotheek van de Omroep.

Een roodblauwgeblokte krijgsvogel

Manuscript Een roodblauwgeblokte krijgsvogel

Dat geldt ook voor Hypochristmutreefuzz (1964), voor Boy’s Big Band o.l.v. Boy Edgar. Bij de uitvoering in The Late Late Show was niemand minder dan Eric Dolphy solist.
Nog enkele voorbeelden van het omroep-oeuvre van Mengelberg:  voor het orkest o.l.v. Ruud Bos componeerde hij  Aolskelekker… (1965) en Monk’s Dream,  voor het Promenade Orkest de Ouverture Barend Servet I (1972) en (eveneens voor de VPRO) Borneose brij voor harmonieorkest (1979).

Een intrigerend werk draagt vermoedelijk de titel HRRG II, hoewel ook de vermelding ‘ICP’ op de bladmuziek is te vinden. Ook de datering is nogal ambivalent: er lijkt ‘14/4/’64’ te staan, terwijl het in het inschrijfboek van de Omroepmuziekbibliotheek bij 8 januari 1973 te vinden is. Bekijkt men de bladmuziek, dan springt direct het Instant Composers-credo in het oog: ‘Schrijf je eigen partijtje.’

Proficiat!

Jan Jaap Kassies

Link:
Composities van Misha Mengelberg in de kelders van het MCO in Hilversum (voor zover digitaal gecatalogiseerd)

Partituur HRRG II

Partituur HRRG II

Pianopartij 'Monk's Dream'

Pianopartij ‘Monk’s Dream’

 

HANS LACHMAN EN DE ANDEREN; OVER DE TOEGANKELIJKHEID VAN CULTUREEL ERFGOED

Het komt voor dat iemand zich herinnert dat ergens in Hilversum een kelder is waarin zich interessante bladmuziek bevindt. Tot deze op 1 augustus 2013 werd gesloten was de Muziekbibliotheek van de Omroep de grootste toegankelijke collectie bladmuziek in ons land, sinds die dag is het de grootste ontoegankelijke muziekcollectie. De bezuinigingen van het (vorige) kabinet hadden naast o.a. het Theater Instituut Nederland, Muziek Centrum Nederland en het Nederlands Muziek Instituut ook het Muziekcentrum van de Omroep resp. doen verdwijnen c.q. zwaar getroffen. Ook voor die fatale datum genoot de Omroepmuziekbibliotheek (MCO-MB) niet de bekendheid die een dergelijke unieke instelling toekomt. Doordat ze van oudsher ‘facilitair’ was aan de omroepmuziekensembles (orkesten en koor) had ze geen eigen gezicht buiten de omroepwereld c.q. Hilversum.

Tijdens de laatste jaren van haar bestaan heeft de MCO-MB echter – vooral dankzij de website en de social media – veel contacten opgebouwd en onderhouden met andere instellingen en personen in het muziekleven. Een belangrijke factor hierbij was dat meer aandacht werd geschonken aan bijzondere vondsten in de collectie. Een paar voorbeelden: toen een aantal handschriften van strijdliederen van Hanns Eisler was ontdekt (in 1933 voor de VARA gecomponeerd) heeft Werner Herbers er een deel van opgenomen met het Metropole Orkest. Hiervan is een deel gebruikt in een item voor het programma OVT van VPRO-radio. Toen op instigatie van Toon Hermans-biograaf Jacques Klöters de bladmuziek van de musical werd gevonden die Hermans zelf heeft geschreven is het idee opgevat deze na ruim 60 jaar weer tot leven te wekken.

Na de sluiting van de MB toonde de redactie van VPRO’s muziekprogramma Vrije Geluiden interesse. Zo ontstond in samenwerking met ondergetekende het plan een aantal parels uit de MB-collectie op te nemen voor tv-uitzending. Na de Aubade voor harp van Jurriaan Andriessen, enkele bigbandarrangementen en het herontdekte Pianotrio van Hans Henkemans is het op 17 mei a.s. de beurt aan een van de ca. 20 hoorspelmuzieken die Jurriaan Andriessen componeerde: De prins die de hik had (1947, tekst: Alexander Pola), waaruit een fraaie selectie te horen/zien zal zijn.

Al deze voorbeelden tonen onmiskenbaar het belang aan van de collectie.

Twee voorbeelden: Hans Lachman en Boy Edgar

Begin deze maand werd in het Limburgse Grubbenvorst het Requiem van Hans Lachman uitgevoerd, bijna 55 jaar na de première/radio-uitzending. Heel goed dat dit werk èn zijn zeer bijzondere ontstaansgeschiedenis weer onder de aandacht worden gebracht. [Op 2 en 3 mei was het Requiem in memoriam van Pastoor Henri Vullinghs uit Grubbenvorst te horen via Radio 5. Luister terug:  deel 1 (EO) en deel 2 (IKON), red.].

Hierbij moet wel worden aangetekend dat het nog beter was geweest als iemand bij de voorbereiding van dit project op het idee was gekomen om informatie te vragen bij de Omroepmuziekbibliotheek. Hans Lachman heeft immers meer dan 15 jaar veel gecomponeerd en gearrangeerd voor uiteenlopende radio-ensembles. Meer dan honderd handschriften zijn hier bewaard, waarvan een deel te vinden is op deze website.

Eerste pagina manuscriptEnkele jaren geleden is de Leo Smit Stichting, betrokken bij dit project, geïnformeerd over de aanwezigheid van vele handgeschreven werken van o.a. Hans Lachman (en ook o.a. Wilhelm Rettich, Israel Olman, Hans Krieg, enz. enz.) Daarom is het merkwaardig dat nu gewerkt is met kopieën van de bladmuziek van het Requiem, terwijl het origineel zich in Hilversum bevindt (zie bijlage: eerste pagina van het partituurmanuscript).

Helaas vormt dit geval geen uitzondering; des te plezieriger is het als de weg naar de Heuvellaan wel wordt gevonden (de MB-collectie is te vinden in het voormalige VARA-studiogebouw aldaar). Zo kwam onlangs een vijftal bezoekers langs om handgeschreven arrangementen voor Boy’s Big Band te bekijken resp. (daarvan) opnamen te maken t.b.v. een documentaire over de leider van die band, die in de jaren ’60 vele opnamen voor de VARA heeft gemaakt: Boy Edgar. Een rondleiding die een medewerker van het Nederlands Jazz Archief eens kreeg in de collectie had geresulteerd in een mail aan schrijver dezes met de vraag of er nog Edgar-materiaal in de collectie aanwezig is, dat kan worden gebruikt bij een concert (15 november a.s., Bimhuis) ter herdenking van de in 1915 geboren jazzgrootheid. Er bleken 30 titels bewaard te zijn gebleven, waaruit nu een selectie wordt gemaakt voor genoemd evenement.

Als er een (fysiek/digitaal) ‘loket’ was om informatie te vragen over de collectie van de Omroepmuziekbibliotheek, zou het vinden van materiaal niet meer afhankelijk zijn van ‘toevallige’ contacten.

Analyse Raad voor Cultuur
Op 8 april publiceerde de Raad voor Cultuur de Agenda Cultuur 2017-2020 (en verder). Dit rapport bevat een analyse van de huidige stand van de erfgoedsector in Nederland, en adviezen aan de minister van OCW om hierin verbetering te brengen. Onder de kop ‘kennisborging erfgoed’ staat:

‘In het erfgoeddomein is er sprake van een verlies van bestaande kennis en expertise. In alle deelsectoren blijkt dit een toenemend probleem. De kennis die uitstroomt wordt onvoldoende overgedragen, waardoor lacunes ontstaan. Daarnaast zijn door de bezuinigingen de plekken om in te stromen afgenomen.’

(…)

‘Om archieven ook in de toekomst toegankelijk te houden zijn specialistische kennis en vakmanschap onmisbaar.’

(…)
(p. 120)

Archieven van bedrijven [...] kunnen even belangrijk zijn als overheidsarchief om het verleden in samenhang te kunnen kennen.

(Dit geldt in hoge mate voor de MB-collectie: hierin bevindt zich immers een groot deel van de muziek die vanaf ca. 1925 door de Nederlandse omroep via radio en tv is gebruikt – en daarmee een aanzienlijk deel van het ‘collectieve auditieve geheugen’ heeft beïnvloed. Hoorspelen, herkenningsmelodieën van ensembles en programma’s, die een integrerend onderdeel vormen van de omroephistorie, maar ook ‘geëngageerde’ muziek die de tijd van ontstaan weerspiegelt.)
(p. 121)

‘In de Archiefvisie 2011 bevestigde de staatssecretaris dit principe krachtig. De raad heeft aansluitend daarop geadviseerd een fonds voor particuliere archieven in te stellen om te voorkomen dat deze tussen wal en schip raken.’

(Op 1 november 2012 publiceerde ik een blog met de titel ‘Tussen wal en schip’, als reactie op een uitspraak van Diederik Samsom bij de presentatie van het regeerakkoord van Rutte-2.)

‘Particuliere archieven worden immers niet beschermd door de Archiefwet, terwijl ze ook niet door de Wbc als beschermd cultureel erfgoed zijn aangewezen. Onder invloed van bezuinigingen is een dergelijk fonds er niet gekomen. De afgelopen jaren hebben een reeks van incidenten laten zien waarbij archiefcollecties als die van het Tropeninstituut, de Wereldomroep, de collectie van Museum Enschede, de Muziekbibliotheek van het Muziekcentrum van de Omroep en andere particuliere collecties verloren dreigen te raken of al verloren zijn geraakt. Wil de Archiefcollectie NL daadwerkelijk gestalte krijgen, dan zal dit onderwerp actief door de overheid moeten worden geagendeerd.’

Iedereen die enig idee heeft van de omvang èn rijkdom van de collectie van de Omroepmuziekbibliotheek vraagt zich nu af welke overheidsinstantie dit advies van de Raad voor Cultuur ter harte neemt en concrete stappen gaat nemen om dit unieke erfgoed (vandaag precies een jaar en negen maanden geleden gesloten) weer toegankelijk te maken voor geïnteresseerden.

Naschrift: in een artikel in Trouw (7 april 2015) n.a.v. de uitvoering van het Requiem van Hans Lachman wordt de hoop uitgesproken dat zijn werk meer bekendheid zal krijgen. Ook is nagedacht over mogelijkheden om het Requiem bij toekomstige uitvoeringen met ander werk te combineren. Voorstel: voer dan ook Jiskor uit, voor bariton, koor en orkest (de handgeschreven partituur is te vinden op deze site). (Merkwaardig genoeg wordt in dit artikel eerst vermeld dat een opname van het Requiem op 4 mei 1960 via de radio is uitgezonden, en vervolgens dat van de aanwezigen bij de uitvoering op 9 april jl. ‘met uitzondering van de uitvoerenden niemand het stuk ooit heeft gehoord’. Zoals in de op 28 april jl. uitgezonden documentaire Requiem te horen was hebben inwoners van Grubbenvorst in 1960 gezamenlijk naar de radio-uitzending geluisterd.

Dat het Requiem nu wordt gepresenteerd als ‘Van Limburg Requiem’ is enigszins curieus: op de eerste partituurpagina vermeldde de componist (die geboren was als Heinz Lachmann en artikelen over lichte muziek schreef onder de naam ‘H.J. van Limburg’) zijn ‘vernederlandste’ naam: Hans Lachman (hij verkreeg in mei 1951 de Nederlandse nationaliteit).

Jan Jaap Kassies

Werkenlijst:
Selectie Hans Lachman-composities in de collectie van de voormalige Muziekbibliotheek van de Omroep
• arrangementen voor o.a. de Minnestreels en ruim 30 voor het Metropole Orkest (wsch. alle daterend uit de jaren 1945-1960)
Partituren op muziekschatten.nl

Dit artikel verscheen oorspronkelijk op de MuDaKo-blogsite.

JURRIAAN ANDRIESSEN IN HILVERSUM

De componist Jurriaan Andriessen (1925-1996) genoot in de ca. 25 jaar na de Tweede Wereldoorlog een grote faam. De laatste kwarteeuw van zijn leven werd zijn naam aanzienlijk minder vaak gehoord.

Hij werd op 15 november 1925 in Haarlem geboren. Toen hij negen jaar was verhuisde het gezin Andriessen naar Utrecht, waar zijn vader, de componist Hendrik Andriessen, organist werd van de Utrechtse Kathedraal en directeur van het Utrechts Conservatorium. Als kind componeerde hij ijverig met zijn vader mee – in het gezin werd iedere vorm van muzikaliteit als een doodgewoon familieverschijnsel gezien.
Job Wilderbeek gaf hem zijn eerste muzieklessen, en op het Utrechts Conservatorium studeerde hij theorie en compositie bij zijn vader, piano bij Gerard Hengeveld en André Jurres en bij Willem van Otterloo directie.

Het voldoen aan ‘opdrachten’ was iets waarmee Jurriaan al vroeg vertrouwd raakte, want het huiselijk musiceren lokte vanzelf speelstof uit. In zijn conservatoriumjaren schreef hij al enkele stukken die hun weg naar het podium vonden, en kort na de Tweede Wereldoorlog kreeg hij zijn eerste opdracht bij ‘de radio’. In de jaren ’50 componeerde hij onder meer voor de KRO-kinderrubriek De Wigwam stukjes die hij uitvoerde met een ensemble van fluit, hobo, klarinet, fagot en harp, het Wigwamorkest genaamd. Ook was hij muzikaal leider van o.a. de ensembles Molte Corde, Ritme en Rijm en de Disco’s.

In diezelfde jaren was hij in Hilversum ook actief als jazzpianist, onder de naam Lesley Cool, meestal in comboverband, met gitaar, bas en slagwerk.

Jurriaan Andriessen schreef muziek bij ca. 20 hoorspelen, en – in opdracht van de Nederlandse Radio Unie – twee grote werken die speciaal voor radio-uitvoering bestemd waren: De Bremer Stadsmuzikanten op tekst van Hélène Nolthenius en de opera Perdita op een libretto van Tom Bouws.

Andriessen is altijd veel ‘toegepaste’ ofwel ‘gebruiksmuziek’ blijven schrijven. Zo componeerde hij ook veel toneelmuziek (vooral voor de Haagse Comedie). Hij regisseerde verder veel televisieconcerten.

In januari 1947 schreef hij voor de KRO-radio muziek bij De prins die de hik had, een hoorspel ‘naar een Engelsch sprookje van Anthony Armstrong voor de microfoon vrij bewerkt door Alexander Pola’. Hij voltooide de partituur op 27 januari, en een week later, op maandag 3 februari werd de opname gemaakt. De bezetting: fluit, hobo, klarinet, fagot, trompet, slagwerk, viool, altviool, cello en piano. Regisseur was Herbert Perquin. [Op 7 maart 1947 verscheen een recensie in De Waarheid, red.]Manuscript van 'De prins die de hik had'

Manuscript van ‘De prins die de hik had’

Op 17 mei zond het VPRO-tv-programma Vrije Geluiden delen uit van het hoorspel in een uitvoering van het Ad Hik Orkest olv Jeroen Wentel (met Steven Joles als verteller).

De prins die de hik had is één van de ca. 50 handgeschreven composities van Jurriaan Andriessen in de (per 1 augustus 2013 gesloten) Muziekbibliotheek van de Omroep (MB). Dit aantal betreft alleen de ‘klassieke’ stukken van zijn hand; naar schatting tussen de 100 en 200 titels in de collectie bevatten muziek die hij voor radioprogramma’s schreef/arrangeerde op het gebied van de lichte muziek en de jazz. Doordat veel werken na (radio)opname/uitvoering onuitgegeven bleven is zijn ‘officiële’ werkenlijst verre van volledig. Veel composities van hem zijn gepubliceerd, maar ook veel bleef handschrift. De geïnteresseerde lezer kan een indruk krijgen van zijn grote veelzijdigheid en productiviteit door deze link te volgen.

Op deze muziekschattensite is o.a. de Missa Deo gratias voor koor en orkest te vinden, maar ook Arbeid en Christendom, (orkest)muziek bij een klankbeeld van Tom Bouws (1957), De droom van Gerontius (1955, hoorspelmuziek voor koor en orkest), de Wilhelmus-Fantasie Een Prince van Oraengien voor 2 ‘kopergroepen’ met slagwerk, koor en orkest (gecomponeerd in opdracht van de NOS ter gelegenheid van het 25-jarig regeringsjubileum van Koningin Juliana in 1973), een Intrada voor 21 koperblazers, Variaties voor piano over Zie ginds komt de stoomboot (1951) èn de opera Kalchas, voor 3 mannenstemmen en orkest, naar een toneelstuk van Tsjechow (1959).

Bron: Wouter Paap – Jurriaan Andriessen (in: Mens en Melodie, jg. XIII, nr. 4 (1958), p. 98-103)

Jan Jaap Kassies

Dit artikel verscheen oorspronkelijk op de MuDaKo-blogsite.

Lees ook: Jurriaan, Rosa, Regina en Melchior

AANVULLING OP HET PORTRET VAN PI SCHEFFER

Mevrouw Nelly Smit–Van der Veen stuurde ons een aanvulling op Co Snels artikel over Pi Scheffer, waarin ze refereert aan zijn lidmaatschap van een verzetsgroep tijdens de oorlogsjaren.

Mijn ouders, Chr.J. van der Veen en Johanna Cornelia Buis woonden tijdens de oorlogsjaren in Amsterdam-West, Reinier Claeszenstraat 98 – 100. Met ons gezin natuurlijk, mijn drie oudere broers en ik. Mijn vader was goud- en zilversmid en had zodoende vele zakelijke contacten met Joodse zakenmensen, waarvan er ook velen vrienden waren. En zodoende zijn zij in het verzet terecht gekomen. Dat is eigenlijk heel groot gegroeid en uitgegroeid tot de verzetsgroep in West. Mijn vader werd “98″ genoemd, vanwege ons huisnummer want no. 100 is daar pas enkele jaren bijgekomen, ongeveer eind ‘42. Mijn moeder werd “Moeke” genoemd. Omstreeks die tijd ook werd de verzetsploeg zo groot en waren er zoveel contacten en moest er ook militaire zaken geregeld worden. En daar had mijn vader absoluut geen verstand van. En toen kwam er op een gegeven moment een echte commandant West. Dat werd dhr. Arend Bontekoe. Zijn partner (niet zijn vrouw, want bij haar was hij weg), Tjits Visser – hoofdverpleegkundige bij het Wilhelmina Gasthuis – , was een goede bekende van mijn ouders. Zij woonden in de Zocherstraat te Amsterdam. Van hen beiden heb ik nog een mooi gedichtje staan in mijn poëziealbum.

Dit alles is wellicht een hele lange inleiding, maar dat zijn wel zaken die controleerbaar zijn. Ik denk dat het omstreeks begin 1943 dat Pi Scheffer zich ook aansloot bij onze groep. In ieder geval heeft hij meerdere nachten bij ons in de huiskamer doorgebracht van no. 100, tezamen met anderen. Ik weet niet precies waarom dat was, maar zij konden dan niet thuisblijven omdat er een mogelijkheid was dat ze thuis van bed gelicht zouden worden. Ze zaten de hele nacht op gewone, rechte stoelen en die nachten moeten heel lang hebben geduurd. Als er gevaar dreigde dan werden zij geacht in de kruipruimte onder de vloer te verdwijnen en daar moesten zij inkomen via een luik dat in een vaste kast was gezaagd. Daar lagen een paar matrassen, handgranaten en meer van dat soort spullen dat voorradig was. Soms gingen zij oefenen om handigheid te krijgen in het zo snel mogelijk verdwijnen.
Helaas ging dat bijna altijd met veel onderdrukt gelach gepaard. En zij zeiden dan altijd dat het zo moeilijk was om het lange lichaam van Pi zo snel mogelijk door die beperkte ruimte te krijgen. Bij hem zaten dan altijd nog een aantal mensen, bijna altijd dezelfde. Om te beginnen zat daar Louis Noiret bij die voor de oorlog al optrad en ook voor de radio kwam. Van hem moest het vooroorlogse liedje zijn dat hij op de radio zong: In de witte muis met de twee rooie oogies, of zoiets. Hij trad ook op met zijn zuster Polly. Louis kwam altijd met zijn zwager dhr. Van der Poll (vandaar misschien Polly?). Dan was er ook altijd een bekende voetballer van Blauw-Wit, Co Bergman (die was volgens mij uit de tijd van Cor Wilders) en een zwager van hem, Dirk Vlietman en diens broer Frans. Die laatste twee waren van garage Vlietman uit de Rozenstraat.

In de kamer waar zij zaten stond ook een piano en natuurlijk was dat een uitdaging voor Pi en Louis. Er ontstonden dus een aantal anti-Duitse liedjes. Daar herinner ik mij er nog één van - Marietje is haar moffie kwijt – maar het waren er meerdere. Die liedjes werden op muziek gezet en ze werden, héél zachtjes gezongen door allemaal en ook de piano werd superzacht gebruikt. Maar soms was het toch te luid en dan kwam mijn moeder van no. 98 naar no. 100 door ons kamertje lopen in haar nachtjapon om tot stilte te manen. En ik liep daar dan achteraan.

Er kwamen veel illegale krantjes binnen, die telden wij in stapeltjes van 20 of zo en dan hadden wij allemaal ons eigen krantenwijkje. Je Maintiendrai. Het Parool, De Wegwijzer, Trouw, enz. Maar het was nog niet genoeg, ze wilden een eigen krantje uitgeven. En daar heeft Pi zich uitermate voor ingezet met nog anderen. Ik weet dat ze toen zeiden: “Daar zouden we Friso Endt bij moeten hebben”. Dat moest een heel bijzondere journalist zijn. Hij is ook bij ons thuis gekomen. Ik weet niet meer hoe en wie dat voor elkaar gekregen heeft, maar ik dacht Pi. Op een gegeven moment was er de kreet: “Hij doet het”. De naam voor het blad was al snel gevonden: De Laatste Ronde. Pi heeft er zeer zeker wel aan medegewerkt.

Tegen het einde van de oorlog kwamen de overalls onder de grond vandaan, en de handgranaten, stenguns en weet ik veel wat en hesen de jongens en mannen van de verzetsgroep zich in de overalls. Jammer genoeg was er voor Pi geen één bij die paste, zijn benen en armen waren te lang om de lengte van zijn armen en benen te bedekken, maar daar had hij maling aan. Op de hoek van de Reinier Claeszenstraat/Jan van Galenstraat was een grote huishoudelijke winkel van Ligthart. Dhr. en mevr. Ligthart stelden hun zaak ter beschikking van de BS als basis en ook de manager van de daarnaast gelegen winkel Veldhuis had dit gedaan hoewel hij aan zijn werkgever moest verkopen dat zijn zaak gevorderd was door de BS. Dat was de beginbasis in West van de BS.

Pi is altijd binnen ons gezichtsveld gebleven. Hij was er met het 25-jarig trouwen van mijn ouders en ook toen zij 50 jaar getrouwd waren kwam hij naar Zandvoort waar zij toen woonden. Ondanks zijn ziekte. Met de trein. En als hij een visum nodig had voor Amerika – mijn man werkte toen bij het Amerikaans Consulaat op de visumkamer – dan nam mijn man hem mee om even te lunchen, want dat deed hij toen al niet graag meer in een openbare gelegenheid. Hij was altijd aardig en belangstellend en hartelijk. Althans dat is mijn ervaring.

Nelly Smit – Van der Veen

COMPONIST EN ARRANGEUR RUUD BOS 79 JAAR

Ter gelegenheid van de 79e verjaardag van Ruud Bos laten we een portret herleven dat bij diens 75e verjaardag (op 8 februari 2011) verscheen

HILVERSUM - Vandaag viert muzikale duizendpoot Ruud BOS zijn 75e verjaardag.

Ruud Bos komt op 8 februari 1936 ter wereld in Amsterdam. Al op jonge leeftijd geeft hij blijk van zijn muzikale talenten. Hij is acht jaar als hij zijn eerste liedje schrijft. Op de lagere school begeleidt hij zichzelf op de piano en is populair met zijn eigen nummer De karavaan. Zijn opleiding aan het Amsterdamse conservatorium maakt hij niet af vanwege het dédain waarmee men daar de lichte muziek behandelde. Hij voltooit zijn muzikale opleiding aan de muziekschool van de vereniging Toonkunst in Bussum.

Ruuds vader Jo werkt bij de omroep (NCRV en KRO) als leider van diverse ensembles (bv. Sterrenorkest, Ensemble Bagatelle, Mozaiek). Aan het einde van de jaren ’50 treedt zijn zoon in zijn voetsporen.
Gooiland SextetHet Gooiland Sextet, waarvan hij – als vibrafonist – de leider is, wordt ontdekt dankzij Minjon, de jeugdafdeling van de AVRO en daarna geëngageerd door de afdeling Lichte Muziek van die omroep. Vanaf dat moment is hij de leider (en vaak ook naamgever) van verscheidene ensembles die optreden in diverse radioprogramma’s (bv. Bric-à-brac (KRO) en Klein gedrukt (VARA)).

In de 60-er jaren schrijft Bos onder andere muziek voor de tv-showserie Johnny en Rijk en voor het kinderprogramma De fabeltjeskrant. Daarnaast ontwikkelt hij zich als orkestleider door stage te lopen bij de dirigentencursus van de NOS. Dit leidt tot het dirigentschap van het Gewestelijk Orkest Zuid-Holland.

In het volgende decennium concentreert Bos zich op het schrijven van filmmuziek. Hij componeert de scores voor De inbreker (1972), Naakt over de schutting (1973) en Heb medelij, Jet! (1975). In de film Rooie Sien (1975) klonk van zijn hand het tedere Telkens weer, dat dankzij Willeke Alberti’s vertolking een evergreen is geworden. Daarna treedt Bos als muziekregisseur in dienst bij de NOS en ook wordt hij gastdirigent bij het Metropole Orkest. Zo dirigeert hij op 29 september 1981 dit Liedjes per dozijn-programma voor opname, in het Amersfoortse theater De Flint. Tegelijkertijd keert hij weer terug naar het componeren voor de televisie. Paulus de boskabouter (1974-1976), Bassie & Adriaan (1978-1980), Dagboek van een herdershond (1978-1979) en De fabriek (1981) zijn slechts enkele van de talloze voorbeelden. Bij de diverse edities van VARA’s Kinderen voor kinderen levert hij de muziek voor Rikkie, En ik, Verlegenheid, Jongen op ballet, Kriebeltrui, Frisse knul, Een krokodil als huisdier, Sneu en Ik stotter.

In 1982 ontvangt Bos de prestigieuze oeuvreprijs Gouden Harp voor zijn verdiensten voor de Nederlandse lichte muziek. Vanaf 1985 (tot aan zijn pensioen in 1994) is Bos verbonden aan het Rotterdams Conservatorium als docent compositie en arrangeren voor lichte muziek. Een jaar later vraagt het pretpark De Efteling hem muziek te schrijven voor verschillende attracties (o.a. Droomvlucht, Fata morgana, Villa Volta). Vier jaar geleden verscheen De fabeltjeskrant als musical op de planken met muziek van de dan 50 jaar in het vak zittende Bos.

LINKS:
Klik voor een overzicht van Ruud Bos-arrangementen in onze bladmuziekcatalogus
Klik voor een overzicht van liedjes van Ruud Bos in onze bladmuziekcatalogus
Klik voor een overzicht van Ruud Bos-composities in onze bladmuziekcatalogus
Lees de uitgebreide biografie in MCNs Muziekencyclopedie
Bekijk een selectie van bekende Ruud Bos-tunes
Bekijk de intro van Paulus de Boskabouter (deze verving de oorspronkelijke beginmelodie)
Bekijk Telkens weer (1975) gezongen door Willeke Albert
Bekijk En ik (1981, Kinderen voor kinderen)
Bekijk Telkens weer (1975) gezongen door Willeke Albert

Beluister Petra Possel in gesprek met Ruud Bos in Radio Kunststof (18/2/2015)

JURRIAAN, ROSA, REGINA EN MELCHIOR

Het komt vaker voor: een scheepswrak op de zeebodem, een beeld van Rodin in het huis van een verzamelaar, een musical van Toon Hermans in een kast in een kelder… Als je weet waar je moet zoeken vind je vaak de mooiste zaken. Iets anders is het als iemand iets vindt waarvan hij weet dat het van belang is èn dat tenminste één ander weet dat het bestaat/bestaan heeft èn dat het voor anderen klaarblijkelijk niet (voldoende) ‘voor de hand ligt/heeft gelegen’ om ernaar op zoek te gaan.
Deze haast Cruijffiaanse constatering schiet me door het hoofd als ik terugdenk aan de ontstaansgeschiedenis van het item over c.q. naar aanleiding van het stuk Aubade van Jurriaan Andriessen, dat zondag a.s. te zien is in het tv-programma Vrije Geluiden.
Enige jaren geleden ging ik als medewerker van de Muziekbibliotheek van de Omroep steeds gerichter op zoek naar ‘bijzondere stukken’ in onze collectie. Ik liet duizenden items door mijn handen gaan ten behoeve van een selectie van werken die zouden worden gedigitaliseerd (zie deze website). Hierdoor stuitte ik op veel repertoire waarvan ik wist… (zie boven).
Eigenlijk is dit niet zo vreemd als men bedenkt dat het hier de verreweg grootste collectie bladmuziek van ons land betreft (kunt u zich iets voorstellen bij ‘5 kilometer bladmuziek’?). Deze is gedurende circa 80 jaar is opgebouwd met o.a. veel eenmalig voor radio- of televisie-uitzending gebruikt materiaal, uiteraard grotendeels van de hand van Nederlandse componisten. Tegelijk vormt de collectie een afspiegeling van het ‘omroepmuziekleven’ vanaf de beginjaren van de radio, zo’n 90 jaar geleden.

Aubade_Jurriaan_AndriessenToen de redactie van VPRO’s Vrije Geluiden mij verzocht om enige parels uit onze collectie te vissen, die geschikt zouden zijn voor uitvoering in het programma, was Aubade van Jurriaan Andriessen (1925-1996) een van de eerste werken die me te binnen schoten. In de collectie bevinden zich meer dan 100 handschriften van deze ondergewaardeerde componist (o.a. tientallen hoorspel-composities en vele jazztitels), èn ik las in het boek Weg van de harp, een biografie over Rosa Spier van Regina Ederveen een vermelding van het werk: het is geschreven ter gelegenheid van de zeventigste verjaardag van de indertijd vermaarde harpiste (7 november 1961).
Bekijk de uitzending (of in elk geval de eerste 10 minuten)

Het leek me een goed idee de auteur, zelf harpiste, te vragen het stuk ‘in de uitzending’ te spelen. Zij stemde toe, en dus wordt het handschrift van Jurriaan Andriessen zondag getoond, het stuk gespeeld  èn het bijbehorende ‘verhaal’ verteld in de uitzending.

Dit laatste is wat vrijwel voor de gehele collectie geldt: bij elk manuscript hoort een verhaal over de auteur, degene(n) voor wie het is geschreven, het programma waarin het een plaats kreeg etc.
De komende jaren zullen – na de Eisler-strijdliederen, werken van Herman Strategier en Marius Flothuis, het ‘vergeten’ pianoconcert van Hindemith-leerling Bernhard Heiden, talloze stukken voor jazzensemble van o.a. Otto Ketting, Theo Loevendie en Boy Edgar, honderden hoorspelen en herkenningsmelodieën – nog vele vondsten worden gedaan, en evenzovele verhalen worden teruggevonden.

Jan Jaap Kassies

Uitgezonden op: zondag 26 oktober 2014, 10.30u op NPO1

JAZZMANUSCRIPTEN VAN THEO LOEVENDIE GEVONDEN

dit artikel verscheen in april 2013 op de website van de voormalige Muziekbibliotheek van de Omroep

Gisteren vonden we een flink aantal handgeschreven partituren van Theo Loevendie. Het betreft ongeveer 60 arrangementen van jazzstandards van onder meer Charlie Parker, Duke Ellington en George Gershwin en in elk geval twee oorspronkelijke composities (Nilay en Jumpology) van een van Nederlands bekendste componisten. Loevendie schreef de stukken tussen 1958 en 1960 voor het VARA-radioprogramma Romance in jazz.

De vondst werd bij toeval gedaan toen we zochten naar muziek voor een ensemble van de onlangs overleden Curaçaose gitarist/bassist Julian B. Coco. Veel van de bladmuziek in onze collectie van vóór 1978 (start van het digitale catalogiseren) is slechts zeer summier ontsloten via een ouderwetse kaartcatalogus. De ensembles en orkesten uit vroeger jaren zijn daarin chronologisch gerangschikt en daarbinnen het repertoire alfabetisch op titel. Romance in jazz volgt in de kaartenbak direct op Coco’s ensemble.

Zoals vaker bij de bibliotheekadministratie gebeurde is het ensemble naar het programma genoemd. De line-up is nog niet volledig bekend, maar zeker is dat Rita Reys (zang), Ko Ikelaar (fluit), Chaim Levano (hobo), Cees Verschoor (altsaxofoon, klarinet, basklarinet), Ado Broodboom (trompet), Pim Jacobs (toetsen), Ruud Jacobs (bas), Cees See (drums), Sem Nijveen (viool), Jules de Jong (cello) er deel van uitmaakten. In het tweede seizoen verving Han de Vries hoboïst Levano. Een tweede viool en een altviool – beide bespeeld door musici uit het Metropole Orkest – completeren het duodecet. Enkele titels uit het repertoire: All of you, Billie’s bounce, Caravan, Stella by starlight, Love for sale en The nearness of you. De laatste twee stukken, gezongen door Rita Reys, staan op de cd I got rhythm uitgebracht door het Nederlands Jazz Archief. Inmiddels digitaliseerden we de partituren van Nilay en Jumpology.

Een decennium later – tussen 1968 en 1970 – vonden Loevendie en de VARA elkaar opnieuw. Voor dit Theo Loevendie Consort componeerde en arrangeerde hij ongeveer 25 stukken. Zeven daarvan vonden de weg naar de elpee Mandela.

Heeft u meer informatie over deze ensembles mail dan gerust!

Bijdragen aan onze OmroepmuziekWiki zijn ook zeer welkom.

met dank aan Theo Loevendie

Romance_in_Jazz_Delpher
Lees het artikel via Delpher