LIEFDEWERK, TE VEEL PAPIER

Door Rob Gollin (uit De Volkskrant, 5 april 2016)

HILVERSUM – De muziekbibliotheek van de Publieke Omroep is 5 kilometer lang, maar gesloten sinds de bezuinigingen in de cultuursector. Wat is de overlevingsstrategie?

Valt de keus op het Cowboy Orkest of Tom’s Prairie Pioneers? Het waren twee van de ruim 800 orkesten die ooit in dienst van de omroepen kijkers en luisteraars bedienden; beide ensembles hoorden bij de AVRO.

Jan Jaap Kassies met de partituur van Een melodie met een heel klein beetje rhythme. Jaap Valkhoff en Han Dunk schreven het in 1942. Het nummer werd bekend in een uitvoering van Eddy Christiani. Foto Aurélie Geurts

Jan Jaap Kassies met de partituur van Een melodie met een heel klein beetje rhythme. Jaap Valkhoff en Han Dunk schreven het in 1942. Het nummer werd bekend in een uitvoering van Eddy Christiani. Foto Aurélie Geurts

Het wordt het Pioneers-repertoire. Een map met bladmuziek komt tevoorschijn. Dit speelden ze: Hurry-up (Mexico Rock), Kampvuur polka, Als de maan staat boven de bergen. ‘Moet je zien!’ Oud- archivaris Jan Jaap Kassies (57) van de Muziekbibliotheek van de Omroep wijst verrast naar de naam van de componist op het papier met notenschrift. ‘Jan de Cler! De man van Hup Holland Hup.’ Titel van het liedje: Op het perron van het Udenhouts station: Ze stond op ‘t perron. Ze stond op ‘t perron, van ‘t Udenhouts station, iedere morgen, vierentwintig over achten. ‘Niks aan de handmuziek’, vermoedt Kassies. Combootje met gitaar, en vast nog een violist.

Dat zelfs een dienstverband van ruim 25 jaar toch nog tot ontdekkingen kan leiden, is niet zo verwonderlijk in de wetenschap dat in de onderste kelders van het Muziekcentrum van de Omroep in Hilversum een slordige 5 kilometer kastruimte met bladmuziek is opgeborgen. Een verzameling zonder weerga, volgens Kassies, alle genres zijn vertegenwoordigd. Hier liggen de partituren die sinds de jaren twintig op de lessenaars van de omroeporkesten belandden (inclusief herkenningstunes en hoorspelen), bijna alle publicaties die binnen- en buitenlandse uitgeverijen aan klassieke muziek produceerden en 180 duizend handgeschreven arrangementen van het Metropole Orkest. Dirigenten, arrangeurs, recensenten, programmamakers en musici kwamen Iangs; tientallen per dag, schat Kassies.

Het is intussen wel een collectie in een voortdurend donker. Het licht ging uit op 1 augustus 2013, als gevolg van bezuinigingen in de cultuursector. Orkesten en particulieren die iets willen lenen, vangen sinds die tijd bot. Alleen het Radio Filharmonisch Orkest en het Groot Omroepkoor kunnen er nog uit putten. Kassies leidt nu soms, als vrijwilliger, belangstellenden rond – hij moet telkens vragen om de sleutel.

De Stichting Omroep Muziek, formeel nog de beheerder van de bibliotheek, maakt zich zorgen over het vervolg. Als er niks gebeurt, waarschuwt interimdirecteur Maurits Haenen, valt de collectie ten prooi aan de papiervisjes of de versnipperaar. Er was nog hoop op een samengaan in een Nationale Muziekbibliotheek in Den Haag, maar de komst daarvan is onzeker geworden.

Bij het ministerie van OCW ligt nu een subsidieaanvraag van 1 miljoen euro. Voor dat bedrag zou in een tijdsbestek van vier jaar de stofkam door de mappen kunnen worden gehaald. Haenen: ‘Van 5 naar 2,5 kilometer. Dat is geen doel, maar een schatting’. Wat dubbel aanwezig is, in andere collecties beschikbaar of minder belangrijk, kan weg. Veel kan gedigitaliseerd worden – niet alles, er zijn erven van componisten die bezwaar maken.

Volgens Haenen, die deze week wordt opgevolgd door voormalig artistiek directeur Roland Kieft van het Residentie Orkest, resteert dan eind 2019 een kleiner en goedkoper beheersbaar archief. Hij is optimistisch over toewijzing van de subsidie: ‘Er is het besef dat dit soort erfgoed zorgvuldige behandeling verdient. Omroepen waren decennialang de aanjagers van de muziekcultuur. Dat is allemaal hier vastgelegd.’ Wie in Kassies’ kielzog tussen de stellingkasten dwaalt, laveert van stijl naar stijl. Hij wijst: allemaal blaasmuziek. Daar: alleen maar salonmuziek, ‘een tijd heel populair geweest.’ Dit: allemaal Metropole Orkest. Verderop: de ‘grote formaten’. Componisten van experimentele klassieke muziek als Karlheinz Stockhausen, Pierre Boulez en Luigi Nono hadden aan het standaardformaat voor bladmuziek niet genoeg om alle partijen te noteren.

Kassies vist een Marschlied uit 1934 op, geschreven voor VARA’s Maandrevue. ‘De stormwind der reactie sloeg ons rode zeil vaak neer, maar uit het schuim en woedend zop, duikt steeds de romp der VARA op.’ De tekst was van Martien Beversluis, dichter, romanschrijver. Zes jaar later sloot hij zich aan bij de NSB en SS. Kassies: ‘Wat hier ligt, is niet alleen interessant voor musicologen, ook voor historici.’

ls het archief in al die jaren niet te veel een vergaarbak geweest? ‘Goede vraag. De omroepen hebben er nooit de rem op gezet. Alles moest voorradig zijn.’ Digitaliseren is volgens Kassies geen volwaardig alternatief. ‘Je gooit handschriften van Lennon & McCartney of Goethe toch ook niet weg? Dit is the real thing.’ Hij bladert alweer door een map. Het is een stuk van Jelle de Vries, componist, tekstschrijver. Een aanwijzing is met rood omcirkeld: ‘tienerzangeres’. ‘Prachtig toch, dit?’ Het halveren van het archief wordt nog een hachelijke onderneming.