KWISTIG MET MUZIEK

Onderstaand artikel verscheen deze maand in de Nieuwsbrief van de NVMB, de vakgroep voor muziekinformatieprofessionals.NVMB-bijdrage_Kwistig_met_muziek

De voormalige Muziekbibliotheek van de Omroep is nu ruim 2½ jaar gesloten.
Jan Jaap Kassies en ik – oud-werknemers – voelen ons nog sterk verbonden met de waardevolle, maar ontoegankelijke collectie bladmuziek en we proberen die weer te laten herleven.
Met enige regelmaat leiden we mensen rond die onze boodschap aan een breder publiek kunnen verkondigen. Een van hen is de Hilversumse verslaggever Ingmar Meijer die zeer enthousiast weer bovengronds kwam na onze wandeltoer-met-duiding langs de draaikasten in de kelders van het Muziekcentrum van de Omroep. Het is zeer stimulerend te zien dat eigenlijk iedereen zo’n reactie toont na een ontmoeting met de onweerstaanbare muziekschatten.

Meijer raadde ons aan ‘iets te doen’ met de bladmuziek rondom de Top 2000, het eindejaarsevenement waarin de beste popmuziek aller tijden uit radio en tv klinkt. Hij bracht me in contact met Leon Zwaans, de directeur van cultuurtempel De Vorstin. Zwaans coördineerde alle activiteiten in Festival De Lijst, waarmee Hilversum de Top 2000 tot een feest voor de hele gemeente wil maken. Nadat ik zijn wilde ideeën tot een voor ons uitvoerbaar plan had teruggebracht, ging ik in op zijn suggestie Veronique Jansen te contacteren. De communicatieadviseur van Museum Hilversum joeg daadkrachtig alle beren die ik zag van de weg. Daarop durfde ik Jan Jaap te benaderen met ons plan voor een overzichtelijke bladmuziekexpositie. Gelukkig stemde hij toe en begonnen we aan het selectieproces.
Wat te kiezen uit het onmetelijke mer à boire…? In eendrachtige samenwerking kwamen we tot vijf thema’s met als doel om met manuscripten en uitgaven – aangevuld met beeld en geluid –  een aansprekend geheel aan te bieden:
-  songfestivalliedjes (bv. ‘’n Beetje’, ‘Ding-a-dong’)
-  manuscripten van tunes en herkenningsmelodieën van radio- en tv-programma’s (bv. ‘Floris’)
-  radiomuziek van vóór, tijdens en vlak na WO II (bv. ‘Ketelbinkie’)
-  manuscripten van Gooise klassieke composities (bv. van Oscar van Hemel en Kees Andriessen)
-  bladmuziekuitgaven met door de illustrator Carol Voges vormgegeven omslagen

De periode voorafgaand aan de daadwerkelijke opbouw stond in het teken van het zoeken van publiciteit. Vanwege opname in het festivalprogramma werd van ons al een aankondiging verwacht voordat we duidelijk hadden wat we precies gingen tentoonstellen. Samen met Veronique Jansen timmerden we iets in elkaar. Toen we uiteindelijk tot de bovenstaande thema’s waren gekomen was het zaak een bevredigende, pakkende titel te verzinnen. Denkend aan Eddy Beckers muzikale spelprogramma uit de late jaren ’70 vond ik in ‘Kwistig met muziek’ een nostalgie opwekkende titel.
Indachtig de eindejaarsweek vol muziek en onze eigen bezigheden met de omroepmuziekcollectie stelde ik die titel voor aan Jan Jaap en Veronique en was blij dat ze ermee instemden.
Op zoek naar een aansprekende beeldmerk trof ik op muziekschatten.nl Johnny Steggerda’s ‘Muziek’ aan, een uitgave die de expositietitel kon versterken, uit de oorlogsjaren stamt, op het repertoire van een bekend omroepensemble (The Ramblers) stond en tevens een omslag van Carol Voges heeft. Perfect dus als uithangbord!
Al snel werden we geïnterviewd door Joyce Huibers, die een uitstekend stuk schreef voor de Gooi- en Eemlander; ideaal om naar te verwijzen op de sociale media. Ook nuttig in dat opzicht was het radio-interview met mij op lokale zender RTi Hilversum.
Op de dag van opbouw bleek dat we in ons onervaren enthousiasme ongeveer tweemaal zoveel bladmuziek hadden meegenomen als we konden exposeren. Museumdirecteur Stef van Breugel rekte de ruimte in het museumcafé nog iets op en hielp ons met inrichtingstips. Ed van den Brink was ons ter wille met etalagebakken, schildersezels, fotolijsten, plaktape, boor en schroeven. Ook de piano waarop het publiek Top 2000-hits kon komen spelen kreeg een mooie plek. En zo konden we dus met trots onze eerste echte tentoonstelling presenteren.

Jan Jaap en ik hebben in de expositieweek het museumcafé tweemaal bezocht o.a. met ex-collega’s Martie, Charlotte, Christien, Evert en Paul. We hebben enkele bezoekers gesproken, leuke reacties gekregen en wat gezongen aan de piano. Maar over de periodes dat we er niet waren ontbreekt het aan feedback vanuit het museum. Het werd ons duidelijk dat men deze tentoonstelling daar niet als core business beschouwde, maar wij zijn dankbaar voor de kans die we hebben gekregen.

Eric van Balkum

Ter gelegenheid van de tentoonstelling zond RTi Hilversum op 27 december 2015 deze Kwistig met muziek-aflevering van Co Snels radioprogramma Studio Hilversum uit.

AMONG MY SOUVENIRS, HERINNERINGEN AAN JAN CORDUWENER

Jan_CorduwenerJan Corduwener werd op 14 juli 1911 in Leiden geboren. Zijn vader was kleermaker. Jan was de jongste zoon en kwam al vroeg in aanraking met muziek. Hij volgde een vioolopleiding bij de Maatschappij ter Bevordering van de Toonkunst. De jonge Corduwener slaagde voor het toelatingsexamen van het Conservatorium. Zijn eerste optreden was als 14-jarige in het orkest Carl Dassi in Astoria aan de Vijzelstraat in Amsterdam. Jan kon zich niet volledig aan de muziek wijden, want pa Corduwener werd ziek en Jan moest aan het werk om de kost te verdienen. In vrije tijd studeerde hij piano. Leerde daarnaast hammondorgel, vibrafoon, gitaar en diverse blaasinstrumenten bespelen. Uiteindelijk ging Jan professioneel aan de slag in het orkest van het Tuschinksi Theater o.l.v. Max Tak. In 1943 musiceerde Corduwener in orkesten van de Nederlandsche (Staats) Omroep. Jan was kort violist van het in 1945 opgerichte Metropole Orkest o.l.v. Dolf van der Linden (eerste uitzending 25 november 1945).

Among_my_souvenirs_Jan_CorduwenerSWEET FOUR
Op 7 oktober 1946 ging het eerste programma van het Kwartet Jan Corduwener de ether in, met Jan als multi-instrumentalist op viool, accordeon, vibrafoon, orgel, en hawaiian guitar. Hij bleek ook een verdienstelijk zanger te zijn. Jan kreeg aanvankelijk assistentie van drie leden van het Metropole Orkest: Manny Oets, piano, celesta en spinet; Tonny van Hulst, gitaar en Tonny Limbach, bas. Gitarist Jan Mol en organist Cor Steyn, voor deze gelegenheid aan de piano, maakten later ook deel uit van het kwartet. De herkenningsmelodie was Among my souvenirs. Het Kwartet speelde 20 minuten non-stop. Door de zoete klanken werd het gezelschap ook wel The Sweet Four genoemd. Ze speelden o.a. The old spinning wheel en Eens zal de Betuwe in bloei weer staan. Op plaat verschenen in 1946 Mamma, zijn naam is Johnny, In 1947 Grootvaders klok en Allegaartje, in 1948 Nola en in 1949 Elfenbal, een compositie van Guus Jansen, die hij later Elfinette noemde. Het bleek dat Jan’s vrouw Laura meeschreef aan de arrangementen voor het Kwartet. In 1955 verscheen nog een EP van het ensemble, dat niet meer op de radio was te horen met nummers als Si vous l’aviez compris en Play a simple melody.

jan corduwener_kwartet_dubbelIN STRICT DANSTEMPO
In 1949 kwam Corduwener in vaste dienst van de VARA. In de herfst van 1950 ontstond het Ballroom-orkest. Hij wilde beslist niet de stijl van de Engelsman Victor Silvester kopiëren. De formatie klonk dan ook fris, mede dankzij Cor Steyn die in de begintijd aan het hammondorgel zat. Jo Bos hanteerde de piano; Jan Hondeling, klarinet, Jan Mol gitaar; Ger (toen nog Gerrit) Daalhuisen, bas en Bill van de Heuvel, slagwerk. Cor Steyn heeft ook enige tijd het hammondorgel in het kwartet bespeeld. Op het repertoire stonden alle mogelijk quicksteps, foxtrots, Engelse en Weense walsen, tango’s, rumba’s en samba’s. De radio-uitzendingen werden druk beluisterd en de grammofoonplaten van het Ballroom-orkest gretig verkocht en goedgekeurd door dansleraren. LP’s met titels als Dance delight, Ballroom memories en Calling all dancers. Melodieën, die ook op 78 en 45 toeren verschenen als Whispering, Cheek to cheek, Look for the silver lining, maar ook de hits van het moment in medleys, zoals in 1957 Net als toen en Round and round, in 1958 Volare en Sail along silv’ry moon en in 1959 Piove en Tom Dooley. In dat jaar verscheen ook een LP met melodieën uit de musical My fair Lady. Het Ballroom-orkest werd daarbij versterkt door strijkers. De enige opname die nog wel eens terugkeerde op verzamel LP’s en CD’s was die van het Ballroom-orkest uit 1953: Een dansliedje deint, rond 1943 geschreven door pianist Joop de Leur en tekstdichter Jacques van Tol.

THEATERORKEST
In 1953 maakte Corduwener ook een opname met zijn zoontje Robbie. Dat werd Robbie’s avondgebed op de wijs van God bless us all, een hit van het Amerikaanse sproetenjoch Jimmy Boyd, bekend van I saw mommy kissing Santa Claus of het duet met Frankie Laine, getiteld Tell me a story. Op de B-kant zong Hansje den Heyer het lied Hansje’s droomschip. Een terzijde voor de liefhebber. Rond 1953, ontstond ook het Theaterorkest. Voor de grammofoonplaat werden vooral de bekende salonmuziek opgenomen, zoals Stettiner Kreuzpolka (Kruispolka, in de volksmond gezongen als Oh, mijn lieve zwartkop, voel toch eens hoe mijn hart klopt), de walsen Frühlingsboten, Les patineurs (Schaatsenrijderswals) en Valse Basque (Spaanse wals, in de volksmond verbasterd tot Gooi je schoonmoeder van de trap). Corduwener had kennelijk iets met klokken, getuige opnamen van Vineta Glocken, The clock is playing en niet te vergeten de sublieme opname van In a clockstore (Im Uhrenladen), waarin de hele klokkenwinkel wordt opengegooid. Dergelijke platen werden tot 1965 steeds opnieuw uitgebracht.
Robbies_avondgebed_Jan_Corduwener
AL IS HET NIET MET DE BRUID
Op dat repertoire ook The Veleta. Enig misverstand ontstaat doordat er een opname is van het Theaterorkest en ook van een kleinere salonbezetting. Maar, die Veleta werd rond 1957 ook gespeeld door het Veleta Sextet van de mysterieuze Melchior. De zesmans formatie speelde de mazurka’s, polka’s en Weense walsen naast de quicksteps, foxtrots, e.d. gebracht door het Ballroom-orkest Jan Corduwener in diverse danszalen in het land. Het Veleta Sextet werd enkele jaren later vervangen door het Trianon Sextet. Omroeper Coen Serré, de vader van nieuwslezer Raymond Serré riep aan het begin: “Dansen……Al is het niet met de bruid”. Daar komt ook het verhaal vandaan dat Corduwener zo graag met Coen Serré werkte. Het was Corduwener echter worst wie zijn programma’s aankondigde. Het kwartet speelde non-stop en bij zijn kwintet – midden jaren ’50 – was het al niet anders. Corduwener speelde hammondorgel: Harry Mooten, accordeon; Wim Sanders, gitaar; Ger Daalhuisen, bas en Cor van den Berg, slagwerk. Er zijn officieel geen platen van dit gezelschap verschenen. Maar op een actie LP uit 1958 ten bate van de Prins Bernhard Stichting, begeleiden de vijf wel degelijk Annie de Reuver, Max van Praag (Annie en Max ook als het duo De Meeuwen) en het meisjeskoor Sweet Sixteen. Instrumentaal is het kwintet op die 25 cm LP te horen met Hoor de muzikanten, de hit van Vrij en Blij o.l.v. Wessel Dekker in 1949/1950 en het Napolitaanse songfestivalliedje Lazzarella van Domenico Modugno uit 1957. Het Kwintet Corduwener zorgde ook voor de muzikale omlijsting bij de VARA-quiz Je neemt er wat van mee, geleid door Theo Eerdmans. Omroepster Netty Rosenfeld assisteerde en zong de herkenningsmelodie.

ONDERSTEUNING IN DE PLATENSTUDIO
Kleinere formaties van Jan Corduwener begeleidden het kinderliedrepertoire van het Deldo duo (Leny Delsen en Henk Dorel). Ook het kinderkoor De Merels en het meisjeskoor De Krekels (beide VARA) – in de jaren ‘50 nog o.l.v. Leida Hulscher – werden in de platenstudio muzikaal ondersteund door Corduwener en zijn musici. Dat gold ook voor het KRO-kinderkoor De Karekieten o.l.v. Willy François, waarbij ook kerstliedjes. Had Cor Steyn Willy Alberti in 1941 bij het lied Mijn sprookjesboek begeleid, in 1955 zat Corduwener aan het hammondorgel, toen Willy het lied nog eens over zong met op de B-kant Ik hou van jou, mooi Amsterdam. Een afgeleide van het Theaterorkest begeleidde Alberti vanaf 1952, waarbij ook een zestal opnamen met Sweet Sixteen o.l.v. Lex Karsemeyer. Titels als Ci-ciu-ci, Ricordate Marcellino en Mia cara Carolina van Van Wood (Peter van Houten). Annie de Reuver, die meestal door Tom Erich en zijn ensembles werd begeleid, kreeg bij Het lied van het pierement in 1953 een orkest o.l.v. Jan Corduwener als ondersteuning. Max van Praag maakte ook enkele opnamen met Corduwener. Bijvoorbeeld op de LP uit 1958 met liedjes van Dirk Witte, waarbij Mens durf te leven, Liedje van verlangen en M’n eerste. Laatstgenoemd liedje over het meisje van de zangvereniging verscheen al in 1955 op 78-toeren plaat. De zangvereniging was een dameskoor o.l.v. Lex Karsemeyer.

OPMERKELIJKE PRODUCTIES
In 1957 maakte Jan Corduwener een EP met zanger Archie Lewis, o. a. Just a prayer en If you go. Een EP en LP met Leslie ‘Porgy’ Scott, die inderdaad de rol van Porgy had gespeeld in de opera Porgy and Bess van George en Ira Gershwin. Met Jan Corduwener en zijn orkest zong Leslie standards als Love is here to stay en All the things you are en spirituals als Go down Moses en Swing low, sweet chariot. Met bassist Tom Dissevelt leidde Corduwener een orkest achter Rita Reys op de LP Her name is Rita met songs als Old devil moon, He’s my guy en Please be kind. In de jazzhoek had men Corduwener niet verwacht. In 1958 verschenen kort na elkaar twee LP’s van het Theaterorkest. De eerste was genoemd naar het vrijdagavondprogramma Pennies from heaven, met als ondertitel: een regen van bekende melodieën wordt over u uitgestort door een keur aan zangsolisten en het Theater orkest o.l.v. Jan Corduwener. Op die eerste instrumentale langspeler onder meer Marching strings van Ray Martin, Misty van pianist Erroll Garner en Spirito, gecomponeerd door Coen van Orsouw. De tweede LP was genoemd naar de oude herkenningsmelodie van Corduwener: Among my souvenirs. Op deze schijf naast standards ook Nederlandse composities als Joy ride van Jan Vuik (van Het Hotcha Trio), Rickshaw ride van Jos Cleber en Laura, een eigen compositie van Corduwener opgedragen aan zijn vrouw. Een ode aan een andere dame, genaamd Marlene staat op een EP van Jan Corduwener en zijn orkest uit 1960. Andere melodieën in vooral radio-uitzendingen van zijn hand waren Boogie woogie, Tutti frutti, Hammond polka, Hobby horse en Schip als jij vaart naar dromenland.

STEREO EN NEW SOUND
Rond 1961 verscheen er een EP van het Theaterorkest, die in Audiowinkels werd gebruikt om de stereo te testen. Het waren ping pong stereo-opnamen van bijvoorbeeld The whistler and his dog en Dancing tambourine. Verder leidde Jan Corduwener formaties als Proficiat, Cantarina, een Tromboneorkest, het Amusementsorkest Strijk en Zet, het Grand Gala Orkest wat niets te maken had met het Grand Gala du Disque, een Musette Orkest en een Septet.

In 1961 ontstond een New Sound voor de grammofoonplaat. “Ik ben er altijd een tikje huiverig voor geweest om iets een nieuw geluid, een new sound te noemen”, zei Corduwener, “maar wat er in You’re party at home gebeurt, is die benaming toch heus waard”. Het orkest bestond uit drie saxen, een trompet, trombone, piano, bas, drie gitaren en twee drummers: vader en zoon Kees Kranenburg. Op de LP vindt men medleys met o.a. Wooden heart, Are you sure?, Wonderland by night en Non je ne regrette rien.

FINALE
Het werk in de platen studio liet Corduwener steeds meer over aan Jack Bulterman, Bert Paige en Ger van Leeuwen. Zijn orkest is nog te horen op ‘n Beetje door Teddy Scholten (het winnende liedje van het Eurovisie Songfestival in 1959) en bij de liederen van Max Tak, die Willy Alberti in 1962 in potpourri-vorm en in 1965 helemaal vertolkte. Niet lang daarna overleed Jan Corduwener in Vreeland op 10 maart 1966. Slechts 54 jaar oud. Corduwener heeft de teloorgang van de live muziek op de radio net niet meer meegemaakt. Mede door bezuinigingen en andere muzikale belangstelling werden de programma’s van orkesten en ensembles steeds meer geschrapt.

Jan Corduwener had vier kinderen, drie zoons en een dochter. Zoon Jan Jr. was begin jaren ’70 deejay op Hilversum 3. Voor de NOS presenteerde hij op vrijdagmiddag, later –avond, de Jan Corduwener Show met onder meer het Europees Popparlement. Van 1983-1997 was Jan Jr. directeur van platenmaatschappij Phonogram. Hij is David Bowie in 1967 van Schiphol gaan halen voor een eerste optreden in Nederland. Het woord bizar wordt vaak fout gebruikt, maar is nu wel op zijn plaats. Bizar was het dat Jan Jr., nadat hij maandag 11 januari 2016 in de belangstelling was geweest om over Bowie te vertellen, twee dagen later overleed op 77-jarige leeftijd. We konden hem niet meer vragen waarom hij nooit een fatsoenlijke CD serie met opnamen van zijn vader heeft laten uitbrengen. Het mag duidelijk zijn dat musicus Jan Corduwener er in zijn korte leven heel veel heeft gemaakt.

Co Snel

Beluister ook Co Snels Corduwener-hommage t.g.v. diens 50e sterfdag.