MEDIASTAD HILVERSUM ZENDT DE JUISTE BOODSCHAP

Maandag 9 november ontvingen Jan Jaap Kassies en ik op onze oude werkplek, het MCO, een delegatie van de gemeente Hilversum. Cultuurwethouder Wimar Jaeger en beleidsmedewerker Anne Visser gaven gevolg aan onze uitnodiging om eens met eigen ogen te komen bekijken hoe waardevol de bladmuziekcollectie is van de verdwenen Muziekbibliotheek van de Omroep. De nieuwe SOM-directeur (ad interim) Maurits Haenen en Rogier Hageman – die het collectiedossier kreeg overgedragen van Haenens voorganger Stan Paardekooper – gingen mee op expeditie, evenals drie lokale persvertegenwoordigers.
We introduceerden de collectie via dit filmpje.

De rondleiding startte bij de oudste partituren, daterend uit de 30-er jaren. Daaronder bevinden zich de handschriften van Hanns Eisler, die in 1933 enige tijd in Hilversum was. Vervolgens deden we de hoofdgroep 13-ensembles (van na de oorlog tot circa 1980) aan, met speciale aandacht voor het uitvoeringsmateriaal van de tv-serie Floris. Via de salonmuziekcollectie en het repertoire van het Metropole Orkest stonden we stil bij het ‘oude catalogiseren’, met typemachine op cataloguskaartjes. Ongeveer de helft van de 400.000 bladmuziektitels is namelijk nog niet op digitale wijze gecatalogiseerd. Het wel online ontsloten deel van de collectie deden we als laatste aan. We kwamen er niet meer aan toe om deze duidelijk aan Het Gooi gerelateerde stukken te tonen. De wethouder en zijn beleidsvrouwe waren namelijk – gesteund door SOM-directeur a.i. Haenen – al volop aan het brainstormen geslagen over een toekomst voor de omroepmuziekcollectie en andere moeilijk toegankelijke bladmuziekverzamelingen.

Rondleiding_JaegerNet als de lokale SP-politici Terwiel en Verweij in juli was men zeer onder de indruk de collectie, zowel kwantitatief als kwalitatief. Dat blijkt ook uit de reacties die wethouder Jaeger in de media gaf: “Het is buitengewoon indrukwekkend wat je daar ziet liggen” en “Als ik zie wat voor componisten daar al hun handgeschreven muziek hebben liggen”. Als vertegenwoordiger van Hilversum schaamt hij zich ook: “Ik moet u zeggen, ik ben me rot geschrokken. Dat wij in Hilversum zo omgaan met onze historie… Dat we dat niet hebben opengesteld is toch wel heel ernstig.”
Wat Jaeger betreft is het tijd dat om het ministerie van OCW, Beeld en Geluid, de omroepen zelf én ook de gemeente Hilversum wakker te schudden. Zij dienen verantwoordelijkheid nemen voor dit belangrijke culturele erfgoed.
Het zal u niet verrassen, dat ben ik van harte met hem eens.

Eric van Balkum

Lees en beluister:
Massaal de schouders onder de omroepmuziekcollectie (HilversumsNieuws, 12 november)
Belang van omroepmuziekcollectie onder de aandacht brengen van minister Bussemaker (HilversumsNieuws, 12 november)
Jaeger over behoud MCO Muziekarchief (radio-interview RTi Hilversum, 12 november)

‘MENEER’ COR STEYN: VAN CONCERT- NAAR HAMMOND- EN MAGISCH ORGEL

17 november is het 50 jaar geleden dat de vriendelijke virtuoze musicus Cor Steyn overleed. Hij werd geboren op 22 december 1906 in Leiden. In het bevolkingsregister wordt zijn naam als Steijn genoteerd. Het was de bedoeling dat Cor in de klassieke sector terecht kwam. Vanaf z’n vijfde jaar volgde hij piano- en vioolles bij achtereenvolgens A. Peers, Jaap Stotijn (vooral bekend als hoboïst), Karel August Textor en de heer Gerbrands. In 1918 deed de jonge Steyn vervroegd toelatingsexamen aan Het Koninklijk Conservatorium in Den Haag, waar violist/dirigent André Spoor zijn leermeester werd. Op 14-jarige leeftijd trad Cor op als concertpianist. Een paar jaar later koos hij voor de lichte muziek, mede door geldnood. In 1928 maakte Steyn zijn eerste opnamen met het toenmalige PHOHI-orkest o.l.v. Lou Cohen in het Amsterdamse Muziek Paviljoen. Gespeeld werden titels als Dort, wo die Wälder grün en Zigeunerweisen. Hij musiceerde in cafés, hotels, cabarets en bioscopen.
In 1932 kwam hij in vaste dienst van de VARA, aanvankelijk als accordeonist en ensembleleider; bv. Dubbel X, De Zonnekloppers en Steyn’s Accordeonorkest. Afwisselend met Johan Jong bespeelde hij daarnaast het Concertorgel van die omroep. Vanaf 1935 kwamen er ook uitzendingen vanuit het Amsterdamse City Theater met Steyn aan het cinema-orgel. Hij volgde de legendarische Britse organist Reginald Foort op. Steyn leidde en begeleidde het publiek in de Community Singing op zondagmorgen. Op de andere Hilversumse zender werden er geestelijke liederen bij een orgel gezongen via NCRV en KRO. In 1936 en 1937 werden City Theater-plaatopnamen gemaakt bij Decca van orgelmedleys met titels als After the ball, Vieni, vieni en de KLM-mars van Willy Schootemeyer. Daarnaast zelfstandige melodieën, zoals Monkey tricks (november 1937), Until tomorrow en An old Hawaiian guitar. De AVRO kon natuurlijk niet achterblijven en kocht ook een concertorgel, dat vanaf 1936 werd bespeeld door Pierre Palla. In die jaren mochten AVRO-leden niet naar de VARA luisteren, andersom ook niet. Cor Steyn en Pierre Palla hadden maling aan die scheiding, ze gingen vrolijk samen vissen. Aardige bijkomstigheid is dat het AVRO Concertorgel vanaf 2016 opgesteld zal staan in de oude VARA Studio aan de Heuvellaan in Hilversum. Tegenwoordig huist het Muziekcentrum van de Omroep in dat gebouw.

Als op het Leidscheplein
In 1939 componeerde Steyn in samenwerking met zijn naamgenoot Cor Lemaire de muziek voor de film Boefje van regisseur Detlef Siercx (Douglas Sirk) met de toen 45-jarige Annie van Ees als Boefje.
Op een voorjaarsdag in 1941 liep er een ‘boefje’ het City Theater in, om een grammofoonplaat te maken met Cor Steyn aan het orgel. Het was de toen 14-jarige Careltje Verbrugge, beter bekend als Willy Alberti, die als nog jonger knaapje al op straat had gezongen met zijn neefje Johan van Musscher (vanaf 1954 beroemd als Johnny Jordaan). In 1940 kreeg Willy een rol in de revue-operette Rose Marie in Carré in Amsterdam. Daar waar Annie van Ees een jongetje had gespeeld, vertolkte Careltje het bedelmeisje Mary met haar pop. Alberti en Steyn legden de liedjes Alleen is maar alleen en Mijn sprookjesboek, geschreven door Chris Reumer vast. In de zenuwen had Willy het tweede couplet van het sprookjesboek twee keer gezongen. Men liet het zo. Vanaf 1941 tot 1944 leidde Cor Steyn het orkest van de door René Sleeswijk geproduceerde Snip en Snap-revue met Willy Walden en Piet Muyselaer. Uit de revue Tok, tok, tok alweer een ei in 1943, stamt één van de mooiste Nederlandse liedjes aller tijden: Als op het Leidscheplein de lichtjes weer eens branden gaan. Cor Steyn componeerde de melodie, Bert van Eijck (pseudoniem voor Jacques van Tol) schreef de tekst. Willy Walden zette het met het orkest van Cor Steyn op de plaat.
Intussen had zangeres (crooner) Topy Glerum, die in 1936 opnamen had gemaakt met De Ramblers o.l.v. Theo Uden Masman, in 1942 de song Crying my heart out for you bij het cinema-orgel gezongen. Die opname is bewaard gebleven. In 1944 ging de film Drie weken huisknecht in première. Paul Steenbergen had als jonkheer Alfred de Beaucour de hoofdrol in deze rolprent van Walter Smith. Cor componeerde er de muziek bij.

VARA-ensembles en -orkesten
Cor Steyn koos na de Tweede Wereldoorlog duidelijk voor het orgel, met name het in 1934 ontdekte pijploze hammondorgel. Hij bleef het concertorgel bespelen net als Johan Jong, maar Cor werd ook leider van diverse orkesten en ensembles. Hij kwam in 1949 in vaste dienst van de VARA. Aanvankelijk een jaar medewerker van de propaganda en programmadienst. Steyn vloog uit en speelde orgel bij de radio-omroepen van Canada, Zweden, Denemarken, Duitsland, Zwitserland, België en de BBC in Londen.
Begin jaren ‘50 leidde hij voor de VARA het ensemble Zeven man en een meisje met Cor aan het orgel; Sem Nijveen en Benny Behr, viool; Ger van Leeuwen, piano; Wim Sanders, gitaar; Ger Daalhuisen bas en vermoedelijk Wim van Steenderen, klarinet. Het meisje was in het begin zangeres Sonja Oosterman, opgevolgd door Corry Brokken. Op VARA-radio hoorden de luisteraars ook het Hammond Trio of Kwartet van Cor, dat vanaf 1953 grammofoonplaten maakte. In de ritmesectie wederom Wim Sanders, gitaar en Ger Daalhuisen, bas. Hetzij Cor van de Berg, hetzij Kees Kranenburg nam plaats achter het drumstel. Op het repertoire stonden vooral medleys van bekende melodieën en de hits van dat moment, maar ook eigen composities van Steyn, zoals The Amsterdam polka.
cor_steyn_zeven_man_meisje
‘Meneer’ Cor Steyn
Over het begin van de samenwerking tussen Cor Steyn en zwerver Dorus, een type van Tom Manders bestaan verschillende versies. De eerste tv-uitzending van het cabaret Saint-Germain-de-Prés van Dorus was op 23 april 1955. Tom Manders liet de entourage van het cabaret, dat op 1 mei 1953 was gestart aan het Rembrandtplein in Amsterdam nabouwen in de tv-studio. De ene bron zegt dat Cor Steyn Tom Manders begeleidde als pianist, de andere bron zegt dat De Ramblers o.l.v. Theo Uden Masman er optraden en een keer met vakantie waren. Cor Steyn trad toen als vervanger op aan het hammondorgel. Het is zeer onwaarschijnlijk dat het dansorkest daar optrad. De betreffende journalist zal in de war geweest zijn met het radiodebuut.
Dat maakte Tom Manders op 11 februari 1956 in de 100ste aflevering van VARA’s zaterdagavondprogramma Showboat, geproduceerd door Karel Prior. Dorus werd op de radio aanvankelijk begeleid door Het Metropole-Orkest o.l.v. Dolf van der Linden of De Ramblers. Tijdens een vakantie van Theo Uden Masman’s orkest, koppelde Karel Prior Cor Steyn als begeleider aan Dorus en vroeg hem om naast zijn gebruikelijke conference ook zo nu en dan een liedje te zingen. Manders had daar zo zijn twijfels over. Maar de eerste, eind 1956, was gelijk raak. Twee motten zou Dorus’ grootste succes worden. Een lange rij populair geworden liedjes volgde. Onder meer De nachtwacht, Lompen en metalen, M’n bolhoed op me ene oor (Paris canaille), Ik loop met veters, Me auto (hoestbui op vier wielen) en De crocus en de hyacint. Dorus noemde zijn begeleider ‘meneer’ Cor Steyn. De man achter de drums ‘meneer’ Kees Kranenburg.
Toen Karel Prior wegens onenigheid vertrok bij de VARA en zijn hele stal meenam naar de AVRO, bleef Tom Manders bij de VARA. Hij had zoveel aan deze omroep te danken. Nog even was Dorus te horen in het zaterdagavond radioprogramma Plein 8.13, geproduceerd door Karel Prior. Op 10 mei 1958 nam Dorus afscheid van de radio, maar anderhalf jaar later was hij alweer terug in het programma Week uit, week in, geproduceerd door Joop Koopman. Cor Steyn assisteerde de gemoedelijke zwerver wederom. In 1961 stopte de samenwerking. Op de plaat was dat al in de loop van 1958 gebeurd. Op de single (Zorg dat je erbij komt) Bij de marine met orkest, hoor je Cor nog even bij de zuchtende ‘militairen’.
cor_steyn_met_Dorus

Dutch rag
Terug naar 1956. Sem Nijveen werd in dat jaar vioolsolist bij het Ritmisch Strijkorkest van Cor Steyn voor VARA-radio. Op een eerste LP stonden melodieën als Cheek to cheek, Glutrote Rosen en Georgia on my mind. Kort daarop verscheen in december 1956 weer een langspeler van deze formatie onder de titel Love is in the air met liedjes als Melody of love, Ich werde jede Nacht von Ihnen träumen en Poor butterfly. Kennelijk had Cor in Canada de naar dat land geëmigreerde zangeres Ina Verwoerd ontmoet, want even terug in Nederland maakte ze in 1957 de LP Music, maestro please met het orkest Cor Steyn. Hierop songs als My heart belongs to daddy, If I loved you en I’ll walk alone. Ina was vooral bekend geworden door het liedje Je moet nog even aan me denken van tekstdichter Joop Driessen en het pianoduo André de Raaff en Jacques Schutte, vooral populair in 1949 en 1950. Over dat pianoduo gesproken, het verzorgde radio-uitzendingen voor alle omroepen in NRU (Nederlandse Radio Unie)-verband. In oktober 1956 verscheen van hen op plaat Dutch rag, een compositie van Cor Steyn, waarin diverse vaderlandse liederen uit de bundel Kun je nog zingen, zing dan mee waren verwerkt, zoals De zilvervloot en Merck toch hoe sterck.
Hoewel Corry Brokken vooral werkte met dirigenten als Jos Cleber en later Bert Paige, liet ze zich in 1957 begeleiden door een orkest onder leiding van Cor Steyn. Op de Nationale finale van het Eurovisie Songfestival in 1957 had Corry Iwan, een lied van tekstdichter Alexander Pola en trombonist/oud Skymasters-dirigent Pi Scheffer gezongen. Het werd bekend onder de naam De messenwerper.
Even terzijde: Corry won de Nationale en ook Europese Finale in Frankfurt in 1957 met het andere liedje dat ze zong; Net als toen van Guus Jansen (muziek) en Willy van Hemert (tekst).

Willy, Wilma en Annie
Nederlandse composities vormden het repertoire van De Klompendansers, een totaal vergeten VARA-ensemble van Cor Steyn, dat een paar jaar bestond. Hierbij werd gezongen door Jopie Kanters en Henk Janmaat. In 1961 ontmoette Cor Steyn zanger Willy Alberti weer. Onder de schuilnaam Pietro Cordone maakte Cor met zijn orkest Italiaanse halfuurtjes met Alberti, de Amsterdamse Tenore Napolitano. Liederen als O Marenariello, Cerasella en Romantica. Die uitzendingen waren meestal tweewekelijks op vrijdag van 18.20 uur tot 18.50 uur. De andere week leidde Cor een orkest, waarbij Annie Palmen zong. Annie was vooral KRO-zangeres geweest. Zij kon naast Nederlandse liedjes en Amerikaanse evergreens ook Franse chansons kwijt. Na een zomerstop kwam in oktober de sopraan Wilma Driessen erbij. Cor en zijn orkest hadden Wilma al eerder in de platenstudio ontmoet. De daaruit voortgekomen plaat – waarvan de Parla waltz van Luigi Arditi met enige regelmaat in de lente van 1962 werd geprogrammeerd – lijkt van de aardbodem verdwenen. Rondom de orkestuitzendingen, die in de loop van 1963 stopten, verzorgde Cor Steyn halfuren aan het hammondorgel met gastsolisten als Sonja Oosterman, Conny van den Bos (dat schreef je toen nog los), Jenny Roda, Henk Janmaat, Max van Praag en mondharmonicavirtuoos John Larryson van het trio The Larrysons. De gekste dingen maak en maakte je mee bij de publieke omroep… Eind 1962 mocht het woord hammondorgel niet meer gebruikt worden. Dat was reclame maken voor het instrument. Het werd als elektronisch orgel of elektronenklavier aangekondigd. Vanaf oktober 1963 programmeerde de VARA het Orgelkwartet Cor Steyn in stereo. Hierbij als vanouds Wim Sanders, gitaar en Ger Daalhuisen, bas. Drummer was Martin Beekmans.

Magic organ
Intussen zat Cor op 5 juni 1963 voor het eerst achter het magisch orgel in een radio-uitzending. Het instrument was gebouwd door Jaap Keizerwaard, een slimme technicus uit Berkel. Dans om de rinkelbom, een eigen compositie van Cor uit het repertoire van De Klompendansers was één van de eerste plaatopnamen op het magisch orgel. Er werden weinig radio-uitzendingen met het magic organ gemaakt, des te meer grammofoonplaten. In twee jaar tijd verschenen er zo’n vijf LP’s, enkele EP’s en singles, waarbij een tweede eigen compositie van Cor getiteld Little tune. Drummers als Martin Beekmans en Wim van der Braak begeleidden Cor aan zijn magisch orgel. Aan de Amsterdamse grachten van Pieter Goemans met op de keerzijde Wilde Ganzen, een compositie van Eddy Christiani was de laatste 45 toerenplaat, opgenomen in 1965.
cor_steyn_op_orgel

Opmerkelijk genoeg keerde vanaf oktober 1964 het Ritmisch strijkorkest, dat in 1956 op de radio debuteerde, terug voor onregelmatige uitzendingen, nu in stereo. Cor Steyn had ook eigen tv-programma’s. Na Rondom Cor Steyn kwam in 1964/’65 de show Tussen Bach en Beatles, een co-productie met de Bayrischen Rundfunk. Hierin traden onder meer op Shirley Zwerus, trompettist Gerard Engelsma en het duo Les Shalom, dat zich in navolging van The Barry Sisters had gespecialiseerd in Jiddische liedjes. Een viertal werd in 1965 op plaat gezet met het orkest Cor Steyn. Titels als Shoimele, malkele en Vjoch, tjoch, tjoch.
Op 25 oktober 1965 introduceerde Cor Steyn het Radio Concertorgel, dat de NRU had gekocht van de BBC. Er werden enkele opnamen gemaakt die later op het VARAgram-label verschenen.; onder meer Moonglow en een selectie uit de musical Annie get your gun. De laatste aankondiging van het Orgelkwartet Cor Steyn was op woensdag 24 november en de laatste van het Ritmisch Strijkorkest op vrijdag 26 november 1965. Die programma’s kwamen te vervallen, zoals een omroeper van dienst zei. Cor Steyn was namelijk op 17 november 1965 – nog geen 59 jaar oud – in Hilversum overleden aan een hartaanval. Na zijn dood verschenen er talloze heruitgaven en compilaties van de platen die hij tussen 1953 en 1959 bij Philips (Phonogram) opnam en de zwarte schijven die tussen 1959 en 1966 bij Imperial (Bovema) verschenen.

Cor Steyn trouwde in 1931 met Hielechien Neuwitter. Uit dat huwelijk werden twee zoons geboren. In 1945 trouwde Cor met Rita Helen Wengler. Uit dit huwelijk werden twee zoons en een dochter geboren.

Tekst: Co Snel.

Bronnen: Diverse wikipedia-artikelen, radio-gidsen, platenhoezen, OmroepmuziekWiki en eigen geheugen.

Lees ook: Van Hammond-orgel tot Honegger: Cor Steyn 50 jaar geleden overleden

Op 15 november zond RTi Hilversum deze Cor Steyn-aflevering van Co Snels radioprogramma Studio Hilversum uit.

LINKS
bladmuziek van composities van Cor Steyn op deze website
overzicht van Cor Steyn-repertoire in de MCOMB-catalogus
overzicht van composities van Tom Manders in de MCOMB-catalogus
Cor Steyn in de OmroepmuziekWiki
Cor Steyn in de VARA-biografie
Cor Steyn in de Muziekencyclopedie

Zie ook:

Beluister ook Co Snels radioprogramma over VARA-ensembles

HALLO HIER HILVERSUM – UIT 90 JAAR VARA-MUZIEKHISTORIE

Op 1 november 1925 werd de V.A.R.A. (toen nog met puntjes) opgericht. Al spoedig werden vele radio-uren met muziek de ether in gestuurd. Een groot deel daarvan werd uitgevoerd door solisten en ensembles in dienst van de omroep. Namen van bekende orkesten en ensembleleiders uit die periode: Eddy Walis, Cor Steyn, The Ramblers, de Flierefluiters (foto), Benedict Silberman, Jan Vogel, Johan Jong, Hugo de Groot etc. Duizenden titels werden voor hen gecomponeerd en/of gearrangeerd.

Klik om te vergroten

De Flierefluiters

Het grootste ensemble was het V.A.R.A.-Orkest, dat op 8 juni 1929 voor het eerst optrad voor deze omroep. Er werd onder leiding van Hugo de Groot gestart met 14 man, en in 1930 werd het uitgebreid tot 24 musici. Het repertoire liep uiteen van klassieke muziek tot potpourri’s en jazz.

Ook ten behoeve van de propaganda en ledenwerving werd veel muziek geschreven en gespeeld. Het bekendste lied in deze categorie was Hier de V.A.R.A.!, beter bekend onder de (refrein)titel Hallo Hier Hilversum, een tekst van ‘Huib Wouters’ (pseudoniem van Martien Beversluis) op muziek van Hugo de Groot (1931):

Voor het V.A.R.A.-Zomerfeest in 1934 schreef De Groot nog een lied om het ‘familiegevoel’ te versterken. Helaas is de naam van de tekstdichter niet vermeld.

VARA-lied_samen

Na de Tweede Wereldoorlog kon een tournee goede diensten bewijzen bij de wederopbouw van het ledenbestand. De organisatie ervan werd uitbesteed aan de zoetgevooisde zanger Charles Aerts, die tevens een artiestenbureau leidde. Hij stelde de ‘cabaret-revue’ Hallo aansluiten samen met o.a. zijn zingende echtgenote Elly Rexon, de liedjeszanger Willy Rex, de voordrachtskunstenaar Jan Lemaire en het accordeonorkest van Jan Vogel. Hier het titellied:

Klik om te vergroten Klik om te vergroten
Klik om te vergroten

In 1949 schreef Henri C. van Praag (1894-1968) het declamatorium Vrede, Arbeid, Recht voor Allen (tekst: Jan W. Jacobs), voor twee spreekstemmen, gemengd koor, spreekkoor en orkest.

De hooggestemde tekst die het spreekkoor reciteert, mèt uitvoeringsaanwijzingen:

Klik om te vergroten

Alle genoemde titels zijn te vinden in de collectie van de voormalige Muziekbibliotheek van de Omroep, in de kelder van het gebouw waarin de VARA tot 1995 gevestigd was (nu het Muziekcentrum van de Omroep).

Bron: Henk van Gelder – De schnabbeltoer (Nijgh & Van Ditmar, 2005)

Zie voor meer informatie onze OmroepmuziekWiki

Jan Jaap Kassies