BIJ ZIJN 25e STERFDAG: HANS LACHMAN – DE RADIOJAREN

‘Aanvankelijk was Lachman na de oorlog opnieuw actief op het gebied van de lichte muziek. Hij werkte geruime tijd met The Grasshoppers van Cor Perez. Rond 1950 formeerde Lachman zijn eerste eigen ensemble, het Ensemble Lachmann, met blazers van het Concertgebouworkest (KCO), later opgevolgd door Moments Musicaux, met blazers én strijkers van het KCO.’ *

Bovenstaande informatie is typerend voor wat her en der te lezen is over een belangrijke periode in het leven van musicus-componist-arrangeur Hans Lachman (Berlijn 7 maart 1906-Amsterdam 27 juni 1990): de jaren tussen 1945 en ca. 1960, waarin hij vermoedelijk honderden composities en arrangementen voor vele radio-ensembles en –orkesten schreef. ‘De lichte muziek’ is een nauwelijks adequate aanduiding van het brede terrein dat zijn muzikale activiteiten omspanden: van hoorspelen voor sprekers, koor en orkest via zgn. ‘arrangementen’ (bewerkingen van muziek voor specifieke bezettingen/radio-ensembles), behalve voor bovengenoemde ensembles o.a. ook voor het Metropole Orkest, het ensemble van Georg Frank, het Melodia Sextet en de Minstrels tot grote vocaal-instrumentale werken, waaronder het Requiem.
Het is opmerkelijk hoe vaak in dit soort gevallen wordt voorbijgegaan aan het feit dat zich in Hilversum een collectie bladmuziek bevindt (die van de voormalige Muziekbibliotheek van de Omroep), waarin zich duizenden (handgeschreven) werken van voornamelijk Nederlandse componisten en arrangeurs bevinden die kortere of langere tijd in opdracht van een omroepvereniging werkten en vaak een grote productie kenden. In die ‘radiojaren’ was veel meer live muziek te horen dan tegenwoordig, wat vele componisten, arrangeurs, musici en ensembles werk verschafte.
Na opname/uitzending werd de bladmuziek opgeborgen en bewaard in genoemde bibliotheek. Slechts een klein deel van deze composities en arrangementen is vervolgens gepubliceerd, zodat de gegevens vaak niet in de ‘officiële werkenlijsten’ van de betreffende makers terechtkwamen. Zo kon het gebeuren dat het enige werk dat Marius Flothuis voor blaasorkest schreef ruim 60 jaar ‘onder de radar’ is gebleven, en dat handschriften van Wilhelm Rettich niet betrokken werden in het aan hem gewijde hoofdstuk in het onlangs verschenen, lezenswaardige boek Vervolgde componisten in Nederland (terwijl daar de volgende opmerking valt te lezen: ‘Ook was Rettichs muziek in de jaren vijftig en zestig regelmatig op de Nederlandse radio te horen’).
Het feit dat de bibliotheek op 1 augustus 2013 is gesloten als gevolg van de bezuinigingen hoeft geen beletsel te zijn voor geïnteresseerden om er hun licht op te steken. Het VPRO-tv-programma Vrije Geluiden heeft als een van de eersten de weg erheen gevonden (dit seizoen werd voor vier items gebruik gemaakt van materiaal uit de Omroepmuziekbibliotheek, en voor komend seizoen zijn de voorbereidingen inmiddels begonnen). Ook het Nederlands Jazz Archief heeft het goede idee opgevat te informeren naar materiaal dat in de jaren 1960 is geschreven voor Boy’s Big Band (o.l.v. Boy Edgar), met als gevolg dat 30 arrangementen werden opgedoken waarvan een deel kan worden gebruikt voor het Boy Edgar-herdenkingsconcert op 15 november in het Amsterdamse Bimhuis.
Als bij meer onderzoekers en anderen deze gedachte zou zijn opgekomen zou – één voorbeeld uit vele – het hoofdstuk ‘Hans Lachman’ in bovengenoemd boek aanzienlijk aan waarde hebben gewonnen. Bovendien was de zin ‘Het volledige oeuvre van Hans Lachman […] was opgeborgen in een houten sinaasappelkist […]’ dan niet geschreven.

*Dat het Concertgebouworkest pas veel later ‘Koninklijk’ is geworden besefte de schrijver niet.

Veel titels van composities en arrangementen van de hand van de veelzijdige Lachman hadden kunnen worden toegevoegd.

  Jan Jaap Kassies

Een kleine selectie:

hoorspel van Hans Lachman uit 1957.

Rotterdam, hoorspel van Hans Lachman uit 1957.

Allegro voor strijkorkest
Jiskor, voor bariton, koor en orkest
Hoorspelmuziek Rotterdam voor orkest
Homo et mundus (tekst Hans Freudenthal), voor soli, koor, orkest en tape (in 1961 de Nederlandse inzending voor de Prix Italia)
Artis-suite voor vijf blaasinstrumenten en piano
Place Grimaldi, aria voor tenor uit een geplande opera
Bewerking van de pianosolo van de Grande polonaise brillante op. 22 van Chopin (gepubliceerd in Warschau)
Voor het Metropole Orkest: o.a. Passacaglia (Obsessie), Jacob van Campenlaan (een straat in Hilversum waar in de jaren 1950 veel (omroep)musici woonden), Braziliaanse kinderliederen, Cadetten Marsch

LINKS:
Selectie Hans Lachman-composities in de collectie van de voormalige Muziekbibliotheek van de Omroep
Partituren op muziekschatten.nl

MUZIEKSCHATTEN IN DE KELDER

In Nederlands Harp Bulletin (jrg. 8, nr. 1, voorjaar 2015) besteedt harpiste en redactielid Regina Ederveen uitgebreid aandacht aan de voormalige Muziekbibliotheek van de Omroep en haar collectie. Hieronder plaatsen we een paar citaten uit en een link naar haar volledige artikel.

Meer dan vijf kilometer aan bladmuziek ligt en staat er opgestapeld in de kelders onder het Muziekcentrum van de Omroep, aan de Heuvellaan 33 te Hilversum. Een enorme schat aan muzieknoten, die op het moment van schrijven van dit artikel, vanwege politieke stappen eigenlijk in het geheel niet meer beheerd kunnen worden. De medewerkers die jaren met liefde en vakkennis in de omroepmuziekbibliotheek werkten, zijn vanwege de bezuinigingen ontslagen. De kennis die nodig is om zo’n unieke schat aan bladmuziek te beheren, gaat op deze manier waarschijnlijk in heel rap tempo verloren. Een enorm verlies aan historie. Hieronder volgt achtergrondinformatie over de muziekschatten in de kelders van de Heuvellaan 33 te Hilversum. Met dank aan Jan Jaap Kassies, voormalig medewerker van de omroepmuziekbibliotheek.

(…)
Ensemble Barcarolle
Doordat er in het Hilversumse meerdere orkesten en ensembles jarenlang muziek hebben gemaakt in opdracht van de omroepverenigingen, ontstond er veel bladmuziek die sinds 1995 in de kelders op de Heuvellaan werd samengebracht. Aan deze ontwikkeling is een hele geschiedenis voorafgegaan.

(…)

In de toptijd (jaren ’50) waren gemiddeld 60 arrangeurs bezig om de bladmuziek uit te schrijven. Tussen 1940 en 1960 werd er nog steeds niet veel gebruik gemaakt van plaatjes. Ook handwerk op het gebied van bladmuziek uitschrijven bleef nog lang bestaan. Zelfs in 1987 liepen er nog een paar arrangeurs rond die met de hand de partijen overschreven. Dat waren soms enorme spoedklussen. Al dit soort muziek ligt in de kelders en voor 99% zijn deze stukken nooit uitgegeven.

(…)

Er was jarenlang een groot budget. Nieuwe uitgaven van uitgevers als Donemus, maar ook Schott, Breitkopf & Härtel, Boosey & Hawkes werden automatisch naar de omroepbibliotheek gestuurd. De filosofie van de omroep was: de programmamakers moeten alles kunnen inzien.
Muziekpresentator Han Reiziger (1934-2006) kon langs de uitleenbalie lopen met de vraag: ”Hebben jullie die nieuwe uitgave al van Hans Werner Henze?”

(…)

In 1980 is de omroepbibliotheek begonnen om de catalogus te automatiseren. Daarvóór maar af en toe ook daarna, werd er gebruik gemaakt van de kaartjes in rolkasten en lades. ”Doordat we enkele jaren geleden voor het digitaliseringsproject Muziekschatten de hele collectie hebben bekeken, zagen we pas echt wat we in huis hadden”, aldus Kassies. ”Kamermuziek, vocale muziek, hoorspelen, orkestmuziek etc. etc. We hebben daardoor vele onbekende stukken ontdekt.” De catalogus van deze muziek staat op de website www.mcomb.nl.

(…)

Helaas hebben de omroepmedewerkers het werk van de volledige digitalisering nooit af kunnen maken. Slechts een deel is gecatalogiseerd maar een groot deel is alleen te vinden via de kaartenbakken. De enigen die daar toegang toe hadden waren de bibliotheekmedewerkers. Wat er in de kelders van ‘Heuvellaan 33’ ligt, is een van de grootste collecties bladmuziek in Europa. Het was altijd al een ”gesloten opstelling”, met andere woorden, het publiek kon er niet rechtstreeks bij.

(…)

Er is gelukkig nog wel het een en ander toegankelijk. Voordat de opheffing in 2013 een feit was, zijn omroepbibliotheekmedewerkers een paar maanden bezig geweest om zo’n 5000 titels te selecteren en te laten scannen door een extern bedrijf [MicroFormat, red.]. Deze scans zijn voor iedereen gratis te downloaden van de website www.muziekschatten.nl. Ook Aubade van Jurriaan Andriessen (1925-1996), in 1961 opgedragen aan Rosa Spier, is hierop te vinden.

Op 26 oktober 2014 speelde Regina Ederveen Jurriaan Andriessens Aubade (1961) in het VPRO-televisieprogramma Vrije Geluiden. Lees er meer over in de blogbijdrage Jurriaan, Rosa, Regina en Melchior

LINKS:
* Werken voor harp solo op muziekschatten.nl
* Werken voor harp solo in de MCO-MB-catalogus

Download Regina Ederveens artikel

HONDERD JAAR GELEDEN GEBOREN: DOLF VAN DER LINDEN – 35 JAAR VOOR HET METROPOLE ORKEST

Het is een zeldzaamheid: een dirigent die 35 jaar lang chef van éénzelfde orkest is.
Dolf van der Linden richtte het Metropole Orkest in 1945 op, kort na de Tweede Wereldoorlog dus, en bleef tot 1980 op zijn post. In deze periode componeerde en arrangeerde hij vele honderden stukken, in zeer uiteenlopende genres. De sinds twee jaar ontoegankelijke kelder van het MCO-gebouw aan Hilversumse Heuvellaan bevat zo’n 5 kilometer bladmuziek, waarin de collectie van het Metropole Orkest een flink aantal kasten vult. Wanneer men die mappen opent treft men Dolf van der Lindens naam het vaakst aan. Decennialang schreef hij muziek voor zijn orkest (en andere ensembles), uiteenlopend van het hoorspel Metropolichinel (1946) op tekst van de grote (VARA-hoorspelregisseur) S. de Vries jr., via een arrangement van een aria uit Cilea’s opera Adriana Lecouvreur (1980) tot muziek voor de Toon Hermans-film Monsieur Moutarde van Sonansee en uiteraard talloze composities en arrangementen op het terrein van de amusementsmuziek en de jazz voor het Metropole Orkest. Een kleine selectie van zijn muzikale nalatenschap is op onze website te vinden.

Doordat zijn activiteiten zich uitstrekten over een zeer breed terrein kreeg hij zelden ‘gedocumenteerde erkenning’ voor zijn gehele oeuvre. Ook het feit dat veel van zijn werk niet is gepubliceerd maar handschrift is gebleven, heeft het verkrijgen van een overzicht voor ‘niet-ingewijden’ bemoeilijkt. Daar komt nog bij dat hij  veel muziek schreef voor film en tv, genres die zich meestal onttrekken aan de standaard-werkenlijsten. In naslagwerken werden vaak dezelfde ‘feitjes’ herhaald over zijn opleiding, zijn betekenis voor het Eurovisie Songfestival etc.
Daarom is het goed dat Bas Tukker de beschikbare informatie over leven en werk van Dolf van der Linden heeft verzameld en op basis daarvan een biografie heeft geschreven. Tukker was al zeer goed op de hoogte van Van der Lindens activiteiten in Songfestival-verband, door zijn research voor de website ‘And the conductor is…‘,  die veel gegevens bevat over dirigenten die ooit actief waren bij het Eurovisie Songfestival.
Een curieus document uit 1958 dat onlangs opdook biedt een fraai inkijkje in de wereld van het muziekauteursrecht. De aangeschrevene besluit zijn (concept)antwoord als volgt:

‘Ik heb het nu weer opgelost en hoop in de toekomst een beter overzicht te verkrijgen wat er zo met mijn werkjes gebeurt’.

Dolf_van_der_Linden_BUMA_samen Het orkest organiseert vandaag,  op de 100ste geboortedag van zijn oprichter, een bijzonder evenement in het Muziekcentrum van de Omroep in Hilversum. Onderdeel ervan  is de presentatie van het boek ‘Dolf van der Linden: de vader van het Metropole Orkest‘, geschreven door Bas Tukker op initiatief van de Stichting Vrienden van het Metropole Orkest. Daarbij zal het orkest onder leiding van Jan Stulen een selectie van muziek spelen uit het rijke muziekarchief dat onder het 35-jarig bewind van Van der Linden werd opgebouwd.

De naam van de grote omroepmusicus zal ook voortleven in de nieuwe woonwijk die aan de oostzijde van Hilversum verrijst. Naast o.a. (zijn opvolger) Rogier van Otterloo, Pi Scheffer en Jos Cleber wordt daar ook een straat vernoemd naar de vandaag honderd jaar geleden geboren Dolf van der Linden.

Jan Jaap Kassies

LINK:
Werken van Dolf van der Linden in de Omroepmuziekcollectie

Op 12 juli zond Co Snel op RTi Hilversum een Dolf van der Linden-special uit t.g.v. diens 100e geboortedag. Hieronder kunt u die radiouitzending terugluisteren.

MISHA MENGELBERG – VROEG WERK VOOR ‘HILVERSUM’

De vandaag 80 jaar geworden Misha Mengelberg heeft aan het begin van zijn lange loopbaan enkele verrassende muzikale uitstapjes gemaakt, die men niet direct associeert met de (mede-)oprichter van het ICP Orkest.

Zo schreef hij in 1960 Een roodgeblokte krijgsvogel in opdracht van de AVRO voor het Marimba Tipica Orkest o.l.v. Laguestra (alias Willy Langestraat). De bezetting van het orkest:  piccolo, fluit, hobo, klarinet, fagot, tenorsaxofoon, baritonsaxofoon, 3 trompetten, 3 trombones, marimba, claves, maracas, bongo’s, tomba’s (conga’s), drums en bas. De bladmuziek is bewaard in de (op 1 augustus 2013 gesloten) Muziekbibliotheek van de Omroep.

Een roodblauwgeblokte krijgsvogel

Manuscript Een roodblauwgeblokte krijgsvogel

Dat geldt ook voor Hypochristmutreefuzz (1964), voor Boy’s Big Band o.l.v. Boy Edgar. Bij de uitvoering in The Late Late Show was niemand minder dan Eric Dolphy solist.
Nog enkele voorbeelden van het omroep-oeuvre van Mengelberg:  voor het orkest o.l.v. Ruud Bos componeerde hij  Aolskelekker… (1965) en Monk’s Dream,  voor het Promenade Orkest de Ouverture Barend Servet I (1972) en (eveneens voor de VPRO) Borneose brij voor harmonieorkest (1979).

Een intrigerend werk draagt vermoedelijk de titel HRRG II, hoewel ook de vermelding ‘ICP’ op de bladmuziek is te vinden. Ook de datering is nogal ambivalent: er lijkt ‘14/4/’64’ te staan, terwijl het in het inschrijfboek van de Omroepmuziekbibliotheek bij 8 januari 1973 te vinden is. Bekijkt men de bladmuziek, dan springt direct het Instant Composers-credo in het oog: ‘Schrijf je eigen partijtje.’

Proficiat!

Jan Jaap Kassies

Link:
Composities van Misha Mengelberg in de kelders van het MCO in Hilversum (voor zover digitaal gecatalogiseerd)

Partituur HRRG II

Partituur HRRG II

Pianopartij 'Monk's Dream'

Pianopartij ‘Monk’s Dream’

 

OVERHEID: STOP UITSTROOM ERFGOEDKENNIS EN -KUNDE

Op 2 mei jl. publiceerde ik een blog over de toegankelijkheid van cultureel erfgoed, die na de sluiting van de Muziekbibliotheek van de Omroep, het Theater Instituut Nederland en Muziek Centrum Nederland ernstig in het gedrang is gekomen.
Hierin citeerde ik enkele passages uit het op 8 april door de Raad voor Cultuur de gepubliceerde advies Agenda Cultuur 2017-2020 (en verder). Dit rapport bevat een analyse van de huidige stand van de erfgoedsector in Nederland, en adviezen aan de minister van OCW om hierin verbetering te brengen. Onder de kop ‘kennisborging erfgoed’ staat:

‘In het erfgoeddomein is er sprake van een verlies van bestaande kennis en expertise. In alle deelsectoren blijkt dit een toenemend probleem. De kennis die uitstroomt wordt onvoldoende overgedragen, waardoor lacunes ontstaan. Daarnaast zijn door de bezuinigingen de plekken om in te stromen afgenomen.’

(…)

‘Om archieven ook in de toekomst toegankelijk te houden zijn specialistische kennis en vakmanschap onmisbaar.’

(…)
(p. 120)

Archieven van bedrijven [...] kunnen even belangrijk zijn als overheidsarchief om het verleden in samenhang te kunnen kennen.

(Dit geldt in hoge mate voor de MB-collectie: hierin bevindt zich immers een groot deel van de muziek die vanaf ca. 1925 door de Nederlandse omroep via radio en tv is gebruikt – en daarmee een aanzienlijk deel van het ‘collectieve auditieve geheugen’ heeft beïnvloed. Hoorspelen, herkenningsmelodieën van ensembles en programma’s, die een integrerend onderdeel vormen van de omroephistorie, maar ook ‘geëngageerde’ muziek die de tijd van ontstaan weerspiegelt.)
(p. 121)

‘In de Archiefvisie 2011 bevestigde de staatssecretaris dit principe krachtig. De raad heeft aansluitend daarop geadviseerd een fonds voor particuliere archieven in te stellen om te voorkomen dat deze tussen wal en schip raken.’

(Op 1 november 2012 publiceerde ik een blog met de titel ‘Tussen wal en schip’, als reactie op een uitspraak van Diederik Samsom bij de presentatie van het regeerakkoord van Rutte-2.)

‘Particuliere archieven worden immers niet beschermd door de Archiefwet, terwijl ze ook niet door de Wbc als beschermd cultureel erfgoed zijn aangewezen. Onder invloed van bezuinigingen is een dergelijk fonds er niet gekomen. De afgelopen jaren hebben een reeks van incidenten laten zien waarbij archiefcollecties als die van het Tropeninstituut, de Wereldomroep, de collectie van Museum Enschede, de Muziekbibliotheek van het Muziekcentrum van de Omroep en andere particuliere collecties verloren dreigen te raken of al verloren zijn geraakt. Wil de Archiefcollectie NL daadwerkelijk gestalte krijgen, dan zal dit onderwerp actief door de overheid moeten worden geagendeerd.’

Iedereen die enig idee heeft van de omvang èn rijkdom van de collectie van de Omroepmuziekbibliotheek vraagt zich nu af welke overheidsinstantie dit advies van de Raad voor Cultuur ter harte neemt en concrete stappen gaat nemen om dit unieke erfgoed (vandaag precies een jaar en negen maanden geleden gesloten) weer toegankelijk te maken voor geïnteresseerden.

Op 3 mei verscheen de reactie van Kunsten ’92 op bovengenoemd advies, waarin een vergelijkbare oproep tot de overheid wordt gericht:

‘Er zijn grote veranderingen gaande in erfgoedland, mede door de invoering van de nieuwe Erfgoedwet. De Raad signaleert, mede door de economische crisis, verlies aan bestaande expertise en kennis in alle deelsectoren (archieven, musea, monumenten en archeologie) en stelt anderzijds vast dat de opgave die de gemeenten nu op dit gebied krijgen enorm is – temeer nu zij ook vele andere nieuwe taken moeten uitvoeren. Het vereist een andere manier van werken en kennisdeling om erfgoed van begin af aan te betrekken bij transformatie, stedelijke herverkaveling en revitalisering. De vraag is dan ook of gemeenten, met name de kleinere, ook daadwerkelijk bereid en/of in staat zullen zijn de gewenste ruimtelijke kwaliteitsslag te maken. De Raad wijst in dat verband op de beperkte capaciteit en budget bij gemeenten en zelfs uitstroom van bestaande erfgoedkennis en -capaciteit. Ook de noodzaak dat lokale bestuurders en gemeenteraden de rijksambitie kennen en delen, en dus bereid zijn daarop te anticiperen en daadwerkelijk te handelen, is een punt van zorg voor de Raad. Kunsten ’92 onderstreept dat de overheid hier een belangrijke toezichthoudende verantwoordelijkheid heeft en een herkenbare regierol moet blijven spelen. Ook bij het stimuleren van kennisontwikkeling en het delen van kennis.’

Tijdens het debat in de Tweede Kamer over de nieuwe Erfgoedwet op 2 juni jl. werd duidelijk dat de bescherming voor erfgoed in het wetsontwerp voor de nieuwe Erfgoedwet zich niet dient te beperken tot erfgoed van Rijk, provincies en gemeenten maar wordt uitgebreid tot de collecties van universiteiten, waterschappen en eventueel nog andere publiekrechtelijke lichamen.

Bovendien nam de Kamer de volgende motie aan, ingediend door Alexander Pechtold, die deze motivatie gaf:

‘Over de kennis en kunde maak ik mij veel zorgen. Ik heb gesproken over universiteiten waar hoogleraren kunstnijverheid niet meer opgevolgd worden en over musea waar de conservatoren alleen nog maar bezig zijn met blockbusters. Ik wil wel eens weten wat er gebeurd is met de kennis en kunde in ons erfgoedland. Om die reden dien ik de volgende motie in: De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat musea steeds minder conservatoren in dienst hebben; constaterende dat daarmee kennis en kunde over de collectie verdwijnen en er steeds minder wetenschappelijk onderzoek wordt gedaan; van mening dat de collecties hiermee onvoldoende tot hun recht komen; verzoekt de regering, te inventariseren hoe er de afgelopen tien jaar door musea is bezuinigd op “kennis en kunde” en hoe het wetenschappelijk onderzoek naar collecties zich heeft ontwikkeld, en hier bij de begroting op terug te komen, en gaat over tot de orde van de dag.’

Wellicht is het mogelijk bij deze inventarisatie ook het muzikale omroeperfgoed te betrekken, zoals dat zich bevindt in de collectie van de op 1 augustus 2013 gesloten Muziekbibliotheek van de Omroep. Deze bevat onder meer een enorme schat aan handgeschreven materiaal dat vanaf ca. 1925 is gebruikt voor vele duizenden radio- en tv-uitzendingen, en een afspiegeling vormt van de collectieve herinneringen van tallozen aan genoemde uitzendingen – een zuiverder vorm van erfgoed is nauwelijks te vinden.
Nu is er nog kennis en kunde op dit terrein; naarmate degenen die de (weg in de) collectie kennen daar langer van gescheiden zijn wordt het steeds moeilijker om het belangwekkende materiaal (waaronder duizenden onuitgegeven werken van Nederlandse componisten/arrangeurs) te ontsluiten voor onderzoek, uitvoering en publicatie. Vervolgens kan dan worden bezien op welke wijze dit erfgoed weer toegankelijk kan worden zonder gevaar te lopen definitief tussen wal en schip van beleidsorganen, instanties en begrotingen terecht te komen.

Jan Jaap Kassies