JURRIAAN ANDRIESSEN IN HILVERSUM

De componist Jurriaan Andriessen (1925-1996) genoot in de ca. 25 jaar na de Tweede Wereldoorlog een grote faam. De laatste kwarteeuw van zijn leven werd zijn naam aanzienlijk minder vaak gehoord.

Hij werd op 15 november 1925 in Haarlem geboren. Toen hij negen jaar was verhuisde het gezin Andriessen naar Utrecht, waar zijn vader, de componist Hendrik Andriessen, organist werd van de Utrechtse Kathedraal en directeur van het Utrechts Conservatorium. Als kind componeerde hij ijverig met zijn vader mee – in het gezin werd iedere vorm van muzikaliteit als een doodgewoon familieverschijnsel gezien.
Job Wilderbeek gaf hem zijn eerste muzieklessen, en op het Utrechts Conservatorium studeerde hij theorie en compositie bij zijn vader, piano bij Gerard Hengeveld en André Jurres en bij Willem van Otterloo directie.

Het voldoen aan ‘opdrachten’ was iets waarmee Jurriaan al vroeg vertrouwd raakte, want het huiselijk musiceren lokte vanzelf speelstof uit. In zijn conservatoriumjaren schreef hij al enkele stukken die hun weg naar het podium vonden, en kort na de Tweede Wereldoorlog kreeg hij zijn eerste opdracht bij ‘de radio’. In de jaren ’50 componeerde hij onder meer voor de KRO-kinderrubriek De Wigwam stukjes die hij uitvoerde met een ensemble van fluit, hobo, klarinet, fagot en harp, het Wigwamorkest genaamd. Ook was hij muzikaal leider van o.a. de ensembles Molte Corde, Ritme en Rijm en de Disco’s.

In diezelfde jaren was hij in Hilversum ook actief als jazzpianist, onder de naam Lesley Cool, meestal in comboverband, met gitaar, bas en slagwerk.

Jurriaan Andriessen schreef muziek bij ca. 20 hoorspelen, en – in opdracht van de Nederlandse Radio Unie – twee grote werken die speciaal voor radio-uitvoering bestemd waren: De Bremer Stadsmuzikanten op tekst van Hélène Nolthenius en de opera Perdita op een libretto van Tom Bouws.

Andriessen is altijd veel ‘toegepaste’ ofwel ‘gebruiksmuziek’ blijven schrijven. Zo componeerde hij ook veel toneelmuziek (vooral voor de Haagse Comedie). Hij regisseerde verder veel televisieconcerten.

In januari 1947 schreef hij voor de KRO-radio muziek bij De prins die de hik had, een hoorspel ‘naar een Engelsch sprookje van Anthony Armstrong voor de microfoon vrij bewerkt door Alexander Pola’. Hij voltooide de partituur op 27 januari, en een week later, op maandag 3 februari werd de opname gemaakt. De bezetting: fluit, hobo, klarinet, fagot, trompet, slagwerk, viool, altviool, cello en piano. Regisseur was Herbert Perquin. [Op 7 maart 1947 verscheen een recensie in De Waarheid, red.]Manuscript van 'De prins die de hik had'

Manuscript van ‘De prins die de hik had’

Op 17 mei zond het VPRO-tv-programma Vrije Geluiden delen uit van het hoorspel in een uitvoering van het Ad Hik Orkest olv Jeroen Wentel (met Steven Joles als verteller).

De prins die de hik had is één van de ca. 50 handgeschreven composities van Jurriaan Andriessen in de (per 1 augustus 2013 gesloten) Muziekbibliotheek van de Omroep (MB). Dit aantal betreft alleen de ‘klassieke’ stukken van zijn hand; naar schatting tussen de 100 en 200 titels in de collectie bevatten muziek die hij voor radioprogramma’s schreef/arrangeerde op het gebied van de lichte muziek en de jazz. Doordat veel werken na (radio)opname/uitvoering onuitgegeven bleven is zijn ‘officiële’ werkenlijst verre van volledig. Veel composities van hem zijn gepubliceerd, maar ook veel bleef handschrift. De geïnteresseerde lezer kan een indruk krijgen van zijn grote veelzijdigheid en productiviteit door deze link te volgen.

Op deze muziekschattensite is o.a. de Missa Deo gratias voor koor en orkest te vinden, maar ook Arbeid en Christendom, (orkest)muziek bij een klankbeeld van Tom Bouws (1957), De droom van Gerontius (1955, hoorspelmuziek voor koor en orkest), de Wilhelmus-Fantasie Een Prince van Oraengien voor 2 ‘kopergroepen’ met slagwerk, koor en orkest (gecomponeerd in opdracht van de NOS ter gelegenheid van het 25-jarig regeringsjubileum van Koningin Juliana in 1973), een Intrada voor 21 koperblazers, Variaties voor piano over Zie ginds komt de stoomboot (1951) èn de opera Kalchas, voor 3 mannenstemmen en orkest, naar een toneelstuk van Tsjechow (1959).

Bron: Wouter Paap – Jurriaan Andriessen (in: Mens en Melodie, jg. XIII, nr. 4 (1958), p. 98-103)

Jan Jaap Kassies

Dit artikel verscheen oorspronkelijk op de MuDaKo-blogsite.

Lees ook: Jurriaan, Rosa, Regina en Melchior