PI SCHEFFER: VAN MUSIC MAESTRO TOT MEESTER EN DOCTOR

Het is niet zo gek als we zouden denken dat Pi Scheffer voluit Pieter of Piet heette, maar hij werd als Johannes Scheffer geboren op 21 september 1909 in Amsterdam. De naam Pi kreeg hij toen hij als leraar het vak wiskunde onderwees. Zijn vader Johannes was typograaf. Door werk in binnen- en buitenland, daarin gesteund door zijn vrouw Maria Christina Stolp, woonde het gezin in 1915 in Berlijn en in 1919 in Castleton bij New York.
Terug in Nederland was vader Scheffer in zijn vrije tijd koorleider en organist. Pi kwam dus al jong met muziek in aanraking en had er ook werkelijk belangstelling voor. Hij kreeg les van zijn pa via het harmonium. Pi leerde klarinet, cornet en dwarsfluit spelen. Die instrumenten ging de jonge Scheffer hanteren in de harmonie Laurens Janszoon Coster in Haarlem. Op aanraden van dirigent J. A. Meng ging Pi zich bekwamen zich op de trombone. Als je in die jaren Joep riep, luisterde Pi ook, want dat was zijn eerste bijnaam. Hij musiceerde in het fanfareorkest Sursum in Bloemendaal en in het symfonieorkest Euterpe in Haarlem. Op 15-jarige leeftijd schreef Pi al arrangementen.

In de muziek was geen droog brood te verdienen, vond men in het begin van de vorige eeuw. Pi moest een degelijk beroep kiezen. Hij dacht aan het onderwijs en volgde de kweekschool. In 1928 behaalde hij zijn onderwijzersakte aan de Da Costaschool in Haarlem. In 1930 volgde de hoofdakte en in 1931 de akte Engels LO en later de akten Duits en wiskunde. Uit die tijd stamt, zoals gemeld, zijn naam Pi, een woord uit het Griekse alfabet. Het is het getal dat we krijgen als we de omtrek van een cirkel delen door de diameter van een cirkel. Overdag was Pi onderwijzer in Landsmeer en in zijn vrije tijd musiceerde hij in 1930 in The Hot Syncopators in alweer Haarlem. In 1933 stapte hij over naar The Blue Ramblers. Omdat deze naam verwarring veroorzaakte met The Ramblers o.l.v. Theo Uden Masman, opgericht in 1926, werd het gezelschap omgedoopt tot The Blue Stars. De mannen traden ook op in de Dudley Club van de Amerikaanse 5th Port Headquarters Company in Antwerpen. Ook in 1933 trouwde Pi met Maria Hendrika Freijmuth. Uit het huwelijk werden een zoon en een dochter geboren.

Beste jazztrombonist
In 1937 mocht Scheffer in jazzbar & club Mephisto in Rotterdam met de beroemde Amerikaanse tenorsaxofonist Coleman Hawkins meespelen. Coleman had al in 1935 platen gemaakt met De Ramblers en zou dat in 1937 wederom doen. Om misverstanden te voorkomen, Pi was geen lid van Theo Uden Masman’s Ramblers. In Mephisto werd Pi Scheffer aangekondigd als Nederlands beste jazztrombonist. Er kwamen meer gastoptredens bij buitenlandse (jazz)bands die door Nederland toerden. Zo was hij er bij toen op 22 juni 1927 het starconcert Swing that music door de BBC vanuit Scheveningen werd uitgezonden. Helaas moest Scheffer zich bij een volgend concert laten vervangen, want het schooljaar was begonnen. Op die manier kon Pi spijtig genoeg niet meewerken aan een serie historisch geworden plaatopnamen.

In de Tweede Wereldoorlog maakte Pi tussen 1942 en 1944 als trombonist deel uit van de sterke Big Band van pianist Dick Willebrandts. Het orkest speelde door de bezetter verboden swing. De musici leidden de vijand om de tuin met Duitse nummers en swingstukken mpi scheffer_ca1948et een Nederlandse titel. Op de lessenaars lagen vooral arrangementen van Pi Scheffer en ook enkele composities van zijn hand. In 1943 Opus 34 en Wenteltrap en 1944 Ik hou zoveel van dansmuziek. Daarentegen deden de Duitsers wel een beroep op Willebrandts en de zijnen om rond propaganda-uitzendingen voor de Deutsche Europa Sender te spelen. Daar was swingtanzen nicht verboten. De vocalisten van het orkest, Nelly Verschuur en Jan de Vries, konden nu ook Engelstalig zingen. In het laatste oorlogsjaar werkte Pi mee aan illegale bladen; van november 1944 tot mei 1945 aan Zondagsblad en van maart tot mei 1945 het periodiek Novum.
Volgens mevrouw Nelly Smit–Van der Veen speelde Pi Scheffer ook een actieve rol in het verzet. Haar aanvulling op dit artikel is hier te lezen [red.]

The Skymasters
Na de bevrijding ontstond bij de AVRO het idee om na The Decibels van Eddy Meenk en het AVRO-Dansorkest o.l.v. Hans Mossel en Klaas van Beeck van voor de oorlog, een nieuw dansorkest op te richten. Dat werden The Red, White and Blue Stars o.l.v. Willy Kok. Pi Scheffer hanteerde in die formatie wederom de trombone. Het gezelschap beleefde de eerste uitzending op 29 januari 1946. Net als in de jaren ’30 verliep de ontwikkeling van het orkest nogal moeizaam. De naam van de band en ook de dirigent voldeden niet aan de verwachtingen. Red, White and Blue Stars veranderde in mei 1946 door een prijsvraag via de luisteraars in The Skymasters, genoemd naar een populair vliegtuig in die jaren. Een andere bron meldt dat AVRO-baas Willem Vogt de naam had verzonnen. Er ontstond onenigheid. Pi Scheffer week even uit naar België en Willy Kok werd door de AVRO ontslagen. De mannen van het orkest wilden echter een leider. Pi werd terug geroepen. Hij werd in juni 1946 dirigent van The Skymasters.pi_scheffer_skymaster_1946
Pi componeerde de herkenningsmelodie All aboard en titels als Midnight song en Hela hola swing, inderdaad gebaseerd op het feestliedje Hela Hola houd er de moed maar in. Scheffer volgde voor zijn leiding bij The Skymasters van 1949 tot 1951 harmonie en contrapuntlessen bij Ernest Willem Mulder en directielessen bij Toon Verwey.

Bloesem van seringen
Pi ‘zong’ soms eigen liedjes als Dorpsmuziek of Marjoleintje. Annie de Reuver speelde Marjoleintje. Zij was vaste zangeres bij The Skymasters. Toen zij in juni 1947 naar haar echtgenoot Jack Philips in Venezuela vertrok, werd Karel van der Velden vaste vocalist bij The Skymasters. Karel zong van de hand van Pi Scheffer A Honolulu, met een tekst van Jack Bess en niet te vergeten in 1948 Bloesem van seringen, een creatie van Scheffer, orkestleider Jan Vogel en tekstdichter Han Dunk. Het lied ging als Mary Rose de wereld rond met in Duitsland versies van zanger Gerhard Wendland tot accordeonist Will Glahé, in Engeland van pianist Stanley Black tot zanger Steve Conway en vocalgroup The Stargazers. Zelfs in Amerika werd de song gebracht door de bands van Kay Kyser met zangeres Gloria Wood en The Campus Kids en Ray Anthony met vocalist Tommy Mercer in 1951. Eind dat jaar keerde Annie de Reuver terug naar Nederland en ging aanvankelijk weer zingen bij The Skymasters. Er stond echter een nieuwe dirigent voor het orkest, want sinds 1 september 1951 had Pi Scheffer de dirigeerstok over gegeven aan saxofonist Bep Rowold. Pi wilde weer voor de klas gaan staan. Hij friste de kennis wat op en haalde in no time zijn MO Engels A en B en promoveerde tot Doctor in de letteren aan de Universiteit van Amsterdam.

Eind 1950 nam Eddy Christiani  een lied op wat hij samen met Han Dunk en Pi Scheffer schreef. Het heette Rendez-vous bij ’t licht der maan. Het begeleidend orkest stond onder leiding van violist Frans Poptie. De Nederlandse TV was nog maar net begonnen op 2 oktober 1951, of niet lang daarna was Pi al te zien in gesprek met Dolf van der Linden, de dirigent van het Metropole Orkest. Het onderwerp was uiteraard: muziek. Enkele maanden voor het Ensemble Eddy Christiani o.l.v. violist Frans Poptie in 1952 bij de AVRO ontstond, maakte Eddy diverse plaatopnamen met koor en orkest o.l.v. Pi Scheffer. .

Scheffer hield wel van een grapje. Zo componeerde hij in 1954 het Concert voor tuinslang en orkest. Het Metropole Orkest gaf de uitvoering ten beste in het VARA zaterdagavond radioprogramma Showboat, geproduceerd door Karel Prior.

TV-werk
Bekijk de uitzending met Frans Brüggen In 1955 ging Scheffer voor de NCRV-TV werken. Hij presenteerde tot 1964 de rubriek Pas Geperst. Hierin konden artiesten hun nieuwe plaat aan de kijkers voorstellen. Pi legde de schijven eigenhandig op de draaitafel en ging babbelen met de act. Door de TV-uitzendingen werd Pi herkend op straat. Vond hij dat lastig? ‘Welnee’, zei hij ooit, ‘Ik heb er alleen nog maar gemak van gehad’. In Amsterdam reed hij eens langs een file wachtende auto’s. Pas toen hij vooraan door een agent werd tegengehouden, besefte Pi dat ook hij had moeten stoppen. Toen de agent hem echter aansprak, herkende deze hem van de televisie. Dat was voor de vertegenwoordiger van wat toen nog als gezag werd gezien, voldoende aanleiding om Pi zo snel mogelijk door te laten rijden.

Pi Scheffer begeleidde tussen de televisiebedrijven door met diverse formaties solisten en ensembles in de platenstudio. Bijvoorbeeld The Columbia All Stars bij The Melody Sisters, toen zij in 1956 Onder de klok zongen, de onwennige Nederlandse versie van Rock around the clock, de hit van Bill Haley and his Comets.

Tussen 1956 en 1960 schreef Pi arrangementen voor de Nationale Finale van het Eurovisie Songfestival. In 1957 componeerde Scheffer ook muziek op twee teksten van Alexander Pola. Marcel Thielemans zong Ik weet nog goed en Corry Brokken op onnavolgbare wijze De messenwerper. Deze Iwan miste letterlijk en figuurlijk met het mes. Corry ging met Net als toen, een lied van organist/pianist Guus Jansen en tekstdichter Willy van Hemert naar het tweede Eurovisie Songfestival in Frankfurt. En ze won. In 1960 selecteerde Pi met Simon Carmiggelt, René Sleeswijk en Piet te Nuyl de liedjes voor de Nationale Finale van het Eurovisie Songfestival.

Na een ontmoeting met muziekuitgever Piet Moolenaar ging Pi componeren voor harmonie, fanfareorkest en brassband. In 1960 vertrouwde hij High road Impressions aan de notenbalken toe. In hetzelfde jaar 1960 maakte het Concertgebouworkest een LP met lichte muziek. Pi schreef de arrangementen. Daarnaast verschenen er bewerkingen voor AVRO’s amusementsorkest De Zaaiers o.l.v. Jos Cleber.

O.K. Wobblers
pi_scheffer_OK_WobblersOp 24 juni 1960 bracht NCRV-TV een programma over het jaar 1925 met medewerking van de latere TV-regisseuse Kitty Knappert en danser/cabaretier Aart Brouwer. Het orkest in die uitzending was de gelegenheidsformatie The O. K. Wobblers o.l.v. Pi Scheffer. Het speelde onder meer If you knew Susie en I miss my Swiss. De band sloeg aan bij het publiek, er wordt kort daarop een EP uitgebracht en het gezelschap keerde nog een paar keer terug op TV met o.a. cabaretier Henk Elsink en The Charming Mesdemoiselles, drie meisjes uit het koor Sweet Sixteen o.l.v. Lex Karsemeyer, inclusief dochter Marian. Door toedoen van diezelfde Lex Karsemeyer, chef lichte muziek bij de NCRV, werden The O. K .Wobblers enkele jaren een vast radio-ensemble. In die programma’s van 20 minuten lag ook het accent op de muziek uit de jaren ’20. Er verschenen nog meer EP’s en LP’s van de acht-mansformatie.

Voor het NCRV TV-programma Muziek voor U formeerde Pi tussen juli 1961 en 1964 een Big Band. De Engelse zangeres Alma Cogan was vol lof over het 13 man sterke orkest. Muziek voor U was afgekeken van een gelijksoortig programma bij de BBC. Alma vond de Nederlandse versie van regisseur Wil Hartingsveldt beter.

pi_scheffer_swinging_safariVoor de AVRO leidde Scheffer de formatie Arabeske met licht klassieke werken op de lessenaars. Hij arrangeerde daarnaast voor het AVRO-orkest Divertimento o.l.v. Gerard van Krevelen. Op single verscheen in 1962 Pi’s bewerking van A swingin’ Safari, een compositie van Bert Kaempfert, zeer geschikt voor harmonie en brassbands, waar Pi ook voor bleef componeren, zoals in datzelfde 1962 Three Inventions en in 1963 Man in te moon. De Marinierskapel, De Kapel van de Koninklijke Luchtmacht en De Amsterdamse Politiekapel hadden belangstelling voor Pi’s werk. Hij arrangeerde daarnaast voor het Amsterdams Kamerorkest. In 1964 werd Scheffer benoemd tot wetenschappelijk medewerker aan de Universiteit van Amsterdam.

De laatste dans
Pi bleef musiceren in diverse orkesten, verving soms dirigenten en componeerde verder voor de diverse blaasorkesten. Pi combineerde moderne met traditionele muziek . In 1970 werd Going Dutch populair. Dat was een selectie van vaderlandse volksliederen. Pi ging werken aan een proefschrift, getiteld The progressive in English, waarop hij op 16 maart bij prof. A. L .Vos promoveerde. Voor hij zijn wetenschappelijke loopbaan beëindigde vanwege de pensioengerechtigde leeftijd, werden symptomen van de ziekte van Parkinson bij Scheffer geconstateerd. Toch bleef hij componeren voor brassbands. Zeker 35 composities en 31 arrangementen verschenen in druk. In 1976 overleed Pi’s echtgenote Maria Hendrika. In 1983 moest hij wegens zijn ziekte noodgedwongen de trombone neerleggen. Op 19 december 1985 hertrouwde hij met de toen 69-jarige Truus Johanna Marie Woudenberg. De compositie Come dancing was in 1987 zijn laatste officiële werk. Op 14 januari 1988 overleed de sympathieke veelzijdige musicus Pi Scheffer op 78-jarige leeftijd.

Auteur: Co Snel
Bron: De Weergever, 36e jg. no. 3 (aug. 2014).

Onze hartelijke dank gaat uit naar De Weergever, vereniging van verzamelaars van oude geluidsapparatuur en geluidsdragers.

Links:
Discografie van Pi Scheffer (vanaf 1960)
• Bladmuziek van Pi Scheffer op deze site.
• Uitgebreide biografie van het Instituut voor Nederlandse Geschiedenis
• Bekijk De messenwerper – Corry Brokken (Nationaal Songfestival 1957)
• Bekijk Weet je – Corry Brokken (Nationaal Songfestival 1958)
• Bekijk Een verlicht raam – Rita Reys (Nationaal Songfestival 1958)
• Bekijk De warmte van je hart – Rita Reys (Nationaal Songfestival 1958)
• Bekijk Wat een geluk – Rudi Carrell (Eurovisie Songfestival 1960)

DE VEELZIJDIGHEID VAN COR DE GROOT (1914-1993)

Halverwege zijn leven bevond Cor de Groot zich op het toppunt van zijn carrière: de Philips-catalogus vermeldde in 1953 talloze opnamen door de pianist van werken van Chopin, Albeniz, De Falla en pianoconcerten van Liszt, Morton Gould en Beethoven, alle drie met dirigent Willem van Otterloo. Otto Ketting omschreef (in het booklet bij de cd-box Willem van Otterloo – the original recordings 1951-1966, waarin de pianoconcerten nr. 1 en 2 van Rachmaninov en Beethovens derde) hun gedeelde muzikale opvatting: ‘verstandelijk maar niet emotieloos, uitgaan van de partituur en analytisch, geen toeters en bellen. Daarnaast was De Groot evenals Van Otterloo componist en zijn zicht op de grote vorm blijft steeds aanwezig’. Ketting noemt De Groot ‘de meest prominente pianist van zijn generatie’ (vermoedelijk dacht hij daar ‘Nederlandse’ bij).
Tussen 1937 en 1959 was hij 71 keer solist bij het Concertgebouworkest, o.a. in 1942, toen hij o.l.v. Paul van Kempen zijn eigen pianoconcert in Fis gr.t. uitvoerde. Hij had het al tien jaar eerder voltooid, en opgedragen aan zijn leermeester aan het Amsterdams Conservatorium, Ulfert Schults. (Een kopie van het handschrift is op deze site te vinden) . Op de laatste pagina’s heeft De Groot genoteerd welke uitvoeringen er van dit werk zijn gevolgd.)

Lees verder op de Mudako-blog