HOOR DE MUZIKANTEN


Op 25 mei bracht Co Snel een hommage aan Wessel Dekker in zijn radioprogramma Studio Hilversum via de lokale omroep RTi Hilversum.

Luister terug

De vrij en blije ensembles van Wessel Dekker

Het ensemble Vrij en Blij werd in 1946 opgericht door Wessel Dekker, geboren op 27 mei 1914 in Hilversum.

De basis was al gelegd in 1936, toen Wessel De Speellieden oprichtte. Met dit kamWessel_Dekker_De_Speelliedener mandoline ensemble trad hij op 16 juni 1938 voor het eerst voor de NCRV-radio op. Het was de enige verstrooiende noot bij de christelijke omroep, want lichte muziek was uit den boze. Een wals werd zelfs een karakterstukje genoemd. Bij de NCRV ging het voor de oorlog vooral om koorzang, orgelconcerten en liederen van Johannes de Heer.
Wessel was als knaap van 16 jaar al zeer geïnteresseerd in muziek. Hij kende hele delen van symfonieën uit zijn hoofd. Daarbij legde een grote platenverzameling aan.

Er is een gegeven dat uit De Speellieden in de oorlog De Trekvogels ontstonden. Ze speelden voor de Nederlandse Omroep. Schrijver dezes hoorde VARA-omroeper Jaap Brandt ooit een aankondiging voor deze Trekvogels maken op 15 september 1974 in een hoorspel van Dick Verkijk, dat de radioprogrammering van 8 november 1942 reconstrueerde. Dit hoorspel werd op 8 november 1972, 40 jaar na datum, nog eens uitgezonden.
Hoe dan ook: De naam Trekvogels hanteerde Wessel in ieder geval toen hij in 1970 bij de EO in dienst trad. Daarbij zongen Henk Dorel en ook Dick Doorn.
Een aardig terzijde: In 1957 formeerde bariton Dick Doorn met de hoge tenor Wim Scholte het duo De Trekvogels, wat een hit had met Kleine schooier, een tekst van Stan Haag op het Amerikaanse lied Cinco robles, een succes voor Les Paul & Mary Ford en Russell Arms.

Behoefte aan Nederlands
Na de bevrijding ontstond uit met name De Speellieden het ensemble Mandolinata, bestaande uit mandolines, gitaren, accordeon, celesta en bas. Het ensemble speelde vanaf 1946 voor de NCRV-radio. Al snel werden daar acht damesstemmen aan toegevoegd.

Wessel_Dekker_Vrij_en_Blij_met_Henk_Dorel Zo ontstond Vrij en Blij. Maar Wessel wilde er ook een solozanger bij hebben. Hij had ooit bariton Henk Dorel (voluit Henk Doreleyers,1907-1993) als solist bij de Koninklijke Mannenzangvereniging De Mastreechter Staar gehoord en vond dat de man zo duidelijk Nederlands zong. Henk hapte toe.

Vrij en Blij ontstond ook uit een behoefte aan vrolijke Nederlandse liedjes. Dekker was het zat dat de muziekwereld was vergeven van de songs die de Amerikaanse en Canadese bevrijders meebrachten. De eerste uitzending van Vrij en Blij was op 12 april 1946 en bleek een schot in de roos. Het was koren op de molen van de NCRV achterban. Het ensemble zorgde door optredens voor radio en propaganda-avonden in het land voor een grote ledenaanwas. Behalve Henk Dorel zong ook tenor Bert van ’t Hoff regelmatig bij het gezelschap.

Mandolinata bleef naast Vrij en Blij musiceren in de NCRV programmering. Had er in 1949/1950 een hitparade bestaan dan was het Vrij en Blij-lied Hoor de muzikanten daar zeker in terecht gekomen. Het ensemble had ook succes met Sarie Marijs, Suikerbossie (Ek wel jou he) en Speelt papa met zijn spoortje, een liedje van Henri Theunisse. De liedjes van Theunisse werden graag uitgevoerd door Vrij en Blij. In de loop van de jaren ‘50 verschenen er behoorlijk wat platen van zowel Mandolinata als Vrij en Blij.

Meer ensembles
Van één ensemble kan een musicus niet leven. Er ontstonden afgeleiden van Vrij en Blij. Begin jaren ‘50 hoorden de luisteraars het banjo-orkest Estrellita o.l.v. Wessel Dekker. Hierbij zong Rie Helmig. Zij was opgevallen in het zondagochtendprogramma ’t Triangelklokje klingelt van VARA’s Wim Ibo. Rie had veel succes met het lied Het hutje bij de zee in 1953.
In 1954 ontving Wessel Dekker een W. T. L.–wimpel als erkenning voor het uitdragen van het Nederlandse lied.

Midden jaren ‘50 formeerde Wessel Dekker Cantilene. Zongen bij Vrij en Blij muziek-studenten, in Cantilene hoorde je vocalisten uit de professionele vrije sector. Stemmen die ook bij de KRO te horen waren of waren geweest bij het Orkest Zonder Naam o.l.v. Ger de Roos, de daaruit voortgekomen Zingende en Spelende Troubadours o.l.v. Jo Budie, The Jacksonaires en De Joffers en De Jonkers o.l.v. Jack Bulterman. Bij Cantilene hoorde je duidelijk zangers en zangeressen die solistisch ook hun sporen hadden verdiend of dat zouden gaan doen. Bijvoorbeeld Jenny Roda, Yvonne Oostveen, Marcel Thielemans, Dick Doorn (daar is hij weer) en uiteraard Henk Dorel.
Het ensemble had aardig succes in 1955 met het lied ‘t Schipperskind. Dan was er nog het ensemble Tiroline met inderdaad Tiroolse muziek op het repertoire. Die formatie was net als Estrellita en Cantilene geen lang leven beschoren.

In vrije tijd begeleidde Wessel Dekker amateurmusici in het Tokkelorkest Caecilia, ook wel The Caecilia Mandolin Players genoemd. Door de wat Rooms aandoende naam trad dit ensemble voor de KRO op in het programma Musicerende dilettanten en later in Zin in muziek.

Minder belangstelling
Wessel_Dekker_Vrij_en_BlijIn 1956 vierde Vrij en Blij het 10-jarig bestaan onder meer met een speciale potpourri grammofoonplaat. Pierre Biersma speelde als jong musicus accordeon bij Vrij en Blij.
Het ensemble was exclusief verbonden aan Phonogram. CNR (Telefunken) wilde ook wel zo’n vrolijk geluid op de plaat en verzocht Biersma om een dergelijk ensemble te formeren. Zo ontstonden De Zomersproeten, die als twee druppels water op Vrij en Blij leken. Er kwamen in 1957 twee platen van het gezelschap uit.

Hierbij het lied Trek je wandelschoenen aan van componist/violist Frans Poptie en tekstdichter Jack Bess. Het stond ook op het repertoire van het meisjeskoor Sweet Sixteen o.l.v. Lex Karsemeijer.

Het kwam niet door het Rock & Roll-spook dat er minder belangstelling kwam voor dergelijke muziek, want NCRV-leden moesten niets hebben van Bill Haley of Elvis Presley. De NCRV programmaleiding vond het kennelijk welletjes. Hoe het ook zij, in 1958 verdween Vrij en Blij ineens van het radiotoneel. Hiervoor in de plaats leidde Wessel Dekker drie nieuwe ensembles.

Drie vervangende ensembles
Allereerst de formatie Hollandia, met wat strijkers en blazers. Hier werden nooit platen van geperst. Het ensemble bracht in een half uur voornamelijk instrumentale nummers, maar ook enkele zangnummers door een vocale groep. Het waren niet louter Nederlandse componisten op de speellijst, zoals de naam van het gezelschap suggereert. Op de lessenaars lagen onder meer werken van Wessel zelf, die ook onder schuilnaam componeerde. Als Jim Joice bijvoorbeeld Schotse ruit, Fleur de Mai en The picnick polka [ook De vrolijke vioolspeler, red.] en als Jan Vrolijk Hollandia mars, Dance of the dewdrops en Meikevers wachtparade.

Als tweede het ensemble De Golfbrekers met liedjes van en over de zee op het repertoire. De bezetting doet denken aan het Orkest Zonder Naam van Ger de Roos met accordeon, viool, piano, vibrafoon, hoorn, bas en slagwerk. Ook nu weer met medewerking van onder meer Jenny Roda, Yvonne Oostveen, Dick Doorn en Henk Dorel.

Als derde in 1959 het Sprookjesensemble. De twee meter lange reus (om precies te zijn 1.96 meter) Wessel Dekker noemde zich bij laatstgenoemd ensemble K. Bouter. Het gezelschap bestond uit een ritmegroep, een harpiste, accordeonist/pianist en strijkers en een enkele blazer uit het Metropole Orkest o.l.v. Dolf van der Linden.

Op de speellijst werken van grote en kleine componisten. Bijvoorbeeld: Intermezzo uit 1001 Nacht van Johann Strauss, Vuurvogel (Berceuse) van Igor Strawinsky en de Treurmars van de marionet gecomponeerd door Charles Gounod. Uiteraard muziek uit de sprookjesfilms van Walt Disney geschreven door Frank Churchill, zoals Assepoester, Sneeuwwitje en Bambi.

Onder schuilnaam componeerde Wessel Dekker:
Als Jim Joice: Spiegeltje aan de wand, Alt Wiener Märchen, De Isengrimus, De verlegen prinses, Doorwerste legende en Sprookjes van de fee.

Als Jan Vrolijk: Klein Duimpje op stap, Roodkapje en de wolf, Tafeltje dekje, Repelsteeltje, Kobold idylle, Tijltje, Lichtkevertjesdans en Elfenspel in het sprookjesbos.

Het laatste lied dat het Sprookjesensemble speelde in de slotuitzending op 23 september 1963 was toepasselijk: Het spookje is uit van Jan Vogel.
In de jaren 1959 en 1960 had Wessel Dekker een eigen platenhalfuur, vrijdag eens per 14 dagen om 12.00 uur. Dat heette Ricordare. Met als ondertitel: verpozingsmuziek uit de dertiger jaren.

Kennelijk was er bij de achterban van de NCRV toch weer een dringende behoefte aan Vrij en Blij. Het ensemble keerde in 1961 terug. Conny Vink maakte er toen deel van uit. Conny zou vanaf 1967 succes hebben met o. a. Bossa nova boy, De toeteraar, Maak je niet dik (dun is de mode) en Ik wil jou in een kooitje. Als Vink wil je best een ander vogeltje in je buurt.

Uit de tijd
In 1964 viel het doek van Vrij en Blij voorgoed. Lex Karsemeijer, sinds 1960 chef afdeling lichte muziek kreeg carte blanche van de NCRV-leiding en liet een frisse wind waaien door het lichte muziekaanbod van de omroep. De bakens moesten verzet worden. Karsemeijer was niet alleen verantwoordelijk voor de grammofoonplatenprogramma’s, hij had ook de supervisie over de radio-ensembles en orkesten. Er kwamen jazzy 20 minuten met bijvoorbeeld het Kwartet Ad van den Hoed, Kwintet Frans Poptie, Kwintet Jan Morks en Saxophonia o.l.v. Cees Verschoor. De klanken van Vrij en Blij hoorden daar niet meer bij. Bovendien beschuldigde Karsemeijer Dekker van dilettantisme. Tenminste zo legde Wessel dat ooit uit. Lex vond Dekker geen volleerd dirigent. Zo noemde de bescheiden musicus zich ook niet. Hij was kapelmeester.
Het laatste lied van de slotuitzending op maandag 21 september 1964 was een lied van Wessel’s hand: De wijde wereld in.

Wederom Trekvogels
Wat Wessel Dekker in de daarop volgende jaren deed is niet bekend. Het zal zich bezig hebben gehouden met het Tokkelorkest Caecilia, dat enkele platen maakte.

Toen de EO in 1970 met uitzenden begon, diende Wessel Dekker zich aan. Hij formeerde De Trekvogels. Het ensemble klonk precies hetzelfde als Vrij en Blij, compleet met zanger Henk Dorel en ook, zoals eerder gemeld, Dick Doorn. De bijdrage van de EO op Hilversum 3 was zeer omstreden. De uren hadden niets met de popmuziek te maken. Na het verzoekplatenprogramma De muzikale fruitmand met voornamelijk geestelijk repertoire, verzorgde Wessel een nonstop uur onder de titel Te elfder Ure. Hierin veel mandoline– en banjoklanken, volksliedjes van overal en tango’s van Malando. De hoofdcontrolekamer van de Hilversum 3 studio waarin Wessel de platen aan de technicus aanreikte, stond blauw van Dekker’s sigarenrook.

In 1984 ging Wessel met pensioen. Merkwaardig genoeg keerde hij weer even terug naar zijn vroegere werkgever, de NCRV. Lex Karsemeijer was sinds 1976 geen hoofd van de afdeling lichte muziek meer. De tijd van radio-ensembles was al lang voorbij. Wessel koos weer zijn bekende volksmuziek en aanverwanten uit voor korte platenprogramma’s en hij verzorgde de muziek voor het vragenprogramma Wie weet waar Willem Wever woont.
Daarna vernamen we niets meer van Wessel Dekker. Hij raakte in het vergeetboek. Op 5 februari 2006 overleed hij op 91-jarige leeftijd.

Auteur: Co Snel.
Bron: De Weergever, 35e jg. no. 3 (2013).
foto’s: Co Snel,  Rinus Blijleven, Ben Poelman.


Op 25 mei bracht Co Snel een hommage aan Wessel Dekker in zijn radioprogramma Studio Hilversum via de lokale omroep RTi Hilversum.

Luister terug

Bladmuziek van Wessel Dekker en Jim Joice op deze website.

Onze hartelijke dank gaat uit naar De Weergever, vereniging van verzamelaars van oude geluidsapparatuur en geluidsdragers. Discografische gegevens bij dit artikel zijn bij de vereniging te verkrijgen.