Categorie archief: Aether

PAUL GODWIN, DE LAATSTE STEHGEIGER

Tijden veranderen snel, oude waarden maken plaats voor nieuwe trends. Zo is het leven, maar terugkijken loont. Op 9 december 1982, nu 35 jaar geleden, overleed een coryfee, de violist Paul Godwin. Zijn leven verliep over pieken en dalen, met muziek als rode draad.

Vluchteling
In de voetsporen van Fritz Kreisler, Mischa Elman en Willi Boskovsky, heeft Paul Godwin als Stehgeiger de ‘Kaffeehausmusik’ verheven tot kunst. Het was een lange weg. Geboren werd hij als Pinchas Goldfein op 28 maart 1902 in Sosnowiec, destijds Russisch grondgebied en nu weer Pools. Zijn joodse ouders hadden een klein hotel, waar muzikanten ’s avonds dans- en volksmuziek speelden. De kleine Pinchas luisterde aandachtig, kreeg op zijn 4e verjaardag een viooltje en mocht al gauw meespelen. Les kreeg hij in Warschau en van 1912 tot 1918 van  Hermann Kaplan in Wenen. Als tegenprestatie moest hij voor hem boodschappen doen, eten koken en matten kloppen. Na afloop van de Eerste Wereldoorlog week hij uit naar Boedapest, waar Jenö Hubay zijn leraar werd. De kost verdiende Pinchas nu als schnabbelaar in café’s en bioscopen. Het antisemitische regime van admiraal Horthy beviel hem niet, na twee jaar zocht hij zijn toevlucht in Berlijn.

Succes
Ondanks de slechte economische omstandigheden in de 20-er jaren, trof Pinchas op het gebied van kunst en amusement een bruisende stad aan. De Musikhochschule liet hem toe als leerling van Willy Hess, maar stuurde hem weer weg, omdat hij het schnabbelcircuit verkoos boven de verplichte bijvakken. In feite was Pinchas al rijp voor een volgende stap. Onder de artiestennaam Paul Godwin leidde hij vanaf 1922 zijn eerste eigen salonorkest, het werden er spoedig vijf. Per taxi pendelde de nieuwe ster door de stad. Bekende solisten stonden in de rij om begeleid te worden door ‘Godwin mit seinem Künstler-Ensemble’, met zijn dansorkest ‘Paul Godwin’s Jazz Symphonians’ trad hij op in danslokalen, revuetheaters en voor Berlijnse radiozenders. Europese bekendheid verwierf Godwin in 1925 door het contract met Polydor. Het maakte hem schatrijk. Meer dan 9 miljoen platen werden van hem verkocht. Ook werkte hij mee aan veel UFA-films. Maar in 1933 keerde het tij. De Nazi’s namen de macht over, Godwins huis en vermogen werden geconfisqueerd. Hij kon nog net met vijf collega’s een visum bemachtigen en uitwijken naar Luxemburg voor een doorstart. Als stateloze, met 8 Reichsmark op zak en een (vermeende) Stradivarius onder zijn arm, verliet de eens zo gevierde musicus Duitsland. De Jood Godwin was ‘unerwünscht’.

paul_godwin_femina_berlin

Stateloos
In de rest van Europa was zijn reputatie onaangetast. Paul Godwin, als Stehgeiger en bandleider een absolute publiekstrekker, werd in Hilversum meteen uitgenodigd als solist bij het AVRO-Omroeporkest o.l.v. Nico Treep. Voor zijn nieuw samengesteld ensemble kon hij in veel Europese landen met uitgangscentra langlopende contracten afsluiten. Zijn optredens in Den Haag, Scheveningen, Amsterdam, Rotterdam, Heerlen en Valkenburg in bekende luxe etablissementen, werden vaak uitgezonden door de AVRO en KRO. Hieraan maakte de inval van het Duitse leger in mei 1940 abrupt een eind. Joden werd het werken in het openbaar verboden. Pauls huwelijk met een niet-joodse vrouw behoedde hem voor deportatie, maar als dwangarbeider moest hij graven en spitten bij Schiphol. Na de bevrijding richtte Godwin zich vooreerst met bekende musici op klassiek repertoire, hij speelde altviool in het Nederlands Strijkkwartet en viool in het Stradiva Sextet, het Meester Trio en Alma Musica. Toen Paul Godwin in 1951 het bericht ontving, dat hij tot Nederlander was genaturaliseerd, luidde zijn ontroerde reactie: ”Nu ben ik opgehouden een nummer te zijn, ik ben weer mens”.

 Perfectie
De VARA bood hem in 1952 een vast contract aan. Salonmuziek was in. Het programma Gold und Silber met het Promenade Orkest o.l.v. Benedict Silberman en Paul Godwin als solist, bleek meteen een gouden greep. Als aanvulling mocht Godwin uit geselecteerde groepjes omroepmusici eigen ensembles formeren. Zijn werkwijze leek zo eenvoudig: ’s avonds een uurtje repeteren en dan opnemen. Wekelijks toverde hij vanuit de kille studio weemoedige en vrolijke klanken tot sfeervolle miniatuurlandschapjes uit culturen, die hem als mens en musicus hadden gevormd. Wie herinnert zich niet zijn uitzendingen? De begintune deed een stapje terug voor het warme stemgeluid van zijn vaste omroeper Coen Serré: ”Kom binnen mensen en ga er maar weer eens lekker voor zitten. Het komende half uur gaan we rustig bladeren in het prachtige muziekalbum van Paul Godwin”. Naadloos sloot de tekst aan bij de slotmaten van de tune. Toeval? Nee, niets in Pauls uitzendingen berustte op toeval, ‘Routine’ bestond voor hem niet. Wanneer een eenvoudig nummer onverwachts problematisch verliep, reageerde hij fel: “Scheisse, nochmal!”, ook al betrof het de tune: ”Nochmal!”. Met minder dan 100 procent nam de perfectionist geen genoegen, dat gold ook voor hemzelf. Een door een regisseur simpelweg als ‘goed’ aanvaarde opname, keurde hij weer af:“Gut, das reicht mir nicht, nochmal!”. Desondanks hadden Godwins musici veel respect voor hem. In het Walsorkest mocht ik hem nog twee jaar meemaken, ik beschouwde dat als betaalde leermomenten. Zijn omgang met onze taal verliep minder perfect. Tussen zijn Oost-Europees getinte Duits mompelde hij Nederlandse woorden, voorzien van een zwaar accent. Dit bracht VARA-voorzitter Jan Broeksz tot de uitspraak:“Paul Godwin is te muzikaal om de Nederlandse taal te leren spreken.”

Veelzijdig
Twee namen mogen in dit artikel niet ontbreken: Henk Knol, de altviolist uit het Radio Kamer Orkest, die voor Godwins ensembles vrijwel alle arrangementen schreef en Isja Rossiçan, die naast vriend en muziekregisseur, ook zijn pianist was in vele programma’s waarin vele ‘pareltjes uit de oude doos’ klonken. Het strijkje verloor allengs zijn glans, uit het uitgangsleven was het al weggesaneerd. Bekende Stehgeiger als Bertus van Dinteren en Tata Mirando kregen geen opvolgers en nadat Paul Godwin in 1975 gestopt was, verdween het genre ‘salonmuziek’ ook uit de aether. Met alle respect voor André Rieu, maar in zijn vrolijke shows ontbreekt de gevoelige snaar. Een bekend oud Jiddisch lied luidt: “Vos geven iz geven, un nito”, vertaald is dit: Wat geweest is, komt niet meer terug.

Adriaan van ‘t Wout

Dit artikel oorspronkelijk geschreven voor en gepubliceerd in Kwartaalblad Aether (nr. 126) en met vriendelijke toestemming van de auteur en de Aether-redactie geplaatst.

Composities en repertoire van Paul Godwin in de SOM-collectie

HARRY DE GROOT: VAN DE JORDAAN TOT SWIEBERTJE

Dit artikel is een voorpublicatie uit Kwartaalblad Aether (afl. 123)

Een van de veelzijdigste en productiefste musici die in de tweede helft van de vorige eeuw actief waren in zowel de populaire muziek als de omroepwereld was Harry de Groot. Hij componeerde honderden liedjes, tunes en muziek voor radio en tv.

De Groot werd geboren in Amsterdam op 24 december 1920. Als negenjarige begeleidde hij zijn vader Rein op piano en accordeon. Op zijn negentiende was hij al beroepsmusicus; hij verdiende voor de oorlog een behoorlijke boterham als pianist en bassist. Hij trok door het land met artiesten als Heintje Davids, Willy Derby, Lou Bandy en Louis Davids. Mede doordat hij veel instrumenten had leren spelen behoorde hij in de jaren 1938/39 tot de bestbetaalde musici in Nederland. Via een violist die hij kende van zijn engagement in het Lido in Amsterdam kwam hij in 1939 als bassist in dienst bij het KRO-Strijkorkest.

Harry de Groot (foto: Jac. de Nijs, Anefo, Nationaal Archief)

Harry de Groot (foto: Jac. de Nijs, Anefo, Nationaal Archief)

Veelzijdig
Na de oorlog kwam Harry de Groot bij de VARA terecht. Hij schreef muziek voor uiteenlopende bestemmingen: van hoorspelen waarin cowboyliedjes waren ingepast (waaraan o.a. Eddy Christiani en Frans Poptie meewerkten) via The Ramblers (bv. het hoorspel Alice in Kolderland) tot Chansonnetje in huis (AVRO), waarbij hij samenwerkte met Pi Scheffer en tekstschrijvers Alexander Pola, Gerrit den Braber en Ernst van Altena.
In die periode begeleidde hij met zijn orkest de Franse chansonnière Patachou, niet alleen voor de VARA maar ook tijdens haar aansluitende tournee. ln de eerste helft van de jaren vijftig speelde De Groot vibrafoon in het Ensemble Eddy Christiani onder leiding van violist Frans Poptie. Met de Kilima Hawaiians schreef hij de radiostrip Bill Sheriff en zijn Prairieduivels.

Eind jaren vijftig richtte De Groot het Vibrafoon Sextet op waarmee hij swingmuziek speelde in de stijl van Benny Goodman. Hij richtte het sextet Virtuosa (drie accordeonisten en een driekoppige ritmesectie) en vocaal ensemble de High (Hi) Five op, een van de eerste zogenaamde backing groups waarmee hij de begeleiding verzorgde tijdens radio-uitzendingen en op platen van andere artiesten. Als zanger maakte hij opnamen met het orkest van Frans Wouters.
Harry de Groot werkte meer dan vijftig jaar bij de omroep: na de VARA en de AVRO de langste periode bij de NCRV Voor deze omroep maakte hij de muziek voor de tunes en series en Programma’s als Riedels en fiedels, Vadertje Langbeen, Swiebertje, Farce Majeure (Het is uit het leven gegrepen), De Kleine Waarheid, Ja natuurlijk, Bartje en de programma’s van Ted de Braak.
Samen met Willy van Hemert schreef hij zeven avondvullende tv-musicals, zoals Er valt een ster, Het meisje met de blauwe hoed en Kus van een ballerina, èn een opera, Crossfade. Hij was bij veel tv-programma’s orkestleider (o.a. de AVRO-Weekend Show) en dirigeerde ook in het buitenland, o.a. bij songfestivals.
Klik voor een overzicht van muziekschatten van Harry de Groot

Jordaan
Een andere specialiteit van Harry de Groot was het Jordaanrepertoire. ln dit genre schreef hij o.a. Geef mij maar Amsterdam, De zon schijnt voor iedereen (met Pi Vèriss), Een pikketanussie en O, Johnny voor Johnny Jordaan en Tante Leen. Voor een aantal van deze liedjes schreef hij niet alleen de muziek, maar ook de tekst.

De Groot was ook zeer actief als arrangeur; in de omroepmuziekcollectie bevinden zich zo’n 400 arrangementen van zijn hand, o.a. voor het Metropole Orkest.
Harry de Groot was 25 jaar lang vice-president van de FIDOF, de overkoepelende organisatie van alle songfestivals ter wereld. Hij legde deze functie neer toen het bestuur toestemde in het gebruik van geluidsbanden tijdens internationale festivals. De Groot ontving verschillende onderscheidingen, waaronder de Gouden Harp (1969) voor zijn verdiensten voor de Nederlandse amusementsmuziek. ln 1980 ontving hij de Bulgaarse regeringscultuurprijs en in 2000 werd hij benoemd tot erelid van de vereniging PALM (Professionele Auteurs Lichte Muziek).
Harry de Groot overleed op 27 september 2004. Een van de straten in de nieuwe Hilversumse wijk Anna’s Hoeve is naar hem vernoemd.

Jan Jaap Kassies

Veel gegevens in dit artikel zijn ontleend aan het interview met Harry de Groot in het boek Muziek in zwart-wit van Cor Gout (Aprilis, 2006).
Op YouTube is een fraaie opname te vinden waarop Harry de Groot samen met Colea Serban achter de piano zit.

HERONTDEKTE RADIOMUSICAL TOON HERMANS OPNIEUW TE HOREN

Dit artikel is een voorpublicatie uit Kwartaalblad Aether (afl. 122)

Jacques Klöters presenteert de musical comedy van Toon Hermans

Jacques Klöters presenteert de musical comedy van Toon Hermans (De Sandwich (v.a. 21′), 18 december 2016)

Toen cabaretkenner en theaterwetenschapper Jacques Klöters onderzoek deed naar het leven van Toon Hermans (het resultaat: Toon, de biografie verscheen in 2010) stuitte hij op een verrassing: hij ontdekte dat de AVRO-radio op 24 mei 1953 een ‘musical comedy’ heeft uitgezonden waarvoor Hermans zowel de tekst als de muziek heeft geschreven.
Eind 1952 reisde hij naar de Verenigde Staten, om in Californië op te treden voor de Nederlandse kolonie. Met de Nieuw Amsterdam voer hij naar New York, en vervolgens ging hij per trein verder. Tijdens die reis – die vier dagen en vier nachten duurde – schreef hij naar eigen zeggen 18 liedjes voor een musical. Hij zag veel in dit genre, dat in Nederland nog niet bekend was.
Klöters: ‘Als Toon een liedjestekst schreef hoorde hij gelijktijdig een melodietje in zijn hoofd. Maanden later las hij de teksten weer over, kwamen diezelfde melodieën terug in zijn hoofd en kon hij ze met zijn pianist uitwerken.’

Manuscript van het arrangement van Toon Hermans' musical comedy

Manuscript van het arrangement van Toon Hermans’ musical comedy en draaiboek bij de uitzending op 24 mei 1953

Na terugkeer in Nederland werkte hij zijn notities uit, en de AVRO besloot van de musical een radio-opname te maken. Jos Cleber maakte op basis van de schetsen de orkestraties voor zijn ensemble De Zaaiers, en het vocale aandeel werd toevertrouwd aan solisten Ans Heidendaal, Jetty Paerl, Bert Robbe, Christine Spierenburg en Anton Eldering en het Radiokoor. Op 21 mei 1953 vonden de opnamen plaats, en op zondag 24 mei werd de musical uitgezonden. De opnamen zijn helaas niet bewaard gebleven. Klöters: ‘[De musical] blijkt een fiasco. Volgens Toon is het de schuld van het koor. Hij vraagt zich af hoe mensen die normaal cantates van Bach zingen, musicalnummers kunnen zingen als: “Wie hebben alle charme? Juwelen an d’r armen? De girls! De girls! De girls!”’

Vondst
Niet lang voor de sluiting van de Omroepmuziekbibliotheek (1/8/2013) kwam een mail van Jacques Klöters binnen met de vraag of zich in de collectie mogelijk materiaal van de musical bevond. Het was geen van de medewerkers bekend; de oudste delen van de collectie (die ca. 5 kilometer bladmuziek omvat) zijn nog niet volledig geïnventariseerd. Gelukkig noemde Klöters meteen de naam van het orkest dat had meegewerkt: De Zaaiers.

De Zaaiers o.l.v. Jos Cleber (1953)

De Zaaiers o.l.v. Jos Cleber (1953), sleutel voor de herontdekking van de musical van Toon Hermans

Een aanzienlijk deel van de ‘oude collectie’ van de Omroepmuziekbibliotheek is gerubriceerd ‘op ensemble’; daardoor kon snel worden vastgesteld dat een omvangrijke hoeveelheid bladmuziek, inclusief het tekstboek, zo’n zestig jaar had liggen wachten op ontdekking. Opnieuw bleek dat de collectie uniek erfgoed bevat: de afgelopen jaren zijn handgeschreven composities opgedoken van o.a. Jurriaan Andriessen, Hanns Eisler, Hans Henkemans, Boy Edgar, Harry Bannink en Theo Loevendie.
De honderdste geboortedag van Toon Hermans, op 17 december, is aanleiding voor tal van vormen van eerbetoon. Radio 5 (De Sandwich) zendt een nieuwe opname uit van zijn musical, waarmee eens te meer zijn veelzijdigheid wordt benadrukt. Solisten, leden van het Groot Omroepkoor en het Metropole Orkest onder leiding van Maurice Luttikhuis geven de luisteraar de mogelijkheid zelf te oordelen over de eerste Nederlandse musical, die aan de vergetelheid is ontrukt.

Klik hier om de uitzending te starten

Jacques Klöters over de vergeten musicalliedjes van Toon Hermans (AVROTROS Nieuwsshow, 2016)

Klik hier om de uitzending te starten

Jacques Klöters over oude opnamen van Toon Hermans (Knevel & Van den Brink, 2013)

Promotiefilmpje voor de NPO Radio 5-uitzending op 18 december 2016

Jan Jaap Kassies

Lees ook: Toon Hermans als liedjesschrijver

ROGIER VAN OTTERLOO (11 december 1941-29 januari 1988)

Dit artikel is een voorpublicatie uit Kwartaalblad Aether (afl. 122)

Vandaag zou componist-arrangeur-orkestleider Rogier van Otterloo 75 jaar zijn geworden. Dat hij slechts 46 jaar oud is geworden is niet af te lezen aan het aantal titels van composities, arrangementen en opnamen waarvoor hij verantwoordelijk was. Bij veel muziekliefhebbers werd hij vooral bekend door zijn filmmuziek voor o.a. Turks Fruit en Soldaat van Oranje.
Van Otterloo leidde echter ook veel opnamen met het Metropole Orkest, waarvan hij vanaf 1980 chef-dirigent was (als opvolger van Dolf van der Linden, die het orkest in 1945 had opgericht).
Hij begon – als zoon van dirigent (en componist) Willem van Otterloo – al op jeugdige leeftijd met muziek: toen hij vier jaar oud was leerde zijn vader hem hoe hij samen met zijn één jaar oudere zusje tweestemmig moest zingen. Drie jaar later had hij vioolles en zat het zusje elke dag achter de piano.

Vervolgens nam hij enige tijd drumles en vanaf zijn zestiende jaar speelde hij piano. Korte tijd later vormde hij het Gold Coast Combo, samen met o.a. slagwerker-zanger Edwin Rutten en bassist René Holdert. Van Otterloo schreef de arrangementen. Na het gymnasium ging hij naar het Amsterdams Muzieklyceum, waar hij fluit, muziektheorie en piano studeerde.
In 1964/1965 schreef hij zijn eerste arrangementen voor het Metropole Orkest. Ook had hij lange tijd een radioprogramma op zaterdagmiddag waaraan vermoedelijk werd meegewerkt door zijn Gold Coast Combo-kompanen Edwin Rutten en René Holdert, en wisselende blazers, zoals Harry Verbeke, Ferdinand Povel, Cees Smal en Piet Noordijk.

copyright www.rogiervanotterloo.nl

copyright www.rogiervanotterloo.nl


Uit diezelfde periode stamt een viertal ‘muziekboekjes’ waarin de aankomende arrangeur Rogier van Otterloo schetsen heeft genoteerd voor arrangementen voor een ensemble met een bijzondere samenstelling: fluit, trompet, hobo/althobo, hoorn, basklarinet, bas, gitaar en slagwerk. Het betreft Along came Betty van Benny Golson (bekend in de uitvoering door Art Blakey and the Jazz Messengers), It’s wonderful (Mitchell Parish), Angel eyes (Matt Dennis) en Les grands musiciens (Michel Legrand). De drie laatstgenoemde nummers stonden op het repertoire van Edwin Rutten.
De boekjes zijn enkele jaren geleden ontdekt in de collectie van de (in 2013 gesloten) Muziekbibliotheek van de Omroep, en zijn indertijd ingeschreven onder de noemer ‘Orkest Rogier van Otterloo’.
Frits van Yperen heeft onlangs drie titels gedigitaliseerd met behulp van het muzieknotatieprogramma Finale, d.w.z. hij heeft de ‘handgeschreven noten’ omgezet in ‘computerleesbare noten’. Als afgeleide genereerde hij ‘luisterpartijen’ die hij aan de oorspronkelijke bladmuziek heeft gekoppeld via het Virtuele Studio-gedeelte van de website. Hiermee kan men een indruk krijgen van de klank van de betreffende arrangementen. Niet alles ‘klinkt’ even goed, maar bv. Along came Betty bevat enkele typische Van Otterloo-passages.

De gemeente Hilversum heeft besloten de straten in de nieuwbouwwijk Anna’s Hoeve te vernoemen naar componisten en musici die een belangrijke rol bij de publieke omroep (radio en tv) hebben vervuld. Rogier van Otterloo is een van hen. De naamgeving getuigt van historisch besef: de Rogier van Otterloostraat ligt in het verlengde van de Dolf van der Lindenstraat.

Jan Jaap Kassies
(met dank aan Bas van Otterloo)

Bronnen:
• John van Markwijk – Rogier van Otterloo, arrangeur, componist, orkestleider (2011, heruitgave 2016)
www.rogiervanotterloo.nl
Rogier is weer springlevend (interview met Co Berkenbosch, De Telegraaf, 11 juni 1983)

Links:
* Werken van Rogier van Otterloo op deze website
* Werken van Rogier van Otterloo in de omroepmuziekcollectie

DE WACHTERS – DE ‘VRIJZINNIGE INTERNATIONALE VAN DE V.P.R.O.’

Dit artikel verscheen eerder in Kwartaalblad Aether (afl. 121)

Op 25 september 1938 organiseerde de V.P.R.O. (tot 1968 met puntjes) een Landdag in de Haagse Houtrusthallen, ter gelegenheid van het 12½-jarig bestaan. Zes- à zevenduizend mensen kwamen uit het hele land naar Den Haag. lc_krant_bij_de_wachters

Hier werd het lied De Wachters, op tekst van predikant-directeur Everhard Spelberg (1898-1968) uitgevoerd. Het diende – na paukengeroffel, de dreiging van de tijd weergevend – als opening van de feestelijke gebeurtenis, en maakte onderdeel uit van een Jubileumcantate, een aaneenschakeling van liederen die het geestelijk klimaat van de V.P.R.O. van destijds weergaven. Deze werd uitgevoerd door een zeshonderdkoppig koor, koperblazers, slagwerk en orgel. Componist (en dirigent) was Anthon van der Horst (1899-1965), ‘huiscomponist’ van de Vrijzinnig Protestantsche Radio-Omroep.

E.D. Spelberg woonde sinds 1935 met zijn gezin boven de V.P.R.O.-studio aan de ‘s-Gravelandseweg 65 in Hilversum. Het rode radiolampje ging in huize Spelberg aan, als vader Everhard Spelberg of iemand anders beneden in de studio een praatje hield voor de V.P.R.O.-microfoon. Dan wisten de kinderen dat zij stil moesten zijn, opdat heel Nederland de boodschap der Vrijzinnigheid kon beluisteren. Hij kwam in 1936 als predikant-secretaris in vaste dienst, na tien jaar predikant te zijn geweest in Egmond aan den Hoef en Nijmegen. Later werd hij predikant-directeur. Hij presenteerde het radioprogramma Gesprekken met luisteraars; zijn echtgenote Laura Stokmans presenteerde van 1935 tot 1963, met een onderbreking tijdens de oorlog, wekelijks het Zondagshalfuur voor kinderen.

Spelberg ontving duizenden brieven van luisteraars, die een beeld geven van wat de vrijzinnige luisteraar van toen bewoog. Hiermee voegde hij een nieuwe poot toe aan de vrijzinnig-protestantse zuil: een radiogemeente. Dat is ook de titel van het proefschrift waarop hij kort na de oorlog is gepromoveerd. Hij bleef tot 1963 aan het roer van de omroep.
Anthon van der Horst (1899-1965) was in 1938 al zo’n tien jaar betrokken bij de V.P.R.O. Ook bij de viering van het 10-jarig bestaan in 1936 in het Amsterdamse Concertgebouw had hij de muzikale leiding. Zijn naam was in de jaren ’50 tot ’65 vooral bekend van de Dagopening en Morgenwijding van de V.P.R.O., waarbij hij met een ongelooflijke trouw piano of orgel speelde. Hiervoor schreef hij een groot aantal kerkliedbewerkingen.

Het lied De Wachters is ook na de Tweede Wereldoorlog bij V.P.R.O.-hoogtijdagen gezongen, o.a. tijdens de Landdag op 27 juni 1948 in de RAI in Amsterdam. Negenduizend vrijzinnig protestanten trokken naar Amsterdam, onder meer om zich in de RAI te laten toespreken door een hele reeks dominees. Hiervan zijn onlangs beelden (v.a. 12’30”) opgedoken; hierop is Anthon van der Horst te zien, die enthousiast koor en orkest dirigeert. De orkestbegeleiding is van (leden van) het Concertgebouworkest.

De Wachters is hier (onvolledig) te horen :  (mogelijk betreft dit de opname door de Vereenigde Vrijzinnige Protestantsche Koren van Amsterdam en een blaasensemble van het Concertgebouworkest o.l.v. de componist die de V.P.R.O. in 1938 op grammofoonplaat uitbracht)

In 1939 verscheen een uitgave voor zangstem en piano.

de_wachters_vanderhorst

Jan Jaap Kassies
(dit artikel verscheen in Kwartaalblad Aether 121)

Bronnen:
• Willem Pekelder – Sporen van Spelberg: 90 jaar VPRO (bijlage bij de VPRO-gids d.d. 28 mei 2016)
• Gert Oost – Anthon van der Horst 1899-1965, leven en werken (Alphen aan den Rijn : Canaletto, 1992)

De oudste bewaarde V.P.R.O.-beelden en –geluiden (vanaf 1936) zijn dit jaar voor het eerst online gezet: http://www.vpro.nl/lees/specials/2016/90-jaar-VPRO/90-jaar.html

Tekst De Wachters:

Door de landen dezer aarde
Gaat de donk’re klacht.
Weest een volk van onvervaarden,
Weest een wachter in den nacht.
In de branding dezer stonden,
Alle menschen zijt verbonden.

refrein
Wij schrijden hand aan hand
Naar het morgenland.
Tot den strijd, tot den heiligen strijd,
Aan de poorten  op de muren van dezen tijd.
Alle volken,  alle landen
Sluit de rijen,  vouwt de handen
Verbonden,  verbonden  in eeuwigheid.

Onze Vader, sterk de krachten
Zij, die Uw stem verstaan
Willen samen U verwachten,
Langs Uw strakke wegen gaan.
In de vreugde dezer dagen,
Leer ons menschen niet versagen.

refrein

In het leven, dat wij leven
Draag je eigen last.
Wie aan God zich durft te geven
Staat voor alle tijden vast.
Alle menschen, die verstonden,
Weten dat zij zijn gezonden.

refrein