Categorie archief: 100 jaar

100 JAAR: JO BUDIE (1917-1991)

Jo Budie werd geboren op 13 november (of 14 november) 1917 in Kerkrade. Hij kreeg op zijn tiende jaar zijn eerste pianolessen. In 1933 deed hij examen aan het conservatorium van Luik. Naast piano speelde Budie klarinet, saxofoon, trombone, marimba, vibrafoon, bas en accordeon. Het laatstgenoemde instrument zou hij meest gaan hanteren. In zijn jeugd speelde hij op kermissen en in cafés. In 1942 werkte Jo Budie voor de Nederlands(ch)e Omroep. Zes jaar later kwam hij in vaste dienst van de KRO.

2017_11_13_Jo_Budie_portret

ROOSKLEURIG
Het Orkest Zonder Naam van orkestleider Ger de Roos bestond toen twee jaar. Budie nam de plaats in van Jan Pieters als accordeonist. Het Orkest had een grote rij successen, die op zoals bijvoorbeeld Het ding, Lied van de IJssel, Wie zal dat betalen?, Als in Holland de sneeuwklokjes bloeien, Oh, Heideroosje en Naar de speeltuin (met Heleentje van Cappelle); zangpartijen werden waargenomen door de Marketentsters en de Musketiers. Ger de Roos stapte in 1954 door onenigheid op bij de KRO. Hij ging volop werken bij zijn moeder, die een grammofoonplatenzaak in Hilversum runde.
De Roos verbood de KRO de naam Orkest Zonder Naam nog te hanteren. Men ging verder als De zingende en spelende Troubadours. De leider werd niet genoemd, maar het was wel degelijk Jo Budie. Uit het Orkest Zonder Naam kwamen mee: Benny de Gooyer (sax/klarinet), Johnny Ombach (viool), Fred Roozendaal (xylofoon/marimba), Piet Baan (gitaar), Henk Orthman (bas) en Gerard van Bezey (drums). Een nieuw element was een Wurlitzer-orgel bespeeld door Eddy de Jong. Oud-Marketentsters Jenny Roda en Yvonne Oostveen traden toe tot de zingende Troubadours  (oud-Marketentsters) net als Dick Doorn, een ex-Musketier. Nieuwkomers waren de Vlaming Marcel Thielemans en Koos Huisman. Het gezelschap, dat van oktober 1954 tot mei 1956 bestond had kleine successen, die op plaat verschenen, zoals Jim, Johnny en Jonas, Ik hou van de Schotten, Cuculino, Het schipperskind en Het carillon van de toren. Fred Roozendaal speelde net als bij het Orkest Zonder Naam zijn xylofoonsoli in Circus Renz, The galloping comedians en Petersburger Schlittenfahrt.
Oudejaarsavond 31 december 1954 debuteerden De Selvera’s voor de KRO-radio en werden begeleid door de spelende Troubadours. In die combinatie verschenen er in 1955 een 78-toerenschijf met Hoe zachtjes glijdt ons bootje (Melody of love)/Hollands meisje (Hollandmädel).

BOERTJES VAN BUUTEN
Door het vertrek van Ger de Roos moesten ook De Bietenbouwers hun naam veranderen. Ger was leider Boer Biet. Het orkest ging vanaf oktober 1954 onder leiding van Jo Budie door als De Boertjes van Buuten. Het ensemble zou tot 1973 bestaan. Kees Schilperoort kondigde ze net als bij De Bietenbouwers met een zogenaamd Veluws accent aan als Gait-Jan Kruutmoes. Zangsolisten waren Bertus Bolknak (Henk van Wijk), Lubbert van Gortel (Henk Jansen van Galen) en – na diens overlijden in 1970 – opgevolgd door Ab Hofstee als Boer Voorthuizen. Daarnaast Geert van de Tröter op zijn schoeftrompet. Hilarisch was zijn Kakelwals. Het was in werkelijkheid Marcel Thielemans op trombone, die hij ook bespeelde naast zingen bij The Ramblers van de VARA. Annie de Reuver was een blauwe maandag boerin Drika. Zij werd in 1967 opgevolgd door Annie Palmen. De Boertjes van Buuten kwamen ook vanaf 1966 op TV in het programma MIK. Er werd vaak gedacht dat het een willekeurige boerenkapel was, maar in werkelijkheid waren het beroepsmusici, onder wie trompettisten Harry Sevenstern, die ook klassieke werken blies bij het Radio Philharmonisch Orkest en De Wiener Symphoniker en Bert Grijsen, trompettist bij The Ramblers. Het gezelschap had successen als Lieve Frans, Bie mien op de boerderieë, Wij maken alles op vandaag, Wij willen vrolijk zijn, de Posthoorn galop en de Ambeeld polka.
Eén liedje dwarrelde ook naar de AVRO. Karel van der Velden zong bij The Skymasters o.l.v. Bep Rowold Hij doet het niet met muziek van Jo Budie en tekst van René Berg, schuilnaam van KRO-producer Ton Kool. Ger de Roos bracht wat teweeg met zijn vertrek, want hij had ook De Van Zessen Klaar Club geleid. Hierin kreeg nieuw talent een kans. De nieuwe naam werd De Springplank. Jo Budie begeleidde met zijn ensemble de debutanten en zat in de jury.

Springplank-jury_Wijnnobel_Budie_Kool_1962
OELEWAPPERS
Naast de overname van het Orkest Zonder Naam en De Bietenbouwers leidde Jo Budie in 1954 voor korte tijd het ensemble Extase met zang van Het Serpentine Sextet. Op het repertoire bijvoorbeeld Jolie Jacqueline, Tikke-tikke-tak (van Lex Vervuurt en Stan Haag), Moonlight and roses en Hernando’s hideaway.
Vanaf 1956 leidde Jo Budie De Klavirtuozen met zang van Annie Palmen en Jan van der Most. Op plaat verschenen ‘t Regent dat het giet (Just walkin’ in the rain) gekoppeld aan Samen (True love), De dokter heeft gezegd en Visser van de Zuiderzee, een liedje van Jo Budie (muziek) en Beb Hueting (tekst).
Annie Palmen en Jan van der Most maakten in 1958 een plaat met een ander KRO-ensemble Frivoletta o.l.v. Johnny Ombach, waarin Budie ook accordeon speelde. Op deze schijf een liedje van Budie en Beb Hueting: Voor ons zal ‘t altijd lente zijn met op de andere kant Speel nog eenmaal voor mij, Habanero, een cover van het Caterina Valente-succes Spiel noch einmal für mich, Habanero.
Op de grammofoonplaat speelde Jo Budie met Jo Bos en Piet Zonneveld als het Scala Trio tussen 1959 en 1965 vele potpourri’s. De musici van De Klavirtuozen speelden ook in het non-stop potpourri-programma Simple music; Jo Budie (accordeon), Eddy de Jong (hammondorgel/piano/celesta), Fred Roozendaal (xylofoon/marimba), Piet Baan of zijn broer Cor, soms Frits Hes (gitaar), Henk Orthman of Leo van Laeré (bas) en Gerard van Bezey of Frans Beekmans (drums).
In 1960 ontstond het Kwartet Jo Budie met zang van Annie Palmen en Koos Huisman. Er verschenen duetjes als Toe huil niet meer en Die dumme Liebe, maar ook soloplaatjes Der Peter en Salute cin cin (Palmen) en Goud in Alaska en Neem de tijd (Huisman). Koos Huisman zong ook de liedjes in het cabareteske programma De Oelewappers met teksten van Jan de Cler in de jaren 1961/1963. Liedjes als Janus is gepakt (persiflage op Janus pak me nog een keer, de hit van Paula Dennis), Opoe kom van die trapeze en Christine Kiele Kiele, naar aanleiding van het schandaal rond callgirl/model Christine Keeler en de Britse minister van Defensie John Profumo. Het begeleidend orkestje stond onder leiding van Jo Budie. Een dergelijke combinatie ondersteunde het dameskoor Aethercharme en mannenkoor De Woudzangers, gedirigeerd door Marinus van ‘t Woud in het programma Wij zingen de wereld rond (jaren 1963/1965). Budie was envoudig inzetbaar. Hij speelde ook regelmatig bij de formaties van Johnny Ombach: het Cascade Orkest en het Musette Orkest en bij het Ballroom-orkest van Klaas van Beeck.

KRO-HUISORKEST
De klad kwam in het ensemble- en orkestenbestand van de omroepen in Hilversum. Het een na het andere werd in de tweede helft van de jaren ‘60 opgeheven. Jo Budie leidde nog even het ensemble Mascotte.
Maar er was gelukkig nog werk voor hem. De bonte avonden van de omroepen met vocalisten, groot orkest, cabaret en conferences voor publiek in de zaal, werden door de komst van TV nog nauwelijks beluisterd. KRO-producer Gerard Hulshof kwam op het idee om een dergelijk programma overdag te programmeren. Dat werd vanaf oktober 1967 Van Twaalf tot twee met presentatoren als Ted de Braak, Felix Huizinga en Hans van Willigenburg. Blikvanger werd Kees Schilperoort met het spel Raden maar! Allerlei artiesten traden op en het KRO-Huisorkest o.l.v. Jo Budie nam de klassieke werken op de hak met toeters, bellen en andere vreemde geluiden, via arrangementen van Jo van Maas, Bill Stanford, Walter Kalischnig en leider Jo Budie. Naast de ‘boertjes’ Marcel Thielemans en Benny de Gooyer speelden o.a. hoboïst Sam Zilverberg, trompettist Gerard Engelsma en trombonist Bart van Lier in het orkest.

2017_11_13_Jo_Budie_dirigent_portret

29 juni 1973 was het afgelopen voor Jo Budie, hij ging met pensioen. Het KRO-Huisorkest ging nog enkele jaren verder onder leiding van Piet Zonneveld en speelde in de stijl van James Last.
Jo Budie overleed op 8 september 1991 op 73-jarige leeftijd. Zoons Jos en Henny werden (TV)regisseur.

Tekst: Co Snel

Bronnen: OmroepmuziekWiki en eigen geheugen.

Bekijk ook Co Snels klinkende hommage aan Jo Budie

Composities en arrangementen van Jo Budie in de omroepmuziekcollectie (incl. muziekschatten)

100 JAAR: EDDY DE JONG, KLAVIRTUOOS

Een totaal vergeten musicus, die in de jaren ’40, ’50 en ’60 vaak op de radio was te horen. Zijn hammondorgelspel had een specifieke klank. Eddy de Jong speelde net even anders, frisser dan Cor Steyn, Johan Jong of Guus Jansen.
Eddy_de_Jong_portret
Hij werd geboren op 9 oktober 1917, waarschijnlijk in Rotterdam. In zijn jeugd kreeg hij basislessen voor piano en ontwikkelde zich daarna door zelfstudie. Op die manier kreeg hij kennis van theorie en praktijk van de muziek. Hij leerde accordeon, vibrafoon, marimba en pauken bespelen. Rond 1935 werd hij beroepsmusicus en speelde vooral piano. Daarnaast kreeg De Jong orgelles. Dat kwam mooi uit, want toen het in 1934 uitgevonden hammondorgel in Nederland werd geïntroduceerd was de jongeling gelijk verkocht. Die liefde deelde hij met Cor Steyn, Johan Jong en Pierre Palla. In 1938 maakte De Jong deel uit van het AVRO-Dansorkest o.l.v. Klaas van Beeck. Een wonderbaarlijk en onwaarschijnlijk gegeven. In de Tweede Wereldoorlog bespeelde hij het hammondorgel in een door een verzetsman georganiseerde revue, die de bezetter subtiel om de tuin leidde.

NA DE OORLOG
Na de bevrijding vernamen we voor het eerst iets van De Jong als pianist/vibrafonist bij het VARA-ensemble Vincentino, in 1947 gestart o.l.v. violist Frans Poptie. Hier hanteerde Eddy Christiani de gitaar. Op plaat verschenen van Vincentino So it is/Ideas in minor, opgenomen op 22 april 1947 in Hilversum en It had to be you/Sweet Sue, just you op 13 juli 1949, eveneens in Hilversum. Christiani zong even bij Accordeola vanaf 1948 via de VARA o.l.v. Frans Wouters. Eddy de Jong, die bij Accordeola piano en hammondorgel speelde, componeerde het lied Met verlof en schreef voor zijn naamgenoot Eddy You are my chocolaadje. Max van Praag kwam er bij als zanger. Twee vocalisten in hetzelfde Nederlandstalige genre was teveel. Eddy Christiani vertrok naar Harmonetto van Tom Erich bij de AVRO. Na Frans Wouters was accordeonist Jan Gorissen leider van Accordeola. De Jong componeerde voor Max het lied Dat briefje in 1951. In 1952 speelde Accordeola de fox-polka Anita van de hand van De Jong. Intussen had hij als vibrafonist voor platenmaatschappij Decca opnamen gemaakt met accordeonist Johnny Meyer. Op 15 april 1949 werden in Hilversum Indian love call en Honeysuckle rose vastgelegd. De Jong was heel even pianist van het XYZ Trio van gitarist Jan Mol. In 1951 verving pianist Ger van Leeuwen hem.

AnitaEddy de Jongs arrangement voor Accordeola

Anita
Eddy de Jongs arrangement voor Accordeola

KRO-MUSICUS
Eddy de Jong werd een van de vaste KRO-musici. Zo speelde hij begin jaren ’50 accordeon, piano en hammondorgel bij het in 1946 door Ger de Roos opgerichte Orkest Zonder Naam en de ensembles die daaruit voortkwamen, zoals De Zingende en Spelende Troubadours o.l.v. Jo Budie (eind 1954-1956). Budie nam toen zelf de accordeonpartijen voor zijn rekening, terwijl De Jong er Wurlitzer-orgel speelde. Daarna speelde De Jong weer hammondorgel bij De Joffers en De Jonkers, waarvan Jack Bulterman de muzikale motor was. Daarnaast ontstonden in 1956 De Klavirtuozen o.l.v. Jo Budie met zang van Annie Palmen en Jan van der Most, in 1959 opgevolgd door John de Mol. De musici van De Klavirtuozen speelden voor de KRO ook een 20 minuten durende medley onder de titel Simple music. Dat waren: Jo Budie, accordeon; Fred Roozendaal, xylofoon en marimba; Eddy de Jong, hammondorgel, piano en celesta; Piet Baan of Frits Hes, gitaar; Henk Orthmann of Leo van Laeré, bas en Gerard van Bezey of Martin Beekmans, drums. Tussen 1957 en 1960 verschenen LP’s en EP’s van dit gezelschap met alle mogelijke evergreens zoals bijvoorbeeld Ain’t she sweet, Always en Es war einmal ein Musikus en hits als My truly truly fair, Tipitipitipso en Ramona. Het Kwartet Eddy de Jong was in 1961 te horen bij de KRO met gastsolisten als Annie Palmen en Herman Emmink. Eddy speelde ook in de begeleidingsensembles van Jo Budie bij het talentenprogramma De Springplank, de koren Aethercharme en De Woudzangers o.l.v. Marinus van ’t Woud en de komische serie De Oelewappers van Jan de Cler tussen 1961 en 1963.

MODERN BALLROOM
Voor de grammofoonplaat begeleidde Eddy de Jong op hammondorgel het meisje Loesje in 1956 op twee 78 toerenschijven: Liedjes als Pappie ga je met ons naar de papegaaien/Ik zal wel weer de flinkste zijn en Ga eens naar m’n mammie toe/Als pappie naast me in de schoolbank zat. Op de single van Joop van de Marel uit 1957: Waar is m’n hoed, waar is mijn jas/Folies Bergére is De Jong ook van de partij. Hij speelde met een ritmegroep Ballroommedleys in 1956, 1957 en 1958 voor Telefunken (CNR). Een LP vol zogenoemde Duitse evergreens zoals Für eine Nacht voller Seligkeit/Die ganze Welt ist Himmels blau en het titellied Bei dir war es immer so schön, werd ook goed ontvangen bij onze Oosterburen. In 1958 maakte Eddy heel even deel uit van het Sextet van klarinettist Willy Langestraat. Hij speelde op 3 juli in Hilversum vibrafoon in Flying home en A Penguin’s wedding day en op 17 juli 1958 bij Too marvellous for words en There will never be another you. In 1958 werkte hij als zogenoemde Hammondwerktuigkundige mee in het cabareteske NCRV-programma Happy Landings met onder meer Teddy en Henk Scholten, Mela Soesman, Piet Ekel en Rijk de Gooijer.

Intussen wilde De Jong die strict tempo ballroomdansmuziek iets anders aanpakken dan de zoete klanken van Victor Silvester of Jan Corduwener en formeerde in 1957 het Modern Ballroom Sextet. Voor de internationale markt noemde hij zich toen Eddy Young. De hammondorganist omringde zich met Sem Nijveen (viool), Harry Mooten (accordeon), Wim Sanders (gitaar), Henk Orthman (bas) en Gerard van Bezey (drums). Het repertoire bestond vooral uit quicksteps en foxtrots, als Moonlight and roses en Make believe, maar ook de tango Plegaria en de samba In Spain they say ‘Si, si’. Populair werd de in 1959 verschenen EP met My fair Lady medleys, opnieuw uitgebracht in 1962 en 1965. Onder het motto Dance and stay Young verschenen er in 1962 nog eens twee EP’s (45-toeren platen met gewoonlijk vier nummers) maar in dit geval meer omdat het medleys waren met bijvoorbeeld Marina, Broadway melody en Bye bye blackbird. Die bezetting van het Modern Ballroom Sextet is ook te horen achter John de Mol bij ‘n Beetje. De Mol bracht dat lied op tijdens de finale van het Nationale Songfestival in 1959. In die jaren werd één lied door twee verschillende solisten gezongen. Teddy Scholten won die finale, maar ook de Internationale Finale of het Eurovisiesongfestival. Op de B-kant zong John de Mol Luna napolitana. Zonder Sem Nijveen maar met Harry Mooten nam De Jong in de herfst van 1959 in Hilversum voor platenmaatschappij Artone vier composities van Cole Porter op onder het motto Swingin’ the can can.

BEGELEIDER
Eind 1956 begeleidde een klein orkest o.l.v. Eddy de Jong Een paar apart, het komische duo Johnny Kraaijkamp en Rijk de Gooijer op hun eerste plaat Wij zijn twee eenzame cowboys/Ik ben zo blij.
De Jong en zijn formaties namen ook met De Selvera’s op. In 1957 verscheen Als de kaarsjes branden, een compositie van De Jong met een tekst van Emile Lopez (op de B-kant Kerstmis in Holland). Verder Omaatje en Wiegeliedje in 1958, Sleighride in Alaska/Moeder, jouw zilveren haren in 1959, Tingelingeling (Mariano)/Dag en nacht in 1960 en twee singles in 1963: Cinderella uit Hawaii/Elke dag zonder jou en De Speeldoos. Inderdaad hun versie van Annie Palmens Songfestivalbijdrage. Op de B-kant van die Selvera-single vinden we een liedje van Eddy de Jong en Henk van der Molen, getiteld Dans met mij.
De Friese zanger Bauke van der Wal maakte ook een plaat met De Jong en zijn musici met de liedjes Neeltsje en Foar dy Allinne. In 1961 verscheen een reclameplaatje van De Zilvervloot. Shirley Zwerus zong op de A-kant Spaar me en Joop van de Marel en het Leedy Trio op de B-kant: Wat zou je doen?. In het begeleidend orkest van Ger van Leeuwen speelt De Jong vibrafoon. En zo zal hij nog wel meer verborgen zitten in diverse orkesten bij plaatopnames.

Artone-producer Lion J. Swaab werkte graag met De Jong. Paula Dennis kreeg in 1962 De Jongs muzikale ondersteuning met onder meer blazers in Janus, pak me nog een keer/Je moet geven en nemen. Het zangtrio The Spotlights mocht op hem en zijn musici rekenen bij de singles Rain, rain go away/Sweet violets in 1962 en Just let me cry/The three caballeros in 1963. Op het plaatje dat behoorde bij de reclameshow ‘We zien ze vliegen’ in 1963, is De Jong ook duidelijk aanwezig met zijn hammondorgel. Daarop zingt een gezelschap met Conny Stuart, Cees de Lange, Clown Frans Rexis, The Fouryo’s en De Wama’s ook een compositie van hem, namelijk Lichtjes om ons heen, dat Annie Palmen – als Kijk, daar is de zon heette (tekst: Emile Lopez) – had gezongen op de finale van het Nationale Songfestival in 1963. Zij zong ook van De Jongs hand het lied Amour in 1961 bij De Klavirtuozen. Wat het Songfestival betreft; de naam van Eddy de Jong komen we ook tegen bij de Nationale Finale in 1958. Willy Alberti werd 9e met Met elke lach van jou. In 1962 werd Pat Berry (Piet van den Berg) 6e met Wees zuinig op de wereld van componist Eddy de Jong en tekstdichter Han Dunk.

Wees zuinig op de wereld

Wees zuinig op de wereld

Eddy de Jong werkte mee aan het tijdelijke KRO-programma ‘Beentjes van de vloer’ van producer Ton Kool en omroeper Fons Disch in het seizoen 1961/1962 en was in die periode ook vaste gast in het zaterdagavondprogramma ‘Tierelantijnen’.
Bij de NCRV had hij in het seizoen 1962/1963 eens in de drie weken een uitzending van een half uur met bassist Ger Daalhuisen en drummer Gerard van Bezey. Hierin ontvingen zij vocalisten als Annie Palmen, Truus Koopmans, Ria Verda, Willeke Alberti, Bert Visser, Cock van der Palm, De Selvera’s en The Fouryo’s en instrumentalisten als fluitist Arie Jongman, xylofoonspeler Fred Roozendaal, vibrafonist Rob Meyn, altsaxofonist Bep Rowold en tenorsaxofonist Cees Beekman. De Jong speelde in dit programma ook de eigen composities, die ook bij onder meer De Klavirtuozen op de lessenaar hadden gelegen: Emotie en de Artiestenmars.

MULTI-ORGEL EN DOCENT
In 1963 deed De Jong ook mee aan de rage om andere elektronische geluiden uit een orgel te halen, zoals Cor Steyn dat met zijn ‘magic organ’ deed. Hij had een multi-orgel en maakte wederom als Eddy Young een single met Three o’clock in the morning en Aan de Amsterdamse grachten en een EP onder de titel Bossa nova met beproefde hammondcomposities als Cavaquinho, Tico tico, Delicado en Amorada. De Jong arrangeerde liedjes uit de film De Jantjes door Beppie Nooy’s Volkstoneel die op LP verschenen. Hij is als hammondorganist ook te horen op de LP’s en singles die na 1963 van The Kilima Hawaiians verschenen. Het multi-orgel klonk in 1964 alsof Ken Griffin het bespeelde. Er verschenen twee singles in die stijl: Bierwals en Het briefje, het liedje dat De Jong in 1951 voor Max van Praag componeerde en twee walsen van Joop Portengen: Kristal-wals en Robina wals. Bij Special Dutch Music verscheen in 1964 een EP van Eddy Young op piano met een orkest o.l.v. Peter Clipps (oftewel Jan Vuik). Vier composities: Il dolce concerto, Velvet hour, Dutch mills en Sentimental souvenir. In 1965 maakte hij met zijn Quintet een grote medley voor In the cocktailbar, met daarin evergreens als A fine romance, Two sleepy people en Love is here to stay. Deze LP kreeg een vervolg.

Eddy_de_Jong_Amsterdamse_Grachten_hoes

De Jong musiceerde ook in onder meer België, Frankrijk en Oostenrijk. Componeerde studiemateriaal voor piano, orgel en accordeon. Rond 1972 verscheen Allround (BASF  10 25190-6), een toepasselijke  titel want De Jong speelt er orgel, piano, accordeon, vibrafoon, marimba en celesta op. Naast hits uit de late jaren ’60, begin ’70 zoals Mame, This guy’s in love with you en Popcorn, voert De Jong een eigen compositie  genaamd Okay uit.
Toen Piet Daalhuisen, producer bij TROS-radio, in 1977 het VARA-ensemble Accordeola liet herleven in 1977, was Eddy de Jong ook weer van de partij als pianist naast zangers Eddy Christiani en Bert Visser.
Eddy de Jong overleed op 12 november 1990 in Zaandijk, 73 jaar oud.

Tekst: Co Snel

Bronnen: Wikipedia, radiogidsen, platenhoezen en eigen geheugen.

Bekijk ook Co Snels klinkende hommage aan Eddy de Jong

Composities en arrangementen van Eddy de Jong in de omroepmuziekcollectie (incl. muziekschatten)

100 JAAR: HANS NINABER

Vandaag is het honderd jaar geleden dat pianist-saxofonist-bassist-accordeonist-componist Hans Ninaber in Utrecht ter wereld kwam. Zijn vader Jacques speelde viool, zijn broer Joop was slagwerker.
Hans kreeg zijn opleiding piano en orgel aan het Haags Conservatorium en de Carnegie School for Music in New York; verder volgde hij privélessen bij diverse leraren.

Hans Ninaber

Hans Ninaber

Zijn grootste succes was het nummer Liefde in rhythme, dat eind jaren veertig werd gezongen door Sanny Day, de vocaliste van het combo The Millers. Bekender dan de titel zijn de eerste regels van het refrein: ,,Ik weet niet wat ik met je moet beginnen, ik heb zo’n akelig gevoel van binnen.”

Liefde in rhythmeNinaber speelde orgel en piano in een groot aantal dansorkesten, o.a. in het orkest van Hinze Bronkhorst in Amsterdam (1936), de Bohémiens onder leiding van Kees Manders en Hans Ninabers Rhythm Boys.
In de band van Joe Andy (de Belgische pianist André Lievens) speelde Ninaber bas, in het orkest van violist Bartho Decker was hij weer pianist. Joe Andy speelde in de Tweede Wereldoorlog met zijn orkest in ’t Zuid, in het centrum van Den Haag. In een interview met Cor Gout (1998) vertelde Ninaber: ‘Bij Joe Andy ben ik liedjes gaan schrijven. Eerst maakte ik op zijn verzoek arrangementen voor artiesten die langskwamen. Soms werd er ook om kant-en-klare composities gevraagd.’ Zo ontstond o.a. het nummer Hotsjek, dat een succes werd in de uitvoering van de Wama’s. Na de Tweede Wereldoorlog maakte hij met een eigen orkest een tournee naar Zuid-Duitsland.
In 1953 ging Hans Ninaber met zijn gezin naar Canada om als tenorsaxofonist te gaan spelen bij The Royal Canadian Corps of Signals, waarmee hij o.a. een halfjaar een tournee maakte in Korea en Japan. Eind 1957 was hij terug in Nederland, waar hij tussen 1965 en 1978 regelmatig speelde met zijn Hannibal Combo (met viool en slagwerk).

Later werkte Ninaber ook jarenlang als solo-entertainer, onder meer in het Scheveningse Kurhaus. Hij trad regelmatig op voor radio en tv, ook in Noorwegen, Spanje, Duitsland, Canada, Engeland en de V.S. en tijdens de AVRO-Landdag in 1960 zangeres Caterina Valente.

Hans Ninaber in actie

Hans Ninaber in actie

Liedjes van zijn hand werden gezongen door artiesten als Rita Corita (Morgen ga ik op dieet), de Kilima Hawaiians en Peter Koelewijn. Sommige stonden in de jaren vijftig ook op het repertoire van de orkesten van Malando (die een hit scoorde met Sahara), Frank Chacksfield en Edmundo Ros, de pianiste Winifred Atwell (The flea-market of Paris https://www.youtube.com/watch?v=qJAUOhYQQZs; het origineel Het Vlooiencircus schreef hij met tekstschrijver André Meurs en Cocktail Trio-pianist Ad van de Gein). Nog enkele titels: Bounce the boogie, Rendez-vous, Zeg niet nee, Steeds als ik jou zie en Nacht over Java (Ninaber zag het gelijknamige boek van Johan Fabricius in de boekenkast staan bij tekstschrijver Jacques Bess).
Hans Ninaber overleed op 6 augustus 2002 op 85-jarige leeftijd in een Haags verzorgingstehuis.

Jan Jaap Kassies

Bronnen:
• C. Gout: Muziek in zwart-wit (Zaltbommel : Aprilis, 2006)
• H. de la Rive Box: Bonte parade (Amsterdam : Jacob van Campen, [1947?])
• H. Mildenberg: De Nederlandse lichte muziek van A-Z

Muziekschatten van Hans Ninaber

100 JAAR: TED POWDER

Zijn artiestennaam is inmiddels net zo weggezakt uit het collectieve geheugen als zijn werkelijke naam, terwijl hij jarenlang een van de actiefste en veelzijdigste figuren was in de Nederlandse lichte muziek-wereld: Theo (‘Theek’) Kruijt alias Ted Powder, multi-instrumentalist, componist, arrangeur, orkestleider, tekstschrijver, muziekuitgever en platenproducent.
Ted_Powder
Informatie over Ted Powder is niet eenvoudig te achterhalen. De twee hieronder genoemde boeken vermelden enkele gegevens die ik hier tot een geheel heb proberen te smeden.
Ted Powder, op 10 juni 1917 geboren in Velsen, studeerde contrabas, piano en trombone, resp. bij David Schild, mevrouw Impman en De Lon, solfège en harmonieleer bij mevrouw Impman en zang bij Bep Ogterop.
Hij was lid van de Haarlemse Orkestvereniging en maakte tijdens de Tweede Wereldoorlog als trombonist deel uit van de Rhythm Sellers (met zijn broer Pim (bas)) en het dansorkest van Cor van Lier (de vader van de trombonisten Bart en Erik van Lier). Ook speelde Powder in diverse theater- en radio-ensembles. Hij reisde tussen 1946 en 1962 als entertainer en leider van combo’s (o.a. The Bamboozlers) door veel landen in en buiten Europa, met o.a. Rita Reys, Toon van Vliet, Harry Verbeke en Cees Smal. Zo trad hij op in Amerikaanse militaire clubs in West-Duitsland, waarbij in 1956/57 werd opgetreden met als zangeres Ann Burton.
Op YouTube zijn twee 78-toerenplaatopnamen te vinden die in 1945/46 zijn gemaakt van Ted Powder en Rita Reys: Street of dreams en This can’t be love

Powder was thuis in uiteenlopende muziekstijlen: pop, soul, ballads, reggae en jazz. Hij schreef o.a. voor Les Baroques, Cockie Kay, John Russell, The Shepherds en de Selvera’s.
In 1964 won zangeres Anneke Grönloh het Nationaal Songfestival met het lied Jij bent mijn leven, geschreven door Ted Powder en René de Vos, voor de gelegenheid gearrangeerd door Bert Paige. (Ze kreeg tijdens het Eurovisiesongfestival slechts twee punten. Wel ontving ze de persprijs en publieksprijs.)

vlnr: Ted Powder (componist), Anneke Grönloh (zangeres) en René de Vos (tekstdichter)

vlnr: Ted Powder (componist), Anneke Grönloh (zangeres) en René de Vos (tekstdichter)

Powders bekendste compositie is Zallemenut (nog ‘n keertje overdoen) die hij – samen met Pieter Goemans – schreef voor Adèle Bloemendaal. De carnavalskraker bereikte in 1974 de 12e positie in de nationale top 40. Andere liedjes die hij samen met Goemans schreef zijn Niets (gezongen op het Songfestival in 1962 door Gert Timmerman) en Kerstmis in Amsterdam. Verder schreef hij liedteksten en vertaalde hij veel Duitse, Franse en (vooral) Engelse nummers in het Nederlands (o.a. The house of the Rising Sun en If I had a hammer).

Dat Powder ook bekendheid genoot in jazzkringen blijkt o.a. uit het artikel over hem in het standaardwerk over Nederlandse jazzmuziek (zie bibliografie). Hierin worden enkele opmerkelijke wapenfeiten vermeld, bv. dat hij van 1969 tot 1976 muziekuitgever en producer op Jamaica was en de Jamaica Songwriters Guild en de Caribbean Copyright Organization oprichtte. In 1972 dirigeerde hij het winnende liedje op het Yamaha Festival in Tokio, en een jaar later was hij jurylid bij festivals in Puerto Rico en Curacao (waar hij ook gastdirigent was).

Ted Powder overleed op 28 juni 1998 op 81-jarige leeftijd.

Jan Jaap Kassies

Bronnen:
• H. Mildenberg – De Nederlandse lichte muziek van A-Z
• Jazz & geïmproviseerde muziek in Nederland (eindred. Wim van Eyle)
Jaarboek 1998 van de Vereniging Haerlem

100 JAAR: JOOP ELDERS

Johan Hendrik Willem (Joop) Elders  werd op 8 april 1917 geboren in Nijmegen.
Elders genoot zijn muziekopleiding aan de conservatoria van Aken en Luik met als hoofdvakken viool, piano en fluit. Daarna studeerde hij enkele jaren harmonie en compositie bij Henri Hermans in Maastricht.

Joop_Elders_in_de_omroepmuziekwiki
Zijn muzikale loopbaan begon als fluitist bij het Arnhems Orkest. Na twee jaar stapte hij over naar het orkest van John van Brück, waarmee hij door Europa toerde.
Tijdens de mobilisatie had hij de leiding over het uit 80 man bestaande orkest van  het bataljon Jagers in Loosduinen. Na de demobilisatie kwam Elders terecht bij de Amsterdamse bioscoop Cinema Royal. Vanaf 1941 speelde hij vier jaar lang in het Groot Amusementsorkest van Elzard Kuhlman.

Joop Elders was fluitist van het eerste uur bij het  in 1945 opgerichte Metropole Orkest. Hij speelde in het orkest tot aan zijn dood in 1974. Evenals o.a.  Dolf van der Linden  en  Jos Cleber  bleek hij in staat om te arrangeren voor een groot bezetting. Decennialang was hij een van de voornaamste arrangeurs van het Metropole Orkest. In navolging van Jos Cleber legde hij zich met name toe op het schrijven van bewerkingen van operettefragmenten en licht-symfonische muziek, al deinsde hij ook niet terug voor het onversneden amusementswerk. Elders schreef ook arrangementen voor  Malando.
In de loop der jaren leidde Elders een aantal radio-ensembles, waaronder Selecta en de  Whistling Pipers  (NCRV).

In de omroepmuziekcollectie bevinden zich meer dan 1200 arrangementen van zijn hand. Hij componeerde ook een aantal orkestwerken, waaronder  Suerte da capa en Primavera.
Joop_Elders_Primavera
De ‘bescheiden fluitist-arrangeur’ (Tukker) Joop Elders overleed onverwachts in Hilversum op 5 juni 1974.


Fluitist Joop Elders als een van de solisten in Taboo

Jan Jaap Kassies

Bronnen:
• Algemene Muziek Encyclopedie (De Haan, Haarlem)
• Interview in het Limburgs Dagblad (3 september 1963) (op Delpher)
• Bas Tukker: Dolf van der Linden, de vader van het Metropole Orkest (2015)
Joop Elders in de OmroepmuziekWiki

TOON HERMANS ALS LIEDJESSCHRIJVER

Toon Hermans (1916-2000) was niet alleen volgens velen de grootste Nederlandse artiest van de vorige eeuw, hij was ook een van de veelzijdigste. Behalve cabaretier, zanger, schrijver, schilder en decorontwerper was hij ook een productief liedjesschrijver. Dat bleek onlangs weer toen de liedjes die hij schreef voor de eerste Nederlandse (radio)musical na zo’n 60 jaar weer boven water kwamen. Toon-biograaf Jacques Klöters gebruikte hiervoor de term ‘oorwurmen’: het zijn vaak melodieën die na ze gehoord te hebben nog lang in je hoofd blijven naklinken.

Voor vrijwel al zijn liedjes schreef Hermans zowel de tekst als de muziek. ‘Schrijven’ is wat de muziek betreft misschien een misleidende term: hij kon geen noten lezen of een muziekinstrument bespelen.
Klöters: ‘Als Toon een liedjestekst schreef, hoorde hij gelijktijdig een melodietje in zijn hoofd. Maanden later las hij de teksten weer over en kwamen diezelfde melodiëen terug in zijn hoofd en kon hij ze met zijn pianist uitwerken.’ ‘Govert van Oest [jarenlang de vaste pianist bij de optredens van Toon Hermans, JJK], kwam veel bij hem thuis om de nieuwe melodieën te noteren en om te zetten in muziek. Toon had zelf een notenschrift ontwikkeld dat bestond uit nummertjes die hij op de toetsen van zijn piano had geplakt en die hij dan in de juiste volgorde noteerde.’
Klöters, die in de jaren ’90 veel contact had met Hermans (o.a. voor de serie tv-gesprekken Gewoon Toon), herinnert zich een voorval uit die jaren. Ze zaten eens samen in de auto op weg naar een theater, toen Toon zei: ‘Nu ga ik even een liedje maken’. Hij neuriede een melodie, nam deze op op een dictafoon en aangekomen in het theater werkte hij het uit met de pianist van dienst.

De ‘pianozettingen’ voor de bladmuziekuitgaven werden door anderen genoteerd, zoals Peter Kellenbach, Rinus van Galen en Joop Portengen. In latere jaren werkte hij o.a. samen met Henk Westrus aan de grammofoonplaat Liedjes voor jou.

Aan het begin van zijn carrière, midden jaren ’40, werkte Hermans nog wel samen met anderen aan liedjes. Zo schreef hij met Johnny Steggerda, muzikaal leider van het revuegezelschap waarvan o.a. ook Gerard Walden en Berry Kievits deel uitmaakten, de liedjes Sous mon parapluie d’amour  en Er was eens… een meisje.

Uitgaven van twee liedjes van Toon Hermans

Uitgaven van twee liedjes van Toon Hermans

De naam ‘Toon Hermans’ was indertijd kennelijk nog niet zo algemeen bekend: op het omslag van de laatstgenoemde uitgave staat als tekstschrijver ene ‘Tom Hermans’ vermeld (‘binnenin’ stond wel de juiste naam.)

In 1945 schreef hij een variant op het lied De kleine man van Louis Davids, bij Hermans ‘Jansen’ genaamd. In 1948 had de plaatopname van de opvolger De jeep van Jansen veel succes.

In diezelfde periode ontstonden o.a. We gaan weer net zoals we vroeger gingen naar Scheveningen, Little girl in Holland, ’n Zomeravond op het Leidscheplein, Als je persé de see wil sien… en ’n Broodje pi, een broodje pa…, een broodje paling.

5x_toon_hermans-liedjes
In de tweede helft van de jaren ’60 werden verschillende liedjes echte hits: 24 rozen, Sien, Méditerranée en natuurlijk Mien waar is m’n feestneus.  Naast laatstgenoemde schreef Hermans nog enkele carnavalskrakers: voor het Carnaval in 1969 bv. Kiele, kiele, kiele  (De bène van Hélène), dat hij samen met de Driedonken Blaaskapel op de plaat zette.

Voor de Efteling bedacht hij de bekende melodie voor  Carnaval Festival, in opdracht van  Joop Geesink. De keuze van Geesink voor Toon Hermans is niet verwonderlijk: Hermans was in de vroege jaren tachtig enorm populair, mede door het aantal (feest)nummers van zijn hand. Er ontstond een samenwerking met Ruud Bos, die samen met Toon in de theaters stond , en de Efteling. Nadat Toon Hermans nadacht over een vrolijke melodie na het zien van Geesinks ideeën voor de attractie, floot hij deze uiteindelijk voor Ruud Bos die er de noten bij zocht, en het net zo vaak op de piano speelde tot het precies was wat Hermans bedoelde.

Voor zijn (geflopte) film Moutarde van Sonansee (1959) schreef Hermans zo’n twaalf liedjes, waaronder Het lied van de wandelclub (Jo met de banjo); Dolf van der Linden maakte de orkestarrangementen.

Een speciaal geval is de (titelloze) radiomusical die Hermans in 1953 schreef. Op aangeven van biograaf Jacques Klöters werd in de Muziekbibliotheek van de Omroep het materiaal van de liedjes eruit teruggevonden waardoor het mogelijk was een nieuwe opname te maken (de oorspronkelijke opname met het AVRO-orkest de Zaaiers is niet bewaard). De orkestratie is van de hand van Jos Cleber. De opname (met solisten, een ensemble uit het Groot Omroepkoor en het Metropole Orkest o.l.v. Maurice Luttikhuis) wordt uitgezonden op zondag 18 december, vanaf 10.02 uur in het programma De Sandwich op Radio 5. Het is dan na ruim 63 jaar mogelijk te beoordelen of het te betreuren is dat deze eerste Nederlandse musical (!) nooit het theater heeft gehaald.

Jan Jaap Kassies

Bronnen:
• Jacques Klöters: Toon – de biografie (Nijgh & Van Ditmar, 2010, onlangs herdrukt)
www.Eftepedia.nl

HERONTDEKTE RADIOMUSICAL TOON HERMANS OPNIEUW TE HOREN

Dit artikel is een voorpublicatie uit Kwartaalblad Aether (afl. 122)

Jacques Klöters presenteert de musical comedy van Toon Hermans

Jacques Klöters presenteert de musical comedy van Toon Hermans (De Sandwich (v.a. 21′), 18 december 2016)

Toen cabaretkenner en theaterwetenschapper Jacques Klöters onderzoek deed naar het leven van Toon Hermans (het resultaat: Toon, de biografie verscheen in 2010) stuitte hij op een verrassing: hij ontdekte dat de AVRO-radio op 24 mei 1953 een ‘musical comedy’ heeft uitgezonden waarvoor Hermans zowel de tekst als de muziek heeft geschreven.
Eind 1952 reisde hij naar de Verenigde Staten, om in Californië op te treden voor de Nederlandse kolonie. Met de Nieuw Amsterdam voer hij naar New York, en vervolgens ging hij per trein verder. Tijdens die reis – die vier dagen en vier nachten duurde – schreef hij naar eigen zeggen 18 liedjes voor een musical. Hij zag veel in dit genre, dat in Nederland nog niet bekend was.
Klöters: ‘Als Toon een liedjestekst schreef hoorde hij gelijktijdig een melodietje in zijn hoofd. Maanden later las hij de teksten weer over, kwamen diezelfde melodieën terug in zijn hoofd en kon hij ze met zijn pianist uitwerken.’

Manuscript van het arrangement van Toon Hermans' musical comedy

Manuscript van het arrangement van Toon Hermans’ musical comedy en draaiboek bij de uitzending op 24 mei 1953

Na terugkeer in Nederland werkte hij zijn notities uit, en de AVRO besloot van de musical een radio-opname te maken. Jos Cleber maakte op basis van de schetsen de orkestraties voor zijn ensemble De Zaaiers, en het vocale aandeel werd toevertrouwd aan solisten Ans Heidendaal, Jetty Paerl, Bert Robbe, Christine Spierenburg en Anton Eldering en het Radiokoor. Op 21 mei 1953 vonden de opnamen plaats, en op zondag 24 mei werd de musical uitgezonden. De opnamen zijn helaas niet bewaard gebleven. Klöters: ‘[De musical] blijkt een fiasco. Volgens Toon is het de schuld van het koor. Hij vraagt zich af hoe mensen die normaal cantates van Bach zingen, musicalnummers kunnen zingen als: “Wie hebben alle charme? Juwelen an d’r armen? De girls! De girls! De girls!”’

Vondst
Niet lang voor de sluiting van de Omroepmuziekbibliotheek (1/8/2013) kwam een mail van Jacques Klöters binnen met de vraag of zich in de collectie mogelijk materiaal van de musical bevond. Het was geen van de medewerkers bekend; de oudste delen van de collectie (die ca. 5 kilometer bladmuziek omvat) zijn nog niet volledig geïnventariseerd. Gelukkig noemde Klöters meteen de naam van het orkest dat had meegewerkt: De Zaaiers.

De Zaaiers o.l.v. Jos Cleber (1953)

De Zaaiers o.l.v. Jos Cleber (1953), sleutel voor de herontdekking van de musical van Toon Hermans

Een aanzienlijk deel van de ‘oude collectie’ van de Omroepmuziekbibliotheek is gerubriceerd ‘op ensemble’; daardoor kon snel worden vastgesteld dat een omvangrijke hoeveelheid bladmuziek, inclusief het tekstboek, zo’n zestig jaar had liggen wachten op ontdekking. Opnieuw bleek dat de collectie uniek erfgoed bevat: de afgelopen jaren zijn handgeschreven composities opgedoken van o.a. Jurriaan Andriessen, Hanns Eisler, Hans Henkemans, Boy Edgar, Harry Bannink en Theo Loevendie.
De honderdste geboortedag van Toon Hermans, op 17 december, is aanleiding voor tal van vormen van eerbetoon. Radio 5 (De Sandwich) zendt een nieuwe opname uit van zijn musical, waarmee eens te meer zijn veelzijdigheid wordt benadrukt. Solisten, leden van het Groot Omroepkoor en het Metropole Orkest onder leiding van Maurice Luttikhuis geven de luisteraar de mogelijkheid zelf te oordelen over de eerste Nederlandse musical, die aan de vergetelheid is ontrukt.

Klik hier om de uitzending te starten

Jacques Klöters over de vergeten musicalliedjes van Toon Hermans (AVROTROS Nieuwsshow, 2016)

Klik hier om de uitzending te starten

Jacques Klöters over oude opnamen van Toon Hermans (Knevel & Van den Brink, 2013)

Promotiefilmpje voor de NPO Radio 5-uitzending op 18 december 2016

Jan Jaap Kassies

Lees ook: Toon Hermans als liedjesschrijver

100 JAAR: JOOP PORTENGEN

Joop Portengen, geboren op 3 december 1916, volgde een cursus harmonieleer bij Karel Mengelberg en studeerde vervolgens compositie- en orkestratieleer. Sinds het midden van de jaren ’30 schreef hij een groot aantal liedjes, maar ook muziek voor films, ballet, de Snip en Snap Revue en orkestarrangementen, o.a. voor de Skymasters. Het AVRO-Dansorkest o.l.v. Klaas van Beeck speelde zijn muziek het eerst en daarna werden zijn liedjes ook internationaal bekend.
Met John Möring vormde hij korte tijd het duo Mo en Po.
Portengen heeft zich ook een aantal jaren bewogen op het terrein van de muziekuitgeverij en de grammofoonplatenproductie (Artone).
joop_portengen_limburgs_dagblad_1966
In 1964 zong Anneke Grönloh het liedje Weer zingt de wind (tekst: Gerrit den Braber) tijdens de nationale voorronde van het Eurovisiesongfestival. De zangeres zou dat in Kopenhagen liever hebben vertolkt dan  Jij bent mijn leven.  (video)
Enkele andere bekende titels van zijn hand: Harlekino (gezongen door Imca Marina), de Trappelzak Boogie (samen met Jack Bulterman; Portengen tekende tevens voor de stemmen van de kleuters), As ‘k boven op de Dom kom  op tekst van Rijk de Gooyer, die het in 1956 ook op de plaat zette (in zijn ‘Bartels’-creatie, video)       en niet te vergeten Glaasje op laat je rijden (tekst: Willem van Kooten), oorspronkelijk een slagzin voor het Verbond voor Veilig Verkeer, en in 1966 een grote hit in de vertolking van Sjakie Schram. Glaasje_op laat je rijdenBinnen enkele weken werden er 200.000 exemplaren van verkocht. (video)

Joop Portengen overleed op 11 juli 1981.

Jan Jaap Kassies

Bron:
• H. Mildenberg – De Nederlandse lichte muziek van A-Z (Strengholt, 1981)

Lees ook: Joop Portengen lijfcomponist van na-oorlogse zangsterren (Limburgs Dagblad, 5 maart 1966)

Op 12 februari 2017 zond RTi Hilversum/6FM deze Joop Portengen-aflevering van Co Snels radioprogramma Studio Hilversum uit.

100 JAAR PI VÈRISS

Honderd jaar geleden werd een man geboren van wie iedereen een of meer liedjes kent, maar wiens persoon altijd verscholen is gebleven achter zijn muziek. Over die persoon is weinig gepubliceerd; hier volgt een summiere aanzet tot een hopelijk ooit lijviger artikel. Naast Wikipedia is vooral geput uit het nog altijd nuttige boek ‘De Nederlandse lichte muziek van A-Z’ van Henry Mildenberg (uitg. Strengholt, 1981).

Pi Vèriss (werkelijke naam: Piet Visser) studeerde na zijn HBS-jaren trompet aan het Amsterdams Conservatorium. Hij is daarna de rest van zijn leven bezig gebleven op het gebied van de Nederlandse lichte muziek: creatief, uitvoerend, organisatorisch en technisch. Hij begon al heel vroeg met het schrijven van tekst en muziek voor solisten en groepen, ging als trompettist en trombonist spelen in allerlei formaties en orkesten (o.a. The Ramblers) en toerde daarmee veel door diverse Europese landen. Daarbij trad hij ook dikwijls als zanger op. In de jaren ’60 was Vèriss secretaris van Vereniging Woord- en Toondichters der Lichte muziek (een voorloper van de Vereniging Popauteurs.nl).
pi_veriss_bonte_paradeVèriss trad in 1934 voor het eerst op en leidde enige tijd een dans- en showorkest, waarmee hij in de jaren na de Tweede Wereldoorlog ook in het buitenland bekendheid verwierf. Hij vertaalde liedjes en schreef Nederlandse teksten bij muziek van buitenlandse liedjes, maar schreef ook ca. 3000 teksten en melodieën, waarvan de bekendste Geef mij maar Amsterdam is. In de BUMA-registratie staan Harry de Groot en Vèriss samen vermeld als de liedschrijvers, maar in werkelijkheid componeerde Vèriss de klassieker in 1952, drie jaar voordat Johnny Jordaan het opnam.
geef_mij_maar_amsterdam_verissVèriss schreef overigens diverse ‘Amsterdamse liedjes’, niet alleen voor Johnny Jordaan. Enkele voorbeelden: De zon schijnt voor iedereen en Als je voor een cent geboren bent.
In 1953 werden componist Joan Fresco en tekstdichter Pi Vèriss onderscheiden met de Schoonheidsprijs van de stichting Onze Lichte Muziek voor hun lied Gouden zonnestralen.
Vèriss dichtte ook de teksten van De Selvera’s-hits als De kleine postiljon, Bloedrode kralen en Dat torentje van Pisa.
Samen met Ad van der Gein van het Cocktail Trio schreef hij Op het goudgele strand (van Ameland), een van de grootste successen van Johnny (Kraaijkamp) en Rijk (de Gooyer) in de begindagen van dit populaire duo. In 1958 stonden beide artiesten in de Amsterdamse zolderstudio van Pi Vèriss voor de plaatopname van hun legendarische hit. Vèriss schonk de lokale omroep MokumTV de unieke 8mm-filmopname van deze sessie.

Bij de credits op de hoes van hun langspeler Holland (1973) bedanken de Beach Boys ‘Uncle Pi’ voor het beschikbaarstellen van zijn studio voor die, in Baambrugge opgenomen, plaat. Deze aflevering van het VPRO-programma Andere Tijden blikt terug op het drie maanden durende verblijf van de  beroemde band in Nederland (Pi Vèriss wordt daarin overigens niet met name genoemd).

Pi Vèriss werd in 1986 onderscheiden met de Gouden Harp.
Hij overleed op 11 november 1998.
pi_veriss_mokumtv

Titels van Pi Vèriss in de omroepmuziekcollectie (incl. 11 muziekschatten)

Jan Jaap Kassies

PIERRE WIJNNOBEL, BEDRIJVIG LAVEREND TUSSEN SWING EN COVER

Pierre Jean Carel Wijnnobel werd op 5 augustus 1916 in Leiden geboren. Zijn ouders hadden een manufacturenwinkel aan de Breestraat in de Sleutelstad. Van pa en ma moest Pierre economie gaan studeren. Dat was goed voor de toekomst. In die jaren gehoorzaamden kinderen hun ouders, dus Pierre zat al snel met zijn neus in de boeken. In zijn vrije tijd wilde hij de zinnen verzetten met muziek maken. Hij mocht privéles nemen voor piano en harmonieleer. Op 16-jarige leeftijd speelde hij contrabas in het Leidse jazzcombo The Crackerjacks. In 1938 en 1939 hanteerde Wijnnobel de trombone en de bas bij The Bright Sparks. Daarna kwam hij terecht bij The Moochers, eerst onder leiding van Tony Helweg – die we na de oorlog als tenorsaxofonist en klarinettist bij De Ramblers tegen zouden komen – daarna onder leiding van de later zo beroemd geworden pianist/trombonist/bandleider Boy Edgar. In 1940 wonnen The Moochers een prestigieus concours in Brussel. Op 26 november 1940 voltooide Wijnnobel zijn studie economie (nota bene op de dag dat prof. Cleveringa in Leiden protesteerde tegen het ontslag van Joodse hoogleraren). The Moochers noemden zich in de oorlog De Klaplopers, omdat de bezetter geen Amerikaanse namen en swing duldde. Wijnnobel ging echter verder met The Swing Papa’s, in de oorlog Slingervaders genoemd, voorloper van op 5 mei 1945 opgerichte Dutch Swing College Band. Hij kreeg in de oorlog een oproep voor militaire dienst, maar daar gaf hij geen gehoor aan. Wijnnobel ging met tenorsaxofonist Willy Verra, ook lid van The Swing Papa’s, bij Klaas van Beeck in Leiden wonen. Van Beeck was vóór de oorlog leider van het AVRO-Dansorkest en had in de oorlog een eigen dansorkest. Op een gegeven moment werd het te gevaarlijk op het onderduikadres. Wijnnobel reed met een auto van het Rode Kruis mee naar Brussel en daarna door naar Parijs. Daar ontmoette hij gitarist Django Reinhardt en ging musiceren in de band van Hongaar Paul von Béky, onder meer in de concentratiekampen Natzweiler (nabij Straatsburg) en Stutthof in Polen.

Paul van Béky engageert Pierre Wijnnobel

Paul van Béky engageert Pierre Wijnnobel

Pierre Wijnnobel, als 20'er

Pierre Wijnnobel, als 20′er

BIJ DE RAMBLERS
Na de oorlog ging Wijnnobel terug naar Brussel en speelde hij enige tijd in Dancing Corso met Jean Baptiste Thielemans. Hij had nog niet de bijnaam Toots en speelde nog geen mondharmonica, maar gitaar. Wijnnobel had enige tijd een eigen band in Brussel, waar ook De Ramblers optraden. Leider Theo Uden Masman vroeg of hij tweede trombonist bij zijn band wilde worden. Daar had Wijnnobel wel oren naar. Hij arrangeerde en componeerde bijvoorbeeld Lucky number en Ramblers Boogie Woogie in 1948 en Abebelebop in 1950. Omdat Jack Bulterman De Ramblers had verlaten om in België te gaan werken, wilde Wijnnobel ook Nederlandstalige liedjes voor de Ramblers schrijven. Het bleef bij Die avond in mei (1950), gezongen door Marcel Thielemans, want kort daarop verliet hij noodgedwongen De Ramblers. Omdat de optredens terugliepen en de gages minder werden, ging Theo Uden Masman door met een kleinere bezetting. Wijnnobel had er alle begrip voor. Ook omdat hij diep in zijn hart wist dat hij het als trombonist moest afleggen tegen Marcel Thielemans. Maar wat nu? Hij wilde wel een vaste baan en solliciteerde daarom bij de KLM en NS. Maar hij koos uiteindelijk toch voor de muziekbusiness; niet als trombonist, pianist of bassist, maar als componist/tekstschrijver en arrangeur.

KOM D’R IN EN OVER DE BRUG
Wijnnobel ging bij platenmaatschappij Phonogram werken. Schreef in 1952 Dat heb je al meer gedaan voor Karel van der Velden begeleid door AVRO’s Dansorkest The Skymasters o.l.v. Bep Rowold en had een hit te pakken met Kom d’r in, de Nederlandse versie van het Fontane Sisters-succes: Let me in, gezongen door The Swinging Nightingales onder de hoede van Gerard van Krevelen. Op deze site staat veel bladmuziek van arrangementen, die Wijnnobel in 1953 en 1954 schreef voor het Metropole Orkest en solisten die optraden in het VARA zaterdagavondprogramma Showboat van producer Karel Prior. Dat waren vooral liedjes van anderen. In 1954 vertaalde Wijnnobel de song Cross over the bridge, een succes van Patti Page in Amerika en The Beverly Sisters in Engeland. Het werd gewoon Kom over de brug voor Helma en Selma. Make love to me, de hit van Jo Stafford veranderde in Leen me nog een kusje, gebracht door Annie Plevier en Karel van der Velden met The Skymasters. Van der Velden soleerde in een lied waarvoor Wijnnobel tekst en muziek had geschreven: Welbedankt voor het gezellige avondje.

SPRINGPLANK
In 1954 verliet Ger de Roos de KRO. Het Orkest Zonder Naam werd De zingende en spelende Troubadours. De Bietenbouwers (De Roos was Boer Biet) veranderden in de Boertjes van Buuten en de Van Zessen Klaar Club, waarin nieuw talent een kans kreeg, werd De Springplank. Wijnnobel coachte met orkestleider Jo Budie en producer Ton Kool jonge zangers, zangeressen, groepjes en instrumentalisten. Ze gingen ook het land in op zoek naar talent. Wijnnobel begeleidde ze aan de piano. Het duo Black & White – Black = Jan Klumperman uit Rotterdam en White = Eugen Gaiser uit Delft – had nog net gedebuteerd in de Van Zessen Klaar Club in 1954 met Daar bij de waterkant en The little shoemaker. Wijnnobel heeft de 25 platen (78- en 45-toeren) die het duo maakte tussen 1954 en 1963 geproduceerd, van teksten en begeleiding voorzien. Liedjes als Wij met z’n twee (Tango for two) en Ay, ay Olga (muziek Pierre Wijnnobel/tekst: Kees Schilperoort), Tom Hark, Una marcia in fa en Oh, die Elisabeth (die zo lekker koffie zet). Op diverse platen werd Black & White gekoppeld aan The Melody Sisters, de tweeling Julie en Elly Lankester uit Amsterdam. Bijvoorbeeld in het Engels Sh-Boom en Hearts of stone in 1954 en The naughty lady of Shady Lane en Mister Sandman in 1955. Wijnnobel vertaalde Boom boom boomerang, het succes van The De Castro Sisters en Hummingbird (Kijk uit voor de mannen) origineel door Les Paul & Mary Ford of Frankie Laine in 1955. Daarnaast arrangeerde hij Carina (o.a. van Arturo Testa) en Itsy bitsy teenie weenie Honolulu strandbikini in 1960 (in Amerika door Bryan Hyland als Itsy bitsy teenie weenie yellow polkadot bikini) en in Duitsland door o.a. de Club Honolulu (inclusief Caterina Valente) of The Blue Diamonds in het Duits. Daarnaast oorspronkelijk werk van Pierre, dus tekst en muziek van Vivace (1959) en Luxemburg rag (1960).

Wijnnobel zorgde tussen 1956 en 1962 ook voor het repertoire op de 12 singles van The Butterflies, de broers Godert en Luc van Colmjon uit Amersfoort. Dit betrof vaak bewerkingen van dixielandnummers: Muskrat ramble werd (Wij zijn stapelgek op) Dixieland, When the Saints go marchin’ in veranderde in Oom Ben was eens een machinist en Doctor Jazz kreeg een Nederlandse tekst. Daarnaast ook licht teenagerwerk als Willem wordt wakker (Wake up little Susie van The Everly Brothers) in 1958, Ding Dong, de hit van The McGuire Sisters in 1959 en Van je 1,2,3 (High Society) in 1960. Eigen werken van Wijnnobel voor de Amersfoortse keien met de vlinderdasjes waren Bobby heeft een hobby (dat is een klarinet) in 1958, Baby Doll in 1959, Mary in 1960 en Hapskidi bidi in 1961.

IN DE BUS VAN BUSSUM NAAR NAARDEN
The Butterflies waren gestart in 1956. Dat was een vruchtbaar jaar voor Pierre Wijnnobel. Hij schreef voor De Windmolens o.l.v. Johnny Holshuysen met Truus Koopmans en Dick Doorn: Mijn Marleentje (die zo lekker koken kan) en voor Annie de Reuver Hij speelt zo mooi accordeon. The Skymasters namen twee composities van Wijnnobel op: Royal palace blues en Moonliner. Maria Dieke kwam over uit Zweden en maakte een plaat met The Skymasters. Ze kreeg een hit met de vertaling van Way way down in way-way-te-nango van Dave Coleman. Dat werd In de bus van Bussum naar Naarden, ook gebracht door Helma en Selma. Annie Palmen en Jan van der Most zongen de Nederlandse versie van Just walkin’ in the rain, het succes van Johnnie Ray. Met De Klavirtuozen o.l.v. Jo Budie (KRO) trapten ze samen in een plas in het lied ‘t Regent dat het giet. Ook een geheide hit in 1956 was Klappermelk met suiker door The Amboina Serenaders o.l.v. Rudi Wairata met zang van Joyce Aubrey en Ming Luhulia. In 1957 veranderde Come pretty little girl van Vendla Shepard in Kom lieve kleine meid door Max en Marga van Praag of Teddy en Henk Scholten met Leila, de dochter van Rita Reys. In 1957 ook het debuut van het damestrio The Spotlights met ’t Was in december, een oorspronkelijk nummer van Wijnnobel. Tijdens audities voor De Springplank had hij Greetje Kauffeld ontdekt. Hoewel hij veel voor de KRO werkte, verloor hij Greetje aan de AVRO. Ze ging zingen bij The Skymasters van Bep Rowold.

De platenmaatschappijen wisten in de late jaren ‘50 nog niet zo goed raad met het repertoire voor teenagers. The Butterflies waren zo nu en dan in dixieland en de jongste Butterfly Godert van Colmjon zong met de jonge Shirley Zwerus in 1958 zijn Mambo Olé. Nu niet bepaald een dans voor tieners. Maar in 1959 slaagde Wijnnobel er toch in om leuke teksten te schrijven voor The Fouryo’s uit Amsterdam. Tell him no van Travis en Bob, Come softly to me van The Fleetwoods, Makin’ love van en door Floyd Robinson en Seven little girls van Paul Evans and The Curls in Amerika of The Avons in Engeland, werden achtereenvolgens Zeg niet nee, Kom bij me darling, Makin’ love (verder Nederlands) en Zeven leuke meisjes.

RAG EN BACH
In de platenstudio begeleidde Pierre Wijnnobel naast Jack Bulterman en Bert Paige diverse artiesten. Conny van den Bos, toen nog niet aan elkaar geschreven, ook een van zijn ontdekkingen, zong met zijn orkest in 1961 Ninotchka (Midnight in Moscow) en in datzelfde jaar Herman van Keeken met een cover van het Ray Peterson succes Corinne, Corinna. Dat begeleidingswerk heeft hij niet doorgezet. Wijnnobel hield zich vooral op in de KRO-studio. Hij arrangeerde en componeerde nummers als Sweet swing low, een bounce voor het KRO-Dansorkest o.l.v. Klaas van Beeck, zijn oude makker uit de oorlog. De koren Aethercharme en De Woudzangers o.l.v. Marinus van ’t Woud hadden bewerkingen van Wijnnobel op de lessenaars voor het KRO-programma Wij zingen de wereld rond. Het NCRV-ensemble Saxophonia o.l.v. Cees Verschoor nam zijn compositie Sax-appeal op het repertoire. In 1953 uitgevoerd door het Metropole Orkest.

Wijnnobel bleef gek op de ragtime, die al lang uit de mode was. Zo componeerde de ragtimes Carneval, Hamburg, Paris en French Rag. Enkele werden in 1964 op de plaat gezet door Ivan’s Oldtimers.

In 1964 vertaalde Wijnnobel de musicalsong Hello Dolly, het succes van o.a. Louis Armstrong en Hey! look me over (Hé, ouwe jongen) uit de musical Wild Cat voor acteur Johan Kaart. In 1965 bewerkte hij A windmill in old Amstedam van Ronnie Hilton. Dat werd Een muis in een molen in mooi Amsterdam door Rudi Carrell en De Damrakkertjes. A world of our own van The Seekers werd als Liever thuis met z’n twee door The Sunbeams gebracht. Begin 1965 scoorde Ronnie Tober met Iedere avond, een tekst van Wijnnobel op Twilight time van o.a. The Platters in 1958. In 1966 enkele vertalingen voor de LP De Ronnie Tober Show. Bijvoorbeeld De wereld is wel tienmaal mooier (Rags to riches door Tony Bennett in 1953), Ik kan je niet vertellen (I can’t begin to tell you door Bing Crosby in 1946) en The first night of the full moon in 1964 door Jack Jones. Dat werd Marijke uit Krabbendijke.

Dat was wel zo’n beetje het laatste wat we vernamen van de maestro. Wijnnobel leidde een eigen orkest, dat niet op de radio te horen was en hij verdiepte zich in ingewikkelde arrangementen van Bach. In 1967 speelden The Skymasters zijn compositie Minirock. De belangrijkste bezigheid was het runnen van een Bed en Breakfast Hotel in de Amsterdamse Vossiusstraat. Dat deed hij tot op hoge leeftijd met zijn Luxemburgse vrouw Jeanne (Joan) Kutter. Wijnnobel overleed op 9 januari 2010 op 93-jarige leeftijd. Hij zei vaak: “Ik ben blij dat ik nergens aangenomen ben, anders had ik nooit zo’n spannend leven gehad”.

pierre_wijnnobel

Tekst: Co Snel

Bronnen: De Leidse Jazzgeschiedenis 1899-2009 door Cees Mentink, Peter de Waard in De Volkskrant, Omroepmuziekwiki en eigen geheugen.

* Pierre Wijnnobel in de OmroepmuziekWiki (incl. werkenoverzicht in de omroepmuziekcollectie)

Op 31 juli 2016 zond RTi Hilversum deze Pierre Wijnnobel-aflevering van Co Snels radioprogramma Studio Hilversum uit.