Categorie archief: Gedenkdag

TOON HERMANS ALS LIEDJESSCHRIJVER

Toon Hermans (1916-2000) was niet alleen volgens velen de grootste Nederlandse artiest van de vorige eeuw, hij was ook een van de veelzijdigste. Behalve cabaretier, zanger, schrijver, schilder en decorontwerper was hij ook een productief liedjesschrijver. Dat bleek onlangs weer toen de liedjes die hij schreef voor de eerste Nederlandse (radio)musical na zo’n 60 jaar weer boven water kwamen. Toon-biograaf Jacques Klöters gebruikte hiervoor de term ‘oorwurmen’: het zijn vaak melodieën die na ze gehoord te hebben nog lang in je hoofd blijven naklinken.

Voor vrijwel al zijn liedjes schreef Hermans zowel de tekst als de muziek. ‘Schrijven’ is wat de muziek betreft misschien een misleidende term: hij kon geen noten lezen of een muziekinstrument bespelen.
Klöters: ‘Als Toon een liedjestekst schreef, hoorde hij gelijktijdig een melodietje in zijn hoofd. Maanden later las hij de teksten weer over en kwamen diezelfde melodiëen terug in zijn hoofd en kon hij ze met zijn pianist uitwerken.’ ‘Govert van Oest [jarenlang de vaste pianist bij de optredens van Toon Hermans, JJK], kwam veel bij hem thuis om de nieuwe melodieën te noteren en om te zetten in muziek. Toon had zelf een notenschrift ontwikkeld dat bestond uit nummertjes die hij op de toetsen van zijn piano had geplakt en die hij dan in de juiste volgorde noteerde.’
Klöters, die in de jaren ’90 veel contact had met Hermans (o.a. voor de serie tv-gesprekken Gewoon Toon), herinnert zich een voorval uit die jaren. Ze zaten eens samen in de auto op weg naar een theater, toen Toon zei: ‘Nu ga ik even een liedje maken’. Hij neuriede een melodie, nam deze op op een dictafoon en aangekomen in het theater werkte hij het uit met de pianist van dienst.

De ‘pianozettingen’ voor de bladmuziekuitgaven werden door anderen genoteerd, zoals Peter Kellenbach, Rinus van Galen en Joop Portengen. In latere jaren werkte hij o.a. samen met Henk Westrus aan de grammofoonplaat Liedjes voor jou.

Aan het begin van zijn carrière, midden jaren ’40, werkte Hermans nog wel samen met anderen aan liedjes. Zo schreef hij met Johnny Steggerda, muzikaal leider van het revuegezelschap waarvan o.a. ook Gerard Walden en Berry Kievits deel uitmaakten, de liedjes Sous mon parapluie d’amour  en Er was eens… een meisje.

Uitgaven van twee liedjes van Toon Hermans

Uitgaven van twee liedjes van Toon Hermans

De naam ‘Toon Hermans’ was indertijd kennelijk nog niet zo algemeen bekend: op het omslag van de laatstgenoemde uitgave staat als tekstschrijver ene ‘Tom Hermans’ vermeld (‘binnenin’ stond wel de juiste naam.)

In 1945 schreef hij een variant op het lied De kleine man van Louis Davids, bij Hermans ‘Jansen’ genaamd. In 1948 had de plaatopname van de opvolger De jeep van Jansen veel succes.

In diezelfde periode ontstonden o.a. We gaan weer net zoals we vroeger gingen naar Scheveningen, Little girl in Holland, ’n Zomeravond op het Leidscheplein, Als je persé de see wil sien… en ’n Broodje pi, een broodje pa…, een broodje paling.

5x_toon_hermans-liedjes
In de tweede helft van de jaren ’60 werden verschillende liedjes echte hits: 24 rozen, Sien, Méditerranée en natuurlijk Mien waar is m’n feestneus.  Naast laatstgenoemde schreef Hermans nog enkele carnavalskrakers: voor het Carnaval in 1969 bv. Kiele, kiele, kiele  (De bène van Hélène), dat hij samen met de Driedonken Blaaskapel op de plaat zette.

Voor de Efteling bedacht hij de bekende melodie voor  Carnaval Festival, in opdracht van  Joop Geesink. De keuze van Geesink voor Toon Hermans is niet verwonderlijk: Hermans was in de vroege jaren tachtig enorm populair, mede door het aantal (feest)nummers van zijn hand. Er ontstond een samenwerking met Ruud Bos, die samen met Toon in de theaters stond , en de Efteling. Nadat Toon Hermans nadacht over een vrolijke melodie na het zien van Geesinks ideeën voor de attractie, floot hij deze uiteindelijk voor Ruud Bos die er de noten bij zocht, en het net zo vaak op de piano speelde tot het precies was wat Hermans bedoelde.

Voor zijn (geflopte) film Moutarde van Sonansee (1959) schreef Hermans zo’n twaalf liedjes, waaronder Het lied van de wandelclub (Jo met de banjo); Dolf van der Linden maakte de orkestarrangementen.

Een speciaal geval is de (titelloze) radiomusical die Hermans in 1953 schreef. Op aangeven van biograaf Jacques Klöters werd in de Muziekbibliotheek van de Omroep het materiaal van de liedjes eruit teruggevonden waardoor het mogelijk was een nieuwe opname te maken (de oorspronkelijke opname met het AVRO-orkest de Zaaiers is niet bewaard). De orkestratie is van de hand van Jos Cleber. De opname (met solisten, een ensemble uit het Groot Omroepkoor en het Metropole Orkest o.l.v. Maurice Luttikhuis) wordt uitgezonden op zondag 18 december, vanaf 10.02 uur in het programma De Sandwich op Radio 5. Het is dan na ruim 63 jaar mogelijk te beoordelen of het te betreuren is dat deze eerste Nederlandse musical (!) nooit het theater heeft gehaald.

Jan Jaap Kassies

Bronnen:
• Jacques Klöters: Toon – de biografie (Nijgh & Van Ditmar, 2010, onlangs herdrukt)
www.Eftepedia.nl

HERONTDEKTE RADIOMUSICAL TOON HERMANS OPNIEUW TE HOREN

Dit artikel is een voorpublicatie uit Kwartaalblad Aether (afl. 122)

Jacques Klöters presenteert de musical comedy van Toon Hermans

Jacques Klöters presenteert de musical comedy van Toon Hermans (De Sandwich (v.a. 21′), 18 december 2016)

Toen cabaretkenner en theaterwetenschapper Jacques Klöters onderzoek deed naar het leven van Toon Hermans (het resultaat: Toon, de biografie verscheen in 2010) stuitte hij op een verrassing: hij ontdekte dat de AVRO-radio op 24 mei 1953 een ‘musical comedy’ heeft uitgezonden waarvoor Hermans zowel de tekst als de muziek heeft geschreven.
Eind 1952 reisde hij naar de Verenigde Staten, om in Californië op te treden voor de Nederlandse kolonie. Met de Nieuw Amsterdam voer hij naar New York, en vervolgens ging hij per trein verder. Tijdens die reis – die vier dagen en vier nachten duurde – schreef hij naar eigen zeggen 18 liedjes voor een musical. Hij zag veel in dit genre, dat in Nederland nog niet bekend was.
Klöters: ‘Als Toon een liedjestekst schreef hoorde hij gelijktijdig een melodietje in zijn hoofd. Maanden later las hij de teksten weer over, kwamen diezelfde melodieën terug in zijn hoofd en kon hij ze met zijn pianist uitwerken.’

Manuscript van het arrangement van Toon Hermans' musical comedy

Manuscript van het arrangement van Toon Hermans’ musical comedy en draaiboek bij de uitzending op 24 mei 1953

Na terugkeer in Nederland werkte hij zijn notities uit, en de AVRO besloot van de musical een radio-opname te maken. Jos Cleber maakte op basis van de schetsen de orkestraties voor zijn ensemble De Zaaiers, en het vocale aandeel werd toevertrouwd aan solisten Ans Heidendaal, Jetty Paerl, Bert Robbe, Christine Spierenburg en Anton Eldering en het Radiokoor. Op 21 mei 1953 vonden de opnamen plaats, en op zondag 24 mei werd de musical uitgezonden. De opnamen zijn helaas niet bewaard gebleven. Klöters: ‘[De musical] blijkt een fiasco. Volgens Toon is het de schuld van het koor. Hij vraagt zich af hoe mensen die normaal cantates van Bach zingen, musicalnummers kunnen zingen als: “Wie hebben alle charme? Juwelen an d’r armen? De girls! De girls! De girls!”’

Vondst
Niet lang voor de sluiting van de Omroepmuziekbibliotheek (1/8/2013) kwam een mail van Jacques Klöters binnen met de vraag of zich in de collectie mogelijk materiaal van de musical bevond. Het was geen van de medewerkers bekend; de oudste delen van de collectie (die ca. 5 kilometer bladmuziek omvat) zijn nog niet volledig geïnventariseerd. Gelukkig noemde Klöters meteen de naam van het orkest dat had meegewerkt: De Zaaiers.

De Zaaiers o.l.v. Jos Cleber (1953)

De Zaaiers o.l.v. Jos Cleber (1953), sleutel voor de herontdekking van de musical van Toon Hermans

Een aanzienlijk deel van de ‘oude collectie’ van de Omroepmuziekbibliotheek is gerubriceerd ‘op ensemble’; daardoor kon snel worden vastgesteld dat een omvangrijke hoeveelheid bladmuziek, inclusief het tekstboek, zo’n zestig jaar had liggen wachten op ontdekking. Opnieuw bleek dat de collectie uniek erfgoed bevat: de afgelopen jaren zijn handgeschreven composities opgedoken van o.a. Jurriaan Andriessen, Hanns Eisler, Hans Henkemans, Boy Edgar, Harry Bannink en Theo Loevendie.
De honderdste geboortedag van Toon Hermans, op 17 december, is aanleiding voor tal van vormen van eerbetoon. Radio 5 (De Sandwich) zendt een nieuwe opname uit van zijn musical, waarmee eens te meer zijn veelzijdigheid wordt benadrukt. Solisten, leden van het Groot Omroepkoor en het Metropole Orkest onder leiding van Maurice Luttikhuis geven de luisteraar de mogelijkheid zelf te oordelen over de eerste Nederlandse musical, die aan de vergetelheid is ontrukt.

Klik hier om de uitzending te starten

Jacques Klöters over de vergeten musicalliedjes van Toon Hermans (AVROTROS Nieuwsshow, 2016)

Klik hier om de uitzending te starten

Jacques Klöters over oude opnamen van Toon Hermans (Knevel & Van den Brink, 2013)

Promotiefilmpje voor de NPO Radio 5-uitzending op 18 december 2016

Jan Jaap Kassies

Lees ook: Toon Hermans als liedjesschrijver

ROGIER VAN OTTERLOO (11 december 1941-29 januari 1988)

Dit artikel is een voorpublicatie uit Kwartaalblad Aether (afl. 122)

Vandaag zou componist-arrangeur-orkestleider Rogier van Otterloo 75 jaar zijn geworden. Dat hij slechts 46 jaar oud is geworden is niet af te lezen aan het aantal titels van composities, arrangementen en opnamen waarvoor hij verantwoordelijk was. Bij veel muziekliefhebbers werd hij vooral bekend door zijn filmmuziek voor o.a. Turks Fruit en Soldaat van Oranje.
Van Otterloo leidde echter ook veel opnamen met het Metropole Orkest, waarvan hij vanaf 1980 chef-dirigent was (als opvolger van Dolf van der Linden, die het orkest in 1945 had opgericht).
Hij begon – als zoon van dirigent (en componist) Willem van Otterloo – al op jeugdige leeftijd met muziek: toen hij vier jaar oud was leerde zijn vader hem hoe hij samen met zijn één jaar oudere zusje tweestemmig moest zingen. Drie jaar later had hij vioolles en zat het zusje elke dag achter de piano.

Vervolgens nam hij enige tijd drumles en vanaf zijn zestiende jaar speelde hij piano. Korte tijd later vormde hij het Gold Coast Combo, samen met o.a. slagwerker-zanger Edwin Rutten en bassist René Holdert. Van Otterloo schreef de arrangementen. Na het gymnasium ging hij naar het Amsterdams Muzieklyceum, waar hij fluit, muziektheorie en piano studeerde.
In 1964/1965 schreef hij zijn eerste arrangementen voor het Metropole Orkest. Ook had hij lange tijd een radioprogramma op zaterdagmiddag waaraan vermoedelijk werd meegewerkt door zijn Gold Coast Combo-kompanen Edwin Rutten en René Holdert, en wisselende blazers, zoals Harry Verbeke, Ferdinand Povel, Cees Smal en Piet Noordijk.

copyright www.rogiervanotterloo.nl

copyright www.rogiervanotterloo.nl


Uit diezelfde periode stamt een viertal ‘muziekboekjes’ waarin de aankomende arrangeur Rogier van Otterloo schetsen heeft genoteerd voor arrangementen voor een ensemble met een bijzondere samenstelling: fluit, trompet, hobo/althobo, hoorn, basklarinet, bas, gitaar en slagwerk. Het betreft Along came Betty van Benny Golson (bekend in de uitvoering door Art Blakey and the Jazz Messengers), It’s wonderful (Mitchell Parish), Angel eyes (Matt Dennis) en Les grands musiciens (Michel Legrand). De drie laatstgenoemde nummers stonden op het repertoire van Edwin Rutten.
De boekjes zijn enkele jaren geleden ontdekt in de collectie van de (in 2013 gesloten) Muziekbibliotheek van de Omroep, en zijn indertijd ingeschreven onder de noemer ‘Orkest Rogier van Otterloo’.
Frits van Yperen heeft onlangs drie titels gedigitaliseerd met behulp van het muzieknotatieprogramma Finale, d.w.z. hij heeft de ‘handgeschreven noten’ omgezet in ‘computerleesbare noten’. Als afgeleide genereerde hij ‘luisterpartijen’ die hij aan de oorspronkelijke bladmuziek heeft gekoppeld via het Virtuele Studio-gedeelte van de website. Hiermee kan men een indruk krijgen van de klank van de betreffende arrangementen. Niet alles ‘klinkt’ even goed, maar bv. Along came Betty bevat enkele typische Van Otterloo-passages.

De gemeente Hilversum heeft besloten de straten in de nieuwbouwwijk Anna’s Hoeve te vernoemen naar componisten en musici die een belangrijke rol bij de publieke omroep (radio en tv) hebben vervuld. Rogier van Otterloo is een van hen. De naamgeving getuigt van historisch besef: de Rogier van Otterloostraat ligt in het verlengde van de Dolf van der Lindenstraat.

Jan Jaap Kassies
(met dank aan Bas van Otterloo)

Bronnen:
• John van Markwijk – Rogier van Otterloo, arrangeur, componist, orkestleider (2011, heruitgave 2016)
www.rogiervanotterloo.nl
Rogier is weer springlevend (interview met Co Berkenbosch, De Telegraaf, 11 juni 1983)

Links:
* Werken van Rogier van Otterloo op deze website
* Werken van Rogier van Otterloo in de omroepmuziekcollectie

AMONG MY SOUVENIRS, HERINNERINGEN AAN JAN CORDUWENER

Jan_CorduwenerJan Corduwener werd op 14 juli 1911 in Leiden geboren. Zijn vader was kleermaker. Jan was de jongste zoon en kwam al vroeg in aanraking met muziek. Hij volgde een vioolopleiding bij de Maatschappij ter Bevordering van de Toonkunst. De jonge Corduwener slaagde voor het toelatingsexamen van het Conservatorium. Zijn eerste optreden was als 14-jarige in het orkest Carl Dassi in Astoria aan de Vijzelstraat in Amsterdam. Jan kon zich niet volledig aan de muziek wijden, want pa Corduwener werd ziek en Jan moest aan het werk om de kost te verdienen. In vrije tijd studeerde hij piano. Leerde daarnaast hammondorgel, vibrafoon, gitaar en diverse blaasinstrumenten bespelen. Uiteindelijk ging Jan professioneel aan de slag in het orkest van het Tuschinksi Theater o.l.v. Max Tak. In 1943 musiceerde Corduwener in orkesten van de Nederlandsche (Staats) Omroep. Jan was kort violist van het in 1945 opgerichte Metropole Orkest o.l.v. Dolf van der Linden (eerste uitzending 25 november 1945).

Among_my_souvenirs_Jan_CorduwenerSWEET FOUR
Op 7 oktober 1946 ging het eerste programma van het Kwartet Jan Corduwener de ether in, met Jan als multi-instrumentalist op viool, accordeon, vibrafoon, orgel, en hawaiian guitar. Hij bleek ook een verdienstelijk zanger te zijn. Jan kreeg aanvankelijk assistentie van drie leden van het Metropole Orkest: Manny Oets, piano, celesta en spinet; Tonny van Hulst, gitaar en Tonny Limbach, bas. Gitarist Jan Mol en organist Cor Steyn, voor deze gelegenheid aan de piano, maakten later ook deel uit van het kwartet. De herkenningsmelodie was Among my souvenirs. Het Kwartet speelde 20 minuten non-stop. Door de zoete klanken werd het gezelschap ook wel The Sweet Four genoemd. Ze speelden o.a. The old spinning wheel en Eens zal de Betuwe in bloei weer staan. Op plaat verschenen in 1946 Mamma, zijn naam is Johnny, In 1947 Grootvaders klok en Allegaartje, in 1948 Nola en in 1949 Elfenbal, een compositie van Guus Jansen, die hij later Elfinette noemde. Het bleek dat Jan’s vrouw Laura meeschreef aan de arrangementen voor het Kwartet. In 1955 verscheen nog een EP van het ensemble, dat niet meer op de radio was te horen met nummers als Si vous l’aviez compris en Play a simple melody.

jan corduwener_kwartet_dubbelIN STRICT DANSTEMPO
In 1949 kwam Corduwener in vaste dienst van de VARA. In de herfst van 1950 ontstond het Ballroom-orkest. Hij wilde beslist niet de stijl van de Engelsman Victor Silvester kopiëren. De formatie klonk dan ook fris, mede dankzij Cor Steyn die in de begintijd aan het hammondorgel zat. Jo Bos hanteerde de piano; Jan Hondeling, klarinet, Jan Mol gitaar; Ger (toen nog Gerrit) Daalhuisen, bas en Bill van de Heuvel, slagwerk. Cor Steyn heeft ook enige tijd het hammondorgel in het kwartet bespeeld. Op het repertoire stonden alle mogelijk quicksteps, foxtrots, Engelse en Weense walsen, tango’s, rumba’s en samba’s. De radio-uitzendingen werden druk beluisterd en de grammofoonplaten van het Ballroom-orkest gretig verkocht en goedgekeurd door dansleraren. LP’s met titels als Dance delight, Ballroom memories en Calling all dancers. Melodieën, die ook op 78 en 45 toeren verschenen als Whispering, Cheek to cheek, Look for the silver lining, maar ook de hits van het moment in medleys, zoals in 1957 Net als toen en Round and round, in 1958 Volare en Sail along silv’ry moon en in 1959 Piove en Tom Dooley. In dat jaar verscheen ook een LP met melodieën uit de musical My fair Lady. Het Ballroom-orkest werd daarbij versterkt door strijkers. De enige opname die nog wel eens terugkeerde op verzamel LP’s en CD’s was die van het Ballroom-orkest uit 1953: Een dansliedje deint, rond 1943 geschreven door pianist Joop de Leur en tekstdichter Jacques van Tol.

THEATERORKEST
In 1953 maakte Corduwener ook een opname met zijn zoontje Robbie. Dat werd Robbie’s avondgebed op de wijs van God bless us all, een hit van het Amerikaanse sproetenjoch Jimmy Boyd, bekend van I saw mommy kissing Santa Claus of het duet met Frankie Laine, getiteld Tell me a story. Op de B-kant zong Hansje den Heyer het lied Hansje’s droomschip. Een terzijde voor de liefhebber. Rond 1953, ontstond ook het Theaterorkest. Voor de grammofoonplaat werden vooral de bekende salonmuziek opgenomen, zoals Stettiner Kreuzpolka (Kruispolka, in de volksmond gezongen als Oh, mijn lieve zwartkop, voel toch eens hoe mijn hart klopt), de walsen Frühlingsboten, Les patineurs (Schaatsenrijderswals) en Valse Basque (Spaanse wals, in de volksmond verbasterd tot Gooi je schoonmoeder van de trap). Corduwener had kennelijk iets met klokken, getuige opnamen van Vineta Glocken, The clock is playing en niet te vergeten de sublieme opname van In a clockstore (Im Uhrenladen), waarin de hele klokkenwinkel wordt opengegooid. Dergelijke platen werden tot 1965 steeds opnieuw uitgebracht.
Robbies_avondgebed_Jan_Corduwener
AL IS HET NIET MET DE BRUID
Op dat repertoire ook The Veleta. Enig misverstand ontstaat doordat er een opname is van het Theaterorkest en ook van een kleinere salonbezetting. Maar, die Veleta werd rond 1957 ook gespeeld door het Veleta Sextet van de mysterieuze Melchior. De zesmans formatie speelde de mazurka’s, polka’s en Weense walsen naast de quicksteps, foxtrots, e.d. gebracht door het Ballroom-orkest Jan Corduwener in diverse danszalen in het land. Het Veleta Sextet werd enkele jaren later vervangen door het Trianon Sextet. Omroeper Coen Serré, de vader van nieuwslezer Raymond Serré riep aan het begin: “Dansen……Al is het niet met de bruid”. Daar komt ook het verhaal vandaan dat Corduwener zo graag met Coen Serré werkte. Het was Corduwener echter worst wie zijn programma’s aankondigde. Het kwartet speelde non-stop en bij zijn kwintet – midden jaren ’50 – was het al niet anders. Corduwener speelde hammondorgel: Harry Mooten, accordeon; Wim Sanders, gitaar; Ger Daalhuisen, bas en Cor van den Berg, slagwerk. Er zijn officieel geen platen van dit gezelschap verschenen. Maar op een actie LP uit 1958 ten bate van de Prins Bernhard Stichting, begeleiden de vijf wel degelijk Annie de Reuver, Max van Praag (Annie en Max ook als het duo De Meeuwen) en het meisjeskoor Sweet Sixteen. Instrumentaal is het kwintet op die 25 cm LP te horen met Hoor de muzikanten, de hit van Vrij en Blij o.l.v. Wessel Dekker in 1949/1950 en het Napolitaanse songfestivalliedje Lazzarella van Domenico Modugno uit 1957. Het Kwintet Corduwener zorgde ook voor de muzikale omlijsting bij de VARA-quiz Je neemt er wat van mee, geleid door Theo Eerdmans. Omroepster Netty Rosenfeld assisteerde en zong de herkenningsmelodie.

ONDERSTEUNING IN DE PLATENSTUDIO
Kleinere formaties van Jan Corduwener begeleidden het kinderliedrepertoire van het Deldo duo (Leny Delsen en Henk Dorel). Ook het kinderkoor De Merels en het meisjeskoor De Krekels (beide VARA) – in de jaren ‘50 nog o.l.v. Leida Hulscher – werden in de platenstudio muzikaal ondersteund door Corduwener en zijn musici. Dat gold ook voor het KRO-kinderkoor De Karekieten o.l.v. Willy François, waarbij ook kerstliedjes. Had Cor Steyn Willy Alberti in 1941 bij het lied Mijn sprookjesboek begeleid, in 1955 zat Corduwener aan het hammondorgel, toen Willy het lied nog eens over zong met op de B-kant Ik hou van jou, mooi Amsterdam. Een afgeleide van het Theaterorkest begeleidde Alberti vanaf 1952, waarbij ook een zestal opnamen met Sweet Sixteen o.l.v. Lex Karsemeyer. Titels als Ci-ciu-ci, Ricordate Marcellino en Mia cara Carolina van Van Wood (Peter van Houten). Annie de Reuver, die meestal door Tom Erich en zijn ensembles werd begeleid, kreeg bij Het lied van het pierement in 1953 een orkest o.l.v. Jan Corduwener als ondersteuning. Max van Praag maakte ook enkele opnamen met Corduwener. Bijvoorbeeld op de LP uit 1958 met liedjes van Dirk Witte, waarbij Mens durf te leven, Liedje van verlangen en M’n eerste. Laatstgenoemd liedje over het meisje van de zangvereniging verscheen al in 1955 op 78-toeren plaat. De zangvereniging was een dameskoor o.l.v. Lex Karsemeyer.

OPMERKELIJKE PRODUCTIES
In 1957 maakte Jan Corduwener een EP met zanger Archie Lewis, o. a. Just a prayer en If you go. Een EP en LP met Leslie ‘Porgy’ Scott, die inderdaad de rol van Porgy had gespeeld in de opera Porgy and Bess van George en Ira Gershwin. Met Jan Corduwener en zijn orkest zong Leslie standards als Love is here to stay en All the things you are en spirituals als Go down Moses en Swing low, sweet chariot. Met bassist Tom Dissevelt leidde Corduwener een orkest achter Rita Reys op de LP Her name is Rita met songs als Old devil moon, He’s my guy en Please be kind. In de jazzhoek had men Corduwener niet verwacht. In 1958 verschenen kort na elkaar twee LP’s van het Theaterorkest. De eerste was genoemd naar het vrijdagavondprogramma Pennies from heaven, met als ondertitel: een regen van bekende melodieën wordt over u uitgestort door een keur aan zangsolisten en het Theater orkest o.l.v. Jan Corduwener. Op die eerste instrumentale langspeler onder meer Marching strings van Ray Martin, Misty van pianist Erroll Garner en Spirito, gecomponeerd door Coen van Orsouw. De tweede LP was genoemd naar de oude herkenningsmelodie van Corduwener: Among my souvenirs. Op deze schijf naast standards ook Nederlandse composities als Joy ride van Jan Vuik (van Het Hotcha Trio), Rickshaw ride van Jos Cleber en Laura, een eigen compositie van Corduwener opgedragen aan zijn vrouw. Een ode aan een andere dame, genaamd Marlene staat op een EP van Jan Corduwener en zijn orkest uit 1960. Andere melodieën in vooral radio-uitzendingen van zijn hand waren Boogie woogie, Tutti frutti, Hammond polka, Hobby horse en Schip als jij vaart naar dromenland.

STEREO EN NEW SOUND
Rond 1961 verscheen er een EP van het Theaterorkest, die in Audiowinkels werd gebruikt om de stereo te testen. Het waren ping pong stereo-opnamen van bijvoorbeeld The whistler and his dog en Dancing tambourine. Verder leidde Jan Corduwener formaties als Proficiat, Cantarina, een Tromboneorkest, het Amusementsorkest Strijk en Zet, het Grand Gala Orkest wat niets te maken had met het Grand Gala du Disque, een Musette Orkest en een Septet.

In 1961 ontstond een New Sound voor de grammofoonplaat. “Ik ben er altijd een tikje huiverig voor geweest om iets een nieuw geluid, een new sound te noemen”, zei Corduwener, “maar wat er in You’re party at home gebeurt, is die benaming toch heus waard”. Het orkest bestond uit drie saxen, een trompet, trombone, piano, bas, drie gitaren en twee drummers: vader en zoon Kees Kranenburg. Op de LP vindt men medleys met o.a. Wooden heart, Are you sure?, Wonderland by night en Non je ne regrette rien.

FINALE
Het werk in de platen studio liet Corduwener steeds meer over aan Jack Bulterman, Bert Paige en Ger van Leeuwen. Zijn orkest is nog te horen op ‘n Beetje door Teddy Scholten (het winnende liedje van het Eurovisie Songfestival in 1959) en bij de liederen van Max Tak, die Willy Alberti in 1962 in potpourri-vorm en in 1965 helemaal vertolkte. Niet lang daarna overleed Jan Corduwener in Vreeland op 10 maart 1966. Slechts 54 jaar oud. Corduwener heeft de teloorgang van de live muziek op de radio net niet meer meegemaakt. Mede door bezuinigingen en andere muzikale belangstelling werden de programma’s van orkesten en ensembles steeds meer geschrapt.

Jan Corduwener had vier kinderen, drie zoons en een dochter. Zoon Jan Jr. was begin jaren ’70 deejay op Hilversum 3. Voor de NOS presenteerde hij op vrijdagmiddag, later –avond, de Jan Corduwener Show met onder meer het Europees Popparlement. Van 1983-1997 was Jan Jr. directeur van platenmaatschappij Phonogram. Hij is David Bowie in 1967 van Schiphol gaan halen voor een eerste optreden in Nederland. Het woord bizar wordt vaak fout gebruikt, maar is nu wel op zijn plaats. Bizar was het dat Jan Jr., nadat hij maandag 11 januari 2016 in de belangstelling was geweest om over Bowie te vertellen, twee dagen later overleed op 77-jarige leeftijd. We konden hem niet meer vragen waarom hij nooit een fatsoenlijke CD serie met opnamen van zijn vader heeft laten uitbrengen. Het mag duidelijk zijn dat musicus Jan Corduwener er in zijn korte leven heel veel heeft gemaakt.

Co Snel

Beluister ook Co Snels Corduwener-hommage t.g.v. diens 50e sterfdag.

‘MENEER’ COR STEYN: VAN CONCERT- NAAR HAMMOND- EN MAGISCH ORGEL

17 november is het 50 jaar geleden dat de vriendelijke virtuoze musicus Cor Steyn overleed. Hij werd geboren op 22 december 1906 in Leiden. In het bevolkingsregister wordt zijn naam als Steijn genoteerd. Het was de bedoeling dat Cor in de klassieke sector terecht kwam. Vanaf z’n vijfde jaar volgde hij piano- en vioolles bij achtereenvolgens A. Peers, Jaap Stotijn (vooral bekend als hoboïst), Karel August Textor en de heer Gerbrands. In 1918 deed de jonge Steyn vervroegd toelatingsexamen aan Het Koninklijk Conservatorium in Den Haag, waar violist/dirigent André Spoor zijn leermeester werd. Op 14-jarige leeftijd trad Cor op als concertpianist. Een paar jaar later koos hij voor de lichte muziek, mede door geldnood. In 1928 maakte Steyn zijn eerste opnamen met het toenmalige PHOHI-orkest o.l.v. Lou Cohen in het Amsterdamse Muziek Paviljoen. Gespeeld werden titels als Dort, wo die Wälder grün en Zigeunerweisen. Hij musiceerde in cafés, hotels, cabarets en bioscopen.
In 1932 kwam hij in vaste dienst van de VARA, aanvankelijk als accordeonist en ensembleleider; bv. Dubbel X, De Zonnekloppers en Steyn’s Accordeonorkest. Afwisselend met Johan Jong bespeelde hij daarnaast het Concertorgel van die omroep. Vanaf 1935 kwamen er ook uitzendingen vanuit het Amsterdamse City Theater met Steyn aan het cinema-orgel. Hij volgde de legendarische Britse organist Reginald Foort op. Steyn leidde en begeleidde het publiek in de Community Singing op zondagmorgen. Op de andere Hilversumse zender werden er geestelijke liederen bij een orgel gezongen via NCRV en KRO. In 1936 en 1937 werden City Theater-plaatopnamen gemaakt bij Decca van orgelmedleys met titels als After the ball, Vieni, vieni en de KLM-mars van Willy Schootemeyer. Daarnaast zelfstandige melodieën, zoals Monkey tricks (november 1937), Until tomorrow en An old Hawaiian guitar. De AVRO kon natuurlijk niet achterblijven en kocht ook een concertorgel, dat vanaf 1936 werd bespeeld door Pierre Palla. In die jaren mochten AVRO-leden niet naar de VARA luisteren, andersom ook niet. Cor Steyn en Pierre Palla hadden maling aan die scheiding, ze gingen vrolijk samen vissen. Aardige bijkomstigheid is dat het AVRO Concertorgel vanaf 2016 opgesteld zal staan in de oude VARA Studio aan de Heuvellaan in Hilversum. Tegenwoordig huist het Muziekcentrum van de Omroep in dat gebouw.

Als op het Leidscheplein
In 1939 componeerde Steyn in samenwerking met zijn naamgenoot Cor Lemaire de muziek voor de film Boefje van regisseur Detlef Siercx (Douglas Sirk) met de toen 45-jarige Annie van Ees als Boefje.
Op een voorjaarsdag in 1941 liep er een ‘boefje’ het City Theater in, om een grammofoonplaat te maken met Cor Steyn aan het orgel. Het was de toen 14-jarige Careltje Verbrugge, beter bekend als Willy Alberti, die als nog jonger knaapje al op straat had gezongen met zijn neefje Johan van Musscher (vanaf 1954 beroemd als Johnny Jordaan). In 1940 kreeg Willy een rol in de revue-operette Rose Marie in Carré in Amsterdam. Daar waar Annie van Ees een jongetje had gespeeld, vertolkte Careltje het bedelmeisje Mary met haar pop. Alberti en Steyn legden de liedjes Alleen is maar alleen en Mijn sprookjesboek, geschreven door Chris Reumer vast. In de zenuwen had Willy het tweede couplet van het sprookjesboek twee keer gezongen. Men liet het zo. Vanaf 1941 tot 1944 leidde Cor Steyn het orkest van de door René Sleeswijk geproduceerde Snip en Snap-revue met Willy Walden en Piet Muyselaer. Uit de revue Tok, tok, tok alweer een ei in 1943, stamt één van de mooiste Nederlandse liedjes aller tijden: Als op het Leidscheplein de lichtjes weer eens branden gaan. Cor Steyn componeerde de melodie, Bert van Eijck (pseudoniem voor Jacques van Tol) schreef de tekst. Willy Walden zette het met het orkest van Cor Steyn op de plaat.
Intussen had zangeres (crooner) Topy Glerum, die in 1936 opnamen had gemaakt met De Ramblers o.l.v. Theo Uden Masman, in 1942 de song Crying my heart out for you bij het cinema-orgel gezongen. Die opname is bewaard gebleven. In 1944 ging de film Drie weken huisknecht in première. Paul Steenbergen had als jonkheer Alfred de Beaucour de hoofdrol in deze rolprent van Walter Smith. Cor componeerde er de muziek bij.

VARA-ensembles en -orkesten
Cor Steyn koos na de Tweede Wereldoorlog duidelijk voor het orgel, met name het in 1934 ontdekte pijploze hammondorgel. Hij bleef het concertorgel bespelen net als Johan Jong, maar Cor werd ook leider van diverse orkesten en ensembles. Hij kwam in 1949 in vaste dienst van de VARA. Aanvankelijk een jaar medewerker van de propaganda en programmadienst. Steyn vloog uit en speelde orgel bij de radio-omroepen van Canada, Zweden, Denemarken, Duitsland, Zwitserland, België en de BBC in Londen.
Begin jaren ‘50 leidde hij voor de VARA het ensemble Zeven man en een meisje met Cor aan het orgel; Sem Nijveen en Benny Behr, viool; Ger van Leeuwen, piano; Wim Sanders, gitaar; Ger Daalhuisen bas en vermoedelijk Wim van Steenderen, klarinet. Het meisje was in het begin zangeres Sonja Oosterman, opgevolgd door Corry Brokken. Op VARA-radio hoorden de luisteraars ook het Hammond Trio of Kwartet van Cor, dat vanaf 1953 grammofoonplaten maakte. In de ritmesectie wederom Wim Sanders, gitaar en Ger Daalhuisen, bas. Hetzij Cor van de Berg, hetzij Kees Kranenburg nam plaats achter het drumstel. Op het repertoire stonden vooral medleys van bekende melodieën en de hits van dat moment, maar ook eigen composities van Steyn, zoals The Amsterdam polka.
cor_steyn_zeven_man_meisje
‘Meneer’ Cor Steyn
Over het begin van de samenwerking tussen Cor Steyn en zwerver Dorus, een type van Tom Manders bestaan verschillende versies. De eerste tv-uitzending van het cabaret Saint-Germain-de-Prés van Dorus was op 23 april 1955. Tom Manders liet de entourage van het cabaret, dat op 1 mei 1953 was gestart aan het Rembrandtplein in Amsterdam nabouwen in de tv-studio. De ene bron zegt dat Cor Steyn Tom Manders begeleidde als pianist, de andere bron zegt dat De Ramblers o.l.v. Theo Uden Masman er optraden en een keer met vakantie waren. Cor Steyn trad toen als vervanger op aan het hammondorgel. Het is zeer onwaarschijnlijk dat het dansorkest daar optrad. De betreffende journalist zal in de war geweest zijn met het radiodebuut.
Dat maakte Tom Manders op 11 februari 1956 in de 100ste aflevering van VARA’s zaterdagavondprogramma Showboat, geproduceerd door Karel Prior. Dorus werd op de radio aanvankelijk begeleid door Het Metropole-Orkest o.l.v. Dolf van der Linden of De Ramblers. Tijdens een vakantie van Theo Uden Masman’s orkest, koppelde Karel Prior Cor Steyn als begeleider aan Dorus en vroeg hem om naast zijn gebruikelijke conference ook zo nu en dan een liedje te zingen. Manders had daar zo zijn twijfels over. Maar de eerste, eind 1956, was gelijk raak. Twee motten zou Dorus’ grootste succes worden. Een lange rij populair geworden liedjes volgde. Onder meer De nachtwacht, Lompen en metalen, M’n bolhoed op me ene oor (Paris canaille), Ik loop met veters, Me auto (hoestbui op vier wielen) en De crocus en de hyacint. Dorus noemde zijn begeleider ‘meneer’ Cor Steyn. De man achter de drums ‘meneer’ Kees Kranenburg.
Toen Karel Prior wegens onenigheid vertrok bij de VARA en zijn hele stal meenam naar de AVRO, bleef Tom Manders bij de VARA. Hij had zoveel aan deze omroep te danken. Nog even was Dorus te horen in het zaterdagavond radioprogramma Plein 8.13, geproduceerd door Karel Prior. Op 10 mei 1958 nam Dorus afscheid van de radio, maar anderhalf jaar later was hij alweer terug in het programma Week uit, week in, geproduceerd door Joop Koopman. Cor Steyn assisteerde de gemoedelijke zwerver wederom. In 1961 stopte de samenwerking. Op de plaat was dat al in de loop van 1958 gebeurd. Op de single (Zorg dat je erbij komt) Bij de marine met orkest, hoor je Cor nog even bij de zuchtende ‘militairen’.
cor_steyn_met_Dorus

Dutch rag
Terug naar 1956. Sem Nijveen werd in dat jaar vioolsolist bij het Ritmisch Strijkorkest van Cor Steyn voor VARA-radio. Op een eerste LP stonden melodieën als Cheek to cheek, Glutrote Rosen en Georgia on my mind. Kort daarop verscheen in december 1956 weer een langspeler van deze formatie onder de titel Love is in the air met liedjes als Melody of love, Ich werde jede Nacht von Ihnen träumen en Poor butterfly. Kennelijk had Cor in Canada de naar dat land geëmigreerde zangeres Ina Verwoerd ontmoet, want even terug in Nederland maakte ze in 1957 de LP Music, maestro please met het orkest Cor Steyn. Hierop songs als My heart belongs to daddy, If I loved you en I’ll walk alone. Ina was vooral bekend geworden door het liedje Je moet nog even aan me denken van tekstdichter Joop Driessen en het pianoduo André de Raaff en Jacques Schutte, vooral populair in 1949 en 1950. Over dat pianoduo gesproken, het verzorgde radio-uitzendingen voor alle omroepen in NRU (Nederlandse Radio Unie)-verband. In oktober 1956 verscheen van hen op plaat Dutch rag, een compositie van Cor Steyn, waarin diverse vaderlandse liederen uit de bundel Kun je nog zingen, zing dan mee waren verwerkt, zoals De zilvervloot en Merck toch hoe sterck.
Hoewel Corry Brokken vooral werkte met dirigenten als Jos Cleber en later Bert Paige, liet ze zich in 1957 begeleiden door een orkest onder leiding van Cor Steyn. Op de Nationale finale van het Eurovisie Songfestival in 1957 had Corry Iwan, een lied van tekstdichter Alexander Pola en trombonist/oud Skymasters-dirigent Pi Scheffer gezongen. Het werd bekend onder de naam De messenwerper.
Even terzijde: Corry won de Nationale en ook Europese Finale in Frankfurt in 1957 met het andere liedje dat ze zong; Net als toen van Guus Jansen (muziek) en Willy van Hemert (tekst).

Willy, Wilma en Annie
Nederlandse composities vormden het repertoire van De Klompendansers, een totaal vergeten VARA-ensemble van Cor Steyn, dat een paar jaar bestond. Hierbij werd gezongen door Jopie Kanters en Henk Janmaat. In 1961 ontmoette Cor Steyn zanger Willy Alberti weer. Onder de schuilnaam Pietro Cordone maakte Cor met zijn orkest Italiaanse halfuurtjes met Alberti, de Amsterdamse Tenore Napolitano. Liederen als O Marenariello, Cerasella en Romantica. Die uitzendingen waren meestal tweewekelijks op vrijdag van 18.20 uur tot 18.50 uur. De andere week leidde Cor een orkest, waarbij Annie Palmen zong. Annie was vooral KRO-zangeres geweest. Zij kon naast Nederlandse liedjes en Amerikaanse evergreens ook Franse chansons kwijt. Na een zomerstop kwam in oktober de sopraan Wilma Driessen erbij. Cor en zijn orkest hadden Wilma al eerder in de platenstudio ontmoet. De daaruit voortgekomen plaat – waarvan de Parla waltz van Luigi Arditi met enige regelmaat in de lente van 1962 werd geprogrammeerd – lijkt van de aardbodem verdwenen. Rondom de orkestuitzendingen, die in de loop van 1963 stopten, verzorgde Cor Steyn halfuren aan het hammondorgel met gastsolisten als Sonja Oosterman, Conny van den Bos (dat schreef je toen nog los), Jenny Roda, Henk Janmaat, Max van Praag en mondharmonicavirtuoos John Larryson van het trio The Larrysons. De gekste dingen maak en maakte je mee bij de publieke omroep… Eind 1962 mocht het woord hammondorgel niet meer gebruikt worden. Dat was reclame maken voor het instrument. Het werd als elektronisch orgel of elektronenklavier aangekondigd. Vanaf oktober 1963 programmeerde de VARA het Orgelkwartet Cor Steyn in stereo. Hierbij als vanouds Wim Sanders, gitaar en Ger Daalhuisen, bas. Drummer was Martin Beekmans.

Magic organ
Intussen zat Cor op 5 juni 1963 voor het eerst achter het magisch orgel in een radio-uitzending. Het instrument was gebouwd door Jaap Keizerwaard, een slimme technicus uit Berkel. Dans om de rinkelbom, een eigen compositie van Cor uit het repertoire van De Klompendansers was één van de eerste plaatopnamen op het magisch orgel. Er werden weinig radio-uitzendingen met het magic organ gemaakt, des te meer grammofoonplaten. In twee jaar tijd verschenen er zo’n vijf LP’s, enkele EP’s en singles, waarbij een tweede eigen compositie van Cor getiteld Little tune. Drummers als Martin Beekmans en Wim van der Braak begeleidden Cor aan zijn magisch orgel. Aan de Amsterdamse grachten van Pieter Goemans met op de keerzijde Wilde Ganzen, een compositie van Eddy Christiani was de laatste 45 toerenplaat, opgenomen in 1965.
cor_steyn_op_orgel

Opmerkelijk genoeg keerde vanaf oktober 1964 het Ritmisch strijkorkest, dat in 1956 op de radio debuteerde, terug voor onregelmatige uitzendingen, nu in stereo. Cor Steyn had ook eigen tv-programma’s. Na Rondom Cor Steyn kwam in 1964/’65 de show Tussen Bach en Beatles, een co-productie met de Bayrischen Rundfunk. Hierin traden onder meer op Shirley Zwerus, trompettist Gerard Engelsma en het duo Les Shalom, dat zich in navolging van The Barry Sisters had gespecialiseerd in Jiddische liedjes. Een viertal werd in 1965 op plaat gezet met het orkest Cor Steyn. Titels als Shoimele, malkele en Vjoch, tjoch, tjoch.
Op 25 oktober 1965 introduceerde Cor Steyn het Radio Concertorgel, dat de NRU had gekocht van de BBC. Er werden enkele opnamen gemaakt die later op het VARAgram-label verschenen.; onder meer Moonglow en een selectie uit de musical Annie get your gun. De laatste aankondiging van het Orgelkwartet Cor Steyn was op woensdag 24 november en de laatste van het Ritmisch Strijkorkest op vrijdag 26 november 1965. Die programma’s kwamen te vervallen, zoals een omroeper van dienst zei. Cor Steyn was namelijk op 17 november 1965 – nog geen 59 jaar oud – in Hilversum overleden aan een hartaanval. Na zijn dood verschenen er talloze heruitgaven en compilaties van de platen die hij tussen 1953 en 1959 bij Philips (Phonogram) opnam en de zwarte schijven die tussen 1959 en 1966 bij Imperial (Bovema) verschenen.

Cor Steyn trouwde in 1931 met Hielechien Neuwitter. Uit dat huwelijk werden twee zoons geboren. In 1945 trouwde Cor met Rita Helen Wengler. Uit dit huwelijk werden twee zoons en een dochter geboren.

Tekst: Co Snel.

Bronnen: Diverse wikipedia-artikelen, radio-gidsen, platenhoezen, OmroepmuziekWiki en eigen geheugen.

Lees ook: Van Hammond-orgel tot Honegger: Cor Steyn 50 jaar geleden overleden

Op 15 november zond RTi Hilversum deze Cor Steyn-aflevering van Co Snels radioprogramma Studio Hilversum uit.

LINKS
bladmuziek van composities van Cor Steyn op deze website
overzicht van Cor Steyn-repertoire in de MCOMB-catalogus
overzicht van composities van Tom Manders in de MCOMB-catalogus
Cor Steyn in de OmroepmuziekWiki
Cor Steyn in de VARA-biografie
Cor Steyn in de Muziekencyclopedie

Zie ook:

Beluister ook Co Snels radioprogramma over VARA-ensembles

HALLO HIER HILVERSUM – UIT 90 JAAR VARA-MUZIEKHISTORIE

Op 1 november 1925 werd de V.A.R.A. (toen nog met puntjes) opgericht. Al spoedig werden vele radio-uren met muziek de ether in gestuurd. Een groot deel daarvan werd uitgevoerd door solisten en ensembles in dienst van de omroep. Namen van bekende orkesten en ensembleleiders uit die periode: Eddy Walis, Cor Steyn, The Ramblers, de Flierefluiters (foto), Benedict Silberman, Jan Vogel, Johan Jong, Hugo de Groot etc. Duizenden titels werden voor hen gecomponeerd en/of gearrangeerd.

Klik om te vergroten

De Flierefluiters

Het grootste ensemble was het V.A.R.A.-Orkest, dat op 8 juni 1929 voor het eerst optrad voor deze omroep. Er werd onder leiding van Hugo de Groot gestart met 14 man, en in 1930 werd het uitgebreid tot 24 musici. Het repertoire liep uiteen van klassieke muziek tot potpourri’s en jazz.

Ook ten behoeve van de propaganda en ledenwerving werd veel muziek geschreven en gespeeld. Het bekendste lied in deze categorie was Hier de V.A.R.A.!, beter bekend onder de (refrein)titel Hallo Hier Hilversum, een tekst van ‘Huib Wouters’ (pseudoniem van Martien Beversluis) op muziek van Hugo de Groot (1931):

Voor het V.A.R.A.-Zomerfeest in 1934 schreef De Groot nog een lied om het ‘familiegevoel’ te versterken. Helaas is de naam van de tekstdichter niet vermeld.

VARA-lied_samen

Na de Tweede Wereldoorlog kon een tournee goede diensten bewijzen bij de wederopbouw van het ledenbestand. De organisatie ervan werd uitbesteed aan de zoetgevooisde zanger Charles Aerts, die tevens een artiestenbureau leidde. Hij stelde de ‘cabaret-revue’ Hallo aansluiten samen met o.a. zijn zingende echtgenote Elly Rexon, de liedjeszanger Willy Rex, de voordrachtskunstenaar Jan Lemaire en het accordeonorkest van Jan Vogel. Hier het titellied:

Klik om te vergroten Klik om te vergroten
Klik om te vergroten

In 1949 schreef Henri C. van Praag (1894-1968) het declamatorium Vrede, Arbeid, Recht voor Allen (tekst: Jan W. Jacobs), voor twee spreekstemmen, gemengd koor, spreekkoor en orkest.

De hooggestemde tekst die het spreekkoor reciteert, mèt uitvoeringsaanwijzingen:

Klik om te vergroten

Alle genoemde titels zijn te vinden in de collectie van de voormalige Muziekbibliotheek van de Omroep, in de kelder van het gebouw waarin de VARA tot 1995 gevestigd was (nu het Muziekcentrum van de Omroep).

Bron: Henk van Gelder – De schnabbeltoer (Nijgh & Van Ditmar, 2005)

Zie voor meer informatie onze OmroepmuziekWiki

Jan Jaap Kassies

BIJ ZIJN 25e STERFDAG: HANS LACHMAN – DE RADIOJAREN

‘Aanvankelijk was Lachman na de oorlog opnieuw actief op het gebied van de lichte muziek. Hij werkte geruime tijd met The Grasshoppers van Cor Perez. Rond 1950 formeerde Lachman zijn eerste eigen ensemble, het Ensemble Lachmann, met blazers van het Concertgebouworkest (KCO), later opgevolgd door Moments Musicaux, met blazers én strijkers van het KCO.’ *

Bovenstaande informatie is typerend voor wat her en der te lezen is over een belangrijke periode in het leven van musicus-componist-arrangeur Hans Lachman (Berlijn 7 maart 1906-Amsterdam 27 juni 1990): de jaren tussen 1945 en ca. 1960, waarin hij vermoedelijk honderden composities en arrangementen voor vele radio-ensembles en –orkesten schreef. ‘De lichte muziek’ is een nauwelijks adequate aanduiding van het brede terrein dat zijn muzikale activiteiten omspanden: van hoorspelen voor sprekers, koor en orkest via zgn. ‘arrangementen’ (bewerkingen van muziek voor specifieke bezettingen/radio-ensembles), behalve voor bovengenoemde ensembles o.a. ook voor het Metropole Orkest, het ensemble van Georg Frank, het Melodia Sextet en de Minstrels tot grote vocaal-instrumentale werken, waaronder het Requiem.
Het is opmerkelijk hoe vaak in dit soort gevallen wordt voorbijgegaan aan het feit dat zich in Hilversum een collectie bladmuziek bevindt (die van de voormalige Muziekbibliotheek van de Omroep), waarin zich duizenden (handgeschreven) werken van voornamelijk Nederlandse componisten en arrangeurs bevinden die kortere of langere tijd in opdracht van een omroepvereniging werkten en vaak een grote productie kenden. In die ‘radiojaren’ was veel meer live muziek te horen dan tegenwoordig, wat vele componisten, arrangeurs, musici en ensembles werk verschafte.
Na opname/uitzending werd de bladmuziek opgeborgen en bewaard in genoemde bibliotheek. Slechts een klein deel van deze composities en arrangementen is vervolgens gepubliceerd, zodat de gegevens vaak niet in de ‘officiële werkenlijsten’ van de betreffende makers terechtkwamen. Zo kon het gebeuren dat het enige werk dat Marius Flothuis voor blaasorkest schreef ruim 60 jaar ‘onder de radar’ is gebleven, en dat handschriften van Wilhelm Rettich niet betrokken werden in het aan hem gewijde hoofdstuk in het onlangs verschenen, lezenswaardige boek Vervolgde componisten in Nederland (terwijl daar de volgende opmerking valt te lezen: ‘Ook was Rettichs muziek in de jaren vijftig en zestig regelmatig op de Nederlandse radio te horen’).
Het feit dat de bibliotheek op 1 augustus 2013 is gesloten als gevolg van de bezuinigingen hoeft geen beletsel te zijn voor geïnteresseerden om er hun licht op te steken. Het VPRO-tv-programma Vrije Geluiden heeft als een van de eersten de weg erheen gevonden (dit seizoen werd voor vier items gebruik gemaakt van materiaal uit de Omroepmuziekbibliotheek, en voor komend seizoen zijn de voorbereidingen inmiddels begonnen). Ook het Nederlands Jazz Archief heeft het goede idee opgevat te informeren naar materiaal dat in de jaren 1960 is geschreven voor Boy’s Big Band (o.l.v. Boy Edgar), met als gevolg dat 30 arrangementen werden opgedoken waarvan een deel kan worden gebruikt voor het Boy Edgar-herdenkingsconcert op 15 november in het Amsterdamse Bimhuis.
Als bij meer onderzoekers en anderen deze gedachte zou zijn opgekomen zou – één voorbeeld uit vele – het hoofdstuk ‘Hans Lachman’ in bovengenoemd boek aanzienlijk aan waarde hebben gewonnen. Bovendien was de zin ‘Het volledige oeuvre van Hans Lachman […] was opgeborgen in een houten sinaasappelkist […]’ dan niet geschreven.

*Dat het Concertgebouworkest pas veel later ‘Koninklijk’ is geworden besefte de schrijver niet.

Veel titels van composities en arrangementen van de hand van de veelzijdige Lachman hadden kunnen worden toegevoegd.

  Jan Jaap Kassies

Een kleine selectie:

hoorspel van Hans Lachman uit 1957.

Rotterdam, hoorspel van Hans Lachman uit 1957.

Allegro voor strijkorkest
Jiskor, voor bariton, koor en orkest
Hoorspelmuziek Rotterdam voor orkest
Homo et mundus (tekst Hans Freudenthal), voor soli, koor, orkest en tape (in 1961 de Nederlandse inzending voor de Prix Italia)
Artis-suite voor vijf blaasinstrumenten en piano
Place Grimaldi, aria voor tenor uit een geplande opera
Bewerking van de pianosolo van de Grande polonaise brillante op. 22 van Chopin (gepubliceerd in Warschau)
Voor het Metropole Orkest: o.a. Passacaglia (Obsessie), Jacob van Campenlaan (een straat in Hilversum waar in de jaren 1950 veel (omroep)musici woonden), Braziliaanse kinderliederen, Cadetten Marsch

LINKS:
Selectie Hans Lachman-composities in de collectie van de voormalige Muziekbibliotheek van de Omroep
Partituren op muziekschatten.nl

HONDERD JAAR GELEDEN GEBOREN: DOLF VAN DER LINDEN – 35 JAAR VOOR HET METROPOLE ORKEST

Het is een zeldzaamheid: een dirigent die 35 jaar lang chef van éénzelfde orkest is.
Dolf van der Linden richtte het Metropole Orkest in 1945 op, kort na de Tweede Wereldoorlog dus, en bleef tot 1980 op zijn post. In deze periode componeerde en arrangeerde hij vele honderden stukken, in zeer uiteenlopende genres. De sinds twee jaar ontoegankelijke kelder van het MCO-gebouw aan Hilversumse Heuvellaan bevat zo’n 5 kilometer bladmuziek, waarin de collectie van het Metropole Orkest een flink aantal kasten vult. Wanneer men die mappen opent treft men Dolf van der Lindens naam het vaakst aan. Decennialang schreef hij muziek voor zijn orkest (en andere ensembles), uiteenlopend van het hoorspel Metropolichinel (1946) op tekst van de grote (VARA-hoorspelregisseur) S. de Vries jr., via een arrangement van een aria uit Cilea’s opera Adriana Lecouvreur (1980) tot muziek voor de Toon Hermans-film Monsieur Moutarde van Sonansee en uiteraard talloze composities en arrangementen op het terrein van de amusementsmuziek en de jazz voor het Metropole Orkest. Een kleine selectie van zijn muzikale nalatenschap is op onze website te vinden.

Doordat zijn activiteiten zich uitstrekten over een zeer breed terrein kreeg hij zelden ‘gedocumenteerde erkenning’ voor zijn gehele oeuvre. Ook het feit dat veel van zijn werk niet is gepubliceerd maar handschrift is gebleven, heeft het verkrijgen van een overzicht voor ‘niet-ingewijden’ bemoeilijkt. Daar komt nog bij dat hij  veel muziek schreef voor film en tv, genres die zich meestal onttrekken aan de standaard-werkenlijsten. In naslagwerken werden vaak dezelfde ‘feitjes’ herhaald over zijn opleiding, zijn betekenis voor het Eurovisie Songfestival etc.
Daarom is het goed dat Bas Tukker de beschikbare informatie over leven en werk van Dolf van der Linden heeft verzameld en op basis daarvan een biografie heeft geschreven. Tukker was al zeer goed op de hoogte van Van der Lindens activiteiten in Songfestival-verband, door zijn research voor de website ‘And the conductor is…‘,  die veel gegevens bevat over dirigenten die ooit actief waren bij het Eurovisie Songfestival.
Een curieus document uit 1958 dat onlangs opdook biedt een fraai inkijkje in de wereld van het muziekauteursrecht. De aangeschrevene besluit zijn (concept)antwoord als volgt:

‘Ik heb het nu weer opgelost en hoop in de toekomst een beter overzicht te verkrijgen wat er zo met mijn werkjes gebeurt’.

Dolf_van_der_Linden_BUMA_samen Het orkest organiseert vandaag,  op de 100ste geboortedag van zijn oprichter, een bijzonder evenement in het Muziekcentrum van de Omroep in Hilversum. Onderdeel ervan  is de presentatie van het boek ‘Dolf van der Linden: de vader van het Metropole Orkest‘, geschreven door Bas Tukker op initiatief van de Stichting Vrienden van het Metropole Orkest. Daarbij zal het orkest onder leiding van Jan Stulen een selectie van muziek spelen uit het rijke muziekarchief dat onder het 35-jarig bewind van Van der Linden werd opgebouwd.

De naam van de grote omroepmusicus zal ook voortleven in de nieuwe woonwijk die aan de oostzijde van Hilversum verrijst. Naast o.a. (zijn opvolger) Rogier van Otterloo, Pi Scheffer en Jos Cleber wordt daar ook een straat vernoemd naar de vandaag honderd jaar geleden geboren Dolf van der Linden.

Jan Jaap Kassies

LINK:
Werken van Dolf van der Linden in de Omroepmuziekcollectie

Op 12 juli zond Co Snel op RTi Hilversum een Dolf van der Linden-special uit t.g.v. diens 100e geboortedag. Hieronder kunt u die radiouitzending terugluisteren.

BIJ DE 50e STERFDAG VAN ANTHON VAN DER HORST

Op 7 maart 1965 overleed ‘een van de markantste figuren binnen het Nederlandse muziekleven van de 20e eeuw’: Anthon van der Horst. Deze omschrijving is van de hand van Gert Oost, niet alleen een van zijn laatste orgelleerlingen, maar ook zijn biograaf.

De meeste bekendheid verwierf Van der Horst als dirigent van de Nederlandse Bachvereniging. De Naardense Matthäus-Passion-traditie, door Johan Schoonderbeek gesticht, kwam onder zijn handen tot grote bloei. Van 1931 tot 1964 was hij dirigent van dit gezelschap. In deze periode werd de Naardense Matthäus een volwaardige tegenhanger van die van Mengelberg in Amsterdam.

Hij was ook een uitstekende organist en pianist, een dirigent die o.a. voor vele koren en het Concertgebouworkest stond, een wetenschapsman die zich intensief met de uitvoeringspraktijk bezighield (op dit gebied verrichtte hij veel voorwerk in Nederland) èn een belangrijke pedagoog die een groot aantal belangrijke organisten opleidde, onder wie Albert de Klerk, Meindert Boekel, Piet Kee en Bernard Bartelink. In 1948 werd hem vanwege zijn grote kennis van de kerkmuziek door de Theologische Faculteit van de Groningse Universiteit een eredoctoraat verleend.

Het componeren stond echter voor Anthon van der Horst zelf op de eerste plaats.

Beeld J. D. Noske Anthonie van der Horst werd op 20 juni 1899 geboren in een eenvoudig Amsterdams gezin. Al zeer jong werd zijn muzikale talent ontdekt. Op vierjarige leeftijd speelde hij met zijn vader de symfonieën van Beethoven in een transcriptie voor piano à quatre mains, twee jaar later schreef hij zijn eerste compositie voor tenorsolo, mannenkoor en orkest, en als tienjarige was hij de vaste orgelsolist en begeleider bij een ensemble van zijn vader.

Hij kreeg op het Amsterdams Conservatorium muziektheorie van Anton Tierie, orgelles van Jean Baptiste Charles de Pauw, en compositie van Bernard Zweers.

In 1927 verhuisde het gezin Van der Horst van Amsterdam naar Hilversum. Hier was hij de volgende decennia vooral nauw betrokken bij de V.P.R.O. (later VPRO). Toen deze omroep in 1936 het 10-jarig bestaan vierde in het Amsterdamse Concertgebouw dirigeerde Van der Horst de toegestroomde menigte (2000 mensen), de gemeenschappelijke koren (750 zangers), orkest en orgel in een aantal muzikale intermezzi. Een nog grotere happening met 6 à 7000 mensen vond op 25 september 1938 plaats ter gelegenheid van het 12½ –jarig bestaan van de VPRO in de Houtrusthallen in Den Haag. Voor die gelegenheid componeerde Van der Horst een Jubileumcantate, na paukengeroffel – de dreiging van de tijd weergevend – beginnend met het VPRO-lied De Wachters, op tekst van (directeur) Ds. E.D. Spelberg en muziek van Anthon van der Horst.

De ‘gemiddelde Nederlander’ in de jaren ’50 tot ’65 kende de naam Anthon van der Horst vooral van de ‘Dagopening’ (dinsdag en donderdag) en de ‘Morgenwijding’ (vrijdag en zaterdag) van de VPRO-radio, waarbij hij met een ongelooflijke trouw piano of orgel speelde.

Zijn omvangrijke oeuvre bevat werken in vele genres: liederen, koorwerken, 3 symfonieën, orgelwerken en kamermuziek. Hij ontwikkelde een eigen toonsysteem, de ‘modus conjunctus’, dat hij in een aantal composities toepaste.

De (voormalige) Muziekbibliotheek van de Omroep bezit een aantal handgeschreven composities van Van der Horst, waaronder (een reproductie van) de Chromatische dubbelfuga voor strijkkwartet uit 1917 en het Intermezzo in E gr.t. uit 1941, eveneens voor strijkkwartet.

Verder bevinden zich in deze collectie o.a. een (onvoltooide) Triosonate voor fluit, viool en cello, de autograaf-partituur van het Concerto spagnuolo voor viool en orkest uit 1953, en Réveil voor koperblazers uit 1957, een tune voor NCRV-uitzendingen. Een letterspel levert de noten cis-d-f-a.

Op tekst van Jan Campert componeerde Van der Horst het declamatorium De achttien dooden, voor spreekstem en orkest.
Dat omroepverenigingen zich in andere tijden met andere zaken bezighielden blijkt uit enkele werken die hij in opdracht van de VPRO schreef: Avondmaal(s)hymne voor koor, koperkwartet en orgel (1957) en De eerste uit de doden (1961) voor koor en orgel.

Anthon van der Horst voltooide zijn laatste orkestwerk enkele maanden voor zijn overlijden: Salutation joyeuse, ter gelegenheid van het 75-jarig bestaan van het Concertgebouworkest. Enkele maanden na zijn heengaan dirigeerde Bernard Haitink de première van de laatste groet van de componist aan het Nederlandse muziekleven, dat zoveel aan hem te danken heeft.

Salutation joyeuse is ook de titel van een bijzonder project in de Haagse Kloosterkerk in november. Op twee zaterdagmiddagen, 7 en 21/11, worden alle orgelwerken van Anthon van der Horst uitgevoerd door de organisten Geerten van de Wetering en Harmen Tromp, evenals het Concerto pour orgue et orchestre à cordes uit 1960.

Bron:
Gert Oost – Anthon van der Horst: leven en werken (Alphen aan den Rijn : Canaletto, 1992)

Jan Jaap Kassies

Dit artikel verscheen recentelijk op de MuDaKo-blogsite.

COMPONIST EN ARRANGEUR RUUD BOS 79 JAAR

Ter gelegenheid van de 79e verjaardag van Ruud Bos laten we een portret herleven dat bij diens 75e verjaardag (op 8 februari 2011) verscheen

HILVERSUM - Vandaag viert muzikale duizendpoot Ruud BOS zijn 75e verjaardag.

Ruud Bos komt op 8 februari 1936 ter wereld in Amsterdam. Al op jonge leeftijd geeft hij blijk van zijn muzikale talenten. Hij is acht jaar als hij zijn eerste liedje schrijft. Op de lagere school begeleidt hij zichzelf op de piano en is populair met zijn eigen nummer De karavaan. Zijn opleiding aan het Amsterdamse conservatorium maakt hij niet af vanwege het dédain waarmee men daar de lichte muziek behandelde. Hij voltooit zijn muzikale opleiding aan de muziekschool van de vereniging Toonkunst in Bussum.

Ruuds vader Jo werkt bij de omroep (NCRV en KRO) als leider van diverse ensembles (bv. Sterrenorkest, Ensemble Bagatelle, Mozaiek). Aan het einde van de jaren ’50 treedt zijn zoon in zijn voetsporen.
Gooiland SextetHet Gooiland Sextet, waarvan hij – als vibrafonist – de leider is, wordt ontdekt dankzij Minjon, de jeugdafdeling van de AVRO en daarna geëngageerd door de afdeling Lichte Muziek van die omroep. Vanaf dat moment is hij de leider (en vaak ook naamgever) van verscheidene ensembles die optreden in diverse radioprogramma’s (bv. Bric-à-brac (KRO) en Klein gedrukt (VARA)).

In de 60-er jaren schrijft Bos onder andere muziek voor de tv-showserie Johnny en Rijk en voor het kinderprogramma De fabeltjeskrant. Daarnaast ontwikkelt hij zich als orkestleider door stage te lopen bij de dirigentencursus van de NOS. Dit leidt tot het dirigentschap van het Gewestelijk Orkest Zuid-Holland.

In het volgende decennium concentreert Bos zich op het schrijven van filmmuziek. Hij componeert de scores voor De inbreker (1972), Naakt over de schutting (1973) en Heb medelij, Jet! (1975). In de film Rooie Sien (1975) klonk van zijn hand het tedere Telkens weer, dat dankzij Willeke Alberti’s vertolking een evergreen is geworden. Daarna treedt Bos als muziekregisseur in dienst bij de NOS en ook wordt hij gastdirigent bij het Metropole Orkest. Zo dirigeert hij op 29 september 1981 dit Liedjes per dozijn-programma voor opname, in het Amersfoortse theater De Flint. Tegelijkertijd keert hij weer terug naar het componeren voor de televisie. Paulus de boskabouter (1974-1976), Bassie & Adriaan (1978-1980), Dagboek van een herdershond (1978-1979) en De fabriek (1981) zijn slechts enkele van de talloze voorbeelden. Bij de diverse edities van VARA’s Kinderen voor kinderen levert hij de muziek voor Rikkie, En ik, Verlegenheid, Jongen op ballet, Kriebeltrui, Frisse knul, Een krokodil als huisdier, Sneu en Ik stotter.

In 1982 ontvangt Bos de prestigieuze oeuvreprijs Gouden Harp voor zijn verdiensten voor de Nederlandse lichte muziek. Vanaf 1985 (tot aan zijn pensioen in 1994) is Bos verbonden aan het Rotterdams Conservatorium als docent compositie en arrangeren voor lichte muziek. Een jaar later vraagt het pretpark De Efteling hem muziek te schrijven voor verschillende attracties (o.a. Droomvlucht, Fata morgana, Villa Volta). Vier jaar geleden verscheen De fabeltjeskrant als musical op de planken met muziek van de dan 50 jaar in het vak zittende Bos.

LINKS:
Klik voor een overzicht van Ruud Bos-arrangementen in onze bladmuziekcatalogus
Klik voor een overzicht van liedjes van Ruud Bos in onze bladmuziekcatalogus
Klik voor een overzicht van Ruud Bos-composities in onze bladmuziekcatalogus
Lees de uitgebreide biografie in MCNs Muziekencyclopedie
Bekijk een selectie van bekende Ruud Bos-tunes
Bekijk de intro van Paulus de Boskabouter (deze verving de oorspronkelijke beginmelodie)
Bekijk Telkens weer (1975) gezongen door Willeke Albert
Bekijk En ik (1981, Kinderen voor kinderen)
Bekijk Telkens weer (1975) gezongen door Willeke Albert

Beluister Petra Possel in gesprek met Ruud Bos in Radio Kunststof (18/2/2015)