Categorie archief: Omroepmusici

100 JAAR: JOOP ELDERS

Johan Hendrik Willem (Joop) Elders  werd op 8 april 1917 geboren in Nijmegen.
Elders genoot zijn muziekopleiding aan de conservatoria van Aken en Luik met als hoofdvakken viool, piano en fluit. Daarna studeerde hij enkele jaren harmonie en compositie bij Henri Hermans in Maastricht.

Joop_Elders_in_de_omroepmuziekwiki
Zijn muzikale loopbaan begon als fluitist bij het Arnhems Orkest. Na twee jaar stapte hij over naar het orkest van John van Brück, waarmee hij door Europa toerde.
Tijdens de mobilisatie had hij de leiding over het uit 80 man bestaande orkest van  het bataljon Jagers in Loosduinen. Na de demobilisatie kwam Elders terecht bij de Amsterdamse bioscoop Cinema Royal. Vanaf 1941 speelde hij vier jaar lang in het Groot Amusementsorkest van Elzard Kuhlman.

Joop Elders was fluitist van het eerste uur bij het  in 1945 opgerichte Metropole Orkest. Hij speelde in het orkest tot aan zijn dood in 1974. Evenals o.a.  Dolf van der Linden  en  Jos Cleber  bleek hij in staat om te arrangeren voor een groot bezetting. Decennialang was hij een van de voornaamste arrangeurs van het Metropole Orkest. In navolging van Jos Cleber legde hij zich met name toe op het schrijven van bewerkingen van operettefragmenten en licht-symfonische muziek, al deinsde hij ook niet terug voor het onversneden amusementswerk. Elders schreef ook arrangementen voor  Malando.
In de loop der jaren leidde Elders een aantal radio-ensembles, waaronder Selecta en de  Whistling Pipers  (NCRV).

In de omroepmuziekcollectie bevinden zich meer dan 1200 arrangementen van zijn hand. Hij componeerde ook een aantal orkestwerken, waaronder  Suerte da capa en Primavera.
Joop_Elders_Primavera
De ‘bescheiden fluitist-arrangeur’ (Tukker) Joop Elders overleed onverwachts in Hilversum op 5 juni 1974.


Fluitist Joop Elders als een van de solisten in Taboo

Jan Jaap Kassies

Bronnen:
• Algemene Muziek Encyclopedie (De Haan, Haarlem)
• Interview in het Limburgs Dagblad (3 september 1963) (op Delpher)
• Bas Tukker: Dolf van der Linden, de vader van het Metropole Orkest (2015)
Joop Elders in de OmroepmuziekWiki

ROGIER VAN OTTERLOO (11 december 1941-29 januari 1988)

Dit artikel is een voorpublicatie uit Kwartaalblad Aether (afl. 122)

Vandaag zou componist-arrangeur-orkestleider Rogier van Otterloo 75 jaar zijn geworden. Dat hij slechts 46 jaar oud is geworden is niet af te lezen aan het aantal titels van composities, arrangementen en opnamen waarvoor hij verantwoordelijk was. Bij veel muziekliefhebbers werd hij vooral bekend door zijn filmmuziek voor o.a. Turks Fruit en Soldaat van Oranje.
Van Otterloo leidde echter ook veel opnamen met het Metropole Orkest, waarvan hij vanaf 1980 chef-dirigent was (als opvolger van Dolf van der Linden, die het orkest in 1945 had opgericht).
Hij begon – als zoon van dirigent (en componist) Willem van Otterloo – al op jeugdige leeftijd met muziek: toen hij vier jaar oud was leerde zijn vader hem hoe hij samen met zijn één jaar oudere zusje tweestemmig moest zingen. Drie jaar later had hij vioolles en zat het zusje elke dag achter de piano.

Vervolgens nam hij enige tijd drumles en vanaf zijn zestiende jaar speelde hij piano. Korte tijd later vormde hij het Gold Coast Combo, samen met o.a. slagwerker-zanger Edwin Rutten en bassist René Holdert. Van Otterloo schreef de arrangementen. Na het gymnasium ging hij naar het Amsterdams Muzieklyceum, waar hij fluit, muziektheorie en piano studeerde.
In 1964/1965 schreef hij zijn eerste arrangementen voor het Metropole Orkest. Ook had hij lange tijd een radioprogramma op zaterdagmiddag waaraan vermoedelijk werd meegewerkt door zijn Gold Coast Combo-kompanen Edwin Rutten en René Holdert, en wisselende blazers, zoals Harry Verbeke, Ferdinand Povel, Cees Smal en Piet Noordijk.

copyright www.rogiervanotterloo.nl

copyright www.rogiervanotterloo.nl


Uit diezelfde periode stamt een viertal ‘muziekboekjes’ waarin de aankomende arrangeur Rogier van Otterloo schetsen heeft genoteerd voor arrangementen voor een ensemble met een bijzondere samenstelling: fluit, trompet, hobo/althobo, hoorn, basklarinet, bas, gitaar en slagwerk. Het betreft Along came Betty van Benny Golson (bekend in de uitvoering door Art Blakey and the Jazz Messengers), It’s wonderful (Mitchell Parish), Angel eyes (Matt Dennis) en Les grands musiciens (Michel Legrand). De drie laatstgenoemde nummers stonden op het repertoire van Edwin Rutten.
De boekjes zijn enkele jaren geleden ontdekt in de collectie van de (in 2013 gesloten) Muziekbibliotheek van de Omroep, en zijn indertijd ingeschreven onder de noemer ‘Orkest Rogier van Otterloo’.
Frits van Yperen heeft onlangs drie titels gedigitaliseerd met behulp van het muzieknotatieprogramma Finale, d.w.z. hij heeft de ‘handgeschreven noten’ omgezet in ‘computerleesbare noten’. Als afgeleide genereerde hij ‘luisterpartijen’ die hij aan de oorspronkelijke bladmuziek heeft gekoppeld via het Virtuele Studio-gedeelte van de website. Hiermee kan men een indruk krijgen van de klank van de betreffende arrangementen. Niet alles ‘klinkt’ even goed, maar bv. Along came Betty bevat enkele typische Van Otterloo-passages.

De gemeente Hilversum heeft besloten de straten in de nieuwbouwwijk Anna’s Hoeve te vernoemen naar componisten en musici die een belangrijke rol bij de publieke omroep (radio en tv) hebben vervuld. Rogier van Otterloo is een van hen. De naamgeving getuigt van historisch besef: de Rogier van Otterloostraat ligt in het verlengde van de Dolf van der Lindenstraat.

Jan Jaap Kassies
(met dank aan Bas van Otterloo)

Bronnen:
• John van Markwijk – Rogier van Otterloo, arrangeur, componist, orkestleider (2011, heruitgave 2016)
www.rogiervanotterloo.nl
Rogier is weer springlevend (interview met Co Berkenbosch, De Telegraaf, 11 juni 1983)

Links:
* Werken van Rogier van Otterloo op deze website
* Werken van Rogier van Otterloo in de omroepmuziekcollectie

PIERRE WIJNNOBEL, BEDRIJVIG LAVEREND TUSSEN SWING EN COVER

Pierre Jean Carel Wijnnobel werd op 5 augustus 1916 in Leiden geboren. Zijn ouders hadden een manufacturenwinkel aan de Breestraat in de Sleutelstad. Van pa en ma moest Pierre economie gaan studeren. Dat was goed voor de toekomst. In die jaren gehoorzaamden kinderen hun ouders, dus Pierre zat al snel met zijn neus in de boeken. In zijn vrije tijd wilde hij de zinnen verzetten met muziek maken. Hij mocht privéles nemen voor piano en harmonieleer. Op 16-jarige leeftijd speelde hij contrabas in het Leidse jazzcombo The Crackerjacks. In 1938 en 1939 hanteerde Wijnnobel de trombone en de bas bij The Bright Sparks. Daarna kwam hij terecht bij The Moochers, eerst onder leiding van Tony Helweg – die we na de oorlog als tenorsaxofonist en klarinettist bij De Ramblers tegen zouden komen – daarna onder leiding van de later zo beroemd geworden pianist/trombonist/bandleider Boy Edgar. In 1940 wonnen The Moochers een prestigieus concours in Brussel. Op 26 november 1940 voltooide Wijnnobel zijn studie economie (nota bene op de dag dat prof. Cleveringa in Leiden protesteerde tegen het ontslag van Joodse hoogleraren). The Moochers noemden zich in de oorlog De Klaplopers, omdat de bezetter geen Amerikaanse namen en swing duldde. Wijnnobel ging echter verder met The Swing Papa’s, in de oorlog Slingervaders genoemd, voorloper van op 5 mei 1945 opgerichte Dutch Swing College Band. Hij kreeg in de oorlog een oproep voor militaire dienst, maar daar gaf hij geen gehoor aan. Wijnnobel ging met tenorsaxofonist Willy Verra, ook lid van The Swing Papa’s, bij Klaas van Beeck in Leiden wonen. Van Beeck was vóór de oorlog leider van het AVRO-Dansorkest en had in de oorlog een eigen dansorkest. Op een gegeven moment werd het te gevaarlijk op het onderduikadres. Wijnnobel reed met een auto van het Rode Kruis mee naar Brussel en daarna door naar Parijs. Daar ontmoette hij gitarist Django Reinhardt en ging musiceren in de band van Hongaar Paul von Béky, onder meer in de concentratiekampen Natzweiler (nabij Straatsburg) en Stutthof in Polen.

Paul van Béky engageert Pierre Wijnnobel

Paul van Béky engageert Pierre Wijnnobel

Pierre Wijnnobel, als 20'er

Pierre Wijnnobel, als 20′er

BIJ DE RAMBLERS
Na de oorlog ging Wijnnobel terug naar Brussel en speelde hij enige tijd in Dancing Corso met Jean Baptiste Thielemans. Hij had nog niet de bijnaam Toots en speelde nog geen mondharmonica, maar gitaar. Wijnnobel had enige tijd een eigen band in Brussel, waar ook De Ramblers optraden. Leider Theo Uden Masman vroeg of hij tweede trombonist bij zijn band wilde worden. Daar had Wijnnobel wel oren naar. Hij arrangeerde en componeerde bijvoorbeeld Lucky number en Ramblers Boogie Woogie in 1948 en Abebelebop in 1950. Omdat Jack Bulterman De Ramblers had verlaten om in België te gaan werken, wilde Wijnnobel ook Nederlandstalige liedjes voor de Ramblers schrijven. Het bleef bij Die avond in mei (1950), gezongen door Marcel Thielemans, want kort daarop verliet hij noodgedwongen De Ramblers. Omdat de optredens terugliepen en de gages minder werden, ging Theo Uden Masman door met een kleinere bezetting. Wijnnobel had er alle begrip voor. Ook omdat hij diep in zijn hart wist dat hij het als trombonist moest afleggen tegen Marcel Thielemans. Maar wat nu? Hij wilde wel een vaste baan en solliciteerde daarom bij de KLM en NS. Maar hij koos uiteindelijk toch voor de muziekbusiness; niet als trombonist, pianist of bassist, maar als componist/tekstschrijver en arrangeur.

KOM D’R IN EN OVER DE BRUG
Wijnnobel ging bij platenmaatschappij Phonogram werken. Schreef in 1952 Dat heb je al meer gedaan voor Karel van der Velden begeleid door AVRO’s Dansorkest The Skymasters o.l.v. Bep Rowold en had een hit te pakken met Kom d’r in, de Nederlandse versie van het Fontane Sisters-succes: Let me in, gezongen door The Swinging Nightingales onder de hoede van Gerard van Krevelen. Op deze site staat veel bladmuziek van arrangementen, die Wijnnobel in 1953 en 1954 schreef voor het Metropole Orkest en solisten die optraden in het VARA zaterdagavondprogramma Showboat van producer Karel Prior. Dat waren vooral liedjes van anderen. In 1954 vertaalde Wijnnobel de song Cross over the bridge, een succes van Patti Page in Amerika en The Beverly Sisters in Engeland. Het werd gewoon Kom over de brug voor Helma en Selma. Make love to me, de hit van Jo Stafford veranderde in Leen me nog een kusje, gebracht door Annie Plevier en Karel van der Velden met The Skymasters. Van der Velden soleerde in een lied waarvoor Wijnnobel tekst en muziek had geschreven: Welbedankt voor het gezellige avondje.

SPRINGPLANK
In 1954 verliet Ger de Roos de KRO. Het Orkest Zonder Naam werd De zingende en spelende Troubadours. De Bietenbouwers (De Roos was Boer Biet) veranderden in de Boertjes van Buuten en de Van Zessen Klaar Club, waarin nieuw talent een kans kreeg, werd De Springplank. Wijnnobel coachte met orkestleider Jo Budie en producer Ton Kool jonge zangers, zangeressen, groepjes en instrumentalisten. Ze gingen ook het land in op zoek naar talent. Wijnnobel begeleidde ze aan de piano. Het duo Black & White – Black = Jan Klumperman uit Rotterdam en White = Eugen Gaiser uit Delft – had nog net gedebuteerd in de Van Zessen Klaar Club in 1954 met Daar bij de waterkant en The little shoemaker. Wijnnobel heeft de 25 platen (78- en 45-toeren) die het duo maakte tussen 1954 en 1963 geproduceerd, van teksten en begeleiding voorzien. Liedjes als Wij met z’n twee (Tango for two) en Ay, ay Olga (muziek Pierre Wijnnobel/tekst: Kees Schilperoort), Tom Hark, Una marcia in fa en Oh, die Elisabeth (die zo lekker koffie zet). Op diverse platen werd Black & White gekoppeld aan The Melody Sisters, de tweeling Julie en Elly Lankester uit Amsterdam. Bijvoorbeeld in het Engels Sh-Boom en Hearts of stone in 1954 en The naughty lady of Shady Lane en Mister Sandman in 1955. Wijnnobel vertaalde Boom boom boomerang, het succes van The De Castro Sisters en Hummingbird (Kijk uit voor de mannen) origineel door Les Paul & Mary Ford of Frankie Laine in 1955. Daarnaast arrangeerde hij Carina (o.a. van Arturo Testa) en Itsy bitsy teenie weenie Honolulu strandbikini in 1960 (in Amerika door Bryan Hyland als Itsy bitsy teenie weenie yellow polkadot bikini) en in Duitsland door o.a. de Club Honolulu (inclusief Caterina Valente) of The Blue Diamonds in het Duits. Daarnaast oorspronkelijk werk van Pierre, dus tekst en muziek van Vivace (1959) en Luxemburg rag (1960).

Wijnnobel zorgde tussen 1956 en 1962 ook voor het repertoire op de 12 singles van The Butterflies, de broers Godert en Luc van Colmjon uit Amersfoort. Dit betrof vaak bewerkingen van dixielandnummers: Muskrat ramble werd (Wij zijn stapelgek op) Dixieland, When the Saints go marchin’ in veranderde in Oom Ben was eens een machinist en Doctor Jazz kreeg een Nederlandse tekst. Daarnaast ook licht teenagerwerk als Willem wordt wakker (Wake up little Susie van The Everly Brothers) in 1958, Ding Dong, de hit van The McGuire Sisters in 1959 en Van je 1,2,3 (High Society) in 1960. Eigen werken van Wijnnobel voor de Amersfoortse keien met de vlinderdasjes waren Bobby heeft een hobby (dat is een klarinet) in 1958, Baby Doll in 1959, Mary in 1960 en Hapskidi bidi in 1961.

IN DE BUS VAN BUSSUM NAAR NAARDEN
The Butterflies waren gestart in 1956. Dat was een vruchtbaar jaar voor Pierre Wijnnobel. Hij schreef voor De Windmolens o.l.v. Johnny Holshuysen met Truus Koopmans en Dick Doorn: Mijn Marleentje (die zo lekker koken kan) en voor Annie de Reuver Hij speelt zo mooi accordeon. The Skymasters namen twee composities van Wijnnobel op: Royal palace blues en Moonliner. Maria Dieke kwam over uit Zweden en maakte een plaat met The Skymasters. Ze kreeg een hit met de vertaling van Way way down in way-way-te-nango van Dave Coleman. Dat werd In de bus van Bussum naar Naarden, ook gebracht door Helma en Selma. Annie Palmen en Jan van der Most zongen de Nederlandse versie van Just walkin’ in the rain, het succes van Johnnie Ray. Met De Klavirtuozen o.l.v. Jo Budie (KRO) trapten ze samen in een plas in het lied ‘t Regent dat het giet. Ook een geheide hit in 1956 was Klappermelk met suiker door The Amboina Serenaders o.l.v. Rudi Wairata met zang van Joyce Aubrey en Ming Luhulia. In 1957 veranderde Come pretty little girl van Vendla Shepard in Kom lieve kleine meid door Max en Marga van Praag of Teddy en Henk Scholten met Leila, de dochter van Rita Reys. In 1957 ook het debuut van het damestrio The Spotlights met ’t Was in december, een oorspronkelijk nummer van Wijnnobel. Tijdens audities voor De Springplank had hij Greetje Kauffeld ontdekt. Hoewel hij veel voor de KRO werkte, verloor hij Greetje aan de AVRO. Ze ging zingen bij The Skymasters van Bep Rowold.

De platenmaatschappijen wisten in de late jaren ‘50 nog niet zo goed raad met het repertoire voor teenagers. The Butterflies waren zo nu en dan in dixieland en de jongste Butterfly Godert van Colmjon zong met de jonge Shirley Zwerus in 1958 zijn Mambo Olé. Nu niet bepaald een dans voor tieners. Maar in 1959 slaagde Wijnnobel er toch in om leuke teksten te schrijven voor The Fouryo’s uit Amsterdam. Tell him no van Travis en Bob, Come softly to me van The Fleetwoods, Makin’ love van en door Floyd Robinson en Seven little girls van Paul Evans and The Curls in Amerika of The Avons in Engeland, werden achtereenvolgens Zeg niet nee, Kom bij me darling, Makin’ love (verder Nederlands) en Zeven leuke meisjes.

RAG EN BACH
In de platenstudio begeleidde Pierre Wijnnobel naast Jack Bulterman en Bert Paige diverse artiesten. Conny van den Bos, toen nog niet aan elkaar geschreven, ook een van zijn ontdekkingen, zong met zijn orkest in 1961 Ninotchka (Midnight in Moscow) en in datzelfde jaar Herman van Keeken met een cover van het Ray Peterson succes Corinne, Corinna. Dat begeleidingswerk heeft hij niet doorgezet. Wijnnobel hield zich vooral op in de KRO-studio. Hij arrangeerde en componeerde nummers als Sweet swing low, een bounce voor het KRO-Dansorkest o.l.v. Klaas van Beeck, zijn oude makker uit de oorlog. De koren Aethercharme en De Woudzangers o.l.v. Marinus van ’t Woud hadden bewerkingen van Wijnnobel op de lessenaars voor het KRO-programma Wij zingen de wereld rond. Het NCRV-ensemble Saxophonia o.l.v. Cees Verschoor nam zijn compositie Sax-appeal op het repertoire. In 1953 uitgevoerd door het Metropole Orkest.

Wijnnobel bleef gek op de ragtime, die al lang uit de mode was. Zo componeerde de ragtimes Carneval, Hamburg, Paris en French Rag. Enkele werden in 1964 op de plaat gezet door Ivan’s Oldtimers.

In 1964 vertaalde Wijnnobel de musicalsong Hello Dolly, het succes van o.a. Louis Armstrong en Hey! look me over (Hé, ouwe jongen) uit de musical Wild Cat voor acteur Johan Kaart. In 1965 bewerkte hij A windmill in old Amstedam van Ronnie Hilton. Dat werd Een muis in een molen in mooi Amsterdam door Rudi Carrell en De Damrakkertjes. A world of our own van The Seekers werd als Liever thuis met z’n twee door The Sunbeams gebracht. Begin 1965 scoorde Ronnie Tober met Iedere avond, een tekst van Wijnnobel op Twilight time van o.a. The Platters in 1958. In 1966 enkele vertalingen voor de LP De Ronnie Tober Show. Bijvoorbeeld De wereld is wel tienmaal mooier (Rags to riches door Tony Bennett in 1953), Ik kan je niet vertellen (I can’t begin to tell you door Bing Crosby in 1946) en The first night of the full moon in 1964 door Jack Jones. Dat werd Marijke uit Krabbendijke.

Dat was wel zo’n beetje het laatste wat we vernamen van de maestro. Wijnnobel leidde een eigen orkest, dat niet op de radio te horen was en hij verdiepte zich in ingewikkelde arrangementen van Bach. In 1967 speelden The Skymasters zijn compositie Minirock. De belangrijkste bezigheid was het runnen van een Bed en Breakfast Hotel in de Amsterdamse Vossiusstraat. Dat deed hij tot op hoge leeftijd met zijn Luxemburgse vrouw Jeanne (Joan) Kutter. Wijnnobel overleed op 9 januari 2010 op 93-jarige leeftijd. Hij zei vaak: “Ik ben blij dat ik nergens aangenomen ben, anders had ik nooit zo’n spannend leven gehad”.

pierre_wijnnobel

Tekst: Co Snel

Bronnen: De Leidse Jazzgeschiedenis 1899-2009 door Cees Mentink, Peter de Waard in De Volkskrant, Omroepmuziekwiki en eigen geheugen.

* Pierre Wijnnobel in de OmroepmuziekWiki (incl. werkenoverzicht in de omroepmuziekcollectie)

Op 31 juli 2016 zond RTi Hilversum deze Pierre Wijnnobel-aflevering van Co Snels radioprogramma Studio Hilversum uit.

100 JAAR JOS CLEBER

Dit artikel is oorspronkelijk verschenen in kwartaalblad Aether, nummer 120.

Jos Cleber, uit te spreken als Jos Clébèr. Trombonist, componist, arrangeur, orkestleider, producer. Zijn bekendste compositie schreef hij in 1957: De postkoets, oorspronkelijk als herkenningsmelodie voor het radioprogramma Met de postkoets door Nederland Met een tekst van Ferry van Delden – “Ver over berg en dal klonk er het hoorngeschal” – werd het een grote hit in de uitvoering door het zangeressenduo ‘De Selvera’s’. Cleber leidde toen inmiddels vijf jaar (samen met Gerard van Krevelen) het AVRO-orkest De Zaaiers, dat niet minder dan 14 jaar heeft bestaan. Het bestond uit ca. 25 musici en was Iange tijd één van de populairste amusementsorkesten.
50 jaar geleden werd het orkest opgeheven; en 100 jaar geleden (op 2 juni 1916) werd Jozef Cleber geboren.
Jos_Cleber
Als kind kreeg Jos muziekles van zijn vader, die organist en koordirigent was van de Sint-Servaeskerk in Maastricht. Na de middelbare school studeerde hij viool en piano aan het Muzieklyceum in die stad en saxofoon, klarinet en trombone aan het conservatorium van Luik. Na een engagement bij het orkest van Paul Godwin was Cleber van 1936 tot 1939 werkzaam bij het Tonhalle Orchester Zürich. De oorlogsdreiging deed hem in 1939 terugkeren naar Nederland. Hij kwam als trombonist en violist terecht bij het orkest van het Tuschinski-theater, dat onder leiding stond van Max Tak. Via Tak, tevens medewerker van de AVRO, kwam Cleber in mei 1940 als trombonist bij het AVRO-Amusementsorkest onder leiding van Elzard Kuhlman. Dit gezelschap zou een jaar later worden opgeheven en opgaan in het Groot Amusementsorkest van de door de Duitse bezetter gelijkgeschakelde Nederlandsche Omroep.

CONCERTGEBOUWORKEST
Na een periode bij het AVRO-Dansorkest kreeg Cleber in 1942 een aanstelling als trombonist bij het Concertgebouworkest. Daarvoor moest hij zich aanmelden als lid van de Kultuurkamer. Tijdens de bezettingsjaren studeerde hij ook nog directie, harmonie en contrapunt bij de componist Kees van Baaren in Amsterdam. Een ontmoeting met orkestleider Theo Uden Masman leidde ertoe dat Cleber in mei 1945 als trombonist bij diens dansorkest The Ramblers kwam. Echter niet voor lang, want inmiddels had hij van dirigent Dolf van der Linden het verzoek gekregen als trombonist en arrangeur mee te werken aan een nieuw te vormen radio-orkest, het Metropole Orkest. Vanaf de oprichting in november 1945 tot mei 1948 zou Cleber aan dit orkest verbonden blijven. ln diezelfde periode leidde hij ook een eigen twaalfkoppig ensemble, Selecta. Daarnaast speelde hij trombone in enkele door Dolf van der Linden geleide studioformaties, zoals het Decca Swing Combo.
NAAR INDIE
ln juni 1948 vertrok hij naar Nederlands-lndië. Daar stelde hij op verzoek van Radio Batavia een groot amusementsorkest samen, het Cosmopolitain Orkest, bestaande uit veertig musici van verschillende nationaliteiten. Hij zou er tot 1951 blijven. Na de soevereiniteitsoverdracht, eind december 1949, kreeg Cleber van de Nederlandse regering opdracht het lndonesische volkslied ‘lndonesia Raya’ te orkestreren voor symfonieorkest. De orkestratie was een geschenk van Nederland aan de jonge republiek lndonesië.

TERUG BIJ DE AVRO
Toen hij in 1951 terugkeerde uit lndonesië trad Cleber in dienst bij de AVRO, waar hij – samen met Gerard van Krevelen – het AVRO-Theaterorkest dirigeerde. Daarnaast kreeg hij van directeur Willem Vogt de opdracht een nieuw allround amusementsorkest samen te stellen. Eind april 1952 werd het nieuwe orkest, De Zaaiers – genoemd naar het grote wandplastiek boven de ingang van de AVRO-studio – aan de luisteraars voorgesteld. Een jaar later werd ook hier een Cosmopolitain Orkest opgericht, bestaande uit De Zaaiers, aangevuld met extra strijkers. ln de tweede helft van de jaren vijftig en de eerste helft van de jaren zestig was hij ook een van de vaste dirigenten van platenmaatschappij Phonogram. Hij maakte onder meer opnamen met Mieke Telkamp, Corry Brokken, Conny Stuart, Willy Alberti en Jules de Corte. Verder trad hij o.a. op met Yma Sumac, Lys Assia, Vera Lynn, Rosemary Clooney en Judy Garland.

AFRIKAANS UITSTAPJE
ln het voorjaar van 1962 vertrok Cleber naar Zuid-Afrika. Voor de Suid Afrikaanse Uitsaal Korporasie in Johannesburg zou hij een nieuw orkest formeren. Hij kon echter niet vol- doende musici vinden en keerde in 1964 terug naar Nederland. ln februari 1964 was hij weer bij de AVRO in Hilversum. Hij nam er opnieuw de leiding op zich van De Zaaiers en het Cosmopolitain Orkest. Pogingen om deze orkesten aan te passen aan de veranderende muzikale smaak, onder andere door uitbreiding van de ritmesectie, strandden vanwege geldgebrek. ln 1966 besloot de AVRO vanwege de steeds toenemende personeelskosten beide orkesten op te heffen. ln de zomer van dat jaar kreeg Jos Cleber een aanstelling als muziekadviseur bij de AVRO-televisie. ln deze functie was hij onder meer vanaf 1968 tot aan zijn pensionering in 1981 de producer van Jonge mensen op (weg naar) het concertpodium. Voor dit door Joop Stokkermans geregisseerde programma rekruteerde Cleber veelbelovende studenten van Nederlandse en buitenlandse conservatoria, die vervolgens de gelegenheid kregen hun muzikale talenten voor de televisie te presenteren. Hij arrangeerde veel muziek in verschillende genres voor het programma. Ook had Cleber de muzikale leiding bij het jaarlijkse Grand Gala du Disque.

VEELZIJDIG
ln de loop der jaren heeft Cleber veel gecomponeerd, o.a. muziek bij speelfilms, documentaires en radio- en televisiespelen. Hij orkestreerde de musical die Toon Hermans in 1952 schreef en die in 1953 door de AVRO-radio is uitgezonden. Cleber maakte in de loop der jaren ook honderden arrangementen, niet alleen voor zijn eigen orkesten, maar tevens voor het Metropole Orkest en het Promenade Orkest. Een groot deel hiervan bevindt zich in de collectie van de (in 2013 gesloten) Muziekbibliotheek van de Omroep.

ln 1981 ging Cleber met pensioen. Daarmee kwam ook een einde aan zijn muzikale carrière. Hij kreeg nu volop tijd om zich te wijden aan zijn grote hobby, het schilderen, totdat dit begin jaren ’90 door een blijvende motorische storing als gevolg van een licht herseninfarct onmogelijk werd. Na een kort ziekbed kwam op 21 mei 1999 plotseling een einde aan het leven van een man die bijna een halve eeuw lang actief was geweest in de meest uiteenlopende muzikale genres.

Jan Jaap Kassies

 Bron: artikel Rob van Putten

* Jos Cleber in de OmroepmuziekWiki (incl. werkenoverzicht in de omroepmuziekcollectie)

Op 2 juni 2016 zond RTi Hilversum deze Jos Cleber-aflevering van Co Snels radioprogramma Studio Hilversum uit.

OUD EN NIEUW, VAN ALLES WAT: 100 JAAR …TOM ERICH

Zondag 22 mei staat Co Snel in zijn programma ‘Studio Hilversum’ – op RTi Hilversum radio – stil bij de 105e geboortedag van Tom Erich. Dat feit vormt een goede aanleiding om onderstaand artikel van Charlotte Sienema opnieuw te publiceren, dat bij de 100e verjaardag van deze AVRO-coryfee op de MCOMB-website verscheen.

Tom Erich zegt: “De stiptheid van mijn Remova is telkens weer een verrassing voor me. Terwijl u dinsdagsavonds mijn herkenningsmelodie hoort, kijk ik op mijn Remova en zie: ’t is weer zo ver, precies kwart over zes!”. Dan zwelt de melodie en Tom begint zijn vlindervlugge spel. Zijn Remova danst mee op de cadans van de muziek, ‘t is shockproof en verdraagt dus de meest temperamentvolle aanslag. Onze toetsenvirtuoos kan het weten: Remova kan de zwaarste toets doorstaan!

Temperamentvol en vlindervlug. Zo wordt in een reclameadvertentie van horlogemerk Remova in de jaren ’50 de speelstijl van pianist Tom Erich omschreven. Tom Erich was in de jaren ’50 en ’60 een begrip. Iedere dinsdagavond om kwart over zes zond de AVRO-radio zijn programma Oud en nieuw, van alles wat uit. Een kwartiertje pianomuziek, ruim 20 jaar lang.

Tom Erich werd op 26 mei 1911 geboren in een gezin met 10 kinderen in de Amsterdamse Kinkerstraat. Zijn vader was eigenaar van 5 rijwielzaken en één van die zaken was voor Tom bestemd. Op zijn vijftiende verdiende hij echter al de kost in de muziek. Hij begon als pianist in café De Munttoren en kwam vervolgens bij het Apollotheater in Amsterdam terecht, als begeleider van stomme films. Daarnaast speelde hij in bars en restaurants. Zijn talent werd ontdekt door de groten van de Nederlandse kleinkunst en hij werd de begeleider van onder meer Louis Davids en Lou Bandy.

Tom Erich, Johnny Meyer, Wim Kastelein (?) en Lex Vervuurt (leden van AVRO-leans,  rond 1950)

Tom Erich, Johnny Meyer, Wim Kastelein (?) en Lex Vervuurt (leden van ensemble AVRO-leans, rond 1950)


In 1946 trad Erich in dienst van de AVRO. Hij zou hier tot zijn pensioen in 1976 blijven. Hij leidde tal van populaire ensembles als de Avroleans, Harmonetto, De Papavers, Melodie en Ritme en Tom’s Prairie Pioneers. Drie namen ontbraken daarbij nooit: die van zangeres Annie de Reuver, gitarist/zanger Eddy Christiani en accordeonist Johnny Meyer. Met Johnny Meyer, Wim Sanders (gitaar) en Ger Daalhuisen (bas) gaf hij tientallen langspeelplaten uit onder de titel Five o’clock tea. Op de Bonte Dinsdagavonden van de AVRO trad ditzelfde ensemble op als Koffiekamer Kwartet.

In de jaren ’70 waren de hoogtijdagen van de radio-ensembles voorbij. Op de radio werden steeds meer grammofoonplaten gedraaid. Oud en nieuw, van alles wat werd stopgezet. In een interview in het Algemeen Dagblad zei Erich hierover: “Nou, ik vind dat een beetje moeilijk. Kijk, gaandeweg werd er meer gepraat op de radio. Er kwam meer geklets. Voor het nieuws, tijdens het nieuws en achter het nieuws. En heel geleidelijk aan kwam ik er niet meer aan te pas. Ik voelde het aankomen. Ze zeiden wel dat de belangstelling terugliep, maar toen eenmaal de beslissing was gevallen dat ik zou ophouden met mijn programma, toen was de klap wel groot, natuurlijk”.

De jaren tot zijn pensionering was Erich medewerker van de afdeling lichte muziek bij de AVRO. Hij produceerde onder meer Muzikaal onthaal en De Arbeidsvitaminen.

Tom Erich stierf op 23 augustus 1978 na een auto-ongeluk. Hij werd 67 jaar.

Naast pianist/orkestleider is Erich ook bekend geworden als componist/arrangeur. Hij schreef honderden liedjes, veelal op teksten van Stan Haag en Anton Beuving. Heel bekend werd Kijk eens in de poppetjes van mijn ogen (tekst: Nick Holwerda) in de uitvoering van Annie de Reuver en Karel van der Velden met het orkest The Skymasters o.l.v. Bep Rowold. Andere bekende liedjes zijn: Kleine Greetje uit de polder, ‘s Avonds als het kampvuur brandt en Vanavond om kwart over zes ben ik vrij. Dit laatste liedje bereikte in de uitvoering van Willeke Alberti zelfs de hitparade.
Bronnen:
• twee interviews met Tom Erich uit 1976 (waarvan één uit het AD van 2 juli 1976).
Uitgaven van Tom Erichs composities in de omroepmuziekcollectie

Beluister ook Co Snels Erich-hommage t.g.v. diens 105e geboortedag.

AMONG MY SOUVENIRS, HERINNERINGEN AAN JAN CORDUWENER

Jan_CorduwenerJan Corduwener werd op 14 juli 1911 in Leiden geboren. Zijn vader was kleermaker. Jan was de jongste zoon en kwam al vroeg in aanraking met muziek. Hij volgde een vioolopleiding bij de Maatschappij ter Bevordering van de Toonkunst. De jonge Corduwener slaagde voor het toelatingsexamen van het Conservatorium. Zijn eerste optreden was als 14-jarige in het orkest Carl Dassi in Astoria aan de Vijzelstraat in Amsterdam. Jan kon zich niet volledig aan de muziek wijden, want pa Corduwener werd ziek en Jan moest aan het werk om de kost te verdienen. In vrije tijd studeerde hij piano. Leerde daarnaast hammondorgel, vibrafoon, gitaar en diverse blaasinstrumenten bespelen. Uiteindelijk ging Jan professioneel aan de slag in het orkest van het Tuschinksi Theater o.l.v. Max Tak. In 1943 musiceerde Corduwener in orkesten van de Nederlandsche (Staats) Omroep. Jan was kort violist van het in 1945 opgerichte Metropole Orkest o.l.v. Dolf van der Linden (eerste uitzending 25 november 1945).

Among_my_souvenirs_Jan_CorduwenerSWEET FOUR
Op 7 oktober 1946 ging het eerste programma van het Kwartet Jan Corduwener de ether in, met Jan als multi-instrumentalist op viool, accordeon, vibrafoon, orgel, en hawaiian guitar. Hij bleek ook een verdienstelijk zanger te zijn. Jan kreeg aanvankelijk assistentie van drie leden van het Metropole Orkest: Manny Oets, piano, celesta en spinet; Tonny van Hulst, gitaar en Tonny Limbach, bas. Gitarist Jan Mol en organist Cor Steyn, voor deze gelegenheid aan de piano, maakten later ook deel uit van het kwartet. De herkenningsmelodie was Among my souvenirs. Het Kwartet speelde 20 minuten non-stop. Door de zoete klanken werd het gezelschap ook wel The Sweet Four genoemd. Ze speelden o.a. The old spinning wheel en Eens zal de Betuwe in bloei weer staan. Op plaat verschenen in 1946 Mamma, zijn naam is Johnny, In 1947 Grootvaders klok en Allegaartje, in 1948 Nola en in 1949 Elfenbal, een compositie van Guus Jansen, die hij later Elfinette noemde. Het bleek dat Jan’s vrouw Laura meeschreef aan de arrangementen voor het Kwartet. In 1955 verscheen nog een EP van het ensemble, dat niet meer op de radio was te horen met nummers als Si vous l’aviez compris en Play a simple melody.

jan corduwener_kwartet_dubbelIN STRICT DANSTEMPO
In 1949 kwam Corduwener in vaste dienst van de VARA. In de herfst van 1950 ontstond het Ballroom-orkest. Hij wilde beslist niet de stijl van de Engelsman Victor Silvester kopiëren. De formatie klonk dan ook fris, mede dankzij Cor Steyn die in de begintijd aan het hammondorgel zat. Jo Bos hanteerde de piano; Jan Hondeling, klarinet, Jan Mol gitaar; Ger (toen nog Gerrit) Daalhuisen, bas en Bill van de Heuvel, slagwerk. Cor Steyn heeft ook enige tijd het hammondorgel in het kwartet bespeeld. Op het repertoire stonden alle mogelijk quicksteps, foxtrots, Engelse en Weense walsen, tango’s, rumba’s en samba’s. De radio-uitzendingen werden druk beluisterd en de grammofoonplaten van het Ballroom-orkest gretig verkocht en goedgekeurd door dansleraren. LP’s met titels als Dance delight, Ballroom memories en Calling all dancers. Melodieën, die ook op 78 en 45 toeren verschenen als Whispering, Cheek to cheek, Look for the silver lining, maar ook de hits van het moment in medleys, zoals in 1957 Net als toen en Round and round, in 1958 Volare en Sail along silv’ry moon en in 1959 Piove en Tom Dooley. In dat jaar verscheen ook een LP met melodieën uit de musical My fair Lady. Het Ballroom-orkest werd daarbij versterkt door strijkers. De enige opname die nog wel eens terugkeerde op verzamel LP’s en CD’s was die van het Ballroom-orkest uit 1953: Een dansliedje deint, rond 1943 geschreven door pianist Joop de Leur en tekstdichter Jacques van Tol.

THEATERORKEST
In 1953 maakte Corduwener ook een opname met zijn zoontje Robbie. Dat werd Robbie’s avondgebed op de wijs van God bless us all, een hit van het Amerikaanse sproetenjoch Jimmy Boyd, bekend van I saw mommy kissing Santa Claus of het duet met Frankie Laine, getiteld Tell me a story. Op de B-kant zong Hansje den Heyer het lied Hansje’s droomschip. Een terzijde voor de liefhebber. Rond 1953, ontstond ook het Theaterorkest. Voor de grammofoonplaat werden vooral de bekende salonmuziek opgenomen, zoals Stettiner Kreuzpolka (Kruispolka, in de volksmond gezongen als Oh, mijn lieve zwartkop, voel toch eens hoe mijn hart klopt), de walsen Frühlingsboten, Les patineurs (Schaatsenrijderswals) en Valse Basque (Spaanse wals, in de volksmond verbasterd tot Gooi je schoonmoeder van de trap). Corduwener had kennelijk iets met klokken, getuige opnamen van Vineta Glocken, The clock is playing en niet te vergeten de sublieme opname van In a clockstore (Im Uhrenladen), waarin de hele klokkenwinkel wordt opengegooid. Dergelijke platen werden tot 1965 steeds opnieuw uitgebracht.
Robbies_avondgebed_Jan_Corduwener
AL IS HET NIET MET DE BRUID
Op dat repertoire ook The Veleta. Enig misverstand ontstaat doordat er een opname is van het Theaterorkest en ook van een kleinere salonbezetting. Maar, die Veleta werd rond 1957 ook gespeeld door het Veleta Sextet van de mysterieuze Melchior. De zesmans formatie speelde de mazurka’s, polka’s en Weense walsen naast de quicksteps, foxtrots, e.d. gebracht door het Ballroom-orkest Jan Corduwener in diverse danszalen in het land. Het Veleta Sextet werd enkele jaren later vervangen door het Trianon Sextet. Omroeper Coen Serré, de vader van nieuwslezer Raymond Serré riep aan het begin: “Dansen……Al is het niet met de bruid”. Daar komt ook het verhaal vandaan dat Corduwener zo graag met Coen Serré werkte. Het was Corduwener echter worst wie zijn programma’s aankondigde. Het kwartet speelde non-stop en bij zijn kwintet – midden jaren ’50 – was het al niet anders. Corduwener speelde hammondorgel: Harry Mooten, accordeon; Wim Sanders, gitaar; Ger Daalhuisen, bas en Cor van den Berg, slagwerk. Er zijn officieel geen platen van dit gezelschap verschenen. Maar op een actie LP uit 1958 ten bate van de Prins Bernhard Stichting, begeleiden de vijf wel degelijk Annie de Reuver, Max van Praag (Annie en Max ook als het duo De Meeuwen) en het meisjeskoor Sweet Sixteen. Instrumentaal is het kwintet op die 25 cm LP te horen met Hoor de muzikanten, de hit van Vrij en Blij o.l.v. Wessel Dekker in 1949/1950 en het Napolitaanse songfestivalliedje Lazzarella van Domenico Modugno uit 1957. Het Kwintet Corduwener zorgde ook voor de muzikale omlijsting bij de VARA-quiz Je neemt er wat van mee, geleid door Theo Eerdmans. Omroepster Netty Rosenfeld assisteerde en zong de herkenningsmelodie.

ONDERSTEUNING IN DE PLATENSTUDIO
Kleinere formaties van Jan Corduwener begeleidden het kinderliedrepertoire van het Deldo duo (Leny Delsen en Henk Dorel). Ook het kinderkoor De Merels en het meisjeskoor De Krekels (beide VARA) – in de jaren ‘50 nog o.l.v. Leida Hulscher – werden in de platenstudio muzikaal ondersteund door Corduwener en zijn musici. Dat gold ook voor het KRO-kinderkoor De Karekieten o.l.v. Willy François, waarbij ook kerstliedjes. Had Cor Steyn Willy Alberti in 1941 bij het lied Mijn sprookjesboek begeleid, in 1955 zat Corduwener aan het hammondorgel, toen Willy het lied nog eens over zong met op de B-kant Ik hou van jou, mooi Amsterdam. Een afgeleide van het Theaterorkest begeleidde Alberti vanaf 1952, waarbij ook een zestal opnamen met Sweet Sixteen o.l.v. Lex Karsemeyer. Titels als Ci-ciu-ci, Ricordate Marcellino en Mia cara Carolina van Van Wood (Peter van Houten). Annie de Reuver, die meestal door Tom Erich en zijn ensembles werd begeleid, kreeg bij Het lied van het pierement in 1953 een orkest o.l.v. Jan Corduwener als ondersteuning. Max van Praag maakte ook enkele opnamen met Corduwener. Bijvoorbeeld op de LP uit 1958 met liedjes van Dirk Witte, waarbij Mens durf te leven, Liedje van verlangen en M’n eerste. Laatstgenoemd liedje over het meisje van de zangvereniging verscheen al in 1955 op 78-toeren plaat. De zangvereniging was een dameskoor o.l.v. Lex Karsemeyer.

OPMERKELIJKE PRODUCTIES
In 1957 maakte Jan Corduwener een EP met zanger Archie Lewis, o. a. Just a prayer en If you go. Een EP en LP met Leslie ‘Porgy’ Scott, die inderdaad de rol van Porgy had gespeeld in de opera Porgy and Bess van George en Ira Gershwin. Met Jan Corduwener en zijn orkest zong Leslie standards als Love is here to stay en All the things you are en spirituals als Go down Moses en Swing low, sweet chariot. Met bassist Tom Dissevelt leidde Corduwener een orkest achter Rita Reys op de LP Her name is Rita met songs als Old devil moon, He’s my guy en Please be kind. In de jazzhoek had men Corduwener niet verwacht. In 1958 verschenen kort na elkaar twee LP’s van het Theaterorkest. De eerste was genoemd naar het vrijdagavondprogramma Pennies from heaven, met als ondertitel: een regen van bekende melodieën wordt over u uitgestort door een keur aan zangsolisten en het Theater orkest o.l.v. Jan Corduwener. Op die eerste instrumentale langspeler onder meer Marching strings van Ray Martin, Misty van pianist Erroll Garner en Spirito, gecomponeerd door Coen van Orsouw. De tweede LP was genoemd naar de oude herkenningsmelodie van Corduwener: Among my souvenirs. Op deze schijf naast standards ook Nederlandse composities als Joy ride van Jan Vuik (van Het Hotcha Trio), Rickshaw ride van Jos Cleber en Laura, een eigen compositie van Corduwener opgedragen aan zijn vrouw. Een ode aan een andere dame, genaamd Marlene staat op een EP van Jan Corduwener en zijn orkest uit 1960. Andere melodieën in vooral radio-uitzendingen van zijn hand waren Boogie woogie, Tutti frutti, Hammond polka, Hobby horse en Schip als jij vaart naar dromenland.

STEREO EN NEW SOUND
Rond 1961 verscheen er een EP van het Theaterorkest, die in Audiowinkels werd gebruikt om de stereo te testen. Het waren ping pong stereo-opnamen van bijvoorbeeld The whistler and his dog en Dancing tambourine. Verder leidde Jan Corduwener formaties als Proficiat, Cantarina, een Tromboneorkest, het Amusementsorkest Strijk en Zet, het Grand Gala Orkest wat niets te maken had met het Grand Gala du Disque, een Musette Orkest en een Septet.

In 1961 ontstond een New Sound voor de grammofoonplaat. “Ik ben er altijd een tikje huiverig voor geweest om iets een nieuw geluid, een new sound te noemen”, zei Corduwener, “maar wat er in You’re party at home gebeurt, is die benaming toch heus waard”. Het orkest bestond uit drie saxen, een trompet, trombone, piano, bas, drie gitaren en twee drummers: vader en zoon Kees Kranenburg. Op de LP vindt men medleys met o.a. Wooden heart, Are you sure?, Wonderland by night en Non je ne regrette rien.

FINALE
Het werk in de platen studio liet Corduwener steeds meer over aan Jack Bulterman, Bert Paige en Ger van Leeuwen. Zijn orkest is nog te horen op ‘n Beetje door Teddy Scholten (het winnende liedje van het Eurovisie Songfestival in 1959) en bij de liederen van Max Tak, die Willy Alberti in 1962 in potpourri-vorm en in 1965 helemaal vertolkte. Niet lang daarna overleed Jan Corduwener in Vreeland op 10 maart 1966. Slechts 54 jaar oud. Corduwener heeft de teloorgang van de live muziek op de radio net niet meer meegemaakt. Mede door bezuinigingen en andere muzikale belangstelling werden de programma’s van orkesten en ensembles steeds meer geschrapt.

Jan Corduwener had vier kinderen, drie zoons en een dochter. Zoon Jan Jr. was begin jaren ’70 deejay op Hilversum 3. Voor de NOS presenteerde hij op vrijdagmiddag, later –avond, de Jan Corduwener Show met onder meer het Europees Popparlement. Van 1983-1997 was Jan Jr. directeur van platenmaatschappij Phonogram. Hij is David Bowie in 1967 van Schiphol gaan halen voor een eerste optreden in Nederland. Het woord bizar wordt vaak fout gebruikt, maar is nu wel op zijn plaats. Bizar was het dat Jan Jr., nadat hij maandag 11 januari 2016 in de belangstelling was geweest om over Bowie te vertellen, twee dagen later overleed op 77-jarige leeftijd. We konden hem niet meer vragen waarom hij nooit een fatsoenlijke CD serie met opnamen van zijn vader heeft laten uitbrengen. Het mag duidelijk zijn dat musicus Jan Corduwener er in zijn korte leven heel veel heeft gemaakt.

Co Snel

Beluister ook Co Snels Corduwener-hommage t.g.v. diens 50e sterfdag.

‘MENEER’ COR STEYN: VAN CONCERT- NAAR HAMMOND- EN MAGISCH ORGEL

17 november is het 50 jaar geleden dat de vriendelijke virtuoze musicus Cor Steyn overleed. Hij werd geboren op 22 december 1906 in Leiden. In het bevolkingsregister wordt zijn naam als Steijn genoteerd. Het was de bedoeling dat Cor in de klassieke sector terecht kwam. Vanaf z’n vijfde jaar volgde hij piano- en vioolles bij achtereenvolgens A. Peers, Jaap Stotijn (vooral bekend als hoboïst), Karel August Textor en de heer Gerbrands. In 1918 deed de jonge Steyn vervroegd toelatingsexamen aan Het Koninklijk Conservatorium in Den Haag, waar violist/dirigent André Spoor zijn leermeester werd. Op 14-jarige leeftijd trad Cor op als concertpianist. Een paar jaar later koos hij voor de lichte muziek, mede door geldnood. In 1928 maakte Steyn zijn eerste opnamen met het toenmalige PHOHI-orkest o.l.v. Lou Cohen in het Amsterdamse Muziek Paviljoen. Gespeeld werden titels als Dort, wo die Wälder grün en Zigeunerweisen. Hij musiceerde in cafés, hotels, cabarets en bioscopen.
In 1932 kwam hij in vaste dienst van de VARA, aanvankelijk als accordeonist en ensembleleider; bv. Dubbel X, De Zonnekloppers en Steyn’s Accordeonorkest. Afwisselend met Johan Jong bespeelde hij daarnaast het Concertorgel van die omroep. Vanaf 1935 kwamen er ook uitzendingen vanuit het Amsterdamse City Theater met Steyn aan het cinema-orgel. Hij volgde de legendarische Britse organist Reginald Foort op. Steyn leidde en begeleidde het publiek in de Community Singing op zondagmorgen. Op de andere Hilversumse zender werden er geestelijke liederen bij een orgel gezongen via NCRV en KRO. In 1936 en 1937 werden City Theater-plaatopnamen gemaakt bij Decca van orgelmedleys met titels als After the ball, Vieni, vieni en de KLM-mars van Willy Schootemeyer. Daarnaast zelfstandige melodieën, zoals Monkey tricks (november 1937), Until tomorrow en An old Hawaiian guitar. De AVRO kon natuurlijk niet achterblijven en kocht ook een concertorgel, dat vanaf 1936 werd bespeeld door Pierre Palla. In die jaren mochten AVRO-leden niet naar de VARA luisteren, andersom ook niet. Cor Steyn en Pierre Palla hadden maling aan die scheiding, ze gingen vrolijk samen vissen. Aardige bijkomstigheid is dat het AVRO Concertorgel vanaf 2016 opgesteld zal staan in de oude VARA Studio aan de Heuvellaan in Hilversum. Tegenwoordig huist het Muziekcentrum van de Omroep in dat gebouw.

Als op het Leidscheplein
In 1939 componeerde Steyn in samenwerking met zijn naamgenoot Cor Lemaire de muziek voor de film Boefje van regisseur Detlef Siercx (Douglas Sirk) met de toen 45-jarige Annie van Ees als Boefje.
Op een voorjaarsdag in 1941 liep er een ‘boefje’ het City Theater in, om een grammofoonplaat te maken met Cor Steyn aan het orgel. Het was de toen 14-jarige Careltje Verbrugge, beter bekend als Willy Alberti, die als nog jonger knaapje al op straat had gezongen met zijn neefje Johan van Musscher (vanaf 1954 beroemd als Johnny Jordaan). In 1940 kreeg Willy een rol in de revue-operette Rose Marie in Carré in Amsterdam. Daar waar Annie van Ees een jongetje had gespeeld, vertolkte Careltje het bedelmeisje Mary met haar pop. Alberti en Steyn legden de liedjes Alleen is maar alleen en Mijn sprookjesboek, geschreven door Chris Reumer vast. In de zenuwen had Willy het tweede couplet van het sprookjesboek twee keer gezongen. Men liet het zo. Vanaf 1941 tot 1944 leidde Cor Steyn het orkest van de door René Sleeswijk geproduceerde Snip en Snap-revue met Willy Walden en Piet Muyselaer. Uit de revue Tok, tok, tok alweer een ei in 1943, stamt één van de mooiste Nederlandse liedjes aller tijden: Als op het Leidscheplein de lichtjes weer eens branden gaan. Cor Steyn componeerde de melodie, Bert van Eijck (pseudoniem voor Jacques van Tol) schreef de tekst. Willy Walden zette het met het orkest van Cor Steyn op de plaat.
Intussen had zangeres (crooner) Topy Glerum, die in 1936 opnamen had gemaakt met De Ramblers o.l.v. Theo Uden Masman, in 1942 de song Crying my heart out for you bij het cinema-orgel gezongen. Die opname is bewaard gebleven. In 1944 ging de film Drie weken huisknecht in première. Paul Steenbergen had als jonkheer Alfred de Beaucour de hoofdrol in deze rolprent van Walter Smith. Cor componeerde er de muziek bij.

VARA-ensembles en -orkesten
Cor Steyn koos na de Tweede Wereldoorlog duidelijk voor het orgel, met name het in 1934 ontdekte pijploze hammondorgel. Hij bleef het concertorgel bespelen net als Johan Jong, maar Cor werd ook leider van diverse orkesten en ensembles. Hij kwam in 1949 in vaste dienst van de VARA. Aanvankelijk een jaar medewerker van de propaganda en programmadienst. Steyn vloog uit en speelde orgel bij de radio-omroepen van Canada, Zweden, Denemarken, Duitsland, Zwitserland, België en de BBC in Londen.
Begin jaren ‘50 leidde hij voor de VARA het ensemble Zeven man en een meisje met Cor aan het orgel; Sem Nijveen en Benny Behr, viool; Ger van Leeuwen, piano; Wim Sanders, gitaar; Ger Daalhuisen bas en vermoedelijk Wim van Steenderen, klarinet. Het meisje was in het begin zangeres Sonja Oosterman, opgevolgd door Corry Brokken. Op VARA-radio hoorden de luisteraars ook het Hammond Trio of Kwartet van Cor, dat vanaf 1953 grammofoonplaten maakte. In de ritmesectie wederom Wim Sanders, gitaar en Ger Daalhuisen, bas. Hetzij Cor van de Berg, hetzij Kees Kranenburg nam plaats achter het drumstel. Op het repertoire stonden vooral medleys van bekende melodieën en de hits van dat moment, maar ook eigen composities van Steyn, zoals The Amsterdam polka.
cor_steyn_zeven_man_meisje
‘Meneer’ Cor Steyn
Over het begin van de samenwerking tussen Cor Steyn en zwerver Dorus, een type van Tom Manders bestaan verschillende versies. De eerste tv-uitzending van het cabaret Saint-Germain-de-Prés van Dorus was op 23 april 1955. Tom Manders liet de entourage van het cabaret, dat op 1 mei 1953 was gestart aan het Rembrandtplein in Amsterdam nabouwen in de tv-studio. De ene bron zegt dat Cor Steyn Tom Manders begeleidde als pianist, de andere bron zegt dat De Ramblers o.l.v. Theo Uden Masman er optraden en een keer met vakantie waren. Cor Steyn trad toen als vervanger op aan het hammondorgel. Het is zeer onwaarschijnlijk dat het dansorkest daar optrad. De betreffende journalist zal in de war geweest zijn met het radiodebuut.
Dat maakte Tom Manders op 11 februari 1956 in de 100ste aflevering van VARA’s zaterdagavondprogramma Showboat, geproduceerd door Karel Prior. Dorus werd op de radio aanvankelijk begeleid door Het Metropole-Orkest o.l.v. Dolf van der Linden of De Ramblers. Tijdens een vakantie van Theo Uden Masman’s orkest, koppelde Karel Prior Cor Steyn als begeleider aan Dorus en vroeg hem om naast zijn gebruikelijke conference ook zo nu en dan een liedje te zingen. Manders had daar zo zijn twijfels over. Maar de eerste, eind 1956, was gelijk raak. Twee motten zou Dorus’ grootste succes worden. Een lange rij populair geworden liedjes volgde. Onder meer De nachtwacht, Lompen en metalen, M’n bolhoed op me ene oor (Paris canaille), Ik loop met veters, Me auto (hoestbui op vier wielen) en De crocus en de hyacint. Dorus noemde zijn begeleider ‘meneer’ Cor Steyn. De man achter de drums ‘meneer’ Kees Kranenburg.
Toen Karel Prior wegens onenigheid vertrok bij de VARA en zijn hele stal meenam naar de AVRO, bleef Tom Manders bij de VARA. Hij had zoveel aan deze omroep te danken. Nog even was Dorus te horen in het zaterdagavond radioprogramma Plein 8.13, geproduceerd door Karel Prior. Op 10 mei 1958 nam Dorus afscheid van de radio, maar anderhalf jaar later was hij alweer terug in het programma Week uit, week in, geproduceerd door Joop Koopman. Cor Steyn assisteerde de gemoedelijke zwerver wederom. In 1961 stopte de samenwerking. Op de plaat was dat al in de loop van 1958 gebeurd. Op de single (Zorg dat je erbij komt) Bij de marine met orkest, hoor je Cor nog even bij de zuchtende ‘militairen’.
cor_steyn_met_Dorus

Dutch rag
Terug naar 1956. Sem Nijveen werd in dat jaar vioolsolist bij het Ritmisch Strijkorkest van Cor Steyn voor VARA-radio. Op een eerste LP stonden melodieën als Cheek to cheek, Glutrote Rosen en Georgia on my mind. Kort daarop verscheen in december 1956 weer een langspeler van deze formatie onder de titel Love is in the air met liedjes als Melody of love, Ich werde jede Nacht von Ihnen träumen en Poor butterfly. Kennelijk had Cor in Canada de naar dat land geëmigreerde zangeres Ina Verwoerd ontmoet, want even terug in Nederland maakte ze in 1957 de LP Music, maestro please met het orkest Cor Steyn. Hierop songs als My heart belongs to daddy, If I loved you en I’ll walk alone. Ina was vooral bekend geworden door het liedje Je moet nog even aan me denken van tekstdichter Joop Driessen en het pianoduo André de Raaff en Jacques Schutte, vooral populair in 1949 en 1950. Over dat pianoduo gesproken, het verzorgde radio-uitzendingen voor alle omroepen in NRU (Nederlandse Radio Unie)-verband. In oktober 1956 verscheen van hen op plaat Dutch rag, een compositie van Cor Steyn, waarin diverse vaderlandse liederen uit de bundel Kun je nog zingen, zing dan mee waren verwerkt, zoals De zilvervloot en Merck toch hoe sterck.
Hoewel Corry Brokken vooral werkte met dirigenten als Jos Cleber en later Bert Paige, liet ze zich in 1957 begeleiden door een orkest onder leiding van Cor Steyn. Op de Nationale finale van het Eurovisie Songfestival in 1957 had Corry Iwan, een lied van tekstdichter Alexander Pola en trombonist/oud Skymasters-dirigent Pi Scheffer gezongen. Het werd bekend onder de naam De messenwerper.
Even terzijde: Corry won de Nationale en ook Europese Finale in Frankfurt in 1957 met het andere liedje dat ze zong; Net als toen van Guus Jansen (muziek) en Willy van Hemert (tekst).

Willy, Wilma en Annie
Nederlandse composities vormden het repertoire van De Klompendansers, een totaal vergeten VARA-ensemble van Cor Steyn, dat een paar jaar bestond. Hierbij werd gezongen door Jopie Kanters en Henk Janmaat. In 1961 ontmoette Cor Steyn zanger Willy Alberti weer. Onder de schuilnaam Pietro Cordone maakte Cor met zijn orkest Italiaanse halfuurtjes met Alberti, de Amsterdamse Tenore Napolitano. Liederen als O Marenariello, Cerasella en Romantica. Die uitzendingen waren meestal tweewekelijks op vrijdag van 18.20 uur tot 18.50 uur. De andere week leidde Cor een orkest, waarbij Annie Palmen zong. Annie was vooral KRO-zangeres geweest. Zij kon naast Nederlandse liedjes en Amerikaanse evergreens ook Franse chansons kwijt. Na een zomerstop kwam in oktober de sopraan Wilma Driessen erbij. Cor en zijn orkest hadden Wilma al eerder in de platenstudio ontmoet. De daaruit voortgekomen plaat – waarvan de Parla waltz van Luigi Arditi met enige regelmaat in de lente van 1962 werd geprogrammeerd – lijkt van de aardbodem verdwenen. Rondom de orkestuitzendingen, die in de loop van 1963 stopten, verzorgde Cor Steyn halfuren aan het hammondorgel met gastsolisten als Sonja Oosterman, Conny van den Bos (dat schreef je toen nog los), Jenny Roda, Henk Janmaat, Max van Praag en mondharmonicavirtuoos John Larryson van het trio The Larrysons. De gekste dingen maak en maakte je mee bij de publieke omroep… Eind 1962 mocht het woord hammondorgel niet meer gebruikt worden. Dat was reclame maken voor het instrument. Het werd als elektronisch orgel of elektronenklavier aangekondigd. Vanaf oktober 1963 programmeerde de VARA het Orgelkwartet Cor Steyn in stereo. Hierbij als vanouds Wim Sanders, gitaar en Ger Daalhuisen, bas. Drummer was Martin Beekmans.

Magic organ
Intussen zat Cor op 5 juni 1963 voor het eerst achter het magisch orgel in een radio-uitzending. Het instrument was gebouwd door Jaap Keizerwaard, een slimme technicus uit Berkel. Dans om de rinkelbom, een eigen compositie van Cor uit het repertoire van De Klompendansers was één van de eerste plaatopnamen op het magisch orgel. Er werden weinig radio-uitzendingen met het magic organ gemaakt, des te meer grammofoonplaten. In twee jaar tijd verschenen er zo’n vijf LP’s, enkele EP’s en singles, waarbij een tweede eigen compositie van Cor getiteld Little tune. Drummers als Martin Beekmans en Wim van der Braak begeleidden Cor aan zijn magisch orgel. Aan de Amsterdamse grachten van Pieter Goemans met op de keerzijde Wilde Ganzen, een compositie van Eddy Christiani was de laatste 45 toerenplaat, opgenomen in 1965.
cor_steyn_op_orgel

Opmerkelijk genoeg keerde vanaf oktober 1964 het Ritmisch strijkorkest, dat in 1956 op de radio debuteerde, terug voor onregelmatige uitzendingen, nu in stereo. Cor Steyn had ook eigen tv-programma’s. Na Rondom Cor Steyn kwam in 1964/’65 de show Tussen Bach en Beatles, een co-productie met de Bayrischen Rundfunk. Hierin traden onder meer op Shirley Zwerus, trompettist Gerard Engelsma en het duo Les Shalom, dat zich in navolging van The Barry Sisters had gespecialiseerd in Jiddische liedjes. Een viertal werd in 1965 op plaat gezet met het orkest Cor Steyn. Titels als Shoimele, malkele en Vjoch, tjoch, tjoch.
Op 25 oktober 1965 introduceerde Cor Steyn het Radio Concertorgel, dat de NRU had gekocht van de BBC. Er werden enkele opnamen gemaakt die later op het VARAgram-label verschenen.; onder meer Moonglow en een selectie uit de musical Annie get your gun. De laatste aankondiging van het Orgelkwartet Cor Steyn was op woensdag 24 november en de laatste van het Ritmisch Strijkorkest op vrijdag 26 november 1965. Die programma’s kwamen te vervallen, zoals een omroeper van dienst zei. Cor Steyn was namelijk op 17 november 1965 – nog geen 59 jaar oud – in Hilversum overleden aan een hartaanval. Na zijn dood verschenen er talloze heruitgaven en compilaties van de platen die hij tussen 1953 en 1959 bij Philips (Phonogram) opnam en de zwarte schijven die tussen 1959 en 1966 bij Imperial (Bovema) verschenen.

Cor Steyn trouwde in 1931 met Hielechien Neuwitter. Uit dat huwelijk werden twee zoons geboren. In 1945 trouwde Cor met Rita Helen Wengler. Uit dit huwelijk werden twee zoons en een dochter geboren.

Tekst: Co Snel.

Bronnen: Diverse wikipedia-artikelen, radio-gidsen, platenhoezen, OmroepmuziekWiki en eigen geheugen.

Lees ook: Van Hammond-orgel tot Honegger: Cor Steyn 50 jaar geleden overleden

Op 15 november zond RTi Hilversum deze Cor Steyn-aflevering van Co Snels radioprogramma Studio Hilversum uit.

LINKS
bladmuziek van composities van Cor Steyn op deze website
overzicht van Cor Steyn-repertoire in de MCOMB-catalogus
overzicht van composities van Tom Manders in de MCOMB-catalogus
Cor Steyn in de OmroepmuziekWiki
Cor Steyn in de VARA-biografie
Cor Steyn in de Muziekencyclopedie

Zie ook:

Beluister ook Co Snels radioprogramma over VARA-ensembles

100 JAAR WILLY SCHOBBEN

Willy Schobben bij het Hilversumse Raadhuis in 1962

Willy Schobben bij het Hilversumse Raadhuis in 1962

Vandaag (5 september 2015) vieren we de 100e geboortedag van de Limburgse trompettist en orkestleider Willy Schobben (Maastricht, 5 september 1915 – Kerkrade, 25 maart 2009).
Ter gelegenheid van dit feit stelde radiomaker Co Snel een portret samen als aflevering van zijn programma ‘Studio Hilversum’ voor de lokale zender RTi Hilversum. De uitzending is hier terug te luisteren. Lees ook Willy Schobben-biografie in de Muziekencyclopedie.

In deze uitzending van een uur passeren de volgende stukken de revue (van nrs. 5 en 11 is de bladmuziek op deze site te downloaden):
1. Happy José, Norman Malkin/Jesse Gonzales. Orkest Willy Schobben (1962).
2. Carnaval de Venice, Julius Benedict. Idem (1967).
3. Tschiou, tschiou, André Hornez/Nicanor Molinare. Annie de Reuver met AVRO’s Dansorkest The Skymasters o.l.v. Pi Scheffer (inclusief Willy Schobben, trompet) (1946).
4. Trumpet tango, Willy Schobben. Malando en zijn tango-orkest (1961).
5. Do you remember? (Weet je nog? uit de film Jenny), Jos Cleber. Ballroom Orkest Willy Schobben (1969).
6. Willy praat even/Mexico, Boudleaux Bryant. Orkest Willy Schobben (1961).
7. Napoli, Willy Schobben. Orkest Willy Schobben (1961).
8. Mallorca, Willy Schobben. Orkest Willy Schobben (1962).
9. Benfica, Willy Schobben. Orkest Willy Schobben (1962).
10. Ballad of the trumpet, John Pisano. Idem (1962)/stukje origineel: La ballata della tromba door trompettist Nini Rosso.
11. Heisser Sand, (Brandend zand), Werner Scharfenberger. Orkest Willy Schobben (1962).
12. O passo do Kanguru, Haraldo Lobo/Milton de Oliveira. Idem (1963).
13. Eenzame stad, Willy Schobben/Karel van der Velden. Karel van der Velden met orkest Willy Schobben (1968).
14. Lapland, Mats Olsson. Orkest Willy Schobben (1965).
15. Viva la papa col pomodore, Nino Rota. Idem (1965).
16. Olé Cruyff, Willy Schobben. Idem (1975). Gedeeltelijk.
17. Shalom Aleichum, traditional/arrangement Willy Schobben. Idem.

HONDERD JAAR GELEDEN GEBOREN: DOLF VAN DER LINDEN – 35 JAAR VOOR HET METROPOLE ORKEST

Het is een zeldzaamheid: een dirigent die 35 jaar lang chef van éénzelfde orkest is.
Dolf van der Linden richtte het Metropole Orkest in 1945 op, kort na de Tweede Wereldoorlog dus, en bleef tot 1980 op zijn post. In deze periode componeerde en arrangeerde hij vele honderden stukken, in zeer uiteenlopende genres. De sinds twee jaar ontoegankelijke kelder van het MCO-gebouw aan Hilversumse Heuvellaan bevat zo’n 5 kilometer bladmuziek, waarin de collectie van het Metropole Orkest een flink aantal kasten vult. Wanneer men die mappen opent treft men Dolf van der Lindens naam het vaakst aan. Decennialang schreef hij muziek voor zijn orkest (en andere ensembles), uiteenlopend van het hoorspel Metropolichinel (1946) op tekst van de grote (VARA-hoorspelregisseur) S. de Vries jr., via een arrangement van een aria uit Cilea’s opera Adriana Lecouvreur (1980) tot muziek voor de Toon Hermans-film Monsieur Moutarde van Sonansee en uiteraard talloze composities en arrangementen op het terrein van de amusementsmuziek en de jazz voor het Metropole Orkest. Een kleine selectie van zijn muzikale nalatenschap is op onze website te vinden.

Doordat zijn activiteiten zich uitstrekten over een zeer breed terrein kreeg hij zelden ‘gedocumenteerde erkenning’ voor zijn gehele oeuvre. Ook het feit dat veel van zijn werk niet is gepubliceerd maar handschrift is gebleven, heeft het verkrijgen van een overzicht voor ‘niet-ingewijden’ bemoeilijkt. Daar komt nog bij dat hij  veel muziek schreef voor film en tv, genres die zich meestal onttrekken aan de standaard-werkenlijsten. In naslagwerken werden vaak dezelfde ‘feitjes’ herhaald over zijn opleiding, zijn betekenis voor het Eurovisie Songfestival etc.
Daarom is het goed dat Bas Tukker de beschikbare informatie over leven en werk van Dolf van der Linden heeft verzameld en op basis daarvan een biografie heeft geschreven. Tukker was al zeer goed op de hoogte van Van der Lindens activiteiten in Songfestival-verband, door zijn research voor de website ‘And the conductor is…‘,  die veel gegevens bevat over dirigenten die ooit actief waren bij het Eurovisie Songfestival.
Een curieus document uit 1958 dat onlangs opdook biedt een fraai inkijkje in de wereld van het muziekauteursrecht. De aangeschrevene besluit zijn (concept)antwoord als volgt:

‘Ik heb het nu weer opgelost en hoop in de toekomst een beter overzicht te verkrijgen wat er zo met mijn werkjes gebeurt’.

Dolf_van_der_Linden_BUMA_samen Het orkest organiseert vandaag,  op de 100ste geboortedag van zijn oprichter, een bijzonder evenement in het Muziekcentrum van de Omroep in Hilversum. Onderdeel ervan  is de presentatie van het boek ‘Dolf van der Linden: de vader van het Metropole Orkest‘, geschreven door Bas Tukker op initiatief van de Stichting Vrienden van het Metropole Orkest. Daarbij zal het orkest onder leiding van Jan Stulen een selectie van muziek spelen uit het rijke muziekarchief dat onder het 35-jarig bewind van Van der Linden werd opgebouwd.

De naam van de grote omroepmusicus zal ook voortleven in de nieuwe woonwijk die aan de oostzijde van Hilversum verrijst. Naast o.a. (zijn opvolger) Rogier van Otterloo, Pi Scheffer en Jos Cleber wordt daar ook een straat vernoemd naar de vandaag honderd jaar geleden geboren Dolf van der Linden.

Jan Jaap Kassies

LINK:
Werken van Dolf van der Linden in de Omroepmuziekcollectie

Op 12 juli zond Co Snel op RTi Hilversum een Dolf van der Linden-special uit t.g.v. diens 100e geboortedag. Hieronder kunt u die radiouitzending terugluisteren.

MISHA MENGELBERG – VROEG WERK VOOR ‘HILVERSUM’

De vandaag 80 jaar geworden Misha Mengelberg heeft aan het begin van zijn lange loopbaan enkele verrassende muzikale uitstapjes gemaakt, die men niet direct associeert met de (mede-)oprichter van het ICP Orkest.

Zo schreef hij in 1960 Een roodgeblokte krijgsvogel in opdracht van de AVRO voor het Marimba Tipica Orkest o.l.v. Laguestra (alias Willy Langestraat). De bezetting van het orkest:  piccolo, fluit, hobo, klarinet, fagot, tenorsaxofoon, baritonsaxofoon, 3 trompetten, 3 trombones, marimba, claves, maracas, bongo’s, tomba’s (conga’s), drums en bas. De bladmuziek is bewaard in de (op 1 augustus 2013 gesloten) Muziekbibliotheek van de Omroep.

Een roodblauwgeblokte krijgsvogel

Manuscript Een roodblauwgeblokte krijgsvogel

Dat geldt ook voor Hypochristmutreefuzz (1964), voor Boy’s Big Band o.l.v. Boy Edgar. Bij de uitvoering in The Late Late Show was niemand minder dan Eric Dolphy solist.
Nog enkele voorbeelden van het omroep-oeuvre van Mengelberg:  voor het orkest o.l.v. Ruud Bos componeerde hij  Aolskelekker… (1965) en Monk’s Dream,  voor het Promenade Orkest de Ouverture Barend Servet I (1972) en (eveneens voor de VPRO) Borneose brij voor harmonieorkest (1979).

Een intrigerend werk draagt vermoedelijk de titel HRRG II, hoewel ook de vermelding ‘ICP’ op de bladmuziek is te vinden. Ook de datering is nogal ambivalent: er lijkt ‘14/4/’64’ te staan, terwijl het in het inschrijfboek van de Omroepmuziekbibliotheek bij 8 januari 1973 te vinden is. Bekijkt men de bladmuziek, dan springt direct het Instant Composers-credo in het oog: ‘Schrijf je eigen partijtje.’

Proficiat!

Jan Jaap Kassies

Link:
Composities van Misha Mengelberg in de kelders van het MCO in Hilversum (voor zover digitaal gecatalogiseerd)

Partituur HRRG II

Partituur HRRG II

Pianopartij 'Monk's Dream'

Pianopartij ‘Monk’s Dream’