Categorie archief: De Weergever

AANVULLING OP HET PORTRET VAN PI SCHEFFER

Mevrouw Nelly Smit–Van der Veen stuurde ons een aanvulling op Co Snels artikel over Pi Scheffer, waarin ze refereert aan zijn lidmaatschap van een verzetsgroep tijdens de oorlogsjaren.

Mijn ouders, Chr.J. van der Veen en Johanna Cornelia Buis woonden tijdens de oorlogsjaren in Amsterdam-West, Reinier Claeszenstraat 98 – 100. Met ons gezin natuurlijk, mijn drie oudere broers en ik. Mijn vader was goud- en zilversmid en had zodoende vele zakelijke contacten met Joodse zakenmensen, waarvan er ook velen vrienden waren. En zodoende zijn zij in het verzet terecht gekomen. Dat is eigenlijk heel groot gegroeid en uitgegroeid tot de verzetsgroep in West. Mijn vader werd “98″ genoemd, vanwege ons huisnummer want no. 100 is daar pas enkele jaren bijgekomen, ongeveer eind ‘42. Mijn moeder werd “Moeke” genoemd. Omstreeks die tijd ook werd de verzetsploeg zo groot en waren er zoveel contacten en moest er ook militaire zaken geregeld worden. En daar had mijn vader absoluut geen verstand van. En toen kwam er op een gegeven moment een echte commandant West. Dat werd dhr. Arend Bontekoe. Zijn partner (niet zijn vrouw, want bij haar was hij weg), Tjits Visser – hoofdverpleegkundige bij het Wilhelmina Gasthuis – , was een goede bekende van mijn ouders. Zij woonden in de Zocherstraat te Amsterdam. Van hen beiden heb ik nog een mooi gedichtje staan in mijn poëziealbum.

Dit alles is wellicht een hele lange inleiding, maar dat zijn wel zaken die controleerbaar zijn. Ik denk dat het omstreeks begin 1943 dat Pi Scheffer zich ook aansloot bij onze groep. In ieder geval heeft hij meerdere nachten bij ons in de huiskamer doorgebracht van no. 100, tezamen met anderen. Ik weet niet precies waarom dat was, maar zij konden dan niet thuisblijven omdat er een mogelijkheid was dat ze thuis van bed gelicht zouden worden. Ze zaten de hele nacht op gewone, rechte stoelen en die nachten moeten heel lang hebben geduurd. Als er gevaar dreigde dan werden zij geacht in de kruipruimte onder de vloer te verdwijnen en daar moesten zij inkomen via een luik dat in een vaste kast was gezaagd. Daar lagen een paar matrassen, handgranaten en meer van dat soort spullen dat voorradig was. Soms gingen zij oefenen om handigheid te krijgen in het zo snel mogelijk verdwijnen.
Helaas ging dat bijna altijd met veel onderdrukt gelach gepaard. En zij zeiden dan altijd dat het zo moeilijk was om het lange lichaam van Pi zo snel mogelijk door die beperkte ruimte te krijgen. Bij hem zaten dan altijd nog een aantal mensen, bijna altijd dezelfde. Om te beginnen zat daar Louis Noiret bij die voor de oorlog al optrad en ook voor de radio kwam. Van hem moest het vooroorlogse liedje zijn dat hij op de radio zong: In de witte muis met de twee rooie oogies, of zoiets. Hij trad ook op met zijn zuster Polly. Louis kwam altijd met zijn zwager dhr. Van der Poll (vandaar misschien Polly?). Dan was er ook altijd een bekende voetballer van Blauw-Wit, Co Bergman (die was volgens mij uit de tijd van Cor Wilders) en een zwager van hem, Dirk Vlietman en diens broer Frans. Die laatste twee waren van garage Vlietman uit de Rozenstraat.

In de kamer waar zij zaten stond ook een piano en natuurlijk was dat een uitdaging voor Pi en Louis. Er ontstonden dus een aantal anti-Duitse liedjes. Daar herinner ik mij er nog één van - Marietje is haar moffie kwijt – maar het waren er meerdere. Die liedjes werden op muziek gezet en ze werden, héél zachtjes gezongen door allemaal en ook de piano werd superzacht gebruikt. Maar soms was het toch te luid en dan kwam mijn moeder van no. 98 naar no. 100 door ons kamertje lopen in haar nachtjapon om tot stilte te manen. En ik liep daar dan achteraan.

Er kwamen veel illegale krantjes binnen, die telden wij in stapeltjes van 20 of zo en dan hadden wij allemaal ons eigen krantenwijkje. Je Maintiendrai. Het Parool, De Wegwijzer, Trouw, enz. Maar het was nog niet genoeg, ze wilden een eigen krantje uitgeven. En daar heeft Pi zich uitermate voor ingezet met nog anderen. Ik weet dat ze toen zeiden: “Daar zouden we Friso Endt bij moeten hebben”. Dat moest een heel bijzondere journalist zijn. Hij is ook bij ons thuis gekomen. Ik weet niet meer hoe en wie dat voor elkaar gekregen heeft, maar ik dacht Pi. Op een gegeven moment was er de kreet: “Hij doet het”. De naam voor het blad was al snel gevonden: De Laatste Ronde. Pi heeft er zeer zeker wel aan medegewerkt.

Tegen het einde van de oorlog kwamen de overalls onder de grond vandaan, en de handgranaten, stenguns en weet ik veel wat en hesen de jongens en mannen van de verzetsgroep zich in de overalls. Jammer genoeg was er voor Pi geen één bij die paste, zijn benen en armen waren te lang om de lengte van zijn armen en benen te bedekken, maar daar had hij maling aan. Op de hoek van de Reinier Claeszenstraat/Jan van Galenstraat was een grote huishoudelijke winkel van Ligthart. Dhr. en mevr. Ligthart stelden hun zaak ter beschikking van de BS als basis en ook de manager van de daarnaast gelegen winkel Veldhuis had dit gedaan hoewel hij aan zijn werkgever moest verkopen dat zijn zaak gevorderd was door de BS. Dat was de beginbasis in West van de BS.

Pi is altijd binnen ons gezichtsveld gebleven. Hij was er met het 25-jarig trouwen van mijn ouders en ook toen zij 50 jaar getrouwd waren kwam hij naar Zandvoort waar zij toen woonden. Ondanks zijn ziekte. Met de trein. En als hij een visum nodig had voor Amerika – mijn man werkte toen bij het Amerikaans Consulaat op de visumkamer – dan nam mijn man hem mee om even te lunchen, want dat deed hij toen al niet graag meer in een openbare gelegenheid. Hij was altijd aardig en belangstellend en hartelijk. Althans dat is mijn ervaring.

Nelly Smit – Van der Veen

PI SCHEFFER: VAN MUSIC MAESTRO TOT MEESTER EN DOCTOR

Het is niet zo gek als we zouden denken dat Pi Scheffer voluit Pieter of Piet heette, maar hij werd als Johannes Scheffer geboren op 21 september 1909 in Amsterdam. De naam Pi kreeg hij toen hij als leraar het vak wiskunde onderwees. Zijn vader Johannes was typograaf. Door werk in binnen- en buitenland, daarin gesteund door zijn vrouw Maria Christina Stolp, woonde het gezin in 1915 in Berlijn en in 1919 in Castleton bij New York.
Terug in Nederland was vader Scheffer in zijn vrije tijd koorleider en organist. Pi kwam dus al jong met muziek in aanraking en had er ook werkelijk belangstelling voor. Hij kreeg les van zijn pa via het harmonium. Pi leerde klarinet, cornet en dwarsfluit spelen. Die instrumenten ging de jonge Scheffer hanteren in de harmonie Laurens Janszoon Coster in Haarlem. Op aanraden van dirigent J. A. Meng ging Pi zich bekwamen zich op de trombone. Als je in die jaren Joep riep, luisterde Pi ook, want dat was zijn eerste bijnaam. Hij musiceerde in het fanfareorkest Sursum in Bloemendaal en in het symfonieorkest Euterpe in Haarlem. Op 15-jarige leeftijd schreef Pi al arrangementen.

In de muziek was geen droog brood te verdienen, vond men in het begin van de vorige eeuw. Pi moest een degelijk beroep kiezen. Hij dacht aan het onderwijs en volgde de kweekschool. In 1928 behaalde hij zijn onderwijzersakte aan de Da Costaschool in Haarlem. In 1930 volgde de hoofdakte en in 1931 de akte Engels LO en later de akten Duits en wiskunde. Uit die tijd stamt, zoals gemeld, zijn naam Pi, een woord uit het Griekse alfabet. Het is het getal dat we krijgen als we de omtrek van een cirkel delen door de diameter van een cirkel. Overdag was Pi onderwijzer in Landsmeer en in zijn vrije tijd musiceerde hij in 1930 in The Hot Syncopators in alweer Haarlem. In 1933 stapte hij over naar The Blue Ramblers. Omdat deze naam verwarring veroorzaakte met The Ramblers o.l.v. Theo Uden Masman, opgericht in 1926, werd het gezelschap omgedoopt tot The Blue Stars. De mannen traden ook op in de Dudley Club van de Amerikaanse 5th Port Headquarters Company in Antwerpen. Ook in 1933 trouwde Pi met Maria Hendrika Freijmuth. Uit het huwelijk werden een zoon en een dochter geboren.

Beste jazztrombonist
In 1937 mocht Scheffer in jazzbar & club Mephisto in Rotterdam met de beroemde Amerikaanse tenorsaxofonist Coleman Hawkins meespelen. Coleman had al in 1935 platen gemaakt met De Ramblers en zou dat in 1937 wederom doen. Om misverstanden te voorkomen, Pi was geen lid van Theo Uden Masman’s Ramblers. In Mephisto werd Pi Scheffer aangekondigd als Nederlands beste jazztrombonist. Er kwamen meer gastoptredens bij buitenlandse (jazz)bands die door Nederland toerden. Zo was hij er bij toen op 22 juni 1927 het starconcert Swing that music door de BBC vanuit Scheveningen werd uitgezonden. Helaas moest Scheffer zich bij een volgend concert laten vervangen, want het schooljaar was begonnen. Op die manier kon Pi spijtig genoeg niet meewerken aan een serie historisch geworden plaatopnamen.

In de Tweede Wereldoorlog maakte Pi tussen 1942 en 1944 als trombonist deel uit van de sterke Big Band van pianist Dick Willebrandts. Het orkest speelde door de bezetter verboden swing. De musici leidden de vijand om de tuin met Duitse nummers en swingstukken mpi scheffer_ca1948et een Nederlandse titel. Op de lessenaars lagen vooral arrangementen van Pi Scheffer en ook enkele composities van zijn hand. In 1943 Opus 34 en Wenteltrap en 1944 Ik hou zoveel van dansmuziek. Daarentegen deden de Duitsers wel een beroep op Willebrandts en de zijnen om rond propaganda-uitzendingen voor de Deutsche Europa Sender te spelen. Daar was swingtanzen nicht verboten. De vocalisten van het orkest, Nelly Verschuur en Jan de Vries, konden nu ook Engelstalig zingen. In het laatste oorlogsjaar werkte Pi mee aan illegale bladen; van november 1944 tot mei 1945 aan Zondagsblad en van maart tot mei 1945 het periodiek Novum.
Volgens mevrouw Nelly Smit–Van der Veen speelde Pi Scheffer ook een actieve rol in het verzet. Haar aanvulling op dit artikel is hier te lezen [red.]

The Skymasters
Na de bevrijding ontstond bij de AVRO het idee om na The Decibels van Eddy Meenk en het AVRO-Dansorkest o.l.v. Hans Mossel en Klaas van Beeck van voor de oorlog, een nieuw dansorkest op te richten. Dat werden The Red, White and Blue Stars o.l.v. Willy Kok. Pi Scheffer hanteerde in die formatie wederom de trombone. Het gezelschap beleefde de eerste uitzending op 29 januari 1946. Net als in de jaren ’30 verliep de ontwikkeling van het orkest nogal moeizaam. De naam van de band en ook de dirigent voldeden niet aan de verwachtingen. Red, White and Blue Stars veranderde in mei 1946 door een prijsvraag via de luisteraars in The Skymasters, genoemd naar een populair vliegtuig in die jaren. Een andere bron meldt dat AVRO-baas Willem Vogt de naam had verzonnen. Er ontstond onenigheid. Pi Scheffer week even uit naar België en Willy Kok werd door de AVRO ontslagen. De mannen van het orkest wilden echter een leider. Pi werd terug geroepen. Hij werd in juni 1946 dirigent van The Skymasters.pi_scheffer_skymaster_1946
Pi componeerde de herkenningsmelodie All aboard en titels als Midnight song en Hela hola swing, inderdaad gebaseerd op het feestliedje Hela Hola houd er de moed maar in. Scheffer volgde voor zijn leiding bij The Skymasters van 1949 tot 1951 harmonie en contrapuntlessen bij Ernest Willem Mulder en directielessen bij Toon Verwey.

Bloesem van seringen
Pi ‘zong’ soms eigen liedjes als Dorpsmuziek of Marjoleintje. Annie de Reuver speelde Marjoleintje. Zij was vaste zangeres bij The Skymasters. Toen zij in juni 1947 naar haar echtgenoot Jack Philips in Venezuela vertrok, werd Karel van der Velden vaste vocalist bij The Skymasters. Karel zong van de hand van Pi Scheffer A Honolulu, met een tekst van Jack Bess en niet te vergeten in 1948 Bloesem van seringen, een creatie van Scheffer, orkestleider Jan Vogel en tekstdichter Han Dunk. Het lied ging als Mary Rose de wereld rond met in Duitsland versies van zanger Gerhard Wendland tot accordeonist Will Glahé, in Engeland van pianist Stanley Black tot zanger Steve Conway en vocalgroup The Stargazers. Zelfs in Amerika werd de song gebracht door de bands van Kay Kyser met zangeres Gloria Wood en The Campus Kids en Ray Anthony met vocalist Tommy Mercer in 1951. Eind dat jaar keerde Annie de Reuver terug naar Nederland en ging aanvankelijk weer zingen bij The Skymasters. Er stond echter een nieuwe dirigent voor het orkest, want sinds 1 september 1951 had Pi Scheffer de dirigeerstok over gegeven aan saxofonist Bep Rowold. Pi wilde weer voor de klas gaan staan. Hij friste de kennis wat op en haalde in no time zijn MO Engels A en B en promoveerde tot Doctor in de letteren aan de Universiteit van Amsterdam.

Eind 1950 nam Eddy Christiani  een lied op wat hij samen met Han Dunk en Pi Scheffer schreef. Het heette Rendez-vous bij ’t licht der maan. Het begeleidend orkest stond onder leiding van violist Frans Poptie. De Nederlandse TV was nog maar net begonnen op 2 oktober 1951, of niet lang daarna was Pi al te zien in gesprek met Dolf van der Linden, de dirigent van het Metropole Orkest. Het onderwerp was uiteraard: muziek. Enkele maanden voor het Ensemble Eddy Christiani o.l.v. violist Frans Poptie in 1952 bij de AVRO ontstond, maakte Eddy diverse plaatopnamen met koor en orkest o.l.v. Pi Scheffer. .

Scheffer hield wel van een grapje. Zo componeerde hij in 1954 het Concert voor tuinslang en orkest. Het Metropole Orkest gaf de uitvoering ten beste in het VARA zaterdagavond radioprogramma Showboat, geproduceerd door Karel Prior.

TV-werk
Bekijk de uitzending met Frans Brüggen In 1955 ging Scheffer voor de NCRV-TV werken. Hij presenteerde tot 1964 de rubriek Pas Geperst. Hierin konden artiesten hun nieuwe plaat aan de kijkers voorstellen. Pi legde de schijven eigenhandig op de draaitafel en ging babbelen met de act. Door de TV-uitzendingen werd Pi herkend op straat. Vond hij dat lastig? ‘Welnee’, zei hij ooit, ‘Ik heb er alleen nog maar gemak van gehad’. In Amsterdam reed hij eens langs een file wachtende auto’s. Pas toen hij vooraan door een agent werd tegengehouden, besefte Pi dat ook hij had moeten stoppen. Toen de agent hem echter aansprak, herkende deze hem van de televisie. Dat was voor de vertegenwoordiger van wat toen nog als gezag werd gezien, voldoende aanleiding om Pi zo snel mogelijk door te laten rijden.

Pi Scheffer begeleidde tussen de televisiebedrijven door met diverse formaties solisten en ensembles in de platenstudio. Bijvoorbeeld The Columbia All Stars bij The Melody Sisters, toen zij in 1956 Onder de klok zongen, de onwennige Nederlandse versie van Rock around the clock, de hit van Bill Haley and his Comets.

Tussen 1956 en 1960 schreef Pi arrangementen voor de Nationale Finale van het Eurovisie Songfestival. In 1957 componeerde Scheffer ook muziek op twee teksten van Alexander Pola. Marcel Thielemans zong Ik weet nog goed en Corry Brokken op onnavolgbare wijze De messenwerper. Deze Iwan miste letterlijk en figuurlijk met het mes. Corry ging met Net als toen, een lied van organist/pianist Guus Jansen en tekstdichter Willy van Hemert naar het tweede Eurovisie Songfestival in Frankfurt. En ze won. In 1960 selecteerde Pi met Simon Carmiggelt, René Sleeswijk en Piet te Nuyl de liedjes voor de Nationale Finale van het Eurovisie Songfestival.

Na een ontmoeting met muziekuitgever Piet Moolenaar ging Pi componeren voor harmonie, fanfareorkest en brassband. In 1960 vertrouwde hij High road Impressions aan de notenbalken toe. In hetzelfde jaar 1960 maakte het Concertgebouworkest een LP met lichte muziek. Pi schreef de arrangementen. Daarnaast verschenen er bewerkingen voor AVRO’s amusementsorkest De Zaaiers o.l.v. Jos Cleber.

O.K. Wobblers
pi_scheffer_OK_WobblersOp 24 juni 1960 bracht NCRV-TV een programma over het jaar 1925 met medewerking van de latere TV-regisseuse Kitty Knappert en danser/cabaretier Aart Brouwer. Het orkest in die uitzending was de gelegenheidsformatie The O. K. Wobblers o.l.v. Pi Scheffer. Het speelde onder meer If you knew Susie en I miss my Swiss. De band sloeg aan bij het publiek, er wordt kort daarop een EP uitgebracht en het gezelschap keerde nog een paar keer terug op TV met o.a. cabaretier Henk Elsink en The Charming Mesdemoiselles, drie meisjes uit het koor Sweet Sixteen o.l.v. Lex Karsemeyer, inclusief dochter Marian. Door toedoen van diezelfde Lex Karsemeyer, chef lichte muziek bij de NCRV, werden The O. K .Wobblers enkele jaren een vast radio-ensemble. In die programma’s van 20 minuten lag ook het accent op de muziek uit de jaren ’20. Er verschenen nog meer EP’s en LP’s van de acht-mansformatie.

Voor het NCRV TV-programma Muziek voor U formeerde Pi tussen juli 1961 en 1964 een Big Band. De Engelse zangeres Alma Cogan was vol lof over het 13 man sterke orkest. Muziek voor U was afgekeken van een gelijksoortig programma bij de BBC. Alma vond de Nederlandse versie van regisseur Wil Hartingsveldt beter.

pi_scheffer_swinging_safariVoor de AVRO leidde Scheffer de formatie Arabeske met licht klassieke werken op de lessenaars. Hij arrangeerde daarnaast voor het AVRO-orkest Divertimento o.l.v. Gerard van Krevelen. Op single verscheen in 1962 Pi’s bewerking van A swingin’ Safari, een compositie van Bert Kaempfert, zeer geschikt voor harmonie en brassbands, waar Pi ook voor bleef componeren, zoals in datzelfde 1962 Three Inventions en in 1963 Man in te moon. De Marinierskapel, De Kapel van de Koninklijke Luchtmacht en De Amsterdamse Politiekapel hadden belangstelling voor Pi’s werk. Hij arrangeerde daarnaast voor het Amsterdams Kamerorkest. In 1964 werd Scheffer benoemd tot wetenschappelijk medewerker aan de Universiteit van Amsterdam.

De laatste dans
Pi bleef musiceren in diverse orkesten, verving soms dirigenten en componeerde verder voor de diverse blaasorkesten. Pi combineerde moderne met traditionele muziek . In 1970 werd Going Dutch populair. Dat was een selectie van vaderlandse volksliederen. Pi ging werken aan een proefschrift, getiteld The progressive in English, waarop hij op 16 maart bij prof. A. L .Vos promoveerde. Voor hij zijn wetenschappelijke loopbaan beëindigde vanwege de pensioengerechtigde leeftijd, werden symptomen van de ziekte van Parkinson bij Scheffer geconstateerd. Toch bleef hij componeren voor brassbands. Zeker 35 composities en 31 arrangementen verschenen in druk. In 1976 overleed Pi’s echtgenote Maria Hendrika. In 1983 moest hij wegens zijn ziekte noodgedwongen de trombone neerleggen. Op 19 december 1985 hertrouwde hij met de toen 69-jarige Truus Johanna Marie Woudenberg. De compositie Come dancing was in 1987 zijn laatste officiële werk. Op 14 januari 1988 overleed de sympathieke veelzijdige musicus Pi Scheffer op 78-jarige leeftijd.

Auteur: Co Snel
Bron: De Weergever, 36e jg. no. 3 (aug. 2014).

Onze hartelijke dank gaat uit naar De Weergever, vereniging van verzamelaars van oude geluidsapparatuur en geluidsdragers.

Links:
Discografie van Pi Scheffer (vanaf 1960)
• Bladmuziek van Pi Scheffer op deze site.
• Uitgebreide biografie van het Instituut voor Nederlandse Geschiedenis
• Bekijk De messenwerper – Corry Brokken (Nationaal Songfestival 1957)
• Bekijk Weet je – Corry Brokken (Nationaal Songfestival 1958)
• Bekijk Een verlicht raam – Rita Reys (Nationaal Songfestival 1958)
• Bekijk De warmte van je hart – Rita Reys (Nationaal Songfestival 1958)
• Bekijk Wat een geluk – Rudi Carrell (Eurovisie Songfestival 1960)

HOOR DE MUZIKANTEN


Op 25 mei bracht Co Snel een hommage aan Wessel Dekker in zijn radioprogramma Studio Hilversum via de lokale omroep RTi Hilversum.

Luister terug

De vrij en blije ensembles van Wessel Dekker

Het ensemble Vrij en Blij werd in 1946 opgericht door Wessel Dekker, geboren op 27 mei 1914 in Hilversum.

De basis was al gelegd in 1936, toen Wessel De Speellieden oprichtte. Met dit kamWessel_Dekker_De_Speelliedener mandoline ensemble trad hij op 16 juni 1938 voor het eerst voor de NCRV-radio op. Het was de enige verstrooiende noot bij de christelijke omroep, want lichte muziek was uit den boze. Een wals werd zelfs een karakterstukje genoemd. Bij de NCRV ging het voor de oorlog vooral om koorzang, orgelconcerten en liederen van Johannes de Heer.
Wessel was als knaap van 16 jaar al zeer geïnteresseerd in muziek. Hij kende hele delen van symfonieën uit zijn hoofd. Daarbij legde een grote platenverzameling aan.

Er is een gegeven dat uit De Speellieden in de oorlog De Trekvogels ontstonden. Ze speelden voor de Nederlandse Omroep. Schrijver dezes hoorde VARA-omroeper Jaap Brandt ooit een aankondiging voor deze Trekvogels maken op 15 september 1974 in een hoorspel van Dick Verkijk, dat de radioprogrammering van 8 november 1942 reconstrueerde. Dit hoorspel werd op 8 november 1972, 40 jaar na datum, nog eens uitgezonden.
Hoe dan ook: De naam Trekvogels hanteerde Wessel in ieder geval toen hij in 1970 bij de EO in dienst trad. Daarbij zongen Henk Dorel en ook Dick Doorn.
Een aardig terzijde: In 1957 formeerde bariton Dick Doorn met de hoge tenor Wim Scholte het duo De Trekvogels, wat een hit had met Kleine schooier, een tekst van Stan Haag op het Amerikaanse lied Cinco robles, een succes voor Les Paul & Mary Ford en Russell Arms.

Behoefte aan Nederlands
Na de bevrijding ontstond uit met name De Speellieden het ensemble Mandolinata, bestaande uit mandolines, gitaren, accordeon, celesta en bas. Het ensemble speelde vanaf 1946 voor de NCRV-radio. Al snel werden daar acht damesstemmen aan toegevoegd.

Wessel_Dekker_Vrij_en_Blij_met_Henk_Dorel Zo ontstond Vrij en Blij. Maar Wessel wilde er ook een solozanger bij hebben. Hij had ooit bariton Henk Dorel (voluit Henk Doreleyers,1907-1993) als solist bij de Koninklijke Mannenzangvereniging De Mastreechter Staar gehoord en vond dat de man zo duidelijk Nederlands zong. Henk hapte toe.

Vrij en Blij ontstond ook uit een behoefte aan vrolijke Nederlandse liedjes. Dekker was het zat dat de muziekwereld was vergeven van de songs die de Amerikaanse en Canadese bevrijders meebrachten. De eerste uitzending van Vrij en Blij was op 12 april 1946 en bleek een schot in de roos. Het was koren op de molen van de NCRV achterban. Het ensemble zorgde door optredens voor radio en propaganda-avonden in het land voor een grote ledenaanwas. Behalve Henk Dorel zong ook tenor Bert van ’t Hoff regelmatig bij het gezelschap.

Mandolinata bleef naast Vrij en Blij musiceren in de NCRV programmering. Had er in 1949/1950 een hitparade bestaan dan was het Vrij en Blij-lied Hoor de muzikanten daar zeker in terecht gekomen. Het ensemble had ook succes met Sarie Marijs, Suikerbossie (Ek wel jou he) en Speelt papa met zijn spoortje, een liedje van Henri Theunisse. De liedjes van Theunisse werden graag uitgevoerd door Vrij en Blij. In de loop van de jaren ‘50 verschenen er behoorlijk wat platen van zowel Mandolinata als Vrij en Blij.

Meer ensembles
Van één ensemble kan een musicus niet leven. Er ontstonden afgeleiden van Vrij en Blij. Begin jaren ‘50 hoorden de luisteraars het banjo-orkest Estrellita o.l.v. Wessel Dekker. Hierbij zong Rie Helmig. Zij was opgevallen in het zondagochtendprogramma ’t Triangelklokje klingelt van VARA’s Wim Ibo. Rie had veel succes met het lied Het hutje bij de zee in 1953.
In 1954 ontving Wessel Dekker een W. T. L.–wimpel als erkenning voor het uitdragen van het Nederlandse lied.

Midden jaren ‘50 formeerde Wessel Dekker Cantilene. Zongen bij Vrij en Blij muziek-studenten, in Cantilene hoorde je vocalisten uit de professionele vrije sector. Stemmen die ook bij de KRO te horen waren of waren geweest bij het Orkest Zonder Naam o.l.v. Ger de Roos, de daaruit voortgekomen Zingende en Spelende Troubadours o.l.v. Jo Budie, The Jacksonaires en De Joffers en De Jonkers o.l.v. Jack Bulterman. Bij Cantilene hoorde je duidelijk zangers en zangeressen die solistisch ook hun sporen hadden verdiend of dat zouden gaan doen. Bijvoorbeeld Jenny Roda, Yvonne Oostveen, Marcel Thielemans, Dick Doorn (daar is hij weer) en uiteraard Henk Dorel.
Het ensemble had aardig succes in 1955 met het lied ‘t Schipperskind. Dan was er nog het ensemble Tiroline met inderdaad Tiroolse muziek op het repertoire. Die formatie was net als Estrellita en Cantilene geen lang leven beschoren.

In vrije tijd begeleidde Wessel Dekker amateurmusici in het Tokkelorkest Caecilia, ook wel The Caecilia Mandolin Players genoemd. Door de wat Rooms aandoende naam trad dit ensemble voor de KRO op in het programma Musicerende dilettanten en later in Zin in muziek.

Minder belangstelling
Wessel_Dekker_Vrij_en_BlijIn 1956 vierde Vrij en Blij het 10-jarig bestaan onder meer met een speciale potpourri grammofoonplaat. Pierre Biersma speelde als jong musicus accordeon bij Vrij en Blij.
Het ensemble was exclusief verbonden aan Phonogram. CNR (Telefunken) wilde ook wel zo’n vrolijk geluid op de plaat en verzocht Biersma om een dergelijk ensemble te formeren. Zo ontstonden De Zomersproeten, die als twee druppels water op Vrij en Blij leken. Er kwamen in 1957 twee platen van het gezelschap uit.

Hierbij het lied Trek je wandelschoenen aan van componist/violist Frans Poptie en tekstdichter Jack Bess. Het stond ook op het repertoire van het meisjeskoor Sweet Sixteen o.l.v. Lex Karsemeijer.

Het kwam niet door het Rock & Roll-spook dat er minder belangstelling kwam voor dergelijke muziek, want NCRV-leden moesten niets hebben van Bill Haley of Elvis Presley. De NCRV programmaleiding vond het kennelijk welletjes. Hoe het ook zij, in 1958 verdween Vrij en Blij ineens van het radiotoneel. Hiervoor in de plaats leidde Wessel Dekker drie nieuwe ensembles.

Drie vervangende ensembles
Allereerst de formatie Hollandia, met wat strijkers en blazers. Hier werden nooit platen van geperst. Het ensemble bracht in een half uur voornamelijk instrumentale nummers, maar ook enkele zangnummers door een vocale groep. Het waren niet louter Nederlandse componisten op de speellijst, zoals de naam van het gezelschap suggereert. Op de lessenaars lagen onder meer werken van Wessel zelf, die ook onder schuilnaam componeerde. Als Jim Joice bijvoorbeeld Schotse ruit, Fleur de Mai en The picnick polka [ook De vrolijke vioolspeler, red.] en als Jan Vrolijk Hollandia mars, Dance of the dewdrops en Meikevers wachtparade.

Als tweede het ensemble De Golfbrekers met liedjes van en over de zee op het repertoire. De bezetting doet denken aan het Orkest Zonder Naam van Ger de Roos met accordeon, viool, piano, vibrafoon, hoorn, bas en slagwerk. Ook nu weer met medewerking van onder meer Jenny Roda, Yvonne Oostveen, Dick Doorn en Henk Dorel.

Als derde in 1959 het Sprookjesensemble. De twee meter lange reus (om precies te zijn 1.96 meter) Wessel Dekker noemde zich bij laatstgenoemd ensemble K. Bouter. Het gezelschap bestond uit een ritmegroep, een harpiste, accordeonist/pianist en strijkers en een enkele blazer uit het Metropole Orkest o.l.v. Dolf van der Linden.

Op de speellijst werken van grote en kleine componisten. Bijvoorbeeld: Intermezzo uit 1001 Nacht van Johann Strauss, Vuurvogel (Berceuse) van Igor Strawinsky en de Treurmars van de marionet gecomponeerd door Charles Gounod. Uiteraard muziek uit de sprookjesfilms van Walt Disney geschreven door Frank Churchill, zoals Assepoester, Sneeuwwitje en Bambi.

Onder schuilnaam componeerde Wessel Dekker:
Als Jim Joice: Spiegeltje aan de wand, Alt Wiener Märchen, De Isengrimus, De verlegen prinses, Doorwerste legende en Sprookjes van de fee.

Als Jan Vrolijk: Klein Duimpje op stap, Roodkapje en de wolf, Tafeltje dekje, Repelsteeltje, Kobold idylle, Tijltje, Lichtkevertjesdans en Elfenspel in het sprookjesbos.

Het laatste lied dat het Sprookjesensemble speelde in de slotuitzending op 23 september 1963 was toepasselijk: Het spookje is uit van Jan Vogel.
In de jaren 1959 en 1960 had Wessel Dekker een eigen platenhalfuur, vrijdag eens per 14 dagen om 12.00 uur. Dat heette Ricordare. Met als ondertitel: verpozingsmuziek uit de dertiger jaren.

Kennelijk was er bij de achterban van de NCRV toch weer een dringende behoefte aan Vrij en Blij. Het ensemble keerde in 1961 terug. Conny Vink maakte er toen deel van uit. Conny zou vanaf 1967 succes hebben met o. a. Bossa nova boy, De toeteraar, Maak je niet dik (dun is de mode) en Ik wil jou in een kooitje. Als Vink wil je best een ander vogeltje in je buurt.

Uit de tijd
In 1964 viel het doek van Vrij en Blij voorgoed. Lex Karsemeijer, sinds 1960 chef afdeling lichte muziek kreeg carte blanche van de NCRV-leiding en liet een frisse wind waaien door het lichte muziekaanbod van de omroep. De bakens moesten verzet worden. Karsemeijer was niet alleen verantwoordelijk voor de grammofoonplatenprogramma’s, hij had ook de supervisie over de radio-ensembles en orkesten. Er kwamen jazzy 20 minuten met bijvoorbeeld het Kwartet Ad van den Hoed, Kwintet Frans Poptie, Kwintet Jan Morks en Saxophonia o.l.v. Cees Verschoor. De klanken van Vrij en Blij hoorden daar niet meer bij. Bovendien beschuldigde Karsemeijer Dekker van dilettantisme. Tenminste zo legde Wessel dat ooit uit. Lex vond Dekker geen volleerd dirigent. Zo noemde de bescheiden musicus zich ook niet. Hij was kapelmeester.
Het laatste lied van de slotuitzending op maandag 21 september 1964 was een lied van Wessel’s hand: De wijde wereld in.

Wederom Trekvogels
Wat Wessel Dekker in de daarop volgende jaren deed is niet bekend. Het zal zich bezig hebben gehouden met het Tokkelorkest Caecilia, dat enkele platen maakte.

Toen de EO in 1970 met uitzenden begon, diende Wessel Dekker zich aan. Hij formeerde De Trekvogels. Het ensemble klonk precies hetzelfde als Vrij en Blij, compleet met zanger Henk Dorel en ook, zoals eerder gemeld, Dick Doorn. De bijdrage van de EO op Hilversum 3 was zeer omstreden. De uren hadden niets met de popmuziek te maken. Na het verzoekplatenprogramma De muzikale fruitmand met voornamelijk geestelijk repertoire, verzorgde Wessel een nonstop uur onder de titel Te elfder Ure. Hierin veel mandoline– en banjoklanken, volksliedjes van overal en tango’s van Malando. De hoofdcontrolekamer van de Hilversum 3 studio waarin Wessel de platen aan de technicus aanreikte, stond blauw van Dekker’s sigarenrook.

In 1984 ging Wessel met pensioen. Merkwaardig genoeg keerde hij weer even terug naar zijn vroegere werkgever, de NCRV. Lex Karsemeijer was sinds 1976 geen hoofd van de afdeling lichte muziek meer. De tijd van radio-ensembles was al lang voorbij. Wessel koos weer zijn bekende volksmuziek en aanverwanten uit voor korte platenprogramma’s en hij verzorgde de muziek voor het vragenprogramma Wie weet waar Willem Wever woont.
Daarna vernamen we niets meer van Wessel Dekker. Hij raakte in het vergeetboek. Op 5 februari 2006 overleed hij op 91-jarige leeftijd.

Auteur: Co Snel.
Bron: De Weergever, 35e jg. no. 3 (2013).
foto’s: Co Snel,  Rinus Blijleven, Ben Poelman.


Op 25 mei bracht Co Snel een hommage aan Wessel Dekker in zijn radioprogramma Studio Hilversum via de lokale omroep RTi Hilversum.

Luister terug

Bladmuziek van Wessel Dekker en Jim Joice op deze website.

Onze hartelijke dank gaat uit naar De Weergever, vereniging van verzamelaars van oude geluidsapparatuur en geluidsdragers. Discografische gegevens bij dit artikel zijn bij de vereniging te verkrijgen.

VAN LAGUESTRA TOT LONGSTREET

Op 30 maart plaatste Co Snel Willy Langestraat in het zonnetje in zijn radioprogramma Studio Hilversum via de lokale omroep RTi Hilversum.
Luister terug (excuses voor de povere geluidskwaliteit)

EEN LANGE ST(R)AAT VAN DIENST

Een Cubaans trommeltje behangen met apenhuid en paardenkaak was de basis van de uitgebreide collectie exotische instrumenten die Willy Langestraat verzamelde. De belangstelling voor Zuid Amerikaanse muziek en muziekinstrumenten in het algemeen ontstond eind jaren 40, toen Langestraat deel uitmaakte van het orkest Malando (Arie Maasland) bij de VARA. In de jaren daarvóór had Willy veel muzikale ervaring opgedaan in diverse combinaties.

Willy LangestraatLangestraat, geboren op 29 maart 1914 in Rotterdam, moest technisch tekenaar worden. Tenminste, dat vonden zijn ouders een mooi beroep. Eerst maar eens de school afmaken en in vrije tijd musiceren. Op 13-jarige leeftijd ging Willy trompet studeren. Drie maanden later ging hij over op klarinet. Spoedig werd Langestraat derde klarinettist en solist in een harmonieorkest. Ongeveer tegelijkertijd musiceerde hij in een symfonieorkest met de veelbelovende naam ‘Ludwig von Beethoven’ in Schiedam. Daar bleef hij vijf jaar. Willy verdiende overdag de kost, niet als technisch tekenaar, maar als machinebankwerker. Hij bekwaamde zich op trombone, hoorn, alt- en tenorsax, piano, viool en gitaar. Op 18-jarige leeftijd had hij een eigen orkest dat onder meer musiceerde in het Groot Badhuis Zandvoort. Zijn solo in de Tiger Rag kreeg een eervolle vermelding tijdens een muziekconcours in Schiedam.
Twee jaar later, in 1935, werd Langestraat beroeps. Hij startte die professionele loopbaan in de band van Frans Steffan, waarmee hij op tournee door Zwitserland ging. In de Tweede Wereldoorlog maakte Willy als klarinettist en saxofonist deel uit van de band van de uit Kopenhagen (Denemarken) afkomstige musicus/showman Boyd Bachman. Er werden in 1942 onder meer opnamen gemaakt met Lou Bandy, zoals bijvoorbeeld Lili Marlene en het koor Aethercharme samen met zanger Henk Dorel. Liedjes als Door de nacht klinkt een lied en Als sterren flonkerend aan de hemel staan van Jack Bulterman.

Willy musiceerde voor de bevrijders na 5 mei 1945. Zij noemden hem Bill Longstreet from Holland. Die naam zou hij in de late jaren ’50 nog eens gebruiken. Langestraat musiceerde bij The Grasshoppers en de formaties van Piet Tim, Siegfried Courant, John Kristel, Piet van Dijk en Eddy Christiani. Tijdens de opname van het liedje Iene miene mutte, die het ensemble Eddy Christiani o.l.v. Frans Poptie in 1953 maakte, produceerde Langestraat een zacht klinkende boventoon (flageolet) op een dwarsfluit. Dit geluid is ook te horen in het orkest van Max Woiski Sr. Zoals eerder gemeld, eind jaren 40 kwam de Rotterdamse rasmusicus in het orkest van Malando terecht. Bij Arie Maasland was het een vereiste dat je zowel een strijk- als blaasinstrument kon hanteren. Viool voor de tango’s en een blaasinstrument voor Zuid Amerikaanse ritmen als samba, mambo, rumba, conga en cha cha. Wat dat betreft zat Willy goed met zijn klarinet en anderhalf jaar les op viool.

CZARDAS
Bij Malando werd, zoals gemeld, zijn collectie exotische instrumenten gestart. Bij een verzamelaar in Zwitserland hoorde hij volksmuziek uit andere werelddelen en dit deed hem besluiten ook een discotheek aan te leggen van muziek uit Afrika, het nabije en verre Oosten. Die verzameling zou in de loop der jaren uitgroeien tot een collectie van zo’n 4000 stuks. Uit Spanje bracht hij bongo’s mee. Nadat Wil het internationale ballet van Katharina Dunham had begeleid, werd zijn hobby voor bijzondere ritmen nog meer aangewakkerd. Van één van Dunhams medewerkers kreeg hij een maracas. In de Congowinkel in Brussel kocht Langestraat een Inlandse harp en via een advertentie tikte hij een Lokombe, een spleettrommel op de kop. De balefon kwam erbij, een soort xylofoon met kalebassen eronder gebonden als resonantie buizen. Verder tal van snaarinstrumenten, zoals de sanza, een Abessynse lier en een mvet, waarbij de snaren uit hout gesneden zijn.

In de late jaren ’70 heeft Willy Langestraat uitgebreid verteld over zijn verzameling, uiteraard geïllustreerd met opmerkelijke klanken in het TROS radioprogramma Van heinde en verre. Voor die gelegenheid speelde Laguestra de TROS-tune in zijn eigen Cinesound studio op allerlei instrumenten over elkaar opgenomen tot eenmansorkest.

Toen Langestraat met dit Radio 4-programma moest stoppen, vond hij dat uiteraard niet leuk. Hij uitte lichte rancune toen hij begin jaren ’80 te gast was in NCRV’s Globaal van Kirsten Klijnsma en Gerard van den Berg. Toen liet Laguestra zijn eenmansorkest horen en noemde het nummer Czardas. De programmaleider van de TROS kwam aan de telefoon en vond het heel erg flauw dat de TROS-tune nu ineens Czardas heette.

In dit verhaal wordt de lezer om de oren geslagen met tal van bezettingen. Voor de liefhebber vermoedelijk interessant. Voor dat Langestraat exotische muziek voor Westerse oren toegankelijk zou maken, musiceerde hij vanaf 1952 bij AVRO’s Amusementorkest De Zaaiers o.l.v. Jos Cleber. Het was samensteller/presentator Jan Koopman die Willy vroeg om een combo à la Benny Goodman te formeren. In 1953 ontstond het Sextet Willy Langestraat, met Willy op klarinet; Rob Meyn op vibrafoon (de latere leider van Het Rainbow Quartet bij de KRO); Dick Scherpenhuizen, piano; Wim Kastelein, bas en Martin Beekmans, drums. De zesde man, Brian Pollard, zorgde voor een bijzonder geluid in deze formatie, namelijk de fagot. Zangeres Nelly Wijsbek kwam standards uit The American Songbook bij de mannen zingen. In 1956 had het Sextet Willy Langestraat, met wat je later wist, een droombezetting met Harry de Groot op vibrafoon; Frans Elsen, piano; Wim Overgaauw, gitaar; Dub Dubois, bas en Wessel Ilcken, drums. Deze combinatie is te horen op vier opnamen die op 6 januari 1956 in Amsterdam werden gemaakt: Hierbij Pick yourself up en Just one of those things.

Sommige van de grote namen die ik net memoreerde waren nog in hun begintijd en vlogen uit naar andere formaties. Het Sextet werd een Kwartet met Wil op klarinet, en Charlie Nederpelt aan de piano. Wils vroegere bassist Wim Kastelein was weer van de partij en Joop Korzelius zat achter het drumstel, omdat Wessel Ilcken een eigen combo formeerde. Helaas niet voor lang, want deze eerste echtgenoot van Rita Reys overleed op 13 juli 1957 aan een hersenbloeding. Intussen hoorden de luisteraars Langestraat ook op klarinet bij violist Frans Poptie and his Swing Specials bij de AVRO, sinds eind 1955.

LAGUESTRA
Willy Langestraat veranderde zijn naam in Laguestra als hij exotische klanken speelde. Voor de grammofoonplaat werden in 1957 Laguestra and his Cha cha’s geformeerd. Hierin musiceerden: Wim Kuylenburg, Ado Broodboom en Herre Jager, trompet; Joop Hellemond en Deo Piazza, trombone; Toon van Vliet, tenorsax; Arie Jongman, fluit; Addy Kleyngeld, accordeon; Dick Willebrandts, piano, Eddy de Jong, vibrafoon, Wim Kastelein, bas, Wim van de Beek, bongo en leider Laguestra op klarinet. Die Cha cha’s keerden in 1959 terug met composities van Laguestra als Banana cha cha, Viva el cha cha en Jamila. Het gezelschap maakte zelfs een EP met het kinderkoor De Leidse Sleuteltjes o.l.v. Henk Franke. Laguestra componeerde muziek op teksten van Kees Schoonenberg, programmamaker bij VARA-radio. Dat waren de liedjes Het ezeltje uit Zanzibar, De Katten Sjah, Het pinda restaurant en Het hamstertje, met motiefjes van The peanut vendor.

Maar even terug naar het drukke jaar 1957. Toen ontstonden bij de AVRO een Latin Ballroom en een (Marimba) Tipica-orkest gedirigeerd door Laguestra.  Het Ballroomorkest had titels als Bonita Cataluña en Quizas, quizas, quizas op de lessenaar, het Tipica orkest speelde met veel strijkers strak ritmische tango’s als El internado van Francisco Canaro en Laguestra’s eigen composities La Plata en Fiësta en Hollande.

In 1957 verscheen ook een bijzondere langspeelplaat. In de half uur durende suite Utopia verwerkte Laguestra westerse en exotische instrumenten. Tijdens de opnamen hiervoor op 10 maart 1957 in Amsterdam, bespeelde Langestraat táragot, arghul, m’bira, Ivory horns, afi en lokombe. Herman Koot nam de klarinet voor zijn rekening, Arie Jongman speelde fluit, Guus Houtvast, hobo, Arnold Swillens, fagot, Fred Roozendaal, marimba, Han van Rooyen, altviool, Jean Busch, cello en Reinier Bennink, Gerard van Bezey en Wim Kastelein, drums.

Het kan niet anders dan dat de Algerijnse musicus Taoud Bne Nacef dit Utopia heeft gehoord. Laguestra haalde hem in 1957 naar Nederland. Het publiek van één van de laatste ritten van AVRO’s Bonte Dinsdagavondtrein maakte kennis met Arabische muziek. Op EP verschenen vier exotische composities van Laguestra: Tamboo, Kasbah, Tumba en de Berber song. Laatstgenoemde melodie speelde Langestraat solistisch op de táragot tijdens het Festival in Venetïë in 1957. Nederland won de Gouden Gondel mede dankzij De Zaaiers o.l.v. Jos Cleber, Mieke Telkamp, Willy Alberti en Johnny Jordaan. In 1958 vlamde het Sextet Willy Langestraat nog even in bijvoorbeeld Flying home en Langestraat’s eigen compositie Penguin’s weddingday. Hierbij hanteerde Eddy de Jong de vibrafoon, Dick Schallies zat aan de piano, Piet Baan was gitarist, Wim Kastelein plukte wederom de bas en Joop Korzelius zat achter de drums.

BILLY LONGSTREET
Voor dixielandachtige en licht jazzy muziek hanteerde Willy Langestraat de naam die de bevrijders hem hadden gegeven. Bill(y) Longstreet from Holland. Voor dat het Billy Longstreet Quintet in 1959 ontstond waren daar nog The Longstreet Rhytm Boys met opnamen als De populaire feestmars en Jetzt geht’s los in Dixie (Voorwaarts mars in Dixieland). In deze formatie die alleen voor de grammofoonplaat speelde, zaten Gerard Engelsma en Jaap Leben, trompet, Rudy Bosch, trombone, Wim Sanders, gitaar, Wim Kastelein, bas, Piet Adée, sousafoon, Gerard van Bezey, drums en leider Longstreet op klarinet.

Het Billy Longstreet Quintet in 1959 gaf werk aan Bosch, Sanders, Kastelein en Bezey. Wil weer op klarinet. Ze speelden bijvoorbeeld Lonesome van Sidney Bechet, een succes voor de Engelse klarinettist Monty Sunshine en de eigen compositie Inspiration. Met de komst van Eddy de Jong als pianist werd het in 1960 The Billy Longstreet Sextet met nummers als Summerset van Mr. Acker Bilk, een bewerking van de Zuyderzee blues van Jack Bulterman en ook eigen werk, namelijk Happy Billy. Het gezelschap waagde zich ook aan de Blues march van Benny Golson, een jazz bestseller van Art Blakey and his Jazz Messengers. Langestraat, of liever gezegd zijn platenmaatschappij Artone, liet zich meeslepen door de rage van het moment. Dixieland bewerkingen van klassieke composities. Papa Bue’s Viking Jazzband had veel succes met Schlafe mein Prinzchen, toegeschreven aan Wolfgang Amadeus Mozart. Longstreet speelde het na met zijn Jazzband. Jaap Leben zorgde voor versterking op trompet. Hij stond zijn plaats af aan Ado Broodboom toen de band de Liebestraum van Franz Liszt onder handen nam.

Billy Longstreet volgde bijna het muzikale pad van zijn Engelse collega Mr. Acker Bilk, die enerzijds dixieland speelde met zijn Paramount Jazzband, anderzijds met de Leon Young String Chorale melodieuze successen scoorde. Zo kwam er in 1962 ook een Bily Longstreet_Yakety_SaxLongstreetversie van Bilk’s Stranger on the shore. De Jazzband nu met Marcel Thielemans op trombone en Henk Orthmann, bas (ver)pakten Janus (de meezinger van Paul Dennis) in een dixielandjasje. Longstreet moest in 1963 ook de hit Yakety Sax van Boots Randolph naspelen. Op de B-kant bracht Billy The laughing sax van Rudy Wiedoeft uit de jaren ’20 nog eens in herinnering. Wim Jongbloed speelde mee op piano.

ASJEMENOU
In 1963 kreeg Laguestra weer radiowerk. Dit keer bij de AVRO en KRO. Hij liet de luisteraars kennis maken met de Sardana, volksmuziek uit Catalonië voor indringende blazers, contrabas en tamboerijn. Maar in 1963 verschenen ook drie singles in Laguestra-sfeer. Vier opnamen met Laguestra op marimba. Op de hoezen stond met grote zwarte letters Bossa Nova.

Laguestra_AjoenHet typische luie Braziliaanse ritme is niet terug te horen iLaguestra_Turkish_Coffeen de meer samba-achtige opnamen van Junga, Junga (van Eddy Christiani en Ronny Loco), het Krontjongwijsje Ajoen, ajoen, de Mexican hat dance en Laguestra’s eigen compositie El choo choo Mexicano. Later dat jaar haalde hij blaasinstrumenten uit de koffer voor zijn zelf muzikaal geknoopte Flying carpet op de B-Kant van Turkish Coffee.

Over Krontjong gesproken. Langestraat speelde tussen 1963 en 1965 orgel op enkele platen van Rudy (van Dalm) en The Royal Rhytmics. Vanaf 1964 werd hij ook producer van de Haagse band Willy (Wissink) en The Giants, die vanaf 1962 succes hadden met Ajoen, ajoen en Sarina. Langestraat’s productie begon bij The swinging Music box in 1964. De hit Washington Square van The Village Stompers o.l.v. Joe Sherman kreeg ook diverse coverversies. In Nederland van The New Orleans Syncopators o.l.v. Jan Burgers en dus ook Billy Longstreet. Henk van der Molen speelde hierbij gitaar. De laatste commerciële poging ontstond in 1965 toen Longstreet met strijkorkest La playa van Mr. Acker Bilk naspeelde. Deze compositie van de Belg Jo van Wetter was in 1963 al een succes geweest voor het gitaarduo Los Mayas.

Aan de hand van instrumenten en platen uit zijn omvangrijke collectie gaf Langestraat schoolconcerten. In 1966 heeft Laguestra zijn compositie Utopia uit 1957 nog eens bewerkt voor het Metropole Orkest o.l.v. Dolf van der Linden. Zelf hanteerde hij graag de Indiase sitar bij opnamesessies. In zijn eigen Cinesound ontstond muziek voor films en reclamespots. Zo maakte Willy Langestraat 20 jaar lang de muziekjes van Loekie (asjemenou) de Leeuw als break bij de STER reclames.

Nederlanders zijn niet trots op hun muzikaal erfgoed in tegenstelling tot Engelsen, Duitsers en Fransen. Willy Langestraat (Laguestra, Billy Longstreet) raakte totaal in de vergetelheid. Zo erg dat men niet eens de exacte sterfdatum weet in juli 1995. Laat staan dat zijn overlijdensbericht het landelijk nieuws haalde. 81 jaar werd deze vriendelijke, bescheiden muzikale duizendpoot. Zijn stelling was: Muziek is niet aan een land gebonden.

Auteur: Co Snel
Bron: De Weergever, 36e jg. no. 1 (feb. 2014).
afbeeldingen: collectie Co Snel; Roland Vonk

Bladmuziek van Willy Langestraat en Laguestra op deze website.

Onze hartelijke dank gaat uit naar De Weergever, vereniging van verzamelaars van oude geluidsapparatuur en geluidsdragers. Discografische gegevens bij dit artikel zijn bij de vereniging te verkrijgen.