Categorie archief: MCOMB-content

OUD EN NIEUW, VAN ALLES WAT: 100 JAAR …TOM ERICH

Zondag 22 mei staat Co Snel in zijn programma ‘Studio Hilversum’ – op RTi Hilversum radio – stil bij de 105e geboortedag van Tom Erich. Dat feit vormt een goede aanleiding om onderstaand artikel van Charlotte Sienema opnieuw te publiceren, dat bij de 100e verjaardag van deze AVRO-coryfee op de MCOMB-website verscheen.

Tom Erich zegt: “De stiptheid van mijn Remova is telkens weer een verrassing voor me. Terwijl u dinsdagsavonds mijn herkenningsmelodie hoort, kijk ik op mijn Remova en zie: ’t is weer zo ver, precies kwart over zes!”. Dan zwelt de melodie en Tom begint zijn vlindervlugge spel. Zijn Remova danst mee op de cadans van de muziek, ‘t is shockproof en verdraagt dus de meest temperamentvolle aanslag. Onze toetsenvirtuoos kan het weten: Remova kan de zwaarste toets doorstaan!

Temperamentvol en vlindervlug. Zo wordt in een reclameadvertentie van horlogemerk Remova in de jaren ’50 de speelstijl van pianist Tom Erich omschreven. Tom Erich was in de jaren ’50 en ’60 een begrip. Iedere dinsdagavond om kwart over zes zond de AVRO-radio zijn programma Oud en nieuw, van alles wat uit. Een kwartiertje pianomuziek, ruim 20 jaar lang.

Tom Erich werd op 26 mei 1911 geboren in een gezin met 10 kinderen in de Amsterdamse Kinkerstraat. Zijn vader was eigenaar van 5 rijwielzaken en één van die zaken was voor Tom bestemd. Op zijn vijftiende verdiende hij echter al de kost in de muziek. Hij begon als pianist in café De Munttoren en kwam vervolgens bij het Apollotheater in Amsterdam terecht, als begeleider van stomme films. Daarnaast speelde hij in bars en restaurants. Zijn talent werd ontdekt door de groten van de Nederlandse kleinkunst en hij werd de begeleider van onder meer Louis Davids en Lou Bandy.

Tom Erich, Johnny Meyer, Wim Kastelein (?) en Lex Vervuurt (leden van AVRO-leans,  rond 1950)

Tom Erich, Johnny Meyer, Wim Kastelein (?) en Lex Vervuurt (leden van ensemble AVRO-leans, rond 1950)


In 1946 trad Erich in dienst van de AVRO. Hij zou hier tot zijn pensioen in 1976 blijven. Hij leidde tal van populaire ensembles als de Avroleans, Harmonetto, De Papavers, Melodie en Ritme en Tom’s Prairie Pioneers. Drie namen ontbraken daarbij nooit: die van zangeres Annie de Reuver, gitarist/zanger Eddy Christiani en accordeonist Johnny Meyer. Met Johnny Meyer, Wim Sanders (gitaar) en Ger Daalhuisen (bas) gaf hij tientallen langspeelplaten uit onder de titel Five o’clock tea. Op de Bonte Dinsdagavonden van de AVRO trad ditzelfde ensemble op als Koffiekamer Kwartet.

In de jaren ’70 waren de hoogtijdagen van de radio-ensembles voorbij. Op de radio werden steeds meer grammofoonplaten gedraaid. Oud en nieuw, van alles wat werd stopgezet. In een interview in het Algemeen Dagblad zei Erich hierover: “Nou, ik vind dat een beetje moeilijk. Kijk, gaandeweg werd er meer gepraat op de radio. Er kwam meer geklets. Voor het nieuws, tijdens het nieuws en achter het nieuws. En heel geleidelijk aan kwam ik er niet meer aan te pas. Ik voelde het aankomen. Ze zeiden wel dat de belangstelling terugliep, maar toen eenmaal de beslissing was gevallen dat ik zou ophouden met mijn programma, toen was de klap wel groot, natuurlijk”.

De jaren tot zijn pensionering was Erich medewerker van de afdeling lichte muziek bij de AVRO. Hij produceerde onder meer Muzikaal onthaal en De Arbeidsvitaminen.

Tom Erich stierf op 23 augustus 1978 na een auto-ongeluk. Hij werd 67 jaar.

Naast pianist/orkestleider is Erich ook bekend geworden als componist/arrangeur. Hij schreef honderden liedjes, veelal op teksten van Stan Haag en Anton Beuving. Heel bekend werd Kijk eens in de poppetjes van mijn ogen (tekst: Nick Holwerda) in de uitvoering van Annie de Reuver en Karel van der Velden met het orkest The Skymasters o.l.v. Bep Rowold. Andere bekende liedjes zijn: Kleine Greetje uit de polder, ‘s Avonds als het kampvuur brandt en Vanavond om kwart over zes ben ik vrij. Dit laatste liedje bereikte in de uitvoering van Willeke Alberti zelfs de hitparade.
Bronnen:
• twee interviews met Tom Erich uit 1976 (waarvan één uit het AD van 2 juli 1976).
Uitgaven van Tom Erichs composities in de omroepmuziekcollectie

Beluister ook Co Snels Erich-hommage t.g.v. diens 105e geboortedag.

BLIJSPEL UIT HARRY BANNINKS BEGINPERIODE OPGEDIEPT

Dit artikel is in 2013 gepubliceerd op de website van de muziekbibliotheek van de Omroep

HILVERSUM – Niet voor het eerst dit jaar diepte speurder Maarten Eilander iets interessants op uit onze collectie.
Ditmaal betreft het de bladmuziek (uitvoeringsmateriaal) van 29 afleveringen van het ‘blijspel met muziek en zang’ Bonjour Caroline. Deze serie muzikale komedies werd vanaf 22 september 1957 uitgezonden op zondagavond door de KRO op Hilversum 2. Bab Westerveld schreef het scenario en de liedteksten, Harry Bannink componeerde en arrangeerde de liedjes.
Harry Bannink was het jaar ervoor uit Enschede naar Hilversum gekomen en dit is – op muziek voor de reeks cabaretprogramma’s Poppetjes op de ruit na – het vroegste werk dat hij voor de omroep deed. Zijn muzikale talent was ontdekt in een kleinkunstcursus van de KRO.
In het Instituut voor Beeld en Geluid vonden we alleen een opname van de eerste aflevering van Bonjour Caroline. De blijspelreeks met afleveringen van een klein halfuur, speelt zich af in reisbureau Vogelvrij. In de eerste aflevering zijn vijf liedjes te horen. Na toestemming van de KRO besloten we bladmuziek en uitzending bij elkaar te brengen op onze muziekschattenwebsite [ongedaan gemaakt op verzoek van de erven Bannink].
Een aantal van de acteurs was via Bonjour Caroline op weg naar een rijke carrière. Zo ontving Guus Hermus (Pregel) in 1963 de prestigieuze Louis d’Or en werd Lex Goudsmit (Krijn Fruitema) beroemd dankzij zijn rollen in de musical Anatevka en het kinderprogramma Sesamstraat. Enkele jongeren (als Christel Adelaar en Tineke Gomes) kwamen voort uit het jonge cabaretgezelschap Trant ’56. De eerste aflevering is getiteld Koffie.

De medewerkenden:
Christel Adelaar – Caroline
Guus Hermus – Pregel
Bep Dekker – Mevrouw Saseind?
Lex Goudsmit – Krijn Fruitema
Ria Kuyken – Seia?
Tineke Gomes – Sjakie
Hans Dijkstra – muzikant (accordeon)
Ko van der Zee – fluit
Bob van Venetië – klarinet
Ab van der Molen – altsax
Harry Bannink – piano
Piet Baan – gitaar
Hans van Rossum – bas
Tony Nüsser – drums
muziekregie en instudering: Pierre Wijnnobel
regie: Leo Nelissen

Beluister hier de volledige uitzending (met dank aan Beeld en Geluid en de KRO).

Bekijk PDF in een nieuw venster…


Bekijk en beluister de uitzending van De Gids.fm met singer-songwriter Anne Soldaat

LINKS
• Bekijk de zang- en gitaarpartijen en beluister de liedjes op muziekschatten.nl
Composities/arrangementen van Harry BANNINK in de MB-collectie
Composities van Harry BANNINK op muziekschatten.nl [op verzoek van de erven verwijderd]
Beluister het item dat Radio5Nostalgia uitzond over de Bannink-vondst

HET MARIANNELIED

In deze periode zendt VARA/BNN de documentaireserie ‘De strijd’ uit via NPO 2.
Daarin zien wij een aanleiding om dit artikel opnieuw onder de aandacht te brengen.
Het werd oorspronkelijk gepubliceerd in mei 2012.

Op 1 mei wordt al sinds lange tijd De Internationale gezongen, symbool voor de strijd van de arbeidersbeweging voor een betere maatschappij. Strijdliederen behoorden vanaf het begin tot de kern van de VARA-programmering; elke uitzenddag opende en sloot met een lied, veelal gezongen door een koor van de Bond van Arbeiderszangkoren.
Na de verkiezingen van april 1933 trad het kabinet-Colijn aan, dat het gezag wilde herstellen en versterken, en strenge controle wilde op ‘de politiek in de radio’. Dit culmineerde in een rigoureuze beperking op het uitzenden van strijdliederen, om zo de ‘funeste’ invloed van de VARA een halt toe te roepen. Op 17 oktober ontving de VARA een brief waarin uitzending van De Internationale in elke vorm werd verboden. Alleen strijdliederen waarin, zonder de huidige maatschappij te verwerpen, een betere toekomst wordt bezongen, waren nog toegestaan. Het niet lang daarvoor gecomponeerde Solidariteitslied (Voorwaarts en niet vergeten) van Hanns Eisler zou voorlopig niet meer klinken via de ether.
Een ander strijdlied van zijn hand, genoteerd in de maand waarin Colijn aan de macht kwam, lag bijna 80 jaar op ontdekking te wachten in de kelder van de Muziekbibliotheek.
Mariannelied
De Flierefluiters
De Muziekbibliotheek van de Omroep (MB) is ca. 70 jaar geleden tot stand gekomen. Voordien hadden de omroepverenigingen (AVRO, VARA, KRO, NCRV en VPRO) elk een eigen collectie bladmuziek. Doordat de MB-collectie nog niet volledig in kaart is gebracht duiken er de laatste tijd, nu wat intensiever naar het ‘oude materiaal’ wordt gekeken, regelmatig bijzondere zaken uit de pre-automatiseringsperiode (voor 1980) op. Behalve honderden handgeschreven Nederlandse composities bevinden zich daar ook interessante werken van Duitse hand onder. Na de vondst van het Pianoconcert van Hindemith-leerling / Mendelssohn-prijswinnaar Bernard Heiden (totaal onbekend – wie gaat het uitvoeren?) kwam zeer recent het manuscript van het Mariannelied van Hanns Eisler uit een oude VARA-map tevoorschijn. Het gaat om een ‘Bearbeitung eines holländischen Sozialistenmarsches’ voor blaasorkest (incl. piano, banjo en slagwerk), die Eisler in 1933 schreef voor het destijds vermaarde VARA-ensemble De Flierefluiters. Het Mariannelied (oorspr. La Marianne) werd in 1883 gecomponeerd door ene Léon Trafiers – een man over wie zo weinig bekend is dat zijn naam op de Nederlandse uitgave als ‘Frafiers’ staat vermeld.

Door Eisler gedirigeerd
Hanns Eisler, wiens 50ste sterfdag dit jaar wordt herdacht, ontvluchtte zijn geboorteland nadat Hitler er in 1933 aan de macht kwam; iemand die een jaar eerder het Solidariteitslied had geschreven (met Bertolt Brecht) had daar weinig meer te zoeken. Aan het begin van zijn ballingschap deed hij even Hilversum aan; hij was daar in december al eens geweest om, samen met de grote zanger Ernst Busch, mee te werken aan een Oudejaarsconcert voor de VARA-radio, begeleid door De Flierefluiters. Een VARA-medewerker had het tweetal op de trein terug naar Berlijn gezet en gezegd dat ze in geval van nood altijd welkom waren.
Terwijl Ernst Busch nog vele malen voor de VARA-microfoon zou optreden – hij heeft zelfs enige tijd in Nederland gewoond – bleef Eislers aanwezigheid hier beperkt. Dankzij het monnikenwerk van Ad Maatjens – hij inventariseerde voor zijn studie Populaire muziek op de radio 1919-1941 alle muziekuitzendingen verzorgd door de toenmalige radio-ensembles – is bekend dat Eisler op 15 april 1933 het VARA-ensemble De Flierefluiters dirigeerde. Wellicht werd het lied gezongen (in de jaren ’20 was er in de reeks Het opstandige lied een uitgave verschenen met een Nederlandse tekst van P.C. de Ruyter) – vooralsnog is dat niet zeker. De datering die uitgeverij Breitkopf & Härtel toekent aan deze bewerking van het Mariannelied (1933?) kan dus zonder reserve worden aangenomen.
Goed dat Colijn niet een halfjaar eerder aan de macht is gekomen…

door Jan Jaap Kassies

(Bron: H. Wijfjes – VARA, biografie van een omroep)

Dit artikel werd oorspronkelijk gepubliceerd in mei 2012 in de serie ‘Uyt den ouden doosch’.
Lees ook:
Handschriften van Hanns Eisler ontdekt

HANDSCHRIFTEN VAN HANNS EISLER ONTDEKT

In deze periode zendt VARA/BNN de documentaireserie ‘De strijd’ uit via NPO 2.
Daarin zien wij een aanleiding om dit artikel opnieuw onder de aandacht te brengen.
Het werd oorspronkelijk gepubliceerd in november 2012.

In de collectie van de Muziekbibliotheek van de Omroep zijn onlangs 18 arrangementen opgedoken die de Duitse componist Hanns Eisler (1898-1962) in de jaren ’30 schreef, onder andere voor het V.A.R.A.-ensemble De Flierefluiters. Een deel van deze werken is 24 oktober jl. uitgevoerd door het Metropole Orkest onder leiding van Werner Herbers en opgenomen in een van de studio’s van het Muziekcentrum van de Omroep, met vocale medewerking van Porgy Franssen.

Hanns Eisler
De handschriften van Eisler zijn arrangementen voor blaasinstrumenten, banjo, piano en slagwerk van strijdliederen als Volk, ontwaak!, de Achturenmarsch, de Internationale en het Marschlied der fabrieksarbeiders. Hanns Eisler – componist van o.a. opera’s, cabareteske liederen en muziek bij de theaterstukken van Bertolt Brecht – ontvluchtte zijn geboorteland nadat Hitler er in 1933 aan de macht kwam. Eisler bracht enkele malen een bezoek aan Hilversum en bekend is dat hij in april 1933 De Flierefluiters heeft gedirigeerd. Na 1933 werd het werk van Eisler door het nazibewind in de ban gedaan.
Eisler_Busch
Werner Herbers
‘Entartete’ muziek heeft de bijzondere belangstelling van hoboïst en dirigent Werner Herbers. Met zijn in 1990 opgerichte Ebony Band heeft hij zich toegelegd op muziek van onbekende en vergeten componisten uit de tijd tussen de twee wereldoorlogen, componisten die in de Tweede Wereldoorlog zijn omgekomen of componisten die gedwongen waren te emigreren. Werner Herbers reageerde direct enthousiast op de vraag van de Muziekbibliotheek en het Metropole Orkest om deze recent ontdekte muziek van Eisler te dirigeren.

VPRO: ‘Eisler in Nederland’
De Eisler-handschriften van de Muziekbibliotheek komen ter sprake in het VPRO-programma OVT op zondag 11 november.

> Luister naar de OVT-aflevering van de VPRO ‘Componeren voor de VARA: Hanns Eisler in Nederland.’ (vanaf 23’30”). Hierin zijn ook enkele opnamen te horen van het Metropole Orkest.
> Werner Herbers vertelt in Podium over de recent ontdekte handschriften van Hanns Eisler. (vanaf 35’20’’).

Meer informatie via de Facebook-pagina’s van de Muziekbibliotheek:
> Fotoreportage met o.a. Werner Herbers, Porgy Franssen en het Metropole Orkest

Muziekschatten van de Muziekbibliotheek
De enorme collectie van de Muziekbibliotheek van de Omroep is nog niet volledig in kaart gebracht. Sinds enkele jaren wordt vooral het ‘oude materiaal’ intensief bekeken, waarbij regelmatig bijzondere zaken worden ontdekt. Behalve honderden handgeschreven Nederlandse composities, hoorspelen etc. bevinden zich daar ook interessante werken van andere herkomst onder.

Acht van de Eisler-manuscripten zijn gedigitaliseerd. Bekijk ze hier.

Dit artikel werd oorspronkelijk gepubliceerd in november 2012 door de Muziekbibliotheek van de Omroep. De muziekbibliotheek is inmiddels ruim twee jaar gesloten.
Meer informatie in dit artikel.
Lees ook: Het Mariannelied

Een aan dit onderwerp gerelateerd artikel van Rutger Schoute in Het Parool (14 juni 1980).
Ernst_Busch_Schoute_Parool_14_6_1980

AND THE BAND PLAYED ON …

Gisteren berichtte De Telegraaf over een veiling waarin een menu van de laatste lunch op het rampschip Titanic tijdens een onlineveiling zo’n 80.000 euro opbracht.
Dat stuk vormt een goede aanleiding om onderstaand artikel opnieuw te publiceren dat bij de 100e verjaardag van de ramp op de MCOMB-website verscheen.

And the band played on…

Op 10 april 1912 vertrok de RMS Titanic vanuit Southampton voor zijn maidentrip naar New York, met 2223 opvarenden aan boord. Op de avond van 14 april hadden de passagiers net hun hutten opgezocht toen het schip om ca. 23.40 uur een ijsberg ramde. Nog geen drie uur later (om 2.20 uur op 15 april) zonk ’s werelds grootste en meest prestigieuze schip naar de bodem van de oceaan. 1522 mensen kwamen om het leven.

Bij de slachtoffers waren ook de acht muzikanten die zorgden voor de muziek op het schip. Violist Wallace Hartley was door het muziekagentschap C.W. & F.N. Black aangewezen als leider van het orkest op de eerste reis van de Titanic. Samen met de firma Black zocht Hartley zijn muzikanten uit, professionals, die gewend waren in kleine ensembles te spelen. In de praktijk werd het achtkoppige orkest (The Band) gescheiden in een trio en een kwintet, die onafhankelijk van elkaar optraden. Voor de meer serieuze muziek (na het diner, tijdens de thee en ook voor de begeleiding van de kerkdiensten aan boord) stond het kwintet ter beschikking (twee violen, altviool, cello, piano) en voor de lichtere muziek bij de veelvuldige dansparty’s het trio (viool, cello, piano). Voor het repertoire werd geput uit een 352 stukken bevattend songbook.

Op het moment dat het schip de ijsberg ramde hadden de muzikanten er een werkdag van 10 uur opzitten. Toen de reddingsboten werden geladen kreeg Hartley van de kapitein de opdracht zijn muzikanten naar het bovendek te roepen. Waarschijnlijk speelde het orkest daar voor het eerst echt samen. De scheepsleiding droeg hen op ragtime-muziek (w.o. Alexander’s ragtime band) te spelen om zo te voorkomen dat er paniek zou ontstaan. Het orkest stond op een ogenschijnlijk veilige plek aan dek en begeleidde als het ware de passagiers naar de reddingsboten. Veel overlevenden verklaarden later dat Hartley en zijn mannen tot het laatste moment bleven doorspelen: ze stapten in de reddingsboten en voeren weg met de klanken van het orkest in hun oren.

Over wat er gespeeld werd in deze laatste momenten verschillen de meningen. Door getuigen worden het meest genoemd: de hymne Nearer, my God, to Thee en de wals Songe d’automne.

Orkesten als die op de Titanic speelden voornamelijk muziek die wij nu omschrijven als salonmuziek. Korte karakterstukjes, dansmelodieën, bewerkingen van klassieke werken en van opera- en operette-aria’s en ook geestelijke melodieën. Bladmuziek van salonmuziek bestaat uit een partij voor de orkestleider en uit losse partijen voor veel verschillende instrumenten. Dit maakte een variabele uitvoering mogelijk, meestal o.l.v. van een violist (viooldirectie) of pianist (pianodirectie).

In de muziekbibliotheek is een rijke collectie salonmuziek aanwezig; ongeveer 500 titels zijn in gedigitaliseerde vorm beschikbaar via muziekschatten.nl. Een substantieel gedeelte hiervan stond op het repertoire van de Titanic Band.

Het lichaam van Wallace Hartley werd twee weken na de ramp uit zee gehaald en naar Engeland gebracht. Daar ligt hij begraven in zijn geboortedorp Colne. Op zijn graf staan de woorden: “Nearer my God, to Thee”.

Links:

• Kijk hier voor een overzicht van in de muziekbibliotheek beschikbare Titanic-muziek
• Luister naar YouTube-opnames in onze Titanic-playlist
• Bekijk de slotscene uit de speelfilm A night to remember (1958) waarin de Titanic Band Nearer my God, to Thee speelt
• In het kader van onze concertvideoserie Muziekschatten in concert nam een vijftal musici van het Radio Filharmonisch Orkest vorige week nummer 114 uit het Titanic songbook op. Bekijk hier de uitvoering die plaatsvond in de muziekbibliotheek:

De muzikanten van de Titanic:
Wallace Hartley (orkestleider), viool
Roger Marie Bricoux, cello
Theodore Ronald Brailey, piano
John Wesley Woodward, cello
John Frederick Preston Clarke, plukbas en altviool
John Law Hume, viool
Percy Cornelius Taylor, piano
Georges Alexandré Krins, viool

Charlotte Sienema

REPERTOIRE RADIO-ENSEMBLES

Kent u die uitdrukking: ‘radio-ensembles’? Hiermee worden vaak de radio-amusementsorkesten aangeduid die vanaf de jaren ’20 van de vorige eeuw actief waren. Ze waren verbonden aan een van de ‘oude omroepverenigingen’: AVRO, VARA, KRO en NCRV (de VPRO had geen eigen ensembles).
Als de dahlia bloeit
Behalve ‘grote’ orkesten, die zowel klassieke als amusementsmuziek speelden, richtten AVRO, VARA en KRO rond 1932 speciale orkesten op die aan de grote vraag naar amusementsmuziek moesten voldoen. Namen: Kovacs Lajos, Eddy Meenks Decibels, Paul Godwin, Piet Lustenhouwer, Hans Mossel, Klaas van Beeck, Eddy Walis (De Flierefluiters) etc., etc.

In 1934 bestond tweederde van de programmering van alle omroepen uit eigen, live uitgezonden optredens! Iedere muziekstroming kreeg in die jaren haar eigen orkest: zigeunermuziek, Hawaiian, Weense Schrammelmuziek etc. In 1935 telde de VARA bijvoorbeeld elf ensembles, allemaal samengesteld uit de 39 musici van het grote VARA-Orkest o.l.v. Hugo de Groot. In datzelfde jaar werkten ongeveer 250 musici bij de omroep, in 1943 ruim 300, van wie er veel afkomstig waren van de bioscooporkesten, die door de komst van de geluidsfilm waren getroffen.

Na 1945 bleef deze situatie in veel opzichten bestaan; veel bekende namen van voor de oorlog bleven ook lang daarna nog op de radio te horen. Rond 1960 vond een kentering plaats: live-muziek op de radio werd steeds meer een zeldzaamheid. Het omroeporkest dat de toorts brandende houdt is het Metropole Orkest.

Na deze historische verhandeling* vraagt u zich wellicht af wat dit alles te maken heeft met het MCO? Het antwoord luidt: veel. De Muziekbibliotheek bezit duizenden handgeschreven arrangementen die in die radio years door de radio-ensembles werden gebruikt. The Skymasters, The Ramblers, De Zaaiers enzovoort: hun namen zijn al aan het vervliegen, maar veel van de muziek die ze speelden is bewaard gebleven. Via een ‘ouderwetse’ kaartcatalogus zijn de titels te vinden; op termijn zullen ze in de geautomatiseerde catalogus raadpleegbaar zijn.

* Zie ook het desbetreffende hoofdstuk van Ad Maatjens in Een muziekgeschiedenis der Nederlanden (Amsterdam, 2001)

Dit artikel verscheen oorspronkelijk als de 4e aflevering in de reeks Uyt den ouden doosch die catalogiseerder en ‘MCO-historicus’ Jan Jaap Kassies verzorgt voor de MCO-intranetsite.

COMPONIST EN ARRANGEUR RUUD BOS 79 JAAR

Ter gelegenheid van de 79e verjaardag van Ruud Bos laten we een portret herleven dat bij diens 75e verjaardag (op 8 februari 2011) verscheen

HILVERSUM - Vandaag viert muzikale duizendpoot Ruud BOS zijn 75e verjaardag.

Ruud Bos komt op 8 februari 1936 ter wereld in Amsterdam. Al op jonge leeftijd geeft hij blijk van zijn muzikale talenten. Hij is acht jaar als hij zijn eerste liedje schrijft. Op de lagere school begeleidt hij zichzelf op de piano en is populair met zijn eigen nummer De karavaan. Zijn opleiding aan het Amsterdamse conservatorium maakt hij niet af vanwege het dédain waarmee men daar de lichte muziek behandelde. Hij voltooit zijn muzikale opleiding aan de muziekschool van de vereniging Toonkunst in Bussum.

Ruuds vader Jo werkt bij de omroep (NCRV en KRO) als leider van diverse ensembles (bv. Sterrenorkest, Ensemble Bagatelle, Mozaiek). Aan het einde van de jaren ’50 treedt zijn zoon in zijn voetsporen.
Gooiland SextetHet Gooiland Sextet, waarvan hij – als vibrafonist – de leider is, wordt ontdekt dankzij Minjon, de jeugdafdeling van de AVRO en daarna geëngageerd door de afdeling Lichte Muziek van die omroep. Vanaf dat moment is hij de leider (en vaak ook naamgever) van verscheidene ensembles die optreden in diverse radioprogramma’s (bv. Bric-à-brac (KRO) en Klein gedrukt (VARA)).

In de 60-er jaren schrijft Bos onder andere muziek voor de tv-showserie Johnny en Rijk en voor het kinderprogramma De fabeltjeskrant. Daarnaast ontwikkelt hij zich als orkestleider door stage te lopen bij de dirigentencursus van de NOS. Dit leidt tot het dirigentschap van het Gewestelijk Orkest Zuid-Holland.

In het volgende decennium concentreert Bos zich op het schrijven van filmmuziek. Hij componeert de scores voor De inbreker (1972), Naakt over de schutting (1973) en Heb medelij, Jet! (1975). In de film Rooie Sien (1975) klonk van zijn hand het tedere Telkens weer, dat dankzij Willeke Alberti’s vertolking een evergreen is geworden. Daarna treedt Bos als muziekregisseur in dienst bij de NOS en ook wordt hij gastdirigent bij het Metropole Orkest. Zo dirigeert hij op 29 september 1981 dit Liedjes per dozijn-programma voor opname, in het Amersfoortse theater De Flint. Tegelijkertijd keert hij weer terug naar het componeren voor de televisie. Paulus de boskabouter (1974-1976), Bassie & Adriaan (1978-1980), Dagboek van een herdershond (1978-1979) en De fabriek (1981) zijn slechts enkele van de talloze voorbeelden. Bij de diverse edities van VARA’s Kinderen voor kinderen levert hij de muziek voor Rikkie, En ik, Verlegenheid, Jongen op ballet, Kriebeltrui, Frisse knul, Een krokodil als huisdier, Sneu en Ik stotter.

In 1982 ontvangt Bos de prestigieuze oeuvreprijs Gouden Harp voor zijn verdiensten voor de Nederlandse lichte muziek. Vanaf 1985 (tot aan zijn pensioen in 1994) is Bos verbonden aan het Rotterdams Conservatorium als docent compositie en arrangeren voor lichte muziek. Een jaar later vraagt het pretpark De Efteling hem muziek te schrijven voor verschillende attracties (o.a. Droomvlucht, Fata morgana, Villa Volta). Vier jaar geleden verscheen De fabeltjeskrant als musical op de planken met muziek van de dan 50 jaar in het vak zittende Bos.

LINKS:
Klik voor een overzicht van Ruud Bos-arrangementen in onze bladmuziekcatalogus
Klik voor een overzicht van liedjes van Ruud Bos in onze bladmuziekcatalogus
Klik voor een overzicht van Ruud Bos-composities in onze bladmuziekcatalogus
Lees de uitgebreide biografie in MCNs Muziekencyclopedie
Bekijk een selectie van bekende Ruud Bos-tunes
Bekijk de intro van Paulus de Boskabouter (deze verving de oorspronkelijke beginmelodie)
Bekijk Telkens weer (1975) gezongen door Willeke Albert
Bekijk En ik (1981, Kinderen voor kinderen)
Bekijk Telkens weer (1975) gezongen door Willeke Albert

Beluister Petra Possel in gesprek met Ruud Bos in Radio Kunststof (18/2/2015)

JAZZMANUSCRIPTEN VAN THEO LOEVENDIE GEVONDEN

dit artikel verscheen in april 2013 op de website van de voormalige Muziekbibliotheek van de Omroep

Gisteren vonden we een flink aantal handgeschreven partituren van Theo Loevendie. Het betreft ongeveer 60 arrangementen van jazzstandards van onder meer Charlie Parker, Duke Ellington en George Gershwin en in elk geval twee oorspronkelijke composities (Nilay en Jumpology) van een van Nederlands bekendste componisten. Loevendie schreef de stukken tussen 1958 en 1960 voor het VARA-radioprogramma Romance in jazz.

De vondst werd bij toeval gedaan toen we zochten naar muziek voor een ensemble van de onlangs overleden Curaçaose gitarist/bassist Julian B. Coco. Veel van de bladmuziek in onze collectie van vóór 1978 (start van het digitale catalogiseren) is slechts zeer summier ontsloten via een ouderwetse kaartcatalogus. De ensembles en orkesten uit vroeger jaren zijn daarin chronologisch gerangschikt en daarbinnen het repertoire alfabetisch op titel. Romance in jazz volgt in de kaartenbak direct op Coco’s ensemble.

Zoals vaker bij de bibliotheekadministratie gebeurde is het ensemble naar het programma genoemd. De line-up is nog niet volledig bekend, maar zeker is dat Rita Reys (zang), Ko Ikelaar (fluit), Chaim Levano (hobo), Cees Verschoor (altsaxofoon, klarinet, basklarinet), Ado Broodboom (trompet), Pim Jacobs (toetsen), Ruud Jacobs (bas), Cees See (drums), Sem Nijveen (viool), Jules de Jong (cello) er deel van uitmaakten. In het tweede seizoen verving Han de Vries hoboïst Levano. Een tweede viool en een altviool – beide bespeeld door musici uit het Metropole Orkest – completeren het duodecet. Enkele titels uit het repertoire: All of you, Billie’s bounce, Caravan, Stella by starlight, Love for sale en The nearness of you. De laatste twee stukken, gezongen door Rita Reys, staan op de cd I got rhythm uitgebracht door het Nederlands Jazz Archief. Inmiddels digitaliseerden we de partituren van Nilay en Jumpology.

Een decennium later – tussen 1968 en 1970 – vonden Loevendie en de VARA elkaar opnieuw. Voor dit Theo Loevendie Consort componeerde en arrangeerde hij ongeveer 25 stukken. Zeven daarvan vonden de weg naar de elpee Mandela.

Heeft u meer informatie over deze ensembles mail dan gerust!

Bijdragen aan onze OmroepmuziekWiki zijn ook zeer welkom.

met dank aan Theo Loevendie

Romance_in_Jazz_Delpher
Lees het artikel via Delpher

HUP HOLLAND HUP!

Na de klinkende zege tegen Spanje speelt het Nederlands elftal straks zijn tweede groepswedstrijd tegen Australië.
Op deze website is de bladmuziek van het bekendste aanmoedigingslied voor Oranje te vinden. Twee jaar geleden verscheen dit artikel op de website van de voormalige Muziekbibliotheek van de Omroep (die vanaf juli uit de lucht gaat).


Eén van de grootste klassiekers onder de Nederlandse voetballiederen is ongetwijfeld Hup Holland hup. De tekst werd in 1947 geschreven door KRO-medewerker Jan de Cler. De muziek is van Dico van der Meer. Deze lijkt te zijn geïnspireerd door het Duitse studentenlied Ich hab’ mich ergeben (1820, tekst: Hans F. Massmann, muziek: volksmelodie uit Thüringen), waarvan de melodie door Johannes Brahms werd verwerkt in zijn Akademische Festouvertüre.

Wanneer de KRO in de jaren ’50 wedstrijden van het Nederlands elftal uitzond, schreef Jan de Cler tijdens iedere helft een gelegenheidstekst. Hij kreeg hierbij hulp van de reporters Leo Pagano en Frits van Turenhout. Tijdens de rust en na afloop werd het lied dan gezongen, de coupletten meestal door Jan de Cler zelf, het refrein door Henk Dorel. Ze werden begeleid door het KRO Amusementsorkest en een kinderkoor. Dit gezongen wedstrijdverslag was een van de belangrijkste attracties van de radio. „Ik weet overigens niks van voetballen af”, zei De Cler in 1958 in de Telegraaf. „Ik ken niet eens de spelregels. Maar ik doe het al jaren. Toen ik bij de radio kwam, merkten ze dat ik snel kon werken. En dan krijg je zulke klusjes.”

De coupletten waren bij iedere uitvoering dus verschillend, maar het refrein was steeds:

Hup Holland hup
Laat de leeuw niet in z’n hempie staan
Hup Holland hup
Trek het beestje geen pantoffels aan

Hup Holland hup
Laat je uit ‘t veld niet slaan
Want de leeuw op voetbalschoenen
Durft de hele wereld aan

hup_holland_hup
Het lied was in de jaren ‘50 zeer populair. Nadat het vervolgens tientallen jaren in onbruik was geraakt, beleefde het tijdens het Europees kampioenschap in 1988 een opleving. Tegenwoordig wordt het bij wedstrijden van het Nederlands elftal na meer dan een halve eeuw nog steeds uit volle borst gezongen.

Van Hup Holland hup zijn een uitgave voor zang en piano (1952) en een handgeschreven orkestarrangement (van Pi Scheffer, uit 1955) digitaal beschikbaar via ons project Muziekschatten.
• Luister op YouTube naar Hup Holland hup (radioverslag: Leo Pagano, zang: Jan de Cler, het betreft waarschijnlijk een verslag van de wedstrijd Nederland-België op 25 oktober 1953)

• Ook aan de gedigitaliseerde uitgave van Hup Holland hup voor zang en piano is een uitvoering gekoppeld. U hoort Jan de Cler en Henk Dorel (zang) en het KRO Amusementsorkest onder leiding van Klaas van Beeck. Het betreft een opname van 3 maart 1963 (interland Nederland-België in Amsterdam)

• Overzicht van voetballiederen in de collecties van de muziekbibliotheek

HEEFT U EEN SIGARENBANDJE?

Vandaag waren Jan Jaap en ik naar het Instituut voor Beeld en Geluid gekomen voor de zogenoemde Wikipedia-edit-a-thon. GLAM-wiki coördinator Jesse de Vos had een aantal specialisten bij zijn werkgever verzameld naar aanleiding van de digitalisering van 5000 vooroorlogse 78-toerenplaten. Doel was om artiesten en ensembles die erop spelen in Wikipedia op te nemen. En zo troffen we ingewijden als Maarten Eilander, Tuja Berg en Rinus Blijleven naast een aantal collega’s van Beeld en Geluid. Maartje Jansma verzorgde de bijpassende ‘arbeidsvitaminen’, waaronder het liedje waarover Jan Jaap al eens schreef op de website van de Muziekbibliotheek van de Omroep (die binnenkort ter ziele gaat).
Een toepasselijk moment om zijn stuk in herinnering te roepen en veilig te stellen.


Juli 2012. Een kelderruimte in het MCO-gebouw aan de Heuvellaan. Muziekbibliotheek-vrijwilliger Maarten Eilander trekt een map uit een kast, slaat hem open en wrijft zijn ogen uit: hij houdt na driekwart eeuw een document met een beladen geschiedenis in handen.
noordijk_eddy_sigarenbandje
Het betreft het oorspronkelijke handschrift van het liedje Heeft u een sigarenbandje? In de tekst staat bij de beginwoorden van de zinnen om en om een naam: Greetje, Ab, Greetje, Ab… Vijftien jaar geleden heeft Maarten Eilander meegewerkt aan een Bob Scholte-cd die het Theater Instituut Nederland uitbracht. Hij kent dus de geschiedenis die met dit liedje verbonden is.

We schrijven januari 1936. In een Hilversumse opnamestudio wordt een liedje opgenomen, geschreven door Eddy Noordijk op een tekst van Louis Schmidt. Het orkest staat onder leiding van Kovacs Lajos, het alter ego van de tekstdichter. Opmerkelijk: het lied wordt niet gezongen door de bekende radiozanger Bob Scholte, maar door zijn kinderen, Ab en Greetje. Bob Scholte (in 1902 geboren) is al enige jaren vast verbonden aan de AVRO, en één van de belangrijkste artiesten van het populaire radioprogramma De Bonte Dinsdagavondtrein. In 1940 veranderde alles: toen Nederland bezet was kon hij als jood al snel niet meer optreden. Zijn zoon Ab werd aan het begin van de oorlog naar een concentratiekamp gedeporteerd en Bob Scholte zelf wist als enige van zijn familie te overleven. Direct na de oorlog ging hij weer optreden; hij overleed in 1983.

Past de ene vondst, zoals bovengenoemd geval, in een al ‘bekend’ verhaal, bij andere moet er nader onderzoek worden verricht om het verhaal te kunnen schrijven. Zo stuitte ik onlangs – in een rubriek met vooral hoorspelen – op een werk van Marius Monnikendam (1896-1977), waarover (nog) niet veel gegevens te vinden zijn: De lijdende Christus. Het past in de rij van (vooral Nederlandse) composities die niet in de ‘officiële’ werkenlijsten van de betreffende componisten staan vermeld, doordat ze alleen ‘voor de radio’ zijn uitgevoerd. (Overigens is dit al het twaalfde handschrift van deze componist in de collectie van de MB.) Doordat veel oude jaargangen van dagbladen sinds enige tijd online raadpleegbaar zijn is over dit werk bekend dat de (oorspronkelijke, Latijnse) tekst van Hugo de Groot in opdracht van de KRO is vertaald (Utrechts Nieuwsblad, 30/1/1941). ‘Het ligt in het voornemen de uitzending te doen plaats vinden op den eersten Zondag van de Vasten. Bij de reien wordt de muziek gecomponeerd door MM, etc.’ Uit de programmagegevens van de omroepensembles blijkt dat het nog enkele jaren heeft geduurd voordat het tot een radio-opname is gekomen: woensdag 2 april 1947 is het opgenomen door het Radio Philharmonisch (pas zo’n 10 jaar later werd het Filharmonisch) Orkest onder leiding van Paul Hupperts. (Nog) niet vastgesteld is welk vocaaI ensemble heeft meegewerkt (vermoedelijk het Radiokoor, ‘voorloper’ van het Groot Omroepkoor). Een bijgevoegd fragment uit de uitzendgegevens ten behoeve van de radiouitzending laat zien dat de opname twee dagen later is uitgezonden. Het werk kan nu worden vermeld in toekomstige werkenoverzichten van Monnikendam.

Door (een deel van) de gevonden bladmuziek te digitaliseren en via www.muziekschatten.nl toegankelijk te maken kan elke geïnteresseerde er kennis van nemen. (Via deze website is ook de opname uit 1936 van het bovenaan genoemde liedje te horen!)

Op deze wijze kan ‘het plaatje’ van het muziekleven in de eerste decennia van de radio (en daarmee de omroepmuziekcollecties) in ons land steeds verder worden ingevuld. Nu eerst zien wat verder schatgraven in de nog onontgonnen onderdelen van de grootste muziekbibliotheek van Nederland en wijde omtrek gaat opleveren.

Bekijk de gedigitaliseerde bladmuziek en beluister de opname van ‘Heeft u een sigarenbandje?‘ met Ab en Greetje Scholte & orkest onder leiding van Kovacs Lajos.