Alle berichten van admin

100 JAAR: JO BUDIE (1917-1991)

Jo Budie werd geboren op 13 november (of 14 november) 1917 in Kerkrade. Hij kreeg op zijn tiende jaar zijn eerste pianolessen. In 1933 deed hij examen aan het conservatorium van Luik. Naast piano speelde Budie klarinet, saxofoon, trombone, marimba, vibrafoon, bas en accordeon. Het laatstgenoemde instrument zou hij meest gaan hanteren. In zijn jeugd speelde hij op kermissen en in cafés. In 1942 werkte Jo Budie voor de Nederlands(ch)e Omroep. Zes jaar later kwam hij in vaste dienst van de KRO.

2017_11_13_Jo_Budie_portret

ROOSKLEURIG
Het Orkest Zonder Naam van orkestleider Ger de Roos bestond toen twee jaar. Budie nam de plaats in van Jan Pieters als accordeonist. Het Orkest had een grote rij successen, die op zoals bijvoorbeeld Het ding, Lied van de IJssel, Wie zal dat betalen?, Als in Holland de sneeuwklokjes bloeien, Oh, Heideroosje en Naar de speeltuin (met Heleentje van Cappelle); zangpartijen werden waargenomen door de Marketentsters en de Musketiers. Ger de Roos stapte in 1954 door onenigheid op bij de KRO. Hij ging volop werken bij zijn moeder, die een grammofoonplatenzaak in Hilversum runde.
De Roos verbood de KRO de naam Orkest Zonder Naam nog te hanteren. Men ging verder als De zingende en spelende Troubadours. De leider werd niet genoemd, maar het was wel degelijk Jo Budie. Uit het Orkest Zonder Naam kwamen mee: Benny de Gooyer (sax/klarinet), Johnny Ombach (viool), Fred Roozendaal (xylofoon/marimba), Piet Baan (gitaar), Henk Orthman (bas) en Gerard van Bezey (drums). Een nieuw element was een Wurlitzer-orgel bespeeld door Eddy de Jong. Oud-Marketentsters Jenny Roda en Yvonne Oostveen traden toe tot de zingende Troubadours  (oud-Marketentsters) net als Dick Doorn, een ex-Musketier. Nieuwkomers waren de Vlaming Marcel Thielemans en Koos Huisman. Het gezelschap, dat van oktober 1954 tot mei 1956 bestond had kleine successen, die op plaat verschenen, zoals Jim, Johnny en Jonas, Ik hou van de Schotten, Cuculino, Het schipperskind en Het carillon van de toren. Fred Roozendaal speelde net als bij het Orkest Zonder Naam zijn xylofoonsoli in Circus Renz, The galloping comedians en Petersburger Schlittenfahrt.
Oudejaarsavond 31 december 1954 debuteerden De Selvera’s voor de KRO-radio en werden begeleid door de spelende Troubadours. In die combinatie verschenen er in 1955 een 78-toerenschijf met Hoe zachtjes glijdt ons bootje (Melody of love)/Hollands meisje (Hollandmädel).

BOERTJES VAN BUUTEN
Door het vertrek van Ger de Roos moesten ook De Bietenbouwers hun naam veranderen. Ger was leider Boer Biet. Het orkest ging vanaf oktober 1954 onder leiding van Jo Budie door als De Boertjes van Buuten. Het ensemble zou tot 1973 bestaan. Kees Schilperoort kondigde ze net als bij De Bietenbouwers met een zogenaamd Veluws accent aan als Gait-Jan Kruutmoes. Zangsolisten waren Bertus Bolknak (Henk van Wijk), Lubbert van Gortel (Henk Jansen van Galen) en – na diens overlijden in 1970 – opgevolgd door Ab Hofstee als Boer Voorthuizen. Daarnaast Geert van de Tröter op zijn schoeftrompet. Hilarisch was zijn Kakelwals. Het was in werkelijkheid Marcel Thielemans op trombone, die hij ook bespeelde naast zingen bij The Ramblers van de VARA. Annie de Reuver was een blauwe maandag boerin Drika. Zij werd in 1967 opgevolgd door Annie Palmen. De Boertjes van Buuten kwamen ook vanaf 1966 op TV in het programma MIK. Er werd vaak gedacht dat het een willekeurige boerenkapel was, maar in werkelijkheid waren het beroepsmusici, onder wie trompettisten Harry Sevenstern, die ook klassieke werken blies bij het Radio Philharmonisch Orkest en De Wiener Symphoniker en Bert Grijsen, trompettist bij The Ramblers. Het gezelschap had successen als Lieve Frans, Bie mien op de boerderieë, Wij maken alles op vandaag, Wij willen vrolijk zijn, de Posthoorn galop en de Ambeeld polka.
Eén liedje dwarrelde ook naar de AVRO. Karel van der Velden zong bij The Skymasters o.l.v. Bep Rowold Hij doet het niet met muziek van Jo Budie en tekst van René Berg, schuilnaam van KRO-producer Ton Kool. Ger de Roos bracht wat teweeg met zijn vertrek, want hij had ook De Van Zessen Klaar Club geleid. Hierin kreeg nieuw talent een kans. De nieuwe naam werd De Springplank. Jo Budie begeleidde met zijn ensemble de debutanten en zat in de jury.

Springplank-jury_Wijnnobel_Budie_Kool_1962
OELEWAPPERS
Naast de overname van het Orkest Zonder Naam en De Bietenbouwers leidde Jo Budie in 1954 voor korte tijd het ensemble Extase met zang van Het Serpentine Sextet. Op het repertoire bijvoorbeeld Jolie Jacqueline, Tikke-tikke-tak (van Lex Vervuurt en Stan Haag), Moonlight and roses en Hernando’s hideaway.
Vanaf 1956 leidde Jo Budie De Klavirtuozen met zang van Annie Palmen en Jan van der Most. Op plaat verschenen ‘t Regent dat het giet (Just walkin’ in the rain) gekoppeld aan Samen (True love), De dokter heeft gezegd en Visser van de Zuiderzee, een liedje van Jo Budie (muziek) en Beb Hueting (tekst).
Annie Palmen en Jan van der Most maakten in 1958 een plaat met een ander KRO-ensemble Frivoletta o.l.v. Johnny Ombach, waarin Budie ook accordeon speelde. Op deze schijf een liedje van Budie en Beb Hueting: Voor ons zal ‘t altijd lente zijn met op de andere kant Speel nog eenmaal voor mij, Habanero, een cover van het Caterina Valente-succes Spiel noch einmal für mich, Habanero.
Op de grammofoonplaat speelde Jo Budie met Jo Bos en Piet Zonneveld als het Scala Trio tussen 1959 en 1965 vele potpourri’s. De musici van De Klavirtuozen speelden ook in het non-stop potpourri-programma Simple music; Jo Budie (accordeon), Eddy de Jong (hammondorgel/piano/celesta), Fred Roozendaal (xylofoon/marimba), Piet Baan of zijn broer Cor, soms Frits Hes (gitaar), Henk Orthman of Leo van Laeré (bas) en Gerard van Bezey of Frans Beekmans (drums).
In 1960 ontstond het Kwartet Jo Budie met zang van Annie Palmen en Koos Huisman. Er verschenen duetjes als Toe huil niet meer en Die dumme Liebe, maar ook soloplaatjes Der Peter en Salute cin cin (Palmen) en Goud in Alaska en Neem de tijd (Huisman). Koos Huisman zong ook de liedjes in het cabareteske programma De Oelewappers met teksten van Jan de Cler in de jaren 1961/1963. Liedjes als Janus is gepakt (persiflage op Janus pak me nog een keer, de hit van Paula Dennis), Opoe kom van die trapeze en Christine Kiele Kiele, naar aanleiding van het schandaal rond callgirl/model Christine Keeler en de Britse minister van Defensie John Profumo. Het begeleidend orkestje stond onder leiding van Jo Budie. Een dergelijke combinatie ondersteunde het dameskoor Aethercharme en mannenkoor De Woudzangers, gedirigeerd door Marinus van ‘t Woud in het programma Wij zingen de wereld rond (jaren 1963/1965). Budie was envoudig inzetbaar. Hij speelde ook regelmatig bij de formaties van Johnny Ombach: het Cascade Orkest en het Musette Orkest en bij het Ballroom-orkest van Klaas van Beeck.

KRO-HUISORKEST
De klad kwam in het ensemble- en orkestenbestand van de omroepen in Hilversum. Het een na het andere werd in de tweede helft van de jaren ‘60 opgeheven. Jo Budie leidde nog even het ensemble Mascotte.
Maar er was gelukkig nog werk voor hem. De bonte avonden van de omroepen met vocalisten, groot orkest, cabaret en conferences voor publiek in de zaal, werden door de komst van TV nog nauwelijks beluisterd. KRO-producer Gerard Hulshof kwam op het idee om een dergelijk programma overdag te programmeren. Dat werd vanaf oktober 1967 Van Twaalf tot twee met presentatoren als Ted de Braak, Felix Huizinga en Hans van Willigenburg. Blikvanger werd Kees Schilperoort met het spel Raden maar! Allerlei artiesten traden op en het KRO-Huisorkest o.l.v. Jo Budie nam de klassieke werken op de hak met toeters, bellen en andere vreemde geluiden, via arrangementen van Jo van Maas, Bill Stanford, Walter Kalischnig en leider Jo Budie. Naast de ‘boertjes’ Marcel Thielemans en Benny de Gooyer speelden o.a. hoboïst Sam Zilverberg, trompettist Gerard Engelsma en trombonist Bart van Lier in het orkest.

2017_11_13_Jo_Budie_dirigent_portret

29 juni 1973 was het afgelopen voor Jo Budie, hij ging met pensioen. Het KRO-Huisorkest ging nog enkele jaren verder onder leiding van Piet Zonneveld en speelde in de stijl van James Last.
Jo Budie overleed op 8 september 1991 op 73-jarige leeftijd. Zoons Jos en Henny werden (TV)regisseur.

Tekst: Co Snel

Bronnen: OmroepmuziekWiki en eigen geheugen.

Bekijk ook Co Snels klinkende hommage aan Jo Budie

Composities en arrangementen van Jo Budie in de omroepmuziekcollectie (incl. muziekschatten)

100 JAAR: EDDY DE JONG, KLAVIRTUOOS

Een totaal vergeten musicus, die in de jaren ’40, ’50 en ’60 vaak op de radio was te horen. Zijn hammondorgelspel had een specifieke klank. Eddy de Jong speelde net even anders, frisser dan Cor Steyn, Johan Jong of Guus Jansen.
Eddy_de_Jong_portret
Hij werd geboren op 9 oktober 1917, waarschijnlijk in Rotterdam. In zijn jeugd kreeg hij basislessen voor piano en ontwikkelde zich daarna door zelfstudie. Op die manier kreeg hij kennis van theorie en praktijk van de muziek. Hij leerde accordeon, vibrafoon, marimba en pauken bespelen. Rond 1935 werd hij beroepsmusicus en speelde vooral piano. Daarnaast kreeg De Jong orgelles. Dat kwam mooi uit, want toen het in 1934 uitgevonden hammondorgel in Nederland werd geïntroduceerd was de jongeling gelijk verkocht. Die liefde deelde hij met Cor Steyn, Johan Jong en Pierre Palla. In 1938 maakte De Jong deel uit van het AVRO-Dansorkest o.l.v. Klaas van Beeck. Een wonderbaarlijk en onwaarschijnlijk gegeven. In de Tweede Wereldoorlog bespeelde hij het hammondorgel in een door een verzetsman georganiseerde revue, die de bezetter subtiel om de tuin leidde.

NA DE OORLOG
Na de bevrijding vernamen we voor het eerst iets van De Jong als pianist/vibrafonist bij het VARA-ensemble Vincentino, in 1947 gestart o.l.v. violist Frans Poptie. Hier hanteerde Eddy Christiani de gitaar. Op plaat verschenen van Vincentino So it is/Ideas in minor, opgenomen op 22 april 1947 in Hilversum en It had to be you/Sweet Sue, just you op 13 juli 1949, eveneens in Hilversum. Christiani zong even bij Accordeola vanaf 1948 via de VARA o.l.v. Frans Wouters. Eddy de Jong, die bij Accordeola piano en hammondorgel speelde, componeerde het lied Met verlof en schreef voor zijn naamgenoot Eddy You are my chocolaadje. Max van Praag kwam er bij als zanger. Twee vocalisten in hetzelfde Nederlandstalige genre was teveel. Eddy Christiani vertrok naar Harmonetto van Tom Erich bij de AVRO. Na Frans Wouters was accordeonist Jan Gorissen leider van Accordeola. De Jong componeerde voor Max het lied Dat briefje in 1951. In 1952 speelde Accordeola de fox-polka Anita van de hand van De Jong. Intussen had hij als vibrafonist voor platenmaatschappij Decca opnamen gemaakt met accordeonist Johnny Meyer. Op 15 april 1949 werden in Hilversum Indian love call en Honeysuckle rose vastgelegd. De Jong was heel even pianist van het XYZ Trio van gitarist Jan Mol. In 1951 verving pianist Ger van Leeuwen hem.

AnitaEddy de Jongs arrangement voor Accordeola

Anita
Eddy de Jongs arrangement voor Accordeola

KRO-MUSICUS
Eddy de Jong werd een van de vaste KRO-musici. Zo speelde hij begin jaren ’50 accordeon, piano en hammondorgel bij het in 1946 door Ger de Roos opgerichte Orkest Zonder Naam en de ensembles die daaruit voortkwamen, zoals De Zingende en Spelende Troubadours o.l.v. Jo Budie (eind 1954-1956). Budie nam toen zelf de accordeonpartijen voor zijn rekening, terwijl De Jong er Wurlitzer-orgel speelde. Daarna speelde De Jong weer hammondorgel bij De Joffers en De Jonkers, waarvan Jack Bulterman de muzikale motor was. Daarnaast ontstonden in 1956 De Klavirtuozen o.l.v. Jo Budie met zang van Annie Palmen en Jan van der Most, in 1959 opgevolgd door John de Mol. De musici van De Klavirtuozen speelden voor de KRO ook een 20 minuten durende medley onder de titel Simple music. Dat waren: Jo Budie, accordeon; Fred Roozendaal, xylofoon en marimba; Eddy de Jong, hammondorgel, piano en celesta; Piet Baan of Frits Hes, gitaar; Henk Orthmann of Leo van Laeré, bas en Gerard van Bezey of Martin Beekmans, drums. Tussen 1957 en 1960 verschenen LP’s en EP’s van dit gezelschap met alle mogelijke evergreens zoals bijvoorbeeld Ain’t she sweet, Always en Es war einmal ein Musikus en hits als My truly truly fair, Tipitipitipso en Ramona. Het Kwartet Eddy de Jong was in 1961 te horen bij de KRO met gastsolisten als Annie Palmen en Herman Emmink. Eddy speelde ook in de begeleidingsensembles van Jo Budie bij het talentenprogramma De Springplank, de koren Aethercharme en De Woudzangers o.l.v. Marinus van ’t Woud en de komische serie De Oelewappers van Jan de Cler tussen 1961 en 1963.

MODERN BALLROOM
Voor de grammofoonplaat begeleidde Eddy de Jong op hammondorgel het meisje Loesje in 1956 op twee 78 toerenschijven: Liedjes als Pappie ga je met ons naar de papegaaien/Ik zal wel weer de flinkste zijn en Ga eens naar m’n mammie toe/Als pappie naast me in de schoolbank zat. Op de single van Joop van de Marel uit 1957: Waar is m’n hoed, waar is mijn jas/Folies Bergére is De Jong ook van de partij. Hij speelde met een ritmegroep Ballroommedleys in 1956, 1957 en 1958 voor Telefunken (CNR). Een LP vol zogenoemde Duitse evergreens zoals Für eine Nacht voller Seligkeit/Die ganze Welt ist Himmels blau en het titellied Bei dir war es immer so schön, werd ook goed ontvangen bij onze Oosterburen. In 1958 maakte Eddy heel even deel uit van het Sextet van klarinettist Willy Langestraat. Hij speelde op 3 juli in Hilversum vibrafoon in Flying home en A Penguin’s wedding day en op 17 juli 1958 bij Too marvellous for words en There will never be another you. In 1958 werkte hij als zogenoemde Hammondwerktuigkundige mee in het cabareteske NCRV-programma Happy Landings met onder meer Teddy en Henk Scholten, Mela Soesman, Piet Ekel en Rijk de Gooijer.

Intussen wilde De Jong die strict tempo ballroomdansmuziek iets anders aanpakken dan de zoete klanken van Victor Silvester of Jan Corduwener en formeerde in 1957 het Modern Ballroom Sextet. Voor de internationale markt noemde hij zich toen Eddy Young. De hammondorganist omringde zich met Sem Nijveen (viool), Harry Mooten (accordeon), Wim Sanders (gitaar), Henk Orthman (bas) en Gerard van Bezey (drums). Het repertoire bestond vooral uit quicksteps en foxtrots, als Moonlight and roses en Make believe, maar ook de tango Plegaria en de samba In Spain they say ‘Si, si’. Populair werd de in 1959 verschenen EP met My fair Lady medleys, opnieuw uitgebracht in 1962 en 1965. Onder het motto Dance and stay Young verschenen er in 1962 nog eens twee EP’s (45-toeren platen met gewoonlijk vier nummers) maar in dit geval meer omdat het medleys waren met bijvoorbeeld Marina, Broadway melody en Bye bye blackbird. Die bezetting van het Modern Ballroom Sextet is ook te horen achter John de Mol bij ‘n Beetje. De Mol bracht dat lied op tijdens de finale van het Nationale Songfestival in 1959. In die jaren werd één lied door twee verschillende solisten gezongen. Teddy Scholten won die finale, maar ook de Internationale Finale of het Eurovisiesongfestival. Op de B-kant zong John de Mol Luna napolitana. Zonder Sem Nijveen maar met Harry Mooten nam De Jong in de herfst van 1959 in Hilversum voor platenmaatschappij Artone vier composities van Cole Porter op onder het motto Swingin’ the can can.

BEGELEIDER
Eind 1956 begeleidde een klein orkest o.l.v. Eddy de Jong Een paar apart, het komische duo Johnny Kraaijkamp en Rijk de Gooijer op hun eerste plaat Wij zijn twee eenzame cowboys/Ik ben zo blij.
De Jong en zijn formaties namen ook met De Selvera’s op. In 1957 verscheen Als de kaarsjes branden, een compositie van De Jong met een tekst van Emile Lopez (op de B-kant Kerstmis in Holland). Verder Omaatje en Wiegeliedje in 1958, Sleighride in Alaska/Moeder, jouw zilveren haren in 1959, Tingelingeling (Mariano)/Dag en nacht in 1960 en twee singles in 1963: Cinderella uit Hawaii/Elke dag zonder jou en De Speeldoos. Inderdaad hun versie van Annie Palmens Songfestivalbijdrage. Op de B-kant van die Selvera-single vinden we een liedje van Eddy de Jong en Henk van der Molen, getiteld Dans met mij.
De Friese zanger Bauke van der Wal maakte ook een plaat met De Jong en zijn musici met de liedjes Neeltsje en Foar dy Allinne. In 1961 verscheen een reclameplaatje van De Zilvervloot. Shirley Zwerus zong op de A-kant Spaar me en Joop van de Marel en het Leedy Trio op de B-kant: Wat zou je doen?. In het begeleidend orkest van Ger van Leeuwen speelt De Jong vibrafoon. En zo zal hij nog wel meer verborgen zitten in diverse orkesten bij plaatopnames.

Artone-producer Lion J. Swaab werkte graag met De Jong. Paula Dennis kreeg in 1962 De Jongs muzikale ondersteuning met onder meer blazers in Janus, pak me nog een keer/Je moet geven en nemen. Het zangtrio The Spotlights mocht op hem en zijn musici rekenen bij de singles Rain, rain go away/Sweet violets in 1962 en Just let me cry/The three caballeros in 1963. Op het plaatje dat behoorde bij de reclameshow ‘We zien ze vliegen’ in 1963, is De Jong ook duidelijk aanwezig met zijn hammondorgel. Daarop zingt een gezelschap met Conny Stuart, Cees de Lange, Clown Frans Rexis, The Fouryo’s en De Wama’s ook een compositie van hem, namelijk Lichtjes om ons heen, dat Annie Palmen – als Kijk, daar is de zon heette (tekst: Emile Lopez) – had gezongen op de finale van het Nationale Songfestival in 1963. Zij zong ook van De Jongs hand het lied Amour in 1961 bij De Klavirtuozen. Wat het Songfestival betreft; de naam van Eddy de Jong komen we ook tegen bij de Nationale Finale in 1958. Willy Alberti werd 9e met Met elke lach van jou. In 1962 werd Pat Berry (Piet van den Berg) 6e met Wees zuinig op de wereld van componist Eddy de Jong en tekstdichter Han Dunk.

Wees zuinig op de wereld

Wees zuinig op de wereld

Eddy de Jong werkte mee aan het tijdelijke KRO-programma ‘Beentjes van de vloer’ van producer Ton Kool en omroeper Fons Disch in het seizoen 1961/1962 en was in die periode ook vaste gast in het zaterdagavondprogramma ‘Tierelantijnen’.
Bij de NCRV had hij in het seizoen 1962/1963 eens in de drie weken een uitzending van een half uur met bassist Ger Daalhuisen en drummer Gerard van Bezey. Hierin ontvingen zij vocalisten als Annie Palmen, Truus Koopmans, Ria Verda, Willeke Alberti, Bert Visser, Cock van der Palm, De Selvera’s en The Fouryo’s en instrumentalisten als fluitist Arie Jongman, xylofoonspeler Fred Roozendaal, vibrafonist Rob Meyn, altsaxofonist Bep Rowold en tenorsaxofonist Cees Beekman. De Jong speelde in dit programma ook de eigen composities, die ook bij onder meer De Klavirtuozen op de lessenaar hadden gelegen: Emotie en de Artiestenmars.

MULTI-ORGEL EN DOCENT
In 1963 deed De Jong ook mee aan de rage om andere elektronische geluiden uit een orgel te halen, zoals Cor Steyn dat met zijn ‘magic organ’ deed. Hij had een multi-orgel en maakte wederom als Eddy Young een single met Three o’clock in the morning en Aan de Amsterdamse grachten en een EP onder de titel Bossa nova met beproefde hammondcomposities als Cavaquinho, Tico tico, Delicado en Amorada. De Jong arrangeerde liedjes uit de film De Jantjes door Beppie Nooy’s Volkstoneel die op LP verschenen. Hij is als hammondorganist ook te horen op de LP’s en singles die na 1963 van The Kilima Hawaiians verschenen. Het multi-orgel klonk in 1964 alsof Ken Griffin het bespeelde. Er verschenen twee singles in die stijl: Bierwals en Het briefje, het liedje dat De Jong in 1951 voor Max van Praag componeerde en twee walsen van Joop Portengen: Kristal-wals en Robina wals. Bij Special Dutch Music verscheen in 1964 een EP van Eddy Young op piano met een orkest o.l.v. Peter Clipps (oftewel Jan Vuik). Vier composities: Il dolce concerto, Velvet hour, Dutch mills en Sentimental souvenir. In 1965 maakte hij met zijn Quintet een grote medley voor In the cocktailbar, met daarin evergreens als A fine romance, Two sleepy people en Love is here to stay. Deze LP kreeg een vervolg.

Eddy_de_Jong_Amsterdamse_Grachten_hoes

De Jong musiceerde ook in onder meer België, Frankrijk en Oostenrijk. Componeerde studiemateriaal voor piano, orgel en accordeon. Rond 1972 verscheen Allround (BASF  10 25190-6), een toepasselijke  titel want De Jong speelt er orgel, piano, accordeon, vibrafoon, marimba en celesta op. Naast hits uit de late jaren ’60, begin ’70 zoals Mame, This guy’s in love with you en Popcorn, voert De Jong een eigen compositie  genaamd Okay uit.
Toen Piet Daalhuisen, producer bij TROS-radio, in 1977 het VARA-ensemble Accordeola liet herleven in 1977, was Eddy de Jong ook weer van de partij als pianist naast zangers Eddy Christiani en Bert Visser.
Eddy de Jong overleed op 12 november 1990 in Zaandijk, 73 jaar oud.

Tekst: Co Snel

Bronnen: Wikipedia, radiogidsen, platenhoezen en eigen geheugen.

Bekijk ook Co Snels klinkende hommage aan Eddy de Jong

Composities en arrangementen van Eddy de Jong in de omroepmuziekcollectie (incl. muziekschatten)

ONBEKEND WERK VAN TON DE LEEUW OPGEDIEPT UIT DE MCO-KELDERS

Sinds een maand of drie – inclusief korte vakantie – is een langzaam uitdijend projectteam bezig de bladmuziekcollectie van de Stichting Omroep Muziek (vroeger bekend als de Muziekbibliotheek van de Omroep (MCOMB)) verder digitaal in kaart te brengen en te digitaliseren. Daarbij maken Jan Jaap Kassies en ik – als oud-MCOMB-medewerkers – nader kennis met een onbekender deel van de collectie, het radiorepertoire van de jaren ’30 tot ’80.
Afgelopen vrijdagmiddag kwam collega Kassies enthousiast uit kelder. Hij toonde me het complete uitvoeringsmateriaal van Afrika, een compositie uit 1962 voor blazersensemble en jazzcombo (piano, drums, contrabas), met slotmaten voor vocaliserend mannenkoor. Een snelle blik in de monografie Ton de Leeuw onder redactie van Jurrien Sligter leerde dat dit stuk niet in De Leeuws oeuvrelijst voorkomt noch op het overzicht van composities op diens officiële website.

'Afrika' van Ton de Leeuw

‘Afrika’ van Ton de Leeuw

Het was het begin van een fijn speurtochtje naar meer informatie over dit intrigerende stuk. Het blijkt te zijn uitgevoerd in het programma Muziek voor U dat Pi Scheffer tussen 1961 en 1963 minstens 18 maal voor de NCRV-televisie maakte. De oud-leider van The Skymasters stelde per keer een orkest samen van de beste lichte en klassieke (omroep)orkestmusici die hij kende. Dat speelde dan een speciaal voor de gelegenheid geschreven, lichte compositie van een klassieke toondichter.
In de 13e aflevering op zaterdagavond 6 oktober 1962 waren zangeres June Marlow en componist Ton de Leeuw te gast.
Bekijk Scheffers korte interview met June Marlow en haar vertolking van They all laughed:

en van Someone to watch over me

Het 19-koppige orkest dat Afrika onder leiding van Scheffer uitvoerde had de volgende bezetting:
Ton de Leeuw – piano (in het overige deel van het programma was Rinus van Galen de pianist)
Hugo Bruin (KRO-dansorkest) – fluit
Bep Rowold (The Skymasters) – saxofoon
Tinus Bruyn (The Ramblers) – saxofoon
Toon van Vliet (The Ramblers) – saxofoon
Tonny Helweg (The Ramblers) – saxofoon
Kees Bruyn (The Ramblers) – saxofoon
Wim Kuilenburg (The Ramblers) – trompet
Jaap Leben (The Skymasters) – trompet
Gerard Engelsma (The Skymasters) – trompet
Harry Sevenstern (Radio Ph/Filharmonisch Orkest) – trompet
Louis Färber (The Skymasters) – trombone
Rudy Bosch (The Skymasters) – trombone
Marcel Thielemans (The Ramblers) – trombone
Dick Leuring (Radio Ph/Filharmonisch Orkest) – trombone
Joop Diepenbroek (Radio Ph/Filharmonisch Orkest) – tuba
Wim de Vries (Radio Ph/Filharmonisch Orkest) – contrabas
Gerard van Bezey (KRO-dansorkest) – drums
Rob Meyn (Radio Ph/Filharmonisch Orkest) – o.a. vibrafoon

Op termijn zal de partituur in gedigitaliseerde vorm op deze site beschikbaar komen (en wie weet de complete uitzending ook).

Eric van Balkum

AANVULLING (d.d. 20 september)
Nadere studie wijst uit dat ook Jurriaan Andriessen, Jan Mul, Lex van Delden, Else van Epen-de Groot, Cor de Groot, Karel Mengelberg en Hans Osieck lichte composities hebben geschreven ter gelegenheid van het programma Muziek voor U!. De bladmuziek daarvan is ook in de MCO-kelder te vinden (net als de hierin vertolkte arrangementen van Pi Scheffer).

Bronnen:
Beeld en Geluid-catalogus
Pi Scheffer in ‘Muziek voor U’ (Het Vrije Volk, 6 oktober 1962) via Delpher.nl
Pi Scheffer: Van music maestro tot meester en doctor


Composities van Ton de Leeuw op deze site

Lees meer over ontdekkingen in de omroepmuziekcollectie in Hans Lachman en de anderen

BIJ DE 50E STERFDAG VAN MAX TAK

Ruim een halve eeuw geleden werd hij ter gelegenheid van zijn 75e verjaardag gehuldigd in het Tuschinski Theater en ontving hij de Zilveren Eremedaille van de Stad Amsterdam, maar inmiddels is de naam Max Tak enigszins in de vergetelheid geraakt. Toch is hij een van de weinigen van zijn generatie met een eigen website – die bij nadere inspectie blijkt te horen bij een naar hem genoemd muziektheatergezelschap. De website meldt dat het gezelschap zijn naam dankt aan dirigent Max Tak die in de jaren ’20 en ’30 van de vorige eeuw in theater Tuschinski stomme films begeleidde met zijn orkest. Orkest Max Tak (de oorspronkelijke naam van het gezelschap) is in eerste instantie opgericht voor het muzikaal begeleiden van films. Hieraan kunnen nog talloze activiteiten van ras-Amsterdammer Max Tak (geboren op 9 augustus 1891) worden toegevoegd.
Max Tak in 1936 Gezien zijn opleiding (o.a. compositieles bij Cornelis Dopper) en het feit dat hij tien jaar violist was in het Concertgebouworkest is het opmerkelijk dat Tak de overstap maakte naar ‘de lichte muze’. Aanleiding waren een kennismaking met cabaretleider Jean-Louis Pisuisse en financiële motieven.
Tak begon daarop muziek te schrijven bij liedjes die werden uitgevoerd in het ‘Cabaret der Onbekenden’ van Henri Wallig, zoals De O.W.er en Soldatenspel. Vanaf 1915 was hij dirigent van de zomerconcerten in theater Bellevue, en het volgende jaar werd hij leider van het orkest van bioscoop Cinema Palace in de Kalverstraat. In 1921 werd Max Tak dirigent van het theaterorkest van de nieuwe bioscoop Tuschinski in de Reguliersbreestraat. Hij schreef ook liedjes voor het in dat theater gevestigde cabaret La Gaîté, zoals Je t’aime.

In diezelfde jaren was Tak ook actief als muziek- en filmjournalist voor verschillende bladen, was hij werkzaam voor de A.V.R.O.-radio en componeerde en dirigeerde hij muziek bij een aantal speelfilms, zoals Het meisje met den blauwen hoed (1934) en Ergens in Nederland (1940).
Tak werkte vaak samen met de veelzijdige Alex de Haas, die o.a. de tekst schreef van het openingslied van het populaire A.V.R.O.-programma De bonte Dinsdagavondtrein.

Tak was een van de eersten die voor de radiomicrofoon een vioolrecital gaf. Hij schreef de muziek voor 15 oorspronkelijke radiorevues. Met zijn Tuschinski-orkest was hij vele malen bij de A.V.R.O. te horen; later kwam hij bij deze omroepvereniging als adviseur voor de lichte muziek in dienst. Bovendien dirigeerde hij meermalen populaire programma’s met het A.V.R.O.-Omroeporkest en hield hij veertiendaagse radiocauserieën over muzikale onderwerpen.
AVRO_programmavergadering_Nico_Treep_Louis_Schmidt_Max_Tak
Daarnaast componeerde hij tientallen liedjes, waarvan er enkele klassiek zijn geworden. Zo hield de acteur Cor Ruys in 1924, in een door Tak geschreven revue, het weemoedige Onder de bomen van het plein ten doop, op tekst van Chef van Dijk. (Dit zou ook de titel worden van de memoires die Tak in 1962 publiceerde.)

Eind oktober 1940 werd de joodse Tak ontslagen bij het Tuschinski Theater, dat inmiddels in Duitse handen was geraakt. Het volgende jaar kwam hij via Spanje en Curacao in New York, waar hij de rest van zijn leven bleef. Samen met andere geëmigreerden als Bernard Wagenaar, Paul F. Sanders en Julius Hijman richtte Tak het Committee for Netherlands Music op, waarvan hij uitvoerend secretaris was. Samen met Walter Hendricksen (commercieel vertegenwoordiger van Donemus in de VS) lukte het hen er de Nederlandse klassieke muziek (van bv. Henk Badings en Marius Monnikendam) aan de man te brengen. Ook was Tak in de States correspondent voor Elseviers Weekblad, las hij voor de AVRO-radio wekelijks zijn gesproken brief New York calling voor en verzorgde een wekelijkse rubriek, Het Max Takkwartiertje, voor de Antilliaanse radio.

Max Tak overleed op 8 augustus 1967 in New York (7 augustus in de VS), een dag voor zijn 76e verjaardag.

Jan Jaap Kassies

Bronnen:
• Henk van Gelder – ‘Tak, Marcus (1891-1967)’, in Biografisch Woordenboek van Nederland
• J.J.L. van Zuylen – Radio- en televisie-encyclopedie voor Nederland en België (Amsterdam-Antwerpen, 1956)


Composities van Max Tak in de omroepmuziekcollectie

“DIT ERFGOED MAG NIET VERKOMMEREN IN DE KELDER”

Het oorspronkelijke artikel van Joyce Huibers (Gooi en Eemlander, 29 juli 2017)

Het oorspronkelijke artikel van Joyce Huibers (Gooi en Eemlander, 29 juli 2017)

De eer­ste stap­pen in het di­gi­ta­li­se­rings­pro­ces van blad­mu­ziek uit de voor­ma­li­ge Mu­ziek­bi­bli­o­theek van de Om­roep in Hil­ver­sum zijn ge­zet. Pro­ject­ma­na­ger Mar­jon van Schen­del ver­wacht dat be­gin vol­gend jaar de web­si­te klaar is zo­dat mu­si­ci en an­de­re geïn­te­res­seer­den al een klein deel van de mu­ziek kun­nen down­lo­a­den om zelf te spe­len.

Eind vo­rig jaar werd de sub­si­die­aan­vraag van ruim een mil­joen euro die de be­heer­der van de col­lec­tie – Stich­ting Om­roep Mu­ziek (SOM) – had aan­ge­vraagd, goed­ge­keurd. Ook de ge­meen­te Hil­ver­sum heeft 50.000 euro per jaar toe­ge­zegd, voor een pe­ri­o­de van drie jaar. Van dat geld zul­len alle mu­ziek­stuk­ken die in het ver­le­den spe­ci­aal voor de om­roe­p­en­sem­bles zijn ge­com­po­neerd, wor­den ge­di­gi­ta­li­seerd. Dat is ove­ri­gens maar een deel van het aan­tal stuk­ken dat in de kel­ders ligt op­ge­sla­gen.
“In to­taal ligt er 4,5 ki­lo­me­ter aan blad­mu­ziek. Om dat al­le­maal te di­gi­ta­li­se­ren zou veel meer geld no­dig zijn”, zegt Van Schen­del. “Daar zit­ten ech­ter ook veel (klas­sie­ke) stuk­ken tus­sen van com­po­nis­ten die op een an­de­re ma­nier al toe­gan­ke­lijk zijn. Wij heb­ben ge­ko­zen om al­leen de mu­ziek van de om­roe­p­en­sem­bles te di­gi­ta­li­se­ren. Dat is uniek ma­te­ri­aal dat nie­mand an­ders heeft.”

Mu­ziek­lief­heb­ber
Van Schen­del is aan­ge­steld voor een jaar om het pro­ces te be­ge­lei­den. Zij werk­te eer­der voor de Ko­nink­lij­ke Bi­bli­o­theek en heeft er­va­ring met het di­gi­ta­li­se­ren van bi­bli­o­the­ken en ar­chie­ven, maar is zelf ook mu­ziek­lief­heb­ber. De eer­ste stap die ze zet is het di­gi­ta­li­se­ren van deze om­roep­col­lec­tie.
“Om te we­ten wat we al­le­maal in huis heb­ben op dit ge­bied, moet je nu nog graai­en in kaar­ten­bak­jes met zo’n 180.000 kaar­ten er in. Die wor­den in fa­ses door een be­drijf over­ge­tikt en aan de on­li­ne ca­ta­lo­gus toe­ge­voegd waar­in al 800.000 stuk­ken staan. We zijn be­gon­nen met een se­lec­tie van 20.000 kaar­ten die het meest re­pre­sen­ta­tief zijn voor de col­lec­tie. De vol­gen­de stap zal zijn dat we uit die 20.000 kaar­ten weer een se­lec­tie ma­ken en die stuk­ken daad­wer­ke­lijk uit de bi­bli­o­theek ha­len en door een spe­ci­aal be­drijf la­ten di­gi­ta­li­se­ren. Via de web­si­te kun­nen deze stuk­ken dan uit­ein­de­lijk ge­down­load wor­den.”

Pa­rel­tjes
Van Schen­del heeft de se­lec­tie niet zelf ge­maakt. Daar­voor zijn de twee voor­ma­li­ge bi­bli­o­the­ca­ris­sen van de mu­ziek­bi­bli­o­theek, Jan Jaap Kas­sies en Eric van Bal­kum, weer aan­ge­no­men.
“Ik had niet ge­we­ten hoe ik die se­lec­tie zon­der hen had kun­nen ma­ken. Ik heb na­me­lijk in­hou­de­lijk he­le­maal geen ver­stand van om­roep­mu­ziek uit bij­voor­beeld de ja­ren der­tig en veer­tig. Zij ken­nen alle pa­rel­tjes. Zo kwa­men on­langs de ver­lo­vings­lie­de­ren voor Ju­li­a­na en Bern­hard te­voor­schijn. Die tek­sten ge­ven zo’n mooi tijds­beeld. Dat maakt deze col­lec­tie zo in­te­res­sant.”

Van Schen­del wil de col­lec­tie zo breed mo­ge­lijk pre­sen­te­ren en daar­om de web­si­te kop­pe­len aan web­si­tes van an­de­re bi­bli­o­the­ken en in­stel­lin­gen voor blad­mu­ziek. Een ex­tra nau­we kop­pe­ling moet er ko­men met het Ne­der­lands In­sti­tuut voor Beeld en Ge­luid. „Wij heb­ben de blad­mu­ziek, zij het ge­luid. Hoe leuk is het als je straks een mu­ziek­stuk op­zoekt en via een link met­een kan ho­ren hoe het toen klonk. Al moet nog wel blij­ken of dit ook tech­nisch haal­baar is.”

Groot­ste uit­da­ging wordt het uit­zoe­ken van de rech­ten die mo­ge­lijk op de mu­ziek­stuk­ken zit­ten. De SOM mag de mu­ziek zon­der pro­ble­men di­gi­ta­li­se­ren, maar be­schik­baar stel­len is een an­de­re zaak. “Som­mi­ge stuk­ken zijn hon­derd jaar oud, om­roe­pen zijn ge­fu­seerd. We gaan het nu uit­zoe­ken met ju­ris­ten en ho­pen dat recht­heb­ben­den zich mel­den en me­de­wer­king wil­len ver­le­nen. An­ders heb­ben we straks een mooie site, maar kun­nen we de mu­ziek niet de­len. Het is juist de be­doe­ling dit erf­goed aan de man te bren­gen en het niet te la­ten ver­kom­me­ren in een kel­der.”

100 JAAR: HANS NINABER

Vandaag is het honderd jaar geleden dat pianist-saxofonist-bassist-accordeonist-componist Hans Ninaber in Utrecht ter wereld kwam. Zijn vader Jacques speelde viool, zijn broer Joop was slagwerker.
Hans kreeg zijn opleiding piano en orgel aan het Haags Conservatorium en de Carnegie School for Music in New York; verder volgde hij privélessen bij diverse leraren.

Hans Ninaber

Hans Ninaber

Zijn grootste succes was het nummer Liefde in rhythme, dat eind jaren veertig werd gezongen door Sanny Day, de vocaliste van het combo The Millers. Bekender dan de titel zijn de eerste regels van het refrein: ,,Ik weet niet wat ik met je moet beginnen, ik heb zo’n akelig gevoel van binnen.”

Liefde in rhythmeNinaber speelde orgel en piano in een groot aantal dansorkesten, o.a. in het orkest van Hinze Bronkhorst in Amsterdam (1936), de Bohémiens onder leiding van Kees Manders en Hans Ninabers Rhythm Boys.
In de band van Joe Andy (de Belgische pianist André Lievens) speelde Ninaber bas, in het orkest van violist Bartho Decker was hij weer pianist. Joe Andy speelde in de Tweede Wereldoorlog met zijn orkest in ’t Zuid, in het centrum van Den Haag. In een interview met Cor Gout (1998) vertelde Ninaber: ‘Bij Joe Andy ben ik liedjes gaan schrijven. Eerst maakte ik op zijn verzoek arrangementen voor artiesten die langskwamen. Soms werd er ook om kant-en-klare composities gevraagd.’ Zo ontstond o.a. het nummer Hotsjek, dat een succes werd in de uitvoering van de Wama’s. Na de Tweede Wereldoorlog maakte hij met een eigen orkest een tournee naar Zuid-Duitsland.
In 1953 ging Hans Ninaber met zijn gezin naar Canada om als tenorsaxofonist te gaan spelen bij The Royal Canadian Corps of Signals, waarmee hij o.a. een halfjaar een tournee maakte in Korea en Japan. Eind 1957 was hij terug in Nederland, waar hij tussen 1965 en 1978 regelmatig speelde met zijn Hannibal Combo (met viool en slagwerk).

Later werkte Ninaber ook jarenlang als solo-entertainer, onder meer in het Scheveningse Kurhaus. Hij trad regelmatig op voor radio en tv, ook in Noorwegen, Spanje, Duitsland, Canada, Engeland en de V.S. en tijdens de AVRO-Landdag in 1960 zangeres Caterina Valente.

Hans Ninaber in actie

Hans Ninaber in actie

Liedjes van zijn hand werden gezongen door artiesten als Rita Corita (Morgen ga ik op dieet), de Kilima Hawaiians en Peter Koelewijn. Sommige stonden in de jaren vijftig ook op het repertoire van de orkesten van Malando (die een hit scoorde met Sahara), Frank Chacksfield en Edmundo Ros, de pianiste Winifred Atwell (The flea-market of Paris https://www.youtube.com/watch?v=qJAUOhYQQZs; het origineel Het Vlooiencircus schreef hij met tekstschrijver André Meurs en Cocktail Trio-pianist Ad van de Gein). Nog enkele titels: Bounce the boogie, Rendez-vous, Zeg niet nee, Steeds als ik jou zie en Nacht over Java (Ninaber zag het gelijknamige boek van Johan Fabricius in de boekenkast staan bij tekstschrijver Jacques Bess).
Hans Ninaber overleed op 6 augustus 2002 op 85-jarige leeftijd in een Haags verzorgingstehuis.

Jan Jaap Kassies

Bronnen:
• C. Gout: Muziek in zwart-wit (Zaltbommel : Aprilis, 2006)
• H. de la Rive Box: Bonte parade (Amsterdam : Jacob van Campen, [1947?])
• H. Mildenberg: De Nederlandse lichte muziek van A-Z

Muziekschatten van Hans Ninaber

DE OMROEPMUZIEKCOLLECTIE HERLEEFT!

Vandaag is in het Muziekcentrum van de Omroep (MCO) het officiële startschot gegeven voor het Project Digitalisering SOM-collectie. Projectleider Marjon van Schendel presenteerde de plannen die voorzien in het catalogiseren, digitaliseren en vanaf 2020 online beschikbaar stellen van een substantieel deel van de bladmuziekcollectie van de sinds 2013 gesloten Muziekbibliotheek van de Omroep (MCO-MB).

IMG_20170706_121427479
SOM-directeur Roland Kieft sprak zijn enthousiasme uit voor dit project dat wordt gesubsidieerd door het Ministerie van OCW en de Gemeente Hilversum. Daarnaast complimenteerde hij Van Schendel met haar richtinggevende voorwerk en sprak hij zijn vertrouwen in haar en het projectteam uit.
Anne Visser – beleidsmedewerker Media, Cultuur & Erfgoed van de Gemeente Hilversum – beschreef de collectie als een schatkamer waaruit alle bewoners van het MCO en daarbuiten kunnen putten. Ze kondigde aan dat de mediastad actief betrokken zal zijn bij het project om te proberen de toegevoegde waarde van de collectie te vergroten.

Het projectteam foto: Charlotte Sienema

Het projectteam (met in het midden projectleider Marjon van Schendel)
foto: Charlotte Sienema

Projectleider Van Schendel bracht een ervaren projectteam samen bestaande uit Marian Hellema (procesbeschrijver digitalisering), Michael de Groot (websiteontwerper) en de oud-MCO-MB-medewerkers Jan Jaap Kassies (collectiespecialist, marketeer) en Eric van Balkum (metadataspecialist). De gemeente levert na de zomer medewerkers die een rol krijgen in het voorbereiden en verwerken van de te digitaliseren bladmuziek.

Tijdens de eerste weken van het half juni begonnen traject ligt de nadruk op het zoeken van samenwerking met relevante organisaties (Stichting DEN, OCLC, Koninklijke Bibliotheek, Instituut voor Beeld en Geluid) en het laten invoeren van de tienduizenden cataloguskaartjes door Ingressus, een bedrijf dat bibliotheken ondersteunt. Afgelopen maandag is een eerste zending van ongeveer 14.000 kaartjes verscheept, die als pilot dient. In de komende week verwacht men in zee te gaan met een bedrijf dat de digitalisering op zich zal nemen. De focus ligt daarbij op het repertoire van de ensembles uit de rijke radiojaren (1945-1980); The Skymasters, De Zaaiers, de orkesten van Klaas van Beeck, Paul Godwin en Jan Corduwener, om er enkele te noemen.

Jan Jaap Kassies zwaai 14.000 cataloguskaartjes uit.

Jan Jaap Kassies zwaai 14.000 cataloguskaartjes (repertoire van 115 ensembles) uit.

Zowel de bestaande als de nieuwe catalogusgegevens zullen worden toegevoegd aan de nationale bibliotheekcatalogus op www.bibliotheek.nl, wat bijdraagt aan de vindbaarheid en bekendheid van de enorme bladmuziekcollectie. Ook wordt onderzocht of deze metadata als linked data kunnen worden opgenomen in het Netwerk Digitaal Erfgoed. De website www.muziekschatten.nl en de MCO-MB-catalogus zullen – voorzien van nieuwe functionaliteit – uiteindelijk worden ingebed in een nieuwe SOM-website.

Wordt vervolgd!

100 JAAR: TED POWDER

Zijn artiestennaam is inmiddels net zo weggezakt uit het collectieve geheugen als zijn werkelijke naam, terwijl hij jarenlang een van de actiefste en veelzijdigste figuren was in de Nederlandse lichte muziek-wereld: Theo (‘Theek’) Kruijt alias Ted Powder, multi-instrumentalist, componist, arrangeur, orkestleider, tekstschrijver, muziekuitgever en platenproducent.
Ted_Powder
Informatie over Ted Powder is niet eenvoudig te achterhalen. De twee hieronder genoemde boeken vermelden enkele gegevens die ik hier tot een geheel heb proberen te smeden.
Ted Powder, op 10 juni 1917 geboren in Velsen, studeerde contrabas, piano en trombone, resp. bij David Schild, mevrouw Impman en De Lon, solfège en harmonieleer bij mevrouw Impman en zang bij Bep Ogterop.
Hij was lid van de Haarlemse Orkestvereniging en maakte tijdens de Tweede Wereldoorlog als trombonist deel uit van de Rhythm Sellers (met zijn broer Pim (bas)) en het dansorkest van Cor van Lier (de vader van de trombonisten Bart en Erik van Lier). Ook speelde Powder in diverse theater- en radio-ensembles. Hij reisde tussen 1946 en 1962 als entertainer en leider van combo’s (o.a. The Bamboozlers) door veel landen in en buiten Europa, met o.a. Rita Reys, Toon van Vliet, Harry Verbeke en Cees Smal. Zo trad hij op in Amerikaanse militaire clubs in West-Duitsland, waarbij in 1956/57 werd opgetreden met als zangeres Ann Burton.
Op YouTube zijn twee 78-toerenplaatopnamen te vinden die in 1945/46 zijn gemaakt van Ted Powder en Rita Reys: Street of dreams en This can’t be love

Powder was thuis in uiteenlopende muziekstijlen: pop, soul, ballads, reggae en jazz. Hij schreef o.a. voor Les Baroques, Cockie Kay, John Russell, The Shepherds en de Selvera’s.
In 1964 won zangeres Anneke Grönloh het Nationaal Songfestival met het lied Jij bent mijn leven, geschreven door Ted Powder en René de Vos, voor de gelegenheid gearrangeerd door Bert Paige. (Ze kreeg tijdens het Eurovisiesongfestival slechts twee punten. Wel ontving ze de persprijs en publieksprijs.)

vlnr: Ted Powder (componist), Anneke Grönloh (zangeres) en René de Vos (tekstdichter)

vlnr: Ted Powder (componist), Anneke Grönloh (zangeres) en René de Vos (tekstdichter)

Powders bekendste compositie is Zallemenut (nog ‘n keertje overdoen) die hij – samen met Pieter Goemans – schreef voor Adèle Bloemendaal. De carnavalskraker bereikte in 1974 de 12e positie in de nationale top 40. Andere liedjes die hij samen met Goemans schreef zijn Niets (gezongen op het Songfestival in 1962 door Gert Timmerman) en Kerstmis in Amsterdam. Verder schreef hij liedteksten en vertaalde hij veel Duitse, Franse en (vooral) Engelse nummers in het Nederlands (o.a. The house of the Rising Sun en If I had a hammer).

Dat Powder ook bekendheid genoot in jazzkringen blijkt o.a. uit het artikel over hem in het standaardwerk over Nederlandse jazzmuziek (zie bibliografie). Hierin worden enkele opmerkelijke wapenfeiten vermeld, bv. dat hij van 1969 tot 1976 muziekuitgever en producer op Jamaica was en de Jamaica Songwriters Guild en de Caribbean Copyright Organization oprichtte. In 1972 dirigeerde hij het winnende liedje op het Yamaha Festival in Tokio, en een jaar later was hij jurylid bij festivals in Puerto Rico en Curacao (waar hij ook gastdirigent was).

Ted Powder overleed op 28 juni 1998 op 81-jarige leeftijd.

Jan Jaap Kassies

Bronnen:
• H. Mildenberg – De Nederlandse lichte muziek van A-Z
• Jazz & geïmproviseerde muziek in Nederland (eindred. Wim van Eyle)
Jaarboek 1998 van de Vereniging Haerlem

100 JAAR: JOOP ELDERS

Johan Hendrik Willem (Joop) Elders  werd op 8 april 1917 geboren in Nijmegen.
Elders genoot zijn muziekopleiding aan de conservatoria van Aken en Luik met als hoofdvakken viool, piano en fluit. Daarna studeerde hij enkele jaren harmonie en compositie bij Henri Hermans in Maastricht.

Joop_Elders_in_de_omroepmuziekwiki
Zijn muzikale loopbaan begon als fluitist bij het Arnhems Orkest. Na twee jaar stapte hij over naar het orkest van John van Brück, waarmee hij door Europa toerde.
Tijdens de mobilisatie had hij de leiding over het uit 80 man bestaande orkest van  het bataljon Jagers in Loosduinen. Na de demobilisatie kwam Elders terecht bij de Amsterdamse bioscoop Cinema Royal. Vanaf 1941 speelde hij vier jaar lang in het Groot Amusementsorkest van Elzard Kuhlman.

Joop Elders was fluitist van het eerste uur bij het  in 1945 opgerichte Metropole Orkest. Hij speelde in het orkest tot aan zijn dood in 1974. Evenals o.a.  Dolf van der Linden  en  Jos Cleber  bleek hij in staat om te arrangeren voor een groot bezetting. Decennialang was hij een van de voornaamste arrangeurs van het Metropole Orkest. In navolging van Jos Cleber legde hij zich met name toe op het schrijven van bewerkingen van operettefragmenten en licht-symfonische muziek, al deinsde hij ook niet terug voor het onversneden amusementswerk. Elders schreef ook arrangementen voor  Malando.
In de loop der jaren leidde Elders een aantal radio-ensembles, waaronder Selecta en de  Whistling Pipers  (NCRV).

In de omroepmuziekcollectie bevinden zich meer dan 1200 arrangementen van zijn hand. Hij componeerde ook een aantal orkestwerken, waaronder  Suerte da capa en Primavera.
Joop_Elders_Primavera
De ‘bescheiden fluitist-arrangeur’ (Tukker) Joop Elders overleed onverwachts in Hilversum op 5 juni 1974.


Fluitist Joop Elders als een van de solisten in Taboo

Jan Jaap Kassies

Bronnen:
• Algemene Muziek Encyclopedie (De Haan, Haarlem)
• Interview in het Limburgs Dagblad (3 september 1963) (op Delpher)
• Bas Tukker: Dolf van der Linden, de vader van het Metropole Orkest (2015)
Joop Elders in de OmroepmuziekWiki

HARRY DE GROOT: VAN DE JORDAAN TOT SWIEBERTJE

Dit artikel is een voorpublicatie uit Kwartaalblad Aether (afl. 123)

Een van de veelzijdigste en productiefste musici die in de tweede helft van de vorige eeuw actief waren in zowel de populaire muziek als de omroepwereld was Harry de Groot. Hij componeerde honderden liedjes, tunes en muziek voor radio en tv.

De Groot werd geboren in Amsterdam op 24 december 1920. Als negenjarige begeleidde hij zijn vader Rein op piano en accordeon. Op zijn negentiende was hij al beroepsmusicus; hij verdiende voor de oorlog een behoorlijke boterham als pianist en bassist. Hij trok door het land met artiesten als Heintje Davids, Willy Derby, Lou Bandy en Louis Davids. Mede doordat hij veel instrumenten had leren spelen behoorde hij in de jaren 1938/39 tot de bestbetaalde musici in Nederland. Via een violist die hij kende van zijn engagement in het Lido in Amsterdam kwam hij in 1939 als bassist in dienst bij het KRO-Strijkorkest.

Harry de Groot (foto: Jac. de Nijs, Anefo, Nationaal Archief)

Harry de Groot (foto: Jac. de Nijs, Anefo, Nationaal Archief)

Veelzijdig
Na de oorlog kwam Harry de Groot bij de VARA terecht. Hij schreef muziek voor uiteenlopende bestemmingen: van hoorspelen waarin cowboyliedjes waren ingepast (waaraan o.a. Eddy Christiani en Frans Poptie meewerkten) via The Ramblers (bv. het hoorspel Alice in Kolderland) tot Chansonnetje in huis (AVRO), waarbij hij samenwerkte met Pi Scheffer en tekstschrijvers Alexander Pola, Gerrit den Braber en Ernst van Altena.
In die periode begeleidde hij met zijn orkest de Franse chansonnière Patachou, niet alleen voor de VARA maar ook tijdens haar aansluitende tournee. ln de eerste helft van de jaren vijftig speelde De Groot vibrafoon in het Ensemble Eddy Christiani onder leiding van violist Frans Poptie. Met de Kilima Hawaiians schreef hij de radiostrip Bill Sheriff en zijn Prairieduivels.

Eind jaren vijftig richtte De Groot het Vibrafoon Sextet op waarmee hij swingmuziek speelde in de stijl van Benny Goodman. Hij richtte het sextet Virtuosa (drie accordeonisten en een driekoppige ritmesectie) en vocaal ensemble de High (Hi) Five op, een van de eerste zogenaamde backing groups waarmee hij de begeleiding verzorgde tijdens radio-uitzendingen en op platen van andere artiesten. Als zanger maakte hij opnamen met het orkest van Frans Wouters.
Harry de Groot werkte meer dan vijftig jaar bij de omroep: na de VARA en de AVRO de langste periode bij de NCRV Voor deze omroep maakte hij de muziek voor de tunes en series en Programma’s als Riedels en fiedels, Vadertje Langbeen, Swiebertje, Farce Majeure (Het is uit het leven gegrepen), De Kleine Waarheid, Ja natuurlijk, Bartje en de programma’s van Ted de Braak.
Samen met Willy van Hemert schreef hij zeven avondvullende tv-musicals, zoals Er valt een ster, Het meisje met de blauwe hoed en Kus van een ballerina, èn een opera, Crossfade. Hij was bij veel tv-programma’s orkestleider (o.a. de AVRO-Weekend Show) en dirigeerde ook in het buitenland, o.a. bij songfestivals.
Klik voor een overzicht van muziekschatten van Harry de Groot

Jordaan
Een andere specialiteit van Harry de Groot was het Jordaanrepertoire. ln dit genre schreef hij o.a. Geef mij maar Amsterdam, De zon schijnt voor iedereen (met Pi Vèriss), Een pikketanussie en O, Johnny voor Johnny Jordaan en Tante Leen. Voor een aantal van deze liedjes schreef hij niet alleen de muziek, maar ook de tekst.

De Groot was ook zeer actief als arrangeur; in de omroepmuziekcollectie bevinden zich zo’n 400 arrangementen van zijn hand, o.a. voor het Metropole Orkest.
Harry de Groot was 25 jaar lang vice-president van de FIDOF, de overkoepelende organisatie van alle songfestivals ter wereld. Hij legde deze functie neer toen het bestuur toestemde in het gebruik van geluidsbanden tijdens internationale festivals. De Groot ontving verschillende onderscheidingen, waaronder de Gouden Harp (1969) voor zijn verdiensten voor de Nederlandse amusementsmuziek. ln 1980 ontving hij de Bulgaarse regeringscultuurprijs en in 2000 werd hij benoemd tot erelid van de vereniging PALM (Professionele Auteurs Lichte Muziek).
Harry de Groot overleed op 27 september 2004. Een van de straten in de nieuwe Hilversumse wijk Anna’s Hoeve is naar hem vernoemd.

Jan Jaap Kassies

Veel gegevens in dit artikel zijn ontleend aan het interview met Harry de Groot in het boek Muziek in zwart-wit van Cor Gout (Aprilis, 2006).
Op YouTube is een fraaie opname te vinden waarop Harry de Groot samen met Colea Serban achter de piano zit.