Alle berichten van admin

100 JAAR: JOOP ELDERS

Johan Hendrik Willem (Joop) Elders  werd op 8 april 1917 geboren in Nijmegen.
Elders genoot zijn muziekopleiding aan de conservatoria van Aken en Luik met als hoofdvakken viool, piano en fluit. Daarna studeerde hij enkele jaren harmonie en compositie bij Henri Hermans in Maastricht.

Joop_Elders_in_de_omroepmuziekwiki
Zijn muzikale loopbaan begon als fluitist bij het Arnhems Orkest. Na twee jaar stapte hij over naar het orkest van John van Brück, waarmee hij door Europa toerde.
Tijdens de mobilisatie had hij de leiding over het uit 80 man bestaande orkest van  het bataljon Jagers in Loosduinen. Na de demobilisatie kwam Elders terecht bij de Amsterdamse bioscoop Cinema Royal. Vanaf 1941 speelde hij vier jaar lang in het Groot Amusementsorkest van Elzard Kuhlman.

Joop Elders was fluitist van het eerste uur bij het  in 1945 opgerichte Metropole Orkest. Hij speelde in het orkest tot aan zijn dood in 1974. Evenals o.a.  Dolf van der Linden  en  Jos Cleber  bleek hij in staat om te arrangeren voor een groot bezetting. Decennialang was hij een van de voornaamste arrangeurs van het Metropole Orkest. In navolging van Jos Cleber legde hij zich met name toe op het schrijven van bewerkingen van operettefragmenten en licht-symfonische muziek, al deinsde hij ook niet terug voor het onversneden amusementswerk. Elders schreef ook arrangementen voor  Malando.
In de loop der jaren leidde Elders een aantal radio-ensembles, waaronder Selecta en de  Whistling Pipers  (NCRV).

In de omroepmuziekcollectie bevinden zich meer dan 1200 arrangementen van zijn hand. Hij componeerde ook een aantal orkestwerken, waaronder  Suerte da capa en Primavera.
Joop_Elders_Primavera
De ‘bescheiden fluitist-arrangeur’ (Tukker) Joop Elders overleed onverwachts in Hilversum op 5 juni 1974.


Fluitist Joop Elders als een van de solisten in Taboo

Jan Jaap Kassies

Bronnen:
• Algemene Muziek Encyclopedie (De Haan, Haarlem)
• Interview in het Limburgs Dagblad (3 september 1963) (op Delpher)
• Bas Tukker: Dolf van der Linden, de vader van het Metropole Orkest (2015)
Joop Elders in de OmroepmuziekWiki

HARRY DE GROOT: VAN DE JORDAAN TOT SWIEBERTJE

Dit artikel is een voorpublicatie uit Kwartaalblad Aether (afl. 123)

Een van de veelzijdigste en productiefste musici die in de tweede helft van de vorige eeuw actief waren in zowel de populaire muziek als de omroepwereld was Harry de Groot. Hij componeerde honderden liedjes, tunes en muziek voor radio en tv.

De Groot werd geboren in Amsterdam op 24 december 1920. Als negenjarige begeleidde hij zijn vader Rein op piano en accordeon. Op zijn negentiende was hij al beroepsmusicus; hij verdiende voor de oorlog een behoorlijke boterham als pianist en bassist. Hij trok door het land met artiesten als Heintje Davids, Willy Derby, Lou Bandy en Louis Davids. Mede doordat hij veel instrumenten had leren spelen behoorde hij in de jaren 1938/39 tot de bestbetaalde musici in Nederland. Via een violist die hij kende van zijn engagement in het Lido in Amsterdam kwam hij in 1939 als bassist in dienst bij het KRO-Strijkorkest.

Harry de Groot (foto: Jac. de Nijs, Anefo, Nationaal Archief)

Harry de Groot (foto: Jac. de Nijs, Anefo, Nationaal Archief)

Veelzijdig
Na de oorlog kwam Harry de Groot bij de VARA terecht. Hij schreef muziek voor uiteenlopende bestemmingen: van hoorspelen waarin cowboyliedjes waren ingepast (waaraan o.a. Eddy Christiani en Frans Poptie meewerkten) via The Ramblers (bv. het hoorspel Alice in Kolderland) tot Chansonnetje in huis (AVRO), waarbij hij samenwerkte met Pi Scheffer en tekstschrijvers Alexander Pola, Gerrit den Braber en Ernst van Altena.
In die periode begeleidde hij met zijn orkest de Franse chansonnière Patachou, niet alleen voor de VARA maar ook tijdens haar aansluitende tournee. ln de eerste helft van de jaren vijftig speelde De Groot vibrafoon in het Ensemble Eddy Christiani onder leiding van violist Frans Poptie. Met de Kilima Hawaiians schreef hij de radiostrip Bill Sheriff en zijn Prairieduivels.

Eind jaren vijftig richtte De Groot het Vibrafoon Sextet op waarmee hij swingmuziek speelde in de stijl van Benny Goodman. Hij richtte het sextet Virtuosa (drie accordeonisten en een driekoppige ritmesectie) en vocaal ensemble de High (Hi) Five op, een van de eerste zogenaamde backing groups waarmee hij de begeleiding verzorgde tijdens radio-uitzendingen en op platen van andere artiesten. Als zanger maakte hij opnamen met het orkest van Frans Wouters.
Harry de Groot werkte meer dan vijftig jaar bij de omroep: na de VARA en de AVRO de langste periode bij de NCRV Voor deze omroep maakte hij de muziek voor de tunes en series en Programma’s als Riedels en fiedels, Vadertje Langbeen, Swiebertje, Farce Majeure (Het is uit het leven gegrepen), De Kleine Waarheid, Ja natuurlijk, Bartje en de programma’s van Ted de Braak.
Samen met Willy van Hemert schreef hij zeven avondvullende tv-musicals, zoals Er valt een ster, Het meisje met de blauwe hoed en Kus van een ballerina, èn een opera, Crossfade. Hij was bij veel tv-programma’s orkestleider (o.a. de AVRO-Weekend Show) en dirigeerde ook in het buitenland, o.a. bij songfestivals.
Klik voor een overzicht van muziekschatten van Harry de Groot

Jordaan
Een andere specialiteit van Harry de Groot was het Jordaanrepertoire. ln dit genre schreef hij o.a. Geef mij maar Amsterdam, De zon schijnt voor iedereen (met Pi Vèriss), Een pikketanussie en O, Johnny voor Johnny Jordaan en Tante Leen. Voor een aantal van deze liedjes schreef hij niet alleen de muziek, maar ook de tekst.

De Groot was ook zeer actief als arrangeur; in de omroepmuziekcollectie bevinden zich zo’n 400 arrangementen van zijn hand, o.a. voor het Metropole Orkest.
Harry de Groot was 25 jaar lang vice-president van de FIDOF, de overkoepelende organisatie van alle songfestivals ter wereld. Hij legde deze functie neer toen het bestuur toestemde in het gebruik van geluidsbanden tijdens internationale festivals. De Groot ontving verschillende onderscheidingen, waaronder de Gouden Harp (1969) voor zijn verdiensten voor de Nederlandse amusementsmuziek. ln 1980 ontving hij de Bulgaarse regeringscultuurprijs en in 2000 werd hij benoemd tot erelid van de vereniging PALM (Professionele Auteurs Lichte Muziek).
Harry de Groot overleed op 27 september 2004. Een van de straten in de nieuwe Hilversumse wijk Anna’s Hoeve is naar hem vernoemd.

Jan Jaap Kassies

Veel gegevens in dit artikel zijn ontleend aan het interview met Harry de Groot in het boek Muziek in zwart-wit van Cor Gout (Aprilis, 2006).
Op YouTube is een fraaie opname te vinden waarop Harry de Groot samen met Colea Serban achter de piano zit.

TOON HERMANS ALS LIEDJESSCHRIJVER

Toon Hermans (1916-2000) was niet alleen volgens velen de grootste Nederlandse artiest van de vorige eeuw, hij was ook een van de veelzijdigste. Behalve cabaretier, zanger, schrijver, schilder en decorontwerper was hij ook een productief liedjesschrijver. Dat bleek onlangs weer toen de liedjes die hij schreef voor de eerste Nederlandse (radio)musical na zo’n 60 jaar weer boven water kwamen. Toon-biograaf Jacques Klöters gebruikte hiervoor de term ‘oorwurmen’: het zijn vaak melodieën die na ze gehoord te hebben nog lang in je hoofd blijven naklinken.

Voor vrijwel al zijn liedjes schreef Hermans zowel de tekst als de muziek. ‘Schrijven’ is wat de muziek betreft misschien een misleidende term: hij kon geen noten lezen of een muziekinstrument bespelen.
Klöters: ‘Als Toon een liedjestekst schreef, hoorde hij gelijktijdig een melodietje in zijn hoofd. Maanden later las hij de teksten weer over en kwamen diezelfde melodiëen terug in zijn hoofd en kon hij ze met zijn pianist uitwerken.’ ‘Govert van Oest [jarenlang de vaste pianist bij de optredens van Toon Hermans, JJK], kwam veel bij hem thuis om de nieuwe melodieën te noteren en om te zetten in muziek. Toon had zelf een notenschrift ontwikkeld dat bestond uit nummertjes die hij op de toetsen van zijn piano had geplakt en die hij dan in de juiste volgorde noteerde.’
Klöters, die in de jaren ’90 veel contact had met Hermans (o.a. voor de serie tv-gesprekken Gewoon Toon), herinnert zich een voorval uit die jaren. Ze zaten eens samen in de auto op weg naar een theater, toen Toon zei: ‘Nu ga ik even een liedje maken’. Hij neuriede een melodie, nam deze op op een dictafoon en aangekomen in het theater werkte hij het uit met de pianist van dienst.

De ‘pianozettingen’ voor de bladmuziekuitgaven werden door anderen genoteerd, zoals Peter Kellenbach, Rinus van Galen en Joop Portengen. In latere jaren werkte hij o.a. samen met Henk Westrus aan de grammofoonplaat Liedjes voor jou.

Aan het begin van zijn carrière, midden jaren ’40, werkte Hermans nog wel samen met anderen aan liedjes. Zo schreef hij met Johnny Steggerda, muzikaal leider van het revuegezelschap waarvan o.a. ook Gerard Walden en Berry Kievits deel uitmaakten, de liedjes Sous mon parapluie d’amour  en Er was eens… een meisje.

Uitgaven van twee liedjes van Toon Hermans

Uitgaven van twee liedjes van Toon Hermans

De naam ‘Toon Hermans’ was indertijd kennelijk nog niet zo algemeen bekend: op het omslag van de laatstgenoemde uitgave staat als tekstschrijver ene ‘Tom Hermans’ vermeld (‘binnenin’ stond wel de juiste naam.)

In 1945 schreef hij een variant op het lied De kleine man van Louis Davids, bij Hermans ‘Jansen’ genaamd. In 1948 had de plaatopname van de opvolger De jeep van Jansen veel succes.

In diezelfde periode ontstonden o.a. We gaan weer net zoals we vroeger gingen naar Scheveningen, Little girl in Holland, ’n Zomeravond op het Leidscheplein, Als je persé de see wil sien… en ’n Broodje pi, een broodje pa…, een broodje paling.

5x_toon_hermans-liedjes
In de tweede helft van de jaren ’60 werden verschillende liedjes echte hits: 24 rozen, Sien, Méditerranée en natuurlijk Mien waar is m’n feestneus.  Naast laatstgenoemde schreef Hermans nog enkele carnavalskrakers: voor het Carnaval in 1969 bv. Kiele, kiele, kiele  (De bène van Hélène), dat hij samen met de Driedonken Blaaskapel op de plaat zette.

Voor de Efteling bedacht hij de bekende melodie voor  Carnaval Festival, in opdracht van  Joop Geesink. De keuze van Geesink voor Toon Hermans is niet verwonderlijk: Hermans was in de vroege jaren tachtig enorm populair, mede door het aantal (feest)nummers van zijn hand. Er ontstond een samenwerking met Ruud Bos, die samen met Toon in de theaters stond , en de Efteling. Nadat Toon Hermans nadacht over een vrolijke melodie na het zien van Geesinks ideeën voor de attractie, floot hij deze uiteindelijk voor Ruud Bos die er de noten bij zocht, en het net zo vaak op de piano speelde tot het precies was wat Hermans bedoelde.

Voor zijn (geflopte) film Moutarde van Sonansee (1959) schreef Hermans zo’n twaalf liedjes, waaronder Het lied van de wandelclub (Jo met de banjo); Dolf van der Linden maakte de orkestarrangementen.

Een speciaal geval is de (titelloze) radiomusical die Hermans in 1953 schreef. Op aangeven van biograaf Jacques Klöters werd in de Muziekbibliotheek van de Omroep het materiaal van de liedjes eruit teruggevonden waardoor het mogelijk was een nieuwe opname te maken (de oorspronkelijke opname met het AVRO-orkest de Zaaiers is niet bewaard). De orkestratie is van de hand van Jos Cleber. De opname (met solisten, een ensemble uit het Groot Omroepkoor en het Metropole Orkest o.l.v. Maurice Luttikhuis) wordt uitgezonden op zondag 18 december, vanaf 10.02 uur in het programma De Sandwich op Radio 5. Het is dan na ruim 63 jaar mogelijk te beoordelen of het te betreuren is dat deze eerste Nederlandse musical (!) nooit het theater heeft gehaald.

Jan Jaap Kassies

Bronnen:
• Jacques Klöters: Toon – de biografie (Nijgh & Van Ditmar, 2010, onlangs herdrukt)
www.Eftepedia.nl

HERONTDEKTE RADIOMUSICAL TOON HERMANS OPNIEUW TE HOREN

Dit artikel is een voorpublicatie uit Kwartaalblad Aether (afl. 122)

Jacques Klöters presenteert de musical comedy van Toon Hermans

Jacques Klöters presenteert de musical comedy van Toon Hermans (De Sandwich (v.a. 21′), 18 december 2016)

Toen cabaretkenner en theaterwetenschapper Jacques Klöters onderzoek deed naar het leven van Toon Hermans (het resultaat: Toon, de biografie verscheen in 2010) stuitte hij op een verrassing: hij ontdekte dat de AVRO-radio op 24 mei 1953 een ‘musical comedy’ heeft uitgezonden waarvoor Hermans zowel de tekst als de muziek heeft geschreven.
Eind 1952 reisde hij naar de Verenigde Staten, om in Californië op te treden voor de Nederlandse kolonie. Met de Nieuw Amsterdam voer hij naar New York, en vervolgens ging hij per trein verder. Tijdens die reis – die vier dagen en vier nachten duurde – schreef hij naar eigen zeggen 18 liedjes voor een musical. Hij zag veel in dit genre, dat in Nederland nog niet bekend was.
Klöters: ‘Als Toon een liedjestekst schreef hoorde hij gelijktijdig een melodietje in zijn hoofd. Maanden later las hij de teksten weer over, kwamen diezelfde melodieën terug in zijn hoofd en kon hij ze met zijn pianist uitwerken.’

Manuscript van het arrangement van Toon Hermans' musical comedy

Manuscript van het arrangement van Toon Hermans’ musical comedy en draaiboek bij de uitzending op 24 mei 1953

Na terugkeer in Nederland werkte hij zijn notities uit, en de AVRO besloot van de musical een radio-opname te maken. Jos Cleber maakte op basis van de schetsen de orkestraties voor zijn ensemble De Zaaiers, en het vocale aandeel werd toevertrouwd aan solisten Ans Heidendaal, Jetty Paerl, Bert Robbe, Christine Spierenburg en Anton Eldering en het Radiokoor. Op 21 mei 1953 vonden de opnamen plaats, en op zondag 24 mei werd de musical uitgezonden. De opnamen zijn helaas niet bewaard gebleven. Klöters: ‘[De musical] blijkt een fiasco. Volgens Toon is het de schuld van het koor. Hij vraagt zich af hoe mensen die normaal cantates van Bach zingen, musicalnummers kunnen zingen als: “Wie hebben alle charme? Juwelen an d’r armen? De girls! De girls! De girls!”’

Vondst
Niet lang voor de sluiting van de Omroepmuziekbibliotheek (1/8/2013) kwam een mail van Jacques Klöters binnen met de vraag of zich in de collectie mogelijk materiaal van de musical bevond. Het was geen van de medewerkers bekend; de oudste delen van de collectie (die ca. 5 kilometer bladmuziek omvat) zijn nog niet volledig geïnventariseerd. Gelukkig noemde Klöters meteen de naam van het orkest dat had meegewerkt: De Zaaiers.

De Zaaiers o.l.v. Jos Cleber (1953)

De Zaaiers o.l.v. Jos Cleber (1953), sleutel voor de herontdekking van de musical van Toon Hermans

Een aanzienlijk deel van de ‘oude collectie’ van de Omroepmuziekbibliotheek is gerubriceerd ‘op ensemble’; daardoor kon snel worden vastgesteld dat een omvangrijke hoeveelheid bladmuziek, inclusief het tekstboek, zo’n zestig jaar had liggen wachten op ontdekking. Opnieuw bleek dat de collectie uniek erfgoed bevat: de afgelopen jaren zijn handgeschreven composities opgedoken van o.a. Jurriaan Andriessen, Hanns Eisler, Hans Henkemans, Boy Edgar, Harry Bannink en Theo Loevendie.
De honderdste geboortedag van Toon Hermans, op 17 december, is aanleiding voor tal van vormen van eerbetoon. Radio 5 (De Sandwich) zendt een nieuwe opname uit van zijn musical, waarmee eens te meer zijn veelzijdigheid wordt benadrukt. Solisten, leden van het Groot Omroepkoor en het Metropole Orkest onder leiding van Maurice Luttikhuis geven de luisteraar de mogelijkheid zelf te oordelen over de eerste Nederlandse musical, die aan de vergetelheid is ontrukt.

Klik hier om de uitzending te starten

Jacques Klöters over de vergeten musicalliedjes van Toon Hermans (AVROTROS Nieuwsshow, 2016)

Klik hier om de uitzending te starten

Jacques Klöters over oude opnamen van Toon Hermans (Knevel & Van den Brink, 2013)

Promotiefilmpje voor de NPO Radio 5-uitzending op 18 december 2016

Jan Jaap Kassies

Lees ook: Toon Hermans als liedjesschrijver

ROGIER VAN OTTERLOO (11 december 1941-29 januari 1988)

Dit artikel is een voorpublicatie uit Kwartaalblad Aether (afl. 122)

Vandaag zou componist-arrangeur-orkestleider Rogier van Otterloo 75 jaar zijn geworden. Dat hij slechts 46 jaar oud is geworden is niet af te lezen aan het aantal titels van composities, arrangementen en opnamen waarvoor hij verantwoordelijk was. Bij veel muziekliefhebbers werd hij vooral bekend door zijn filmmuziek voor o.a. Turks Fruit en Soldaat van Oranje.
Van Otterloo leidde echter ook veel opnamen met het Metropole Orkest, waarvan hij vanaf 1980 chef-dirigent was (als opvolger van Dolf van der Linden, die het orkest in 1945 had opgericht).
Hij begon – als zoon van dirigent (en componist) Willem van Otterloo – al op jeugdige leeftijd met muziek: toen hij vier jaar oud was leerde zijn vader hem hoe hij samen met zijn één jaar oudere zusje tweestemmig moest zingen. Drie jaar later had hij vioolles en zat het zusje elke dag achter de piano.

Vervolgens nam hij enige tijd drumles en vanaf zijn zestiende jaar speelde hij piano. Korte tijd later vormde hij het Gold Coast Combo, samen met o.a. slagwerker-zanger Edwin Rutten en bassist René Holdert. Van Otterloo schreef de arrangementen. Na het gymnasium ging hij naar het Amsterdams Muzieklyceum, waar hij fluit, muziektheorie en piano studeerde.
In 1964/1965 schreef hij zijn eerste arrangementen voor het Metropole Orkest. Ook had hij lange tijd een radioprogramma op zaterdagmiddag waaraan vermoedelijk werd meegewerkt door zijn Gold Coast Combo-kompanen Edwin Rutten en René Holdert, en wisselende blazers, zoals Harry Verbeke, Ferdinand Povel, Cees Smal en Piet Noordijk.

copyright www.rogiervanotterloo.nl

copyright www.rogiervanotterloo.nl


Uit diezelfde periode stamt een viertal ‘muziekboekjes’ waarin de aankomende arrangeur Rogier van Otterloo schetsen heeft genoteerd voor arrangementen voor een ensemble met een bijzondere samenstelling: fluit, trompet, hobo/althobo, hoorn, basklarinet, bas, gitaar en slagwerk. Het betreft Along came Betty van Benny Golson (bekend in de uitvoering door Art Blakey and the Jazz Messengers), It’s wonderful (Mitchell Parish), Angel eyes (Matt Dennis) en Les grands musiciens (Michel Legrand). De drie laatstgenoemde nummers stonden op het repertoire van Edwin Rutten.
De boekjes zijn enkele jaren geleden ontdekt in de collectie van de (in 2013 gesloten) Muziekbibliotheek van de Omroep, en zijn indertijd ingeschreven onder de noemer ‘Orkest Rogier van Otterloo’.
Frits van Yperen heeft onlangs drie titels gedigitaliseerd met behulp van het muzieknotatieprogramma Finale, d.w.z. hij heeft de ‘handgeschreven noten’ omgezet in ‘computerleesbare noten’. Als afgeleide genereerde hij ‘luisterpartijen’ die hij aan de oorspronkelijke bladmuziek heeft gekoppeld via het Virtuele Studio-gedeelte van de website. Hiermee kan men een indruk krijgen van de klank van de betreffende arrangementen. Niet alles ‘klinkt’ even goed, maar bv. Along came Betty bevat enkele typische Van Otterloo-passages.

De gemeente Hilversum heeft besloten de straten in de nieuwbouwwijk Anna’s Hoeve te vernoemen naar componisten en musici die een belangrijke rol bij de publieke omroep (radio en tv) hebben vervuld. Rogier van Otterloo is een van hen. De naamgeving getuigt van historisch besef: de Rogier van Otterloostraat ligt in het verlengde van de Dolf van der Lindenstraat.

Jan Jaap Kassies
(met dank aan Bas van Otterloo)

Bronnen:
• John van Markwijk – Rogier van Otterloo, arrangeur, componist, orkestleider (2011, heruitgave 2016)
www.rogiervanotterloo.nl
Rogier is weer springlevend (interview met Co Berkenbosch, De Telegraaf, 11 juni 1983)

Links:
* Werken van Rogier van Otterloo op deze website
* Werken van Rogier van Otterloo in de omroepmuziekcollectie

DE GEREDDE OMROEPMUZIEKCOLLECTIE IN DE MEDIA

Afgelopen dinsdagmiddag vond in de gerestaureerde MCO Studio 2 een persbijeenkomst plaats waarin dit persbericht door SOM-directeur Roland Kieft en cultuurwethouder Wimar Jaeger van Hilversum werd toegelicht.
Later in de middag verschenen de eerste berichten over de redding van de omroepmuziekcollectie in de media.
(RTV) NH berichtte het eerst met ‘Muzikale schatkamer omroep gered dankzij subsidie Rijk en Hilversum‘.
De artikelen van de NOS (‘Muziekbibliotheek van de omroep gered‘), De Telegraaf (‘Muzikale schatkamer gered en ontsloten‘) en De Volkskrant (‘Muziekbibliotheek Publieke Omroep gered: 5 kilometer aan bladmuziek digitaal‘) werden het vaakst via de sociale media gedeeld.
Ingmar Meijer (Hilversums Nieuws) en Stefan van Hees (Gooi en Eembode) waren bij de toelichting aanwezig en schreven veel inhoudelijker stukken.
Meijer heeft het proces dat tot het behoud van de collectie  leidde nadrukkelijk gevolgd en hij schreef dan ook het beste stuk.

hilversums_nieuws_van_lokale_schuilkelder_naar_nationale_hotspot

Van Hees kwam ook beter voor de dag dan de landelijke media.
gooi_en_eembode_historisch_erfgoed_nu_gered
Ook HuizerNieuws maakt meer van hun berichtgeving dan alleen een persbericht.

NPO Radio 4 Podium interviewde in de persoon van Hans Haffmans directeur Roland Kieft live in de uitzending (om 17u).

De website Jingleweb.nl bekeek de zaak vanuit zijn referentiekader: ‘Beroemde tunes van de omroep gered‘.

Robert Grijsen, de stadsdichter van Hilversum, vond in de redding inspiratie voor het volgende gedicht.

Laat nu ons werk maar beginnen!

PERSBERICHT SOM: OMROEPMUZIEKBIBLIOTHEEK KRIJGT NIEUWE TOEKOMST

Duizenden muziekschatten verborgen in de kelder van het Muziekcentrum van de Omroep liggen klaar om ontdekt te worden. Originele bladmuziek van Toon Hermans en Harry Bannink, moderne componisten als Hanns Eisler en Louis Andriessen maar ook originele arrangementen van The Ramblers of het VARA Dansorkest worden dankzij een subsidie van het Ministerie van OCW ontsloten. ‘Met het bieden van een nieuwe toekomst aan de muziekbibliotheek versterkt de Stichting Omroep Muziek de ambitie van de publieke omroep in het ontsluiten van kunst & cultuur voor iedereen’, zegt directeur Roland Kieft van de SOM.

‘Met het mede door de gemeente Hilversum gemaakte plan en de financiële toezegging van het Ministerie van OCW is het nu mogelijk om deze grootse muziekbibliotheek te catalogiseren, ontdubbelen, te selecteren en digitaliseren. Deze nationaal en internationaal erkende muzikale schatkamer zal dan in 2020 voor iedereen digitaal toegankelijk zijn. Amateurmusici, jong toptalent en volleerde meesters, maar ook ons eigen Radio Filharmonisch Orkest en Groot Omroepkoor kunnen in de collectie iets van hun gading vinden’, aldus een zeer trotse Kieft. ‘Met de ten behoeve van radio- en televisieprogramma’s gecomponeerde muziek, heeft de collectie tevens grote omroephistorische waarde.’

De meest omvangrijke muziekbibliotheek van Europa was als gevolg van bezuinigingen sinds 2013 niet meer toegankelijk. De historische waarde en het gebruik van de enorme bladmuziekcollectie mocht niet verloren gaan. Daarover was iedereen het eens. Een rondleiding van liefhebbers door de bibliotheek geïnitieerd door de wethouder van cultuur was de start van een intensieve lobby om deze unieke muziekcollectie te ontsluiten.

De Stichting Omroep Muziek heeft in samenwerking met de gemeente Hilversum een plan voorbereid voor een nieuw toekomstperspectief van de muziekbibliotheek. Dankzij de toekenning van een substantieel subsidiebedrag van het Ministerie van OCW kan de Stichting Omroep Muziek in samenwerking met partners de muziekbibliotheek medio 2020 ontsluiten.

De Hilversumse wethouder Wimar Jaeger van cultuur is verheugd over de ontsluiting van de muziekbibliotheek. ‘Als je met eigen ogen ziet wat er door componisten met de hand geschreven bladmuziek ligt, dan is dit een buitengewoon indrukwekkende collectie aan muziek. Wij waren het als Mediastad aan onze stand verplicht om deze schat aan muziek boven water te tillen. Ik ben heel blij dat alle gemeentelijke energie die hier in is gestopt tot dit resultaat heeft geleid.’

Wimar Jaeger is onder de indruk van wat hij in de MCO-kelders ziet.Wimar Jaeger is onder de indruk van wat hij in de MCO-kelders te zien krijgt.

Achtergronden bij dit beslissingsproces:
LIEFDEWERK, TE VEEL PAPIER
SOM WIL SUBSIDIE VOOR BLADMUZIEKCOLLECTIE
KWISTIG MET MUZIEK
NIEUW LEVEN VOOR VERGETEN BLADMUZIEK
MEDIASTAD HILVERSUM ZENDT DE JUISTE BOODSCHAP
COLLECTIE LIGT TE VERPIETEREN IN HILVERSUM
SP-POLITICI ONDER INDRUK VAN OMROEPMUZIEKCOLLECTIE
WIE ZORGT VOOR HET MUZIKAAL CULTUREEL ERFGOED?

100 JAAR: JOOP PORTENGEN

Joop Portengen, geboren op 3 december 1916, volgde een cursus harmonieleer bij Karel Mengelberg en studeerde vervolgens compositie- en orkestratieleer. Sinds het midden van de jaren ’30 schreef hij een groot aantal liedjes, maar ook muziek voor films, ballet, de Snip en Snap Revue en orkestarrangementen, o.a. voor de Skymasters. Het AVRO-Dansorkest o.l.v. Klaas van Beeck speelde zijn muziek het eerst en daarna werden zijn liedjes ook internationaal bekend.
Met John Möring vormde hij korte tijd het duo Mo en Po.
Portengen heeft zich ook een aantal jaren bewogen op het terrein van de muziekuitgeverij en de grammofoonplatenproductie (Artone).
joop_portengen_limburgs_dagblad_1966
In 1964 zong Anneke Grönloh het liedje Weer zingt de wind (tekst: Gerrit den Braber) tijdens de nationale voorronde van het Eurovisiesongfestival. De zangeres zou dat in Kopenhagen liever hebben vertolkt dan  Jij bent mijn leven.  (video)
Enkele andere bekende titels van zijn hand: Harlekino (gezongen door Imca Marina), de Trappelzak Boogie (samen met Jack Bulterman; Portengen tekende tevens voor de stemmen van de kleuters), As ‘k boven op de Dom kom  op tekst van Rijk de Gooyer, die het in 1956 ook op de plaat zette (in zijn ‘Bartels’-creatie, video)       en niet te vergeten Glaasje op laat je rijden (tekst: Willem van Kooten), oorspronkelijk een slagzin voor het Verbond voor Veilig Verkeer, en in 1966 een grote hit in de vertolking van Sjakie Schram. Glaasje_op laat je rijdenBinnen enkele weken werden er 200.000 exemplaren van verkocht. (video)

Joop Portengen overleed op 11 juli 1981.

Jan Jaap Kassies

Bron:
• H. Mildenberg – De Nederlandse lichte muziek van A-Z (Strengholt, 1981)

Lees ook: Joop Portengen lijfcomponist van na-oorlogse zangsterren (Limburgs Dagblad, 5 maart 1966)

Op 12 februari 2017 zond RTi Hilversum/6FM deze Joop Portengen-aflevering van Co Snels radioprogramma Studio Hilversum uit.

DE WACHTERS – DE ‘VRIJZINNIGE INTERNATIONALE VAN DE V.P.R.O.’

Dit artikel verscheen eerder in Kwartaalblad Aether (afl. 121)

Op 25 september 1938 organiseerde de V.P.R.O. (tot 1968 met puntjes) een Landdag in de Haagse Houtrusthallen, ter gelegenheid van het 12½-jarig bestaan. Zes- à zevenduizend mensen kwamen uit het hele land naar Den Haag. lc_krant_bij_de_wachters

Hier werd het lied De Wachters, op tekst van predikant-directeur Everhard Spelberg (1898-1968) uitgevoerd. Het diende – na paukengeroffel, de dreiging van de tijd weergevend – als opening van de feestelijke gebeurtenis, en maakte onderdeel uit van een Jubileumcantate, een aaneenschakeling van liederen die het geestelijk klimaat van de V.P.R.O. van destijds weergaven. Deze werd uitgevoerd door een zeshonderdkoppig koor, koperblazers, slagwerk en orgel. Componist (en dirigent) was Anthon van der Horst (1899-1965), ‘huiscomponist’ van de Vrijzinnig Protestantsche Radio-Omroep.

E.D. Spelberg woonde sinds 1935 met zijn gezin boven de V.P.R.O.-studio aan de ‘s-Gravelandseweg 65 in Hilversum. Het rode radiolampje ging in huize Spelberg aan, als vader Everhard Spelberg of iemand anders beneden in de studio een praatje hield voor de V.P.R.O.-microfoon. Dan wisten de kinderen dat zij stil moesten zijn, opdat heel Nederland de boodschap der Vrijzinnigheid kon beluisteren. Hij kwam in 1936 als predikant-secretaris in vaste dienst, na tien jaar predikant te zijn geweest in Egmond aan den Hoef en Nijmegen. Later werd hij predikant-directeur. Hij presenteerde het radioprogramma Gesprekken met luisteraars; zijn echtgenote Laura Stokmans presenteerde van 1935 tot 1963, met een onderbreking tijdens de oorlog, wekelijks het Zondagshalfuur voor kinderen.

Spelberg ontving duizenden brieven van luisteraars, die een beeld geven van wat de vrijzinnige luisteraar van toen bewoog. Hiermee voegde hij een nieuwe poot toe aan de vrijzinnig-protestantse zuil: een radiogemeente. Dat is ook de titel van het proefschrift waarop hij kort na de oorlog is gepromoveerd. Hij bleef tot 1963 aan het roer van de omroep.
Anthon van der Horst (1899-1965) was in 1938 al zo’n tien jaar betrokken bij de V.P.R.O. Ook bij de viering van het 10-jarig bestaan in 1936 in het Amsterdamse Concertgebouw had hij de muzikale leiding. Zijn naam was in de jaren ’50 tot ’65 vooral bekend van de Dagopening en Morgenwijding van de V.P.R.O., waarbij hij met een ongelooflijke trouw piano of orgel speelde. Hiervoor schreef hij een groot aantal kerkliedbewerkingen.

Het lied De Wachters is ook na de Tweede Wereldoorlog bij V.P.R.O.-hoogtijdagen gezongen, o.a. tijdens de Landdag op 27 juni 1948 in de RAI in Amsterdam. Negenduizend vrijzinnig protestanten trokken naar Amsterdam, onder meer om zich in de RAI te laten toespreken door een hele reeks dominees. Hiervan zijn onlangs beelden (v.a. 12’30”) opgedoken; hierop is Anthon van der Horst te zien, die enthousiast koor en orkest dirigeert. De orkestbegeleiding is van (leden van) het Concertgebouworkest.

De Wachters is hier (onvolledig) te horen :  (mogelijk betreft dit de opname door de Vereenigde Vrijzinnige Protestantsche Koren van Amsterdam en een blaasensemble van het Concertgebouworkest o.l.v. de componist die de V.P.R.O. in 1938 op grammofoonplaat uitbracht)

In 1939 verscheen een uitgave voor zangstem en piano.

de_wachters_vanderhorst

Jan Jaap Kassies
(dit artikel verscheen in Kwartaalblad Aether 121)

Bronnen:
• Willem Pekelder – Sporen van Spelberg: 90 jaar VPRO (bijlage bij de VPRO-gids d.d. 28 mei 2016)
• Gert Oost – Anthon van der Horst 1899-1965, leven en werken (Alphen aan den Rijn : Canaletto, 1992)

De oudste bewaarde V.P.R.O.-beelden en –geluiden (vanaf 1936) zijn dit jaar voor het eerst online gezet: http://www.vpro.nl/lees/specials/2016/90-jaar-VPRO/90-jaar.html

Tekst De Wachters:

Door de landen dezer aarde
Gaat de donk’re klacht.
Weest een volk van onvervaarden,
Weest een wachter in den nacht.
In de branding dezer stonden,
Alle menschen zijt verbonden.

refrein
Wij schrijden hand aan hand
Naar het morgenland.
Tot den strijd, tot den heiligen strijd,
Aan de poorten  op de muren van dezen tijd.
Alle volken,  alle landen
Sluit de rijen,  vouwt de handen
Verbonden,  verbonden  in eeuwigheid.

Onze Vader, sterk de krachten
Zij, die Uw stem verstaan
Willen samen U verwachten,
Langs Uw strakke wegen gaan.
In de vreugde dezer dagen,
Leer ons menschen niet versagen.

refrein

In het leven, dat wij leven
Draag je eigen last.
Wie aan God zich durft te geven
Staat voor alle tijden vast.
Alle menschen, die verstonden,
Weten dat zij zijn gezonden.

refrein

 

'Metropool' van muziekschatten.nl (links) en verwerkt in Finale (rechts)

MUZIEKSCHATTEN BECOMMENTARIEERD

Gisteren portretteerden we amateur-arrangeur/-componist Frits van Yperen, naar aanleiding van zijn   gebruik van  deze website.
Op eigen initiatief becommentarieert hij de stukken die hij in Finale digitaliseerde. We accepteren  vanzelfsprekend dankbaar deze  nieuwe blogbijdrage.

Metropool (88114)
Een leuke compositie uit 1974 van een jonge Rogier van Otterloo, gemaakt in opdracht van VARA TV voor het Metropole Orkest. Bijzonder is hier dat hij in de instrumentatie een F-tuba gebruikt.

Along came Betty (192316)
Toch wel een beetje een puzzel wat Rogier van Otterloo bedoeld heeft. Muziek die wij kennen in uitvoeringen van Benny Golson, Art Blakey en Quincy Jones. Maar door  Van Otterloo gearrangeerd in zijn specifieke stijl.

Angel eyes (192555)
Wederom een boeiend nieuw arrangement van Rogier van Otterloo gemaakt voor de VARA,  naar verluidt geïnspireerd op de gelijknamige song van Matt Dennis, maar weer in de eigen muziekstijl van Van Otterloo.

It’s wonderful (192477)
Een vermoedelijk aanvullend arrangement op bestaande muziek gemaakt voor de VARA door Rogier van Otterloo en gebruikt voor zijn eigen orkest.  Volgens de informatie uit de catalogus heeft Van Otterloo de oorspronkelijke compositie van Mitchell Parish  als basis genomen (ooit gezongen door  Ella Fitzgerald). Het is belangrijk  om het geluidsbestand helemaal uit te luisteren en de gescande partituur erbij te nemen. Want zoals in de scan te zien is komt er meerdere malen een aantal maten rust voor.

Parklane serenade (19524)
Parklane serenade is een beroemde compositie van Metropole Orkest-oprichter Dolf van der Linden. Het werd een soort ‘lijflied’ voor het orkest. Deze versie is een onbekend arrangement van Rogier van Otterloo gemaakt in 1978 voor AVRO radio.

Ik wil griezelen (93723)
Dit   arrangement van Joop Elders is gemaakt in 1961  voor de Nederlandse Radio Unie (Vara Radio) op basis van de  compositie van Jelle de Vries . Het  werd gespeeld door het Metropole Orkest met Enny Mols-de Leeuwe als solist en werd gebruikt voor het programma Week uit Week in. Op speelse wijze met veel glissando’s wordt het griezelen spannend, maar niet te griezelig gemaakt.

Amsterdam (97501)
Een arrangement  dat naar alle waarschijnlijkheid is gemaakt door Dolf van der Linden   voor  een zogenoemd Nationaal programma op 31 januari 1958 t.g.v. de 20e verjaardag van kroonprinses Beatrix en aan de vooravond van haar reis van  naar de West.
Het staat wat mij betreft symbool voor de typerende stijl van het Metropole Orkest in de jaren vijftig. Een arrangement voor zang, 2 fluiten, hobo, 4 klarinetten, basklarinet, 3 trompetten, 3 trombones, slagwerk, harp, strijkers en piano.