Alle berichten van admin

ONBEKEND WERK VAN TON DE LEEUW OPGEDIEPT UIT DE MCO-KELDERS

Sinds een maand of drie – inclusief korte vakantie – is een langzaam uitdijend projectteam bezig de bladmuziekcollectie van de Stichting Omroep Muziek (vroeger bekend als de Muziekbibliotheek van de Omroep (MCOMB)) verder digitaal in kaart te brengen en te digitaliseren. Daarbij maken Jan Jaap Kassies en ik – als oud-MCOMB-medewerkers – nader kennis met een onbekender deel van de collectie, het radiorepertoire van de jaren ’30 tot ’80.
Afgelopen vrijdagmiddag kwam collega Kassies enthousiast uit kelder. Hij toonde me het complete uitvoeringsmateriaal van Afrika, een compositie uit 1962 voor blazersensemble en jazzcombo (piano, drums, contrabas), met slotmaten voor vocaliserend mannenkoor. Een snelle blik in de monografie Ton de Leeuw onder redactie van Jurrien Sligter leerde dat dit stuk niet in De Leeuws oeuvrelijst voorkomt noch op het overzicht van composities op diens officiële website.

'Afrika' van Ton de Leeuw

‘Afrika’ van Ton de Leeuw

Het was het begin van een fijn speurtochtje naar meer informatie over dit intrigerende stuk. Het blijkt te zijn uitgevoerd in het programma Muziek voor U dat Pi Scheffer tussen 1961 en 1963 minstens 18 maal voor de NCRV-televisie maakte. De oud-leider van The Skymasters stelde per keer een orkest samen van de beste lichte en klassieke (omroep)orkestmusici die hij kende. Dat speelde dan een speciaal voor de gelegenheid geschreven, lichte compositie van een klassieke toondichter.
In de 13e aflevering op zaterdagavond 6 oktober 1962 waren zangeres June Marlow en componist Ton de Leeuw te gast.
Bekijk Scheffers korte interview met June Marlow en haar vertolking van They all laughed:

en van Someone to watch over me

Het 19-koppige orkest dat Afrika onder leiding van Scheffer uitvoerde had de volgende bezetting:
Ton de Leeuw – piano (in het overige deel van het programma was Rinus van Galen de pianist)
Hugo Bruin (KRO-dansorkest) – fluit
Bep Rowold (The Skymasters) – saxofoon
Tinus Bruyn (The Ramblers) – saxofoon
Toon van Vliet (The Ramblers) – saxofoon
Tonny Helweg (The Ramblers) – saxofoon
Kees Bruyn (The Ramblers) – saxofoon
Wim Kuilenburg (The Ramblers) – trompet
Jaap Leben (The Skymasters) – trompet
Gerard Engelsma (The Skymasters) – trompet
Harry Sevenstern (Radio Ph/Filharmonisch Orkest) – trompet
Louis Färber (The Skymasters) – trombone
Rudy Bosch (The Skymasters) – trombone
Marcel Thielemans (The Ramblers) – trombone
Dick Leuring (Radio Ph/Filharmonisch Orkest) – trombone
Joop Diepenbroek (Radio Ph/Filharmonisch Orkest) – tuba
Wim de Vries (Radio Ph/Filharmonisch Orkest) – contrabas
Gerard van Bezey (KRO-dansorkest) – drums
Rob Meyn (Radio Ph/Filharmonisch Orkest) – o.a. vibrafoon

Op termijn zal de partituur in gedigitaliseerde vorm op deze site beschikbaar komen (en wie weet de complete uitzending ook).

Eric van Balkum

AANVULLING (d.d. 20 september)
Nadere studie wijst uit dat ook Jurriaan Andriessen, Jan Mul, Lex van Delden, Else van Epen-de Groot, Cor de Groot, Karel Mengelberg en Hans Osieck lichte composities hebben geschreven ter gelegenheid van het programma Muziek voor U!. De bladmuziek daarvan is ook in de MCO-kelder te vinden (net als de hierin vertolkte arrangementen van Pi Scheffer).

Bronnen:
Beeld en Geluid-catalogus
Pi Scheffer in ‘Muziek voor U’ (Het Vrije Volk, 6 oktober 1962) via Delpher.nl
Pi Scheffer: Van music maestro tot meester en doctor


Composities van Ton de Leeuw op deze site

Lees meer over ontdekkingen in de omroepmuziekcollectie in Hans Lachman en de anderen

BIJ DE 50E STERFDAG VAN MAX TAK

Ruim een halve eeuw geleden werd hij ter gelegenheid van zijn 75e verjaardag gehuldigd in het Tuschinski Theater en ontving hij de Zilveren Eremedaille van de Stad Amsterdam, maar inmiddels is de naam Max Tak enigszins in de vergetelheid geraakt. Toch is hij een van de weinigen van zijn generatie met een eigen website – die bij nadere inspectie blijkt te horen bij een naar hem genoemd muziektheatergezelschap. De website meldt dat het gezelschap zijn naam dankt aan dirigent Max Tak die in de jaren ’20 en ’30 van de vorige eeuw in theater Tuschinski stomme films begeleidde met zijn orkest. Orkest Max Tak (de oorspronkelijke naam van het gezelschap) is in eerste instantie opgericht voor het muzikaal begeleiden van films. Hieraan kunnen nog talloze activiteiten van ras-Amsterdammer Max Tak (geboren op 9 augustus 1891) worden toegevoegd.
Max Tak in 1936 Gezien zijn opleiding (o.a. compositieles bij Cornelis Dopper) en het feit dat hij tien jaar violist was in het Concertgebouworkest is het opmerkelijk dat Tak de overstap maakte naar ‘de lichte muze’. Aanleiding waren een kennismaking met cabaretleider Jean-Louis Pisuisse en financiële motieven.
Tak begon daarop muziek te schrijven bij liedjes die werden uitgevoerd in het ‘Cabaret der Onbekenden’ van Henri Wallig, zoals De O.W.er en Soldatenspel. Vanaf 1915 was hij dirigent van de zomerconcerten in theater Bellevue, en het volgende jaar werd hij leider van het orkest van bioscoop Cinema Palace in de Kalverstraat. In 1921 werd Max Tak dirigent van het theaterorkest van de nieuwe bioscoop Tuschinski in de Reguliersbreestraat. Hij schreef ook liedjes voor het in dat theater gevestigde cabaret La Gaîté, zoals Je t’aime.

In diezelfde jaren was Tak ook actief als muziek- en filmjournalist voor verschillende bladen, was hij werkzaam voor de A.V.R.O.-radio en componeerde en dirigeerde hij muziek bij een aantal speelfilms, zoals Het meisje met den blauwen hoed (1934) en Ergens in Nederland (1940).
Tak werkte vaak samen met de veelzijdige Alex de Haas, die o.a. de tekst schreef van het openingslied van het populaire A.V.R.O.-programma De bonte Dinsdagavondtrein.

Tak was een van de eersten die voor de radiomicrofoon een vioolrecital gaf. Hij schreef de muziek voor 15 oorspronkelijke radiorevues. Met zijn Tuschinski-orkest was hij vele malen bij de A.V.R.O. te horen; later kwam hij bij deze omroepvereniging als adviseur voor de lichte muziek in dienst. Bovendien dirigeerde hij meermalen populaire programma’s met het A.V.R.O.-Omroeporkest en hield hij veertiendaagse radiocauserieën over muzikale onderwerpen.
AVRO_programmavergadering_Nico_Treep_Louis_Schmidt_Max_Tak
Daarnaast componeerde hij tientallen liedjes, waarvan er enkele klassiek zijn geworden. Zo hield de acteur Cor Ruys in 1924, in een door Tak geschreven revue, het weemoedige Onder de bomen van het plein ten doop, op tekst van Chef van Dijk. (Dit zou ook de titel worden van de memoires die Tak in 1962 publiceerde.)

Eind oktober 1940 werd de joodse Tak ontslagen bij het Tuschinski Theater, dat inmiddels in Duitse handen was geraakt. Het volgende jaar kwam hij via Spanje en Curacao in New York, waar hij de rest van zijn leven bleef. Samen met andere geëmigreerden als Bernard Wagenaar, Paul F. Sanders en Julius Hijman richtte Tak het Committee for Netherlands Music op, waarvan hij uitvoerend secretaris was. Samen met Walter Hendricksen (commercieel vertegenwoordiger van Donemus in de VS) lukte het hen er de Nederlandse klassieke muziek (van bv. Henk Badings en Marius Monnikendam) aan de man te brengen. Ook was Tak in de States correspondent voor Elseviers Weekblad, las hij voor de AVRO-radio wekelijks zijn gesproken brief New York calling voor en verzorgde een wekelijkse rubriek, Het Max Takkwartiertje, voor de Antilliaanse radio.

Max Tak overleed op 8 augustus 1967 in New York (7 augustus in de VS), een dag voor zijn 76e verjaardag.

Jan Jaap Kassies

Bronnen:
• Henk van Gelder – ‘Tak, Marcus (1891-1967)’, in Biografisch Woordenboek van Nederland
• J.J.L. van Zuylen – Radio- en televisie-encyclopedie voor Nederland en België (Amsterdam-Antwerpen, 1956)


Composities van Max Tak in de omroepmuziekcollectie

“DIT ERFGOED MAG NIET VERKOMMEREN IN DE KELDER”

Het oorspronkelijke artikel van Joyce Huibers (Gooi en Eemlander, 29 juli 2017)

Het oorspronkelijke artikel van Joyce Huibers (Gooi en Eemlander, 29 juli 2017)

De eer­ste stap­pen in het di­gi­ta­li­se­rings­pro­ces van blad­mu­ziek uit de voor­ma­li­ge Mu­ziek­bi­bli­o­theek van de Om­roep in Hil­ver­sum zijn ge­zet. Pro­ject­ma­na­ger Mar­jon van Schen­del ver­wacht dat be­gin vol­gend jaar de web­si­te klaar is zo­dat mu­si­ci en an­de­re geïn­te­res­seer­den al een klein deel van de mu­ziek kun­nen down­lo­a­den om zelf te spe­len.

Eind vo­rig jaar werd de sub­si­die­aan­vraag van ruim een mil­joen euro die de be­heer­der van de col­lec­tie – Stich­ting Om­roep Mu­ziek (SOM) – had aan­ge­vraagd, goed­ge­keurd. Ook de ge­meen­te Hil­ver­sum heeft 50.000 euro per jaar toe­ge­zegd, voor een pe­ri­o­de van drie jaar. Van dat geld zul­len alle mu­ziek­stuk­ken die in het ver­le­den spe­ci­aal voor de om­roe­p­en­sem­bles zijn ge­com­po­neerd, wor­den ge­di­gi­ta­li­seerd. Dat is ove­ri­gens maar een deel van het aan­tal stuk­ken dat in de kel­ders ligt op­ge­sla­gen.
“In to­taal ligt er 4,5 ki­lo­me­ter aan blad­mu­ziek. Om dat al­le­maal te di­gi­ta­li­se­ren zou veel meer geld no­dig zijn”, zegt Van Schen­del. “Daar zit­ten ech­ter ook veel (klas­sie­ke) stuk­ken tus­sen van com­po­nis­ten die op een an­de­re ma­nier al toe­gan­ke­lijk zijn. Wij heb­ben ge­ko­zen om al­leen de mu­ziek van de om­roe­p­en­sem­bles te di­gi­ta­li­se­ren. Dat is uniek ma­te­ri­aal dat nie­mand an­ders heeft.”

Mu­ziek­lief­heb­ber
Van Schen­del is aan­ge­steld voor een jaar om het pro­ces te be­ge­lei­den. Zij werk­te eer­der voor de Ko­nink­lij­ke Bi­bli­o­theek en heeft er­va­ring met het di­gi­ta­li­se­ren van bi­bli­o­the­ken en ar­chie­ven, maar is zelf ook mu­ziek­lief­heb­ber. De eer­ste stap die ze zet is het di­gi­ta­li­se­ren van deze om­roep­col­lec­tie.
“Om te we­ten wat we al­le­maal in huis heb­ben op dit ge­bied, moet je nu nog graai­en in kaar­ten­bak­jes met zo’n 180.000 kaar­ten er in. Die wor­den in fa­ses door een be­drijf over­ge­tikt en aan de on­li­ne ca­ta­lo­gus toe­ge­voegd waar­in al 800.000 stuk­ken staan. We zijn be­gon­nen met een se­lec­tie van 20.000 kaar­ten die het meest re­pre­sen­ta­tief zijn voor de col­lec­tie. De vol­gen­de stap zal zijn dat we uit die 20.000 kaar­ten weer een se­lec­tie ma­ken en die stuk­ken daad­wer­ke­lijk uit de bi­bli­o­theek ha­len en door een spe­ci­aal be­drijf la­ten di­gi­ta­li­se­ren. Via de web­si­te kun­nen deze stuk­ken dan uit­ein­de­lijk ge­down­load wor­den.”

Pa­rel­tjes
Van Schen­del heeft de se­lec­tie niet zelf ge­maakt. Daar­voor zijn de twee voor­ma­li­ge bi­bli­o­the­ca­ris­sen van de mu­ziek­bi­bli­o­theek, Jan Jaap Kas­sies en Eric van Bal­kum, weer aan­ge­no­men.
“Ik had niet ge­we­ten hoe ik die se­lec­tie zon­der hen had kun­nen ma­ken. Ik heb na­me­lijk in­hou­de­lijk he­le­maal geen ver­stand van om­roep­mu­ziek uit bij­voor­beeld de ja­ren der­tig en veer­tig. Zij ken­nen alle pa­rel­tjes. Zo kwa­men on­langs de ver­lo­vings­lie­de­ren voor Ju­li­a­na en Bern­hard te­voor­schijn. Die tek­sten ge­ven zo’n mooi tijds­beeld. Dat maakt deze col­lec­tie zo in­te­res­sant.”

Van Schen­del wil de col­lec­tie zo breed mo­ge­lijk pre­sen­te­ren en daar­om de web­si­te kop­pe­len aan web­si­tes van an­de­re bi­bli­o­the­ken en in­stel­lin­gen voor blad­mu­ziek. Een ex­tra nau­we kop­pe­ling moet er ko­men met het Ne­der­lands In­sti­tuut voor Beeld en Ge­luid. „Wij heb­ben de blad­mu­ziek, zij het ge­luid. Hoe leuk is het als je straks een mu­ziek­stuk op­zoekt en via een link met­een kan ho­ren hoe het toen klonk. Al moet nog wel blij­ken of dit ook tech­nisch haal­baar is.”

Groot­ste uit­da­ging wordt het uit­zoe­ken van de rech­ten die mo­ge­lijk op de mu­ziek­stuk­ken zit­ten. De SOM mag de mu­ziek zon­der pro­ble­men di­gi­ta­li­se­ren, maar be­schik­baar stel­len is een an­de­re zaak. “Som­mi­ge stuk­ken zijn hon­derd jaar oud, om­roe­pen zijn ge­fu­seerd. We gaan het nu uit­zoe­ken met ju­ris­ten en ho­pen dat recht­heb­ben­den zich mel­den en me­de­wer­king wil­len ver­le­nen. An­ders heb­ben we straks een mooie site, maar kun­nen we de mu­ziek niet de­len. Het is juist de be­doe­ling dit erf­goed aan de man te bren­gen en het niet te la­ten ver­kom­me­ren in een kel­der.”

100 JAAR: HANS NINABER

Vandaag is het honderd jaar geleden dat pianist-saxofonist-bassist-accordeonist-componist Hans Ninaber in Utrecht ter wereld kwam. Zijn vader Jacques speelde viool, zijn broer Joop was slagwerker.
Hans kreeg zijn opleiding piano en orgel aan het Haags Conservatorium en de Carnegie School for Music in New York; verder volgde hij privélessen bij diverse leraren.

Hans Ninaber

Hans Ninaber

Zijn grootste succes was het nummer Liefde in rhythme, dat eind jaren veertig werd gezongen door Sanny Day, de vocaliste van het combo The Millers. Bekender dan de titel zijn de eerste regels van het refrein: ,,Ik weet niet wat ik met je moet beginnen, ik heb zo’n akelig gevoel van binnen.”

Liefde in rhythmeNinaber speelde orgel en piano in een groot aantal dansorkesten, o.a. in het orkest van Hinze Bronkhorst in Amsterdam (1936), de Bohémiens onder leiding van Kees Manders en Hans Ninabers Rhythm Boys.
In de band van Joe Andy (de Belgische pianist André Lievens) speelde Ninaber bas, in het orkest van violist Bartho Decker was hij weer pianist. Joe Andy speelde in de Tweede Wereldoorlog met zijn orkest in ’t Zuid, in het centrum van Den Haag. In een interview met Cor Gout (1998) vertelde Ninaber: ‘Bij Joe Andy ben ik liedjes gaan schrijven. Eerst maakte ik op zijn verzoek arrangementen voor artiesten die langskwamen. Soms werd er ook om kant-en-klare composities gevraagd.’ Zo ontstond o.a. het nummer Hotsjek, dat een succes werd in de uitvoering van de Wama’s. Na de Tweede Wereldoorlog maakte hij met een eigen orkest een tournee naar Zuid-Duitsland.
In 1953 ging Hans Ninaber met zijn gezin naar Canada om als tenorsaxofonist te gaan spelen bij The Royal Canadian Corps of Signals, waarmee hij o.a. een halfjaar een tournee maakte in Korea en Japan. Eind 1957 was hij terug in Nederland, waar hij tussen 1965 en 1978 regelmatig speelde met zijn Hannibal Combo (met viool en slagwerk).

Later werkte Ninaber ook jarenlang als solo-entertainer, onder meer in het Scheveningse Kurhaus. Hij trad regelmatig op voor radio en tv, ook in Noorwegen, Spanje, Duitsland, Canada, Engeland en de V.S. en tijdens de AVRO-Landdag in 1960 zangeres Caterina Valente.

Hans Ninaber in actie

Hans Ninaber in actie

Liedjes van zijn hand werden gezongen door artiesten als Rita Corita (Morgen ga ik op dieet), de Kilima Hawaiians en Peter Koelewijn. Sommige stonden in de jaren vijftig ook op het repertoire van de orkesten van Malando (die een hit scoorde met Sahara), Frank Chacksfield en Edmundo Ros, de pianiste Winifred Atwell (The flea-market of Paris https://www.youtube.com/watch?v=qJAUOhYQQZs; het origineel Het Vlooiencircus schreef hij met tekstschrijver André Meurs en Cocktail Trio-pianist Ad van de Gein). Nog enkele titels: Bounce the boogie, Rendez-vous, Zeg niet nee, Steeds als ik jou zie en Nacht over Java (Ninaber zag het gelijknamige boek van Johan Fabricius in de boekenkast staan bij tekstschrijver Jacques Bess).
Hans Ninaber overleed op 6 augustus 2002 op 85-jarige leeftijd in een Haags verzorgingstehuis.

Jan Jaap Kassies

Bronnen:
• C. Gout: Muziek in zwart-wit (Zaltbommel : Aprilis, 2006)
• H. de la Rive Box: Bonte parade (Amsterdam : Jacob van Campen, [1947?])
• H. Mildenberg: De Nederlandse lichte muziek van A-Z

Muziekschatten van Hans Ninaber

DE OMROEPMUZIEKCOLLECTIE HERLEEFT!

Vandaag is in het Muziekcentrum van de Omroep (MCO) het officiële startschot gegeven voor het Project Digitalisering SOM-collectie. Projectleider Marjon van Schendel presenteerde de plannen die voorzien in het catalogiseren, digitaliseren en vanaf 2020 online beschikbaar stellen van een substantieel deel van de bladmuziekcollectie van de sinds 2013 gesloten Muziekbibliotheek van de Omroep (MCO-MB).

IMG_20170706_121427479
SOM-directeur Roland Kieft sprak zijn enthousiasme uit voor dit project dat wordt gesubsidieerd door het Ministerie van OCW en de Gemeente Hilversum. Daarnaast complimenteerde hij Van Schendel met haar richtinggevende voorwerk en sprak hij zijn vertrouwen in haar en het projectteam uit.
Anne Visser – beleidsmedewerker Media, Cultuur & Erfgoed van de Gemeente Hilversum – beschreef de collectie als een schatkamer waaruit alle bewoners van het MCO en daarbuiten kunnen putten. Ze kondigde aan dat de mediastad actief betrokken zal zijn bij het project om te proberen de toegevoegde waarde van de collectie te vergroten.

Het projectteam foto: Charlotte Sienema

Het projectteam (met in het midden projectleider Marjon van Schendel)
foto: Charlotte Sienema

Projectleider Van Schendel bracht een ervaren projectteam samen bestaande uit Marian Hellema (procesbeschrijver digitalisering), Michael de Groot (websiteontwerper) en de oud-MCO-MB-medewerkers Jan Jaap Kassies (collectiespecialist, marketeer) en Eric van Balkum (metadataspecialist). De gemeente levert na de zomer medewerkers die een rol krijgen in het voorbereiden en verwerken van de te digitaliseren bladmuziek.

Tijdens de eerste weken van het half juni begonnen traject ligt de nadruk op het zoeken van samenwerking met relevante organisaties (Stichting DEN, OCLC, Koninklijke Bibliotheek, Instituut voor Beeld en Geluid) en het laten invoeren van de tienduizenden cataloguskaartjes door Ingressus, een bedrijf dat bibliotheken ondersteunt. Afgelopen maandag is een eerste zending van ongeveer 14.000 kaartjes verscheept, die als pilot dient. In de komende week verwacht men in zee te gaan met een bedrijf dat de digitalisering op zich zal nemen. De focus ligt daarbij op het repertoire van de ensembles uit de rijke radiojaren (1945-1980); The Skymasters, De Zaaiers, de orkesten van Klaas van Beeck, Paul Godwin en Jan Corduwener, om er enkele te noemen.

Jan Jaap Kassies zwaai 14.000 cataloguskaartjes uit.

Jan Jaap Kassies zwaai 14.000 cataloguskaartjes (repertoire van 115 ensembles) uit.

Zowel de bestaande als de nieuwe catalogusgegevens zullen worden toegevoegd aan de nationale bibliotheekcatalogus op www.bibliotheek.nl, wat bijdraagt aan de vindbaarheid en bekendheid van de enorme bladmuziekcollectie. Ook wordt onderzocht of deze metadata als linked data kunnen worden opgenomen in het Netwerk Digitaal Erfgoed. De website www.muziekschatten.nl en de MCO-MB-catalogus zullen – voorzien van nieuwe functionaliteit – uiteindelijk worden ingebed in een nieuwe SOM-website.

Wordt vervolgd!

100 JAAR: TED POWDER

Zijn artiestennaam is inmiddels net zo weggezakt uit het collectieve geheugen als zijn werkelijke naam, terwijl hij jarenlang een van de actiefste en veelzijdigste figuren was in de Nederlandse lichte muziek-wereld: Theo (‘Theek’) Kruijt alias Ted Powder, multi-instrumentalist, componist, arrangeur, orkestleider, tekstschrijver, muziekuitgever en platenproducent.
Ted_Powder
Informatie over Ted Powder is niet eenvoudig te achterhalen. De twee hieronder genoemde boeken vermelden enkele gegevens die ik hier tot een geheel heb proberen te smeden.
Ted Powder, op 10 juni 1917 geboren in Velsen, studeerde contrabas, piano en trombone, resp. bij David Schild, mevrouw Impman en De Lon, solfège en harmonieleer bij mevrouw Impman en zang bij Bep Ogterop.
Hij was lid van de Haarlemse Orkestvereniging en maakte tijdens de Tweede Wereldoorlog als trombonist deel uit van de Rhythm Sellers (met zijn broer Pim (bas)) en het dansorkest van Cor van Lier (de vader van de trombonisten Bart en Erik van Lier). Ook speelde Powder in diverse theater- en radio-ensembles. Hij reisde tussen 1946 en 1962 als entertainer en leider van combo’s (o.a. The Bamboozlers) door veel landen in en buiten Europa, met o.a. Rita Reys, Toon van Vliet, Harry Verbeke en Cees Smal. Zo trad hij op in Amerikaanse militaire clubs in West-Duitsland, waarbij in 1956/57 werd opgetreden met als zangeres Ann Burton.
Op YouTube zijn twee 78-toerenplaatopnamen te vinden die in 1945/46 zijn gemaakt van Ted Powder en Rita Reys: Street of dreams en This can’t be love

Powder was thuis in uiteenlopende muziekstijlen: pop, soul, ballads, reggae en jazz. Hij schreef o.a. voor Les Baroques, Cockie Kay, John Russell, The Shepherds en de Selvera’s.
In 1964 won zangeres Anneke Grönloh het Nationaal Songfestival met het lied Jij bent mijn leven, geschreven door Ted Powder en René de Vos, voor de gelegenheid gearrangeerd door Bert Paige. (Ze kreeg tijdens het Eurovisiesongfestival slechts twee punten. Wel ontving ze de persprijs en publieksprijs.)

vlnr: Ted Powder (componist), Anneke Grönloh (zangeres) en René de Vos (tekstdichter)

vlnr: Ted Powder (componist), Anneke Grönloh (zangeres) en René de Vos (tekstdichter)

Powders bekendste compositie is Zallemenut (nog ‘n keertje overdoen) die hij – samen met Pieter Goemans – schreef voor Adèle Bloemendaal. De carnavalskraker bereikte in 1974 de 12e positie in de nationale top 40. Andere liedjes die hij samen met Goemans schreef zijn Niets (gezongen op het Songfestival in 1962 door Gert Timmerman) en Kerstmis in Amsterdam. Verder schreef hij liedteksten en vertaalde hij veel Duitse, Franse en (vooral) Engelse nummers in het Nederlands (o.a. The house of the Rising Sun en If I had a hammer).

Dat Powder ook bekendheid genoot in jazzkringen blijkt o.a. uit het artikel over hem in het standaardwerk over Nederlandse jazzmuziek (zie bibliografie). Hierin worden enkele opmerkelijke wapenfeiten vermeld, bv. dat hij van 1969 tot 1976 muziekuitgever en producer op Jamaica was en de Jamaica Songwriters Guild en de Caribbean Copyright Organization oprichtte. In 1972 dirigeerde hij het winnende liedje op het Yamaha Festival in Tokio, en een jaar later was hij jurylid bij festivals in Puerto Rico en Curacao (waar hij ook gastdirigent was).

Ted Powder overleed op 28 juni 1998 op 81-jarige leeftijd.

Jan Jaap Kassies

Bronnen:
• H. Mildenberg – De Nederlandse lichte muziek van A-Z
• Jazz & geïmproviseerde muziek in Nederland (eindred. Wim van Eyle)
Jaarboek 1998 van de Vereniging Haerlem

100 JAAR: JOOP ELDERS

Johan Hendrik Willem (Joop) Elders  werd op 8 april 1917 geboren in Nijmegen.
Elders genoot zijn muziekopleiding aan de conservatoria van Aken en Luik met als hoofdvakken viool, piano en fluit. Daarna studeerde hij enkele jaren harmonie en compositie bij Henri Hermans in Maastricht.

Joop_Elders_in_de_omroepmuziekwiki
Zijn muzikale loopbaan begon als fluitist bij het Arnhems Orkest. Na twee jaar stapte hij over naar het orkest van John van Brück, waarmee hij door Europa toerde.
Tijdens de mobilisatie had hij de leiding over het uit 80 man bestaande orkest van  het bataljon Jagers in Loosduinen. Na de demobilisatie kwam Elders terecht bij de Amsterdamse bioscoop Cinema Royal. Vanaf 1941 speelde hij vier jaar lang in het Groot Amusementsorkest van Elzard Kuhlman.

Joop Elders was fluitist van het eerste uur bij het  in 1945 opgerichte Metropole Orkest. Hij speelde in het orkest tot aan zijn dood in 1974. Evenals o.a.  Dolf van der Linden  en  Jos Cleber  bleek hij in staat om te arrangeren voor een groot bezetting. Decennialang was hij een van de voornaamste arrangeurs van het Metropole Orkest. In navolging van Jos Cleber legde hij zich met name toe op het schrijven van bewerkingen van operettefragmenten en licht-symfonische muziek, al deinsde hij ook niet terug voor het onversneden amusementswerk. Elders schreef ook arrangementen voor  Malando.
In de loop der jaren leidde Elders een aantal radio-ensembles, waaronder Selecta en de  Whistling Pipers  (NCRV).

In de omroepmuziekcollectie bevinden zich meer dan 1200 arrangementen van zijn hand. Hij componeerde ook een aantal orkestwerken, waaronder  Suerte da capa en Primavera.
Joop_Elders_Primavera
De ‘bescheiden fluitist-arrangeur’ (Tukker) Joop Elders overleed onverwachts in Hilversum op 5 juni 1974.


Fluitist Joop Elders als een van de solisten in Taboo

Jan Jaap Kassies

Bronnen:
• Algemene Muziek Encyclopedie (De Haan, Haarlem)
• Interview in het Limburgs Dagblad (3 september 1963) (op Delpher)
• Bas Tukker: Dolf van der Linden, de vader van het Metropole Orkest (2015)
Joop Elders in de OmroepmuziekWiki

HARRY DE GROOT: VAN DE JORDAAN TOT SWIEBERTJE

Dit artikel is een voorpublicatie uit Kwartaalblad Aether (afl. 123)

Een van de veelzijdigste en productiefste musici die in de tweede helft van de vorige eeuw actief waren in zowel de populaire muziek als de omroepwereld was Harry de Groot. Hij componeerde honderden liedjes, tunes en muziek voor radio en tv.

De Groot werd geboren in Amsterdam op 24 december 1920. Als negenjarige begeleidde hij zijn vader Rein op piano en accordeon. Op zijn negentiende was hij al beroepsmusicus; hij verdiende voor de oorlog een behoorlijke boterham als pianist en bassist. Hij trok door het land met artiesten als Heintje Davids, Willy Derby, Lou Bandy en Louis Davids. Mede doordat hij veel instrumenten had leren spelen behoorde hij in de jaren 1938/39 tot de bestbetaalde musici in Nederland. Via een violist die hij kende van zijn engagement in het Lido in Amsterdam kwam hij in 1939 als bassist in dienst bij het KRO-Strijkorkest.

Harry de Groot (foto: Jac. de Nijs, Anefo, Nationaal Archief)

Harry de Groot (foto: Jac. de Nijs, Anefo, Nationaal Archief)

Veelzijdig
Na de oorlog kwam Harry de Groot bij de VARA terecht. Hij schreef muziek voor uiteenlopende bestemmingen: van hoorspelen waarin cowboyliedjes waren ingepast (waaraan o.a. Eddy Christiani en Frans Poptie meewerkten) via The Ramblers (bv. het hoorspel Alice in Kolderland) tot Chansonnetje in huis (AVRO), waarbij hij samenwerkte met Pi Scheffer en tekstschrijvers Alexander Pola, Gerrit den Braber en Ernst van Altena.
In die periode begeleidde hij met zijn orkest de Franse chansonnière Patachou, niet alleen voor de VARA maar ook tijdens haar aansluitende tournee. ln de eerste helft van de jaren vijftig speelde De Groot vibrafoon in het Ensemble Eddy Christiani onder leiding van violist Frans Poptie. Met de Kilima Hawaiians schreef hij de radiostrip Bill Sheriff en zijn Prairieduivels.

Eind jaren vijftig richtte De Groot het Vibrafoon Sextet op waarmee hij swingmuziek speelde in de stijl van Benny Goodman. Hij richtte het sextet Virtuosa (drie accordeonisten en een driekoppige ritmesectie) en vocaal ensemble de High (Hi) Five op, een van de eerste zogenaamde backing groups waarmee hij de begeleiding verzorgde tijdens radio-uitzendingen en op platen van andere artiesten. Als zanger maakte hij opnamen met het orkest van Frans Wouters.
Harry de Groot werkte meer dan vijftig jaar bij de omroep: na de VARA en de AVRO de langste periode bij de NCRV Voor deze omroep maakte hij de muziek voor de tunes en series en Programma’s als Riedels en fiedels, Vadertje Langbeen, Swiebertje, Farce Majeure (Het is uit het leven gegrepen), De Kleine Waarheid, Ja natuurlijk, Bartje en de programma’s van Ted de Braak.
Samen met Willy van Hemert schreef hij zeven avondvullende tv-musicals, zoals Er valt een ster, Het meisje met de blauwe hoed en Kus van een ballerina, èn een opera, Crossfade. Hij was bij veel tv-programma’s orkestleider (o.a. de AVRO-Weekend Show) en dirigeerde ook in het buitenland, o.a. bij songfestivals.
Klik voor een overzicht van muziekschatten van Harry de Groot

Jordaan
Een andere specialiteit van Harry de Groot was het Jordaanrepertoire. ln dit genre schreef hij o.a. Geef mij maar Amsterdam, De zon schijnt voor iedereen (met Pi Vèriss), Een pikketanussie en O, Johnny voor Johnny Jordaan en Tante Leen. Voor een aantal van deze liedjes schreef hij niet alleen de muziek, maar ook de tekst.

De Groot was ook zeer actief als arrangeur; in de omroepmuziekcollectie bevinden zich zo’n 400 arrangementen van zijn hand, o.a. voor het Metropole Orkest.
Harry de Groot was 25 jaar lang vice-president van de FIDOF, de overkoepelende organisatie van alle songfestivals ter wereld. Hij legde deze functie neer toen het bestuur toestemde in het gebruik van geluidsbanden tijdens internationale festivals. De Groot ontving verschillende onderscheidingen, waaronder de Gouden Harp (1969) voor zijn verdiensten voor de Nederlandse amusementsmuziek. ln 1980 ontving hij de Bulgaarse regeringscultuurprijs en in 2000 werd hij benoemd tot erelid van de vereniging PALM (Professionele Auteurs Lichte Muziek).
Harry de Groot overleed op 27 september 2004. Een van de straten in de nieuwe Hilversumse wijk Anna’s Hoeve is naar hem vernoemd.

Jan Jaap Kassies

Veel gegevens in dit artikel zijn ontleend aan het interview met Harry de Groot in het boek Muziek in zwart-wit van Cor Gout (Aprilis, 2006).
Op YouTube is een fraaie opname te vinden waarop Harry de Groot samen met Colea Serban achter de piano zit.

TOON HERMANS ALS LIEDJESSCHRIJVER

Toon Hermans (1916-2000) was niet alleen volgens velen de grootste Nederlandse artiest van de vorige eeuw, hij was ook een van de veelzijdigste. Behalve cabaretier, zanger, schrijver, schilder en decorontwerper was hij ook een productief liedjesschrijver. Dat bleek onlangs weer toen de liedjes die hij schreef voor de eerste Nederlandse (radio)musical na zo’n 60 jaar weer boven water kwamen. Toon-biograaf Jacques Klöters gebruikte hiervoor de term ‘oorwurmen’: het zijn vaak melodieën die na ze gehoord te hebben nog lang in je hoofd blijven naklinken.

Voor vrijwel al zijn liedjes schreef Hermans zowel de tekst als de muziek. ‘Schrijven’ is wat de muziek betreft misschien een misleidende term: hij kon geen noten lezen of een muziekinstrument bespelen.
Klöters: ‘Als Toon een liedjestekst schreef, hoorde hij gelijktijdig een melodietje in zijn hoofd. Maanden later las hij de teksten weer over en kwamen diezelfde melodiëen terug in zijn hoofd en kon hij ze met zijn pianist uitwerken.’ ‘Govert van Oest [jarenlang de vaste pianist bij de optredens van Toon Hermans, JJK], kwam veel bij hem thuis om de nieuwe melodieën te noteren en om te zetten in muziek. Toon had zelf een notenschrift ontwikkeld dat bestond uit nummertjes die hij op de toetsen van zijn piano had geplakt en die hij dan in de juiste volgorde noteerde.’
Klöters, die in de jaren ’90 veel contact had met Hermans (o.a. voor de serie tv-gesprekken Gewoon Toon), herinnert zich een voorval uit die jaren. Ze zaten eens samen in de auto op weg naar een theater, toen Toon zei: ‘Nu ga ik even een liedje maken’. Hij neuriede een melodie, nam deze op op een dictafoon en aangekomen in het theater werkte hij het uit met de pianist van dienst.

De ‘pianozettingen’ voor de bladmuziekuitgaven werden door anderen genoteerd, zoals Peter Kellenbach, Rinus van Galen en Joop Portengen. In latere jaren werkte hij o.a. samen met Henk Westrus aan de grammofoonplaat Liedjes voor jou.

Aan het begin van zijn carrière, midden jaren ’40, werkte Hermans nog wel samen met anderen aan liedjes. Zo schreef hij met Johnny Steggerda, muzikaal leider van het revuegezelschap waarvan o.a. ook Gerard Walden en Berry Kievits deel uitmaakten, de liedjes Sous mon parapluie d’amour  en Er was eens… een meisje.

Uitgaven van twee liedjes van Toon Hermans

Uitgaven van twee liedjes van Toon Hermans

De naam ‘Toon Hermans’ was indertijd kennelijk nog niet zo algemeen bekend: op het omslag van de laatstgenoemde uitgave staat als tekstschrijver ene ‘Tom Hermans’ vermeld (‘binnenin’ stond wel de juiste naam.)

In 1945 schreef hij een variant op het lied De kleine man van Louis Davids, bij Hermans ‘Jansen’ genaamd. In 1948 had de plaatopname van de opvolger De jeep van Jansen veel succes.

In diezelfde periode ontstonden o.a. We gaan weer net zoals we vroeger gingen naar Scheveningen, Little girl in Holland, ’n Zomeravond op het Leidscheplein, Als je persé de see wil sien… en ’n Broodje pi, een broodje pa…, een broodje paling.

5x_toon_hermans-liedjes
In de tweede helft van de jaren ’60 werden verschillende liedjes echte hits: 24 rozen, Sien, Méditerranée en natuurlijk Mien waar is m’n feestneus.  Naast laatstgenoemde schreef Hermans nog enkele carnavalskrakers: voor het Carnaval in 1969 bv. Kiele, kiele, kiele  (De bène van Hélène), dat hij samen met de Driedonken Blaaskapel op de plaat zette.

Voor de Efteling bedacht hij de bekende melodie voor  Carnaval Festival, in opdracht van  Joop Geesink. De keuze van Geesink voor Toon Hermans is niet verwonderlijk: Hermans was in de vroege jaren tachtig enorm populair, mede door het aantal (feest)nummers van zijn hand. Er ontstond een samenwerking met Ruud Bos, die samen met Toon in de theaters stond , en de Efteling. Nadat Toon Hermans nadacht over een vrolijke melodie na het zien van Geesinks ideeën voor de attractie, floot hij deze uiteindelijk voor Ruud Bos die er de noten bij zocht, en het net zo vaak op de piano speelde tot het precies was wat Hermans bedoelde.

Voor zijn (geflopte) film Moutarde van Sonansee (1959) schreef Hermans zo’n twaalf liedjes, waaronder Het lied van de wandelclub (Jo met de banjo); Dolf van der Linden maakte de orkestarrangementen.

Een speciaal geval is de (titelloze) radiomusical die Hermans in 1953 schreef. Op aangeven van biograaf Jacques Klöters werd in de Muziekbibliotheek van de Omroep het materiaal van de liedjes eruit teruggevonden waardoor het mogelijk was een nieuwe opname te maken (de oorspronkelijke opname met het AVRO-orkest de Zaaiers is niet bewaard). De orkestratie is van de hand van Jos Cleber. De opname (met solisten, een ensemble uit het Groot Omroepkoor en het Metropole Orkest o.l.v. Maurice Luttikhuis) wordt uitgezonden op zondag 18 december, vanaf 10.02 uur in het programma De Sandwich op Radio 5. Het is dan na ruim 63 jaar mogelijk te beoordelen of het te betreuren is dat deze eerste Nederlandse musical (!) nooit het theater heeft gehaald.

Jan Jaap Kassies

Bronnen:
• Jacques Klöters: Toon – de biografie (Nijgh & Van Ditmar, 2010, onlangs herdrukt)
www.Eftepedia.nl

HERONTDEKTE RADIOMUSICAL TOON HERMANS OPNIEUW TE HOREN

Dit artikel is een voorpublicatie uit Kwartaalblad Aether (afl. 122)

Jacques Klöters presenteert de musical comedy van Toon Hermans

Jacques Klöters presenteert de musical comedy van Toon Hermans (De Sandwich (v.a. 21′), 18 december 2016)

Toen cabaretkenner en theaterwetenschapper Jacques Klöters onderzoek deed naar het leven van Toon Hermans (het resultaat: Toon, de biografie verscheen in 2010) stuitte hij op een verrassing: hij ontdekte dat de AVRO-radio op 24 mei 1953 een ‘musical comedy’ heeft uitgezonden waarvoor Hermans zowel de tekst als de muziek heeft geschreven.
Eind 1952 reisde hij naar de Verenigde Staten, om in Californië op te treden voor de Nederlandse kolonie. Met de Nieuw Amsterdam voer hij naar New York, en vervolgens ging hij per trein verder. Tijdens die reis – die vier dagen en vier nachten duurde – schreef hij naar eigen zeggen 18 liedjes voor een musical. Hij zag veel in dit genre, dat in Nederland nog niet bekend was.
Klöters: ‘Als Toon een liedjestekst schreef hoorde hij gelijktijdig een melodietje in zijn hoofd. Maanden later las hij de teksten weer over, kwamen diezelfde melodieën terug in zijn hoofd en kon hij ze met zijn pianist uitwerken.’

Manuscript van het arrangement van Toon Hermans' musical comedy

Manuscript van het arrangement van Toon Hermans’ musical comedy en draaiboek bij de uitzending op 24 mei 1953

Na terugkeer in Nederland werkte hij zijn notities uit, en de AVRO besloot van de musical een radio-opname te maken. Jos Cleber maakte op basis van de schetsen de orkestraties voor zijn ensemble De Zaaiers, en het vocale aandeel werd toevertrouwd aan solisten Ans Heidendaal, Jetty Paerl, Bert Robbe, Christine Spierenburg en Anton Eldering en het Radiokoor. Op 21 mei 1953 vonden de opnamen plaats, en op zondag 24 mei werd de musical uitgezonden. De opnamen zijn helaas niet bewaard gebleven. Klöters: ‘[De musical] blijkt een fiasco. Volgens Toon is het de schuld van het koor. Hij vraagt zich af hoe mensen die normaal cantates van Bach zingen, musicalnummers kunnen zingen als: “Wie hebben alle charme? Juwelen an d’r armen? De girls! De girls! De girls!”’

Vondst
Niet lang voor de sluiting van de Omroepmuziekbibliotheek (1/8/2013) kwam een mail van Jacques Klöters binnen met de vraag of zich in de collectie mogelijk materiaal van de musical bevond. Het was geen van de medewerkers bekend; de oudste delen van de collectie (die ca. 5 kilometer bladmuziek omvat) zijn nog niet volledig geïnventariseerd. Gelukkig noemde Klöters meteen de naam van het orkest dat had meegewerkt: De Zaaiers.

De Zaaiers o.l.v. Jos Cleber (1953)

De Zaaiers o.l.v. Jos Cleber (1953), sleutel voor de herontdekking van de musical van Toon Hermans

Een aanzienlijk deel van de ‘oude collectie’ van de Omroepmuziekbibliotheek is gerubriceerd ‘op ensemble’; daardoor kon snel worden vastgesteld dat een omvangrijke hoeveelheid bladmuziek, inclusief het tekstboek, zo’n zestig jaar had liggen wachten op ontdekking. Opnieuw bleek dat de collectie uniek erfgoed bevat: de afgelopen jaren zijn handgeschreven composities opgedoken van o.a. Jurriaan Andriessen, Hanns Eisler, Hans Henkemans, Boy Edgar, Harry Bannink en Theo Loevendie.
De honderdste geboortedag van Toon Hermans, op 17 december, is aanleiding voor tal van vormen van eerbetoon. Radio 5 (De Sandwich) zendt een nieuwe opname uit van zijn musical, waarmee eens te meer zijn veelzijdigheid wordt benadrukt. Solisten, leden van het Groot Omroepkoor en het Metropole Orkest onder leiding van Maurice Luttikhuis geven de luisteraar de mogelijkheid zelf te oordelen over de eerste Nederlandse musical, die aan de vergetelheid is ontrukt.

Klik hier om de uitzending te starten

Jacques Klöters over de vergeten musicalliedjes van Toon Hermans (AVROTROS Nieuwsshow, 2016)

Klik hier om de uitzending te starten

Jacques Klöters over oude opnamen van Toon Hermans (Knevel & Van den Brink, 2013)

Promotiefilmpje voor de NPO Radio 5-uitzending op 18 december 2016

Jan Jaap Kassies

Lees ook: Toon Hermans als liedjesschrijver